HOE WERKT LINUX?
Wat is Linux?
Van wie is Linux?
Distributies
Welke
hardware heeft u nodig?
Hoeveel
ruimte heeft u nodig?
Installatie
methodes
Bootdisks aanmaken
Installatie
van Red Hat 6.1
Configuratie
van Red Hat 6.1
Linux is een vrij verkrijgbaar operating system bedoeld voor verschillende soorten computers, maar vooral voor gebruik op gewone PCs. Het is het geesteskind van de informatica student Linus Torvalds, die in 1991 (op 23 jarige leeftijd!) begon met het bouwen van een operating system dat (in bruik- en betrouwbaarheid) moest lijken op UNIX.
IBM is de eigenaar van OS/2, Microsoft heeft de rechten van MS-DOS en MS Windows, en UNIX is van Novell en vele anderen, maar wie heeft de rechten van Linux? Linux valt onder de bescherming van GNU GLP (GNU General Public License), ook wel aangeduid als GNU Copyleft (een persiflage op het woord copyright). De gedachte achter GNU (zelf ook een acroniem en een persiflage: GNUs Not UNIX) is dat software beschikbaar moet zijn voor iedereen en dat iedereen de software die hij gebruikt, ook zou moeten kunnen veranderen. De enige regel is, dat de veranderde code niet onder enig copyright kan vallen. Ook de nieuwe code moet weer beschikbaar komen voor iedereen. Vandaar dat Linux geleverd wordt met de complete source code!
Linux wordt door vele organisaties uitgebracht, die allemaal hun eigen sets programmas bijleveren. De kern van Linux is echter in grote lijnen hetzelfde. Er zijn heel wat distributies op Internet te vinden: S.u.S.E., Debian, Caldera, Corel Linux. Maar ook distributies als Slackware , Red Hat en Mandrake zijn erg populair. Met name de laatste twee worden erg veel gebruikt! Daarbij is Mandrake eigenlijk een soort uitbreiding en/of aanpassing van RedHat. Vandaar dat de rest van mijn verhaal vooral over Red Hat gaat.

Voordat u Linux kunt installeren, dient u eerst één van de hierboven genoemde distributies te verwerven. Het liefst Red Hat 6.1 natuurlijk. Of Mandrake 7.0. U zou dit soort distributies voor een laag bedrag (enkele tientallen guldens) of zelfs helemaal gratis moeten kunnen, b.v. door een CD te kopieren of de software vanaf Internet te downloaden. Kijkt u voor nadere info b.v. eens op de pagina van de Nederlandse Linux Gebruikersgroep!
Vervolgens dient u zich ervan te overtuigen dat de hardware die u heeft door Linux ondersteund wordt. Standaard draait Linux op een normale PC met een 386 of latere processor tot en met de nieuwste Pentium exemplaren. Voor Mandrake 6.1 en volgende geldt echter, dat u minimaal een Pentium processor moet hebben!
Linux ondersteunt moederborden met ISA, EISA en PCI bussen. Ook de MCA bus van IBMs PS/2 wordt ondersteund, zij het via een patch. Ook de VESA Local Bus wordt ondersteund, mits hij standaard is uitgevoerd.
De hoeveelheid geheugen die Linux nodig heeft, is verbazingwekkend gering. Het draait al met 4Mb Ram, hoewel 8Mb aanbevolen wordt. Natuurlijk kunt u dan alleen in tekstmode werken. Wilt u een (Windows-achtige) grafische interface draaien, dan heeft u 16Mb virtueel geheugen nodig (combinatie dus van werkelijk geheugen en swapfile). En ook voor Linux geldt: hoe meer geheugen, hoe soepeler alles werkt. Zelf draai ik Linux op een machine met een Mendocino processor en 128 Mb intern geheugen.
Wat de overige hardware betreft, doet u verstandig met even te controleren of uw videokaart en CD-ROM op de lijst ondersteunde apparaten staan. Kijkt u daarvoor in de Linux Hardware Compatibility HOWTO, zoals die op allerlei Linux-sites te vinden is. Via anonymous FTP kunt u in elk geval terecht op ftp://sunsite.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO. Overigens kunt u ook een kijkje nemen op de online databank van S.u.S.e. op http://www.suse.de/cdb/E/. Daar kunt u in een oogwenk vaststellen of uw hardware ondersteund wordt of niet.
Voor installatie van RedHat 6.1 heeft u eigenlijk alleen een CDROM nodig. De RedHat CD is namelijk zelfstartend, zodat u zonder verdere hulpmiddelen vanaf de CD het operating system kunt installeren. Heeft u echter een SCSI CDROM, dan dient u wel een exemplaar te hebben, dat met zelfstartende CD's kan omgaan. Bij een IDE CDROM is dat zonder meer het geval.
Mocht u om een of andere reden niet direct vanaf de CD willen installeren, dan heeft u minimaal twee 1.44 floppen nodig om een boot- en opstartdisk te maken voor de Linux installatie. Eventueel kunt u met een derde flop nog een aanvullingsdisk aanmaken. Verder moet u zorgen voldoende schijfruimte voor Linux beschikbaar te hebben. Als u alle programmatuur die op de CD staat, wilt installeren, heeft u zo'n 500 Mb nodig. Natuurlijk kunt u ook met minder toe, vooral als u X Windows niet installeert. Aan de ander kant (vooral gezien de huidige harddisk prijzen!) is dat natuurlijk niet een aantrekkelijke oplossing! Naast ruimte voor het operating system en alles wat daar bij hoort, zult u ook moeten uitmaken hoeveel ruimte u gaat reserveren voor eventuele gebruikers. Blijft u zelf de enige gebruiker dan is 30Mb meer dan genoeg. Maar als er meer gebruikers te verwachten zijn moet u natuurlijk meer schijfruimte rekenen. Vervolgens dient u te beslissen hoeveel swap-ruimte u reserveert. Gebruikelijk is 24Mb bij een geheugen van 8Mb of minder. Vanaf 16Mb geheugen en meer kunt u volstaan met een swap-partitie die gelijk is aan de hoeveelheid geïnstalleerd geheugen. Tenslotte dient u voor de root directory (de hoofddirectory, vanwaar alle andere directories benaderd kunnen worden) zo'n 30 Mb te rekenen.
Samengevat: een minimale installatie kost 200Mb en een volledige installatie (met voldoende ruimte voor gebruikers) komt gemakkelijk op 500Mb of meer. Maar als u het allemaal breed kunt laten hangen, zou dat verre mijn voorkeur hebben! Op mijn huidige machine draait een systeemschijf van 1,5 Gb, terwijl er daarnaast een /usr directory bestaat op een eigen partitie van 3 Gb. Niettemin heb ik op die 1,5 Gb nog wel eens wat ruimte problemen, hoewel dat meer aan mijn (nonchalante) manier van software-installatie ligt dan aan disk-honger van Linux ... ;-)
Er zijn vijf manieren om Linux Red Hat te installeren.
Een vierde mogelijkheid is een installatie via FTP. Daarvoor heeft u een bootdisk nodig en een aanvullingsdisk en (uiteraard) toegang tot een ftp server met de te installeren pakketten ...
De laatste mogelijkheid is installatie vanaf de harde schijf. Ook daarvoor heeft u de genoemde bootdisk en aanvullingsdisk nodig. U copieert dan alle bestanden van de CD directory RedHat naar een nieuw aan te maken directory RedHat op de harde schijf.
De boot- en aanvullingsdisks maakt u als volgt aan. U stop een lege schijf in de A: drive. Daarna gaat u (onder DOS) naar de CD-ROM directory D:\dosutils. Aldaar start u het programma rawrite.
Op de vraag naar de sourcefile vult u in: D:\images\boot.img
Op de vraag naar de target diskette vult u in: A:
Voor het aanmaken van de aanvullingsdisk handelt u net zo. Alleen vult u op de vraag naar de sourcefile in: D:\images\suppl.img
Installatie van Red Hat 6.1 (vanaf CD via floppy)
Om de installatie te starten stopt u de boot disk in de A: drive en reset u daarna de computer. Na een poosje ziet u het volgende tekstje verschijnen:
LILO: boot:
Loading Linux . . .
Dan volgen een tweetal keuzeschermen. In het eerste krijgt u de vraag voorgelegd of u een kleurenmonitor gebruikt of niet. En in het tweede komt de vraag naar PCMCIA ondersteuning aan de orde. (Als u niet weet wat het is, heeft u het waarschijnlijk niet nodig!)
Hierna komt de vraag naar de gewenste installatiemethode, zoals hierboven beschreven. Kies de methode die u wenst en druk op <ENTER>. Het programma zal u dan vragen de Red Hat CD in de CD-ROM te doen en de installatie neemt een aanvang.
U kunt de hele zaak verder vrijwel automatisch laten verlopen door te kiezen voor een van de standaard mogelijkheden: installatie van een server of van een werkstation. In het eerste geval zal alles geinstalleerd worden wat voor het functioneren van een server noodzakelijk is. In het tweede geval zal een (eenvoudiger) werkstationsopzet worden gevolgd.
Er is echter ook een derde mogelijkheid (Custom) waarbij u zelf uitmaakt wat u precies wilt.
Achtereenvolgens krijgt u dan de vragen voorgelegd naar het type CD-ROM, dat u gebruikt (IDE, SCSI of anderszins) en de verschillende onderdelen die u wilt installeren:
C Development - De GNU gcc compiler
Development Libraries - Bibliotheken voor de verschillende
tools
C++ Development - De GNU C++ compiler
Print Server - Installeert uw machine als print
server
News Server - Idem als nieuws server
NFS Server - Regelt contacten met andere file servers
Networked Station - Regelt netwerk applicaties
Anonymous FTP - Regelt anonymous FTP
Web Server - Installeert Web Server, inclusief Apache
Netw. Man. Workstation - Regelt utilities voor netwerkcontrole
en -beheer
Dialup Workstation - Regelt modemverbindingen
Game Machine - Duidelijk
Multimedia Machine - Idem
X Windows System - Installeert X Windows
X Development - Voor als u X Windows applicaties
wilt maken
X Multimedia Support - Multimedia voor X Windows
TeX Doc Formatting - Serie programmas voor document
indeling
Emacs - De bekende editor
Emacs with X Windows - De bekende editor in X Windows
DOS/Win Connectivity - Staat u contact met DOS toe
Extra Documentation - Duidelijk en nooit weg
Everything - Al het voorgaande samen
Mocht u na afloop niet meer weten wat er geïnstalleerd is, dan kunt u het altijd nog nalezen in /tmp/install.log.
N.B. als u voor de laatste optie (Everyting) kiest, krijgt u ook inderdaad alles: tot en met de HOWTO's in het Koreaans, Chinees, Indonesisch, Ivriet, enzovoorts aan toe! Bedenkt u wel of u dat allemaal echt wilt!
Afhankelijk van de snelheid van uw computer kan de feitelijke installatie wel enige tijd in beslag nemen.
Hierna begint de configuratie van uw systeem. Achtereenvolgens krijgt u vragen voorgeschoteld over uw muis (hebt u een tweeknops muis, kies dan voor een 3 knops emulatie: X Windows heeft die derde knop echt nodig!), over de COMpoort waar hij aan hangt, de videokaart die u gebruikt (verkeerde keuze kan uw monitor beschadigen, kies dus of heel exact, of zo conservatief mogelijk!!), de monitor die u gebruikt (zelfde waarschuwing als hiervoor!!), de clockchip op uw videokaart (veilige keus: geen clockchip!) en de resolutie waarmee u wilt werken.
Daarna probeert het programma de juiste XFree86 server voor uw machine te installeren.
Vervolgens gaat het installatieprogramma verder met de netwerkconfiguratie. Als u de nodige gegevens (type, adres en IRQ van de netwerkkaart) bij de hand hebt, is dat een fluitje van een cent.
Dan dienen de TCP/IP gegevens ingevoerd te worden: IP nummer, netmasker, netwerkadres en broadcast adres. Vervolgens domain naam en host naam, alsmede het adres van de standaard gateway en de primaire naam server. Klinkt vreselijk ingewikkeld allemaal, maar het stelt niets voor!
Dan volgen de configuratie van de tijdzone en het toetsenbord: ook dat wijst zich de weg vanzelf.
Daarna komt het root password aan de beurt. Dat is nogal belangrijk! U moet het twee keer invoeren om fouten te voorkomen, en u dient het daarna heel erg goed te onthouden. Als u daar een fout mee maakt, kunt u uw eigen systeem niet meer in en zult u het in het ergste geval (als u namelijk geen opstartschijf hebt aangemaakt) opnieuw moeten installeren! Het is mij al een keer overkomen, dus ik meld het u maar even! ;-)
Rest nog de installatie van LILO (= Linux Loader). Dit is Linux bootmanager als het ware, functioneel vergelijkbaar met de bootmanager van OS/2. U kunt daarmee aangeven welk systeem u na het aanzetten van uw computer wilt starten. Zo zou u b.v. kunnen kiezen tussen Linux en Dos. Tijdens het opstarten kunt u de keuzemogelijkheden met de <Tab> toets zichtbaar maken. En daarna kunt u het label van uw keuze intypen. Kiest u niet binnen een van tevoren ingesteld aantal seconden dan zal Linux automatisch volgens de eerste optie starten.
Wat de locatie van LILO betreft, ook daarin kunt u kiezen tijdens het installatieproces. Er zijn drie mogelijkheden. U kunt LILO laten wegschrijven op de MBR (de Master Boot Record), zodat er na het aanzetten van de computer altijd gestart wordt met LILO. Maar u kunt ook kiezen voor het wegschrijven van LILO op een floppy. Als de floppy in de drive zit, wordt bij het aanzetten van de computer met Linux gestart. Als de floppy niet in de drive zit, wordt gestart met het systeem waarnaar de MBR verwijst. Een laatste mogelijkheid is het wegschrijven van LILO naar een bootrecord op een andere partititie. U zult dan van een andere bootmanager gebruik moeten maken. Zo zou u Linux bijvoorbeeld kunnen laten starten vanuit de OS/2 bootmanager.
Hoewel het mogelijk is LILO later te installeren, wordt het hartelijk aanbevolen de installatie te regelen via het Red Hat installatie programma. Het apart installeren van een bootmanager is nogal tricky.
Als u nu LILO opstart, heeft u (hopelijk zonder problemen!) Linux aan het draaien!!