Zeilen op de Oostzee

Terug naar homepage

Reisverslag 1999

Woensdag, 21 juli 1999
Van: Monnickendam
Naar: Staveren

Omstreeks 10 uur varen we van Monnickendam weg. Het waait windkracht 5 uit het westen en we hebben een rif in het grootzeil gestoken. Ik heb de waypoints naar Enkhuizen van de computer geupload naar de GPS, zodat de stuurautomaat daar eventueel op kan sturen. De koers is goed bezeild. Aline houdt het roer gedurende geruime tijd. De golven lopen redelijk hoog op, vooral in het gedeelte boven het Hoornse Hop. Als we echter onder de Leekerhoek komen, wordt het wat rustiger. Maar het valt te verwachten, dat het bij Staveren vanmiddag nog wel erger zal zijn.
Tegen 13.00 liggen we voor de sluis in Enkhuizen. Helaas duurt het 1 hele schutting voor we erdoor kunnen. De "Henri Dunant" (varend zonder passagiers) mag er eerst door en vult ongeveer de complete sluis.
Omstreeks 14.00 zijn we door de sluis. Ik besluit het grootzeil voor de tocht naar Staveren maar niet bij te zetten. Wel zetten we de rolfok bij. Er gaat echter iets fout met de lijn voor het rolrif. Het wordt niet regulier op de trommel gewonden, maar slaat aan de buitenkant om de trommel heen. Achteraf bezien had ik de lijn onmiddellijk weer binnen moeten halen, het zeil opnieuw oprollen en daarna de hele zaak onder (betere) geleide weer bij moeten zetten. Dom genoeg haal ik de extra slagen uit de lijn door het hele eind met de hand om het voorstag heen te rollen. Het zeil kan nu nog maar voor 2/3 deel worden opgerold.
Voor het moment is dat geen punt. Het waait hard genoeg en op de enkele fok kunnen we Staveren gemakkelijk met halve wind bezeilen. De golven lopen ook hier hoog op. Als we over de helft zijn, loopt het schip in vlagen een aantal keren gierend uit het roer. Zelfs onder de enkele fok loeft ze op tot bijna aan de wind. Jacco loopt bij een van die zwaaien (waarbij het schip flink helt) een natte broek op. De top van de boeggolf wipte over de lage kant de kuip binnen. Toch wel even schrikken hoewel we inmiddels de veiligheidsharnassen aan hebben.
Ik begrijp dat er teveel zeil bij staat en neem het roer over. Jacco en Aline rollen daarna 1/3 deel van de fok weg. Nu zeilt het schip rustiger, hoewel de golven nog steeds hoog lopen. Er komt nu geen water meer in de kuip. Desondanks springt Jacco bij elke gierende beweging nog steeds even op van zijn zitplaats aan de lijkant.
Omstreeks 16.00 zijn we in de buitenhaven voor de sluis van Staveren. Helaas werkt de aanzuiging van het koelwater weer niet. Dat is te horen aan het knallende geluid van de motor. Zo snel mogelijk leggen we dus aan het remmingswerk aan, want ook de fok staat nog voor 1/3 deel bij! Na een vergeefse poging lukt het (met enig geweld) om de boot met de kop in de (harde) wind aan het remmingswerk te leggen.
Daarna wordt eerst de fok behandeld. Het is vechten om het restant van de fok met de hand stukje voor stukje om het voorstag te rollen. Uiteindelijk lukt dat echter. Daarna gaat het motorluik open en draai ik het deksel van de wierpot los. Ik hoef de schroef maar een paar slagen te draaien of de wierpot loopt vol! Geen onder-, maar overdruk kennelijk. Misschien is dat de oplossing: het deksel niet helemaal luchtdicht afsluiten?
Hoe dan ook: we kunnen nu de sluis in. Dat verloopt allemaal vlot. Buiten de sluis leggen we aan tussen een paar skutsjes. Hoewel het een hele begankenis is, lukt het om in ongeveer een uur de mast te strijken. Daarna eten we rijst met goulash en besluiten we om maar gelijk in Staveren te overnachten. Omdat de brug bij Warns pas om 07.00 uur open gaat, zullen we om 06.30 opstaan.
We bellen nog even naar huis en bereiken vervolgens in de stromende regen de boot weer. Dat belooft wat voor morgen!

Donderdag, 22 juli 1999
Van: Staveren
Naar: Groningen

Inderdaad: het waait fors en als we na twee uur varen op het Heegermeer zijn, begint het ook nog te regenen. Dat houdt helaas tot Groningen ook niet meer op!
De motor houdt zich (als hij eenmaal draait) prima en we schieten lekker op. Totdat we op de hoogte van Grouw achter een beroepsvaarder vast komen te zitten. Het schip vaart net iets langzamer dan wij en als we proberen hem te passeren, blijven we in zijn zuiging hangen. Het weer is naargeestig. Regen en koude wind. Ondanks de regenpakken is alles klam. Een kop kerriesoep doet echter wonderen. Achter onze opgedrongen metgezel varen we via Stroobos en Gaarkeuken naar Groningen. De Paddepoelbrug wordt nog even voor ons open gehouden. We leggen aan bij de openbare schippersaanlegplaats en bellen daarna naar huis. We besluiten morgen pas om half tien te vertrekken en dan diesel te tanken bij de tankboot even verderop.
's Avonds eten we voor nog geen 20 gulden de man in de "Eterie", een JWG project in een voormalig kerkgebouw aan de Korreweg. Heel lekker: gebakken aardappelen, sambalbonen en pilav, met maissoep vooraf en ijs toe. Het geheel overgoten met frisdrank. Voor herhaling vatbaar! Ze zijn open tussen 17.00 en 20.00 uur.

Vrijdag, 23 juli 1999
Van: Groningen
Naar: Doerpen

Om half negen staan we op. We ontbijten een beetje los-vast en tanken daarna 23 liter diesel a 1,57 per liter (sic!). Vervolgens varen we (voorzichtig onder de Korreweg-brug) naar de Oostersluis. Na 5 minuten op en neer houden mogen we erdoor. Daarna kunnen we afslaan naar Delfzijl.
Bij het oproepen van de verkeerspost om de Borgbrug te laten openen, meldt de brugwachter dat onze zender niet goed zou functioneren. Hij kan ons nauwelijks horen, zegt hij. Bij een later contact met Post Appingedam hoor ik geen klachten meer. Probleem over?
We proberen de stuurautomaat uit, maar zijn er niet onverdeeld gelukkig mee. Nu en dan raakt het ding helemaal de kluts kwijt en moet er ingegrepen worden. Komt dat misschien omdat de mast nu omlaag is en het magnetische veld anders is?
Bij Delfzijl arriveren we omstreeks 12.30. We varen na de zeesluis onmiddellijk stuurboord uit om maar in een keer door de Eems op te varen. Ik zet de motor op een wat lager toerental om oververhitting te voorkomen. Bij gelegenheid zal ik de impeller nog maar eens controleren. Misschien dat daar de oorzaak van het probleem met het aanzuigen van koelwater ligt? Bij montage na de winterstop echter heb ik geen bijzonderheden kunnen ontdekken.
Elk uur draaien we wat vet bij de schroefas, en intussen varen we tegen het staartje van de eb in de Eems op.
Omstreeks 14.30 zijn we ter hoogte van de haven van Emden. Jacco probeert de mobiele telefoon en meldt dat deze inmiddels het netwerk E+ heeft ontdekt. We proberen het uit en krijgen inderdaad contact met Nederland. Reynold zal Annet melden dat we gebeld hebben.
Omstreeks 18.30 zijn we Papenburg voorbij en belt Annet zelf. Dat werkt dus ook.
Om half acht arriveren we bij de sluis van Herbrum. Geen opstoppingen deze keer (zoals in 1998!). Achter een binnenvaartschip kunnen we achtereenvolgens door de sluizen van Herbrum, Bollingerfaehr en Doerpen.
Daar zijn we om 21.45 uur. We leggen aan in het kleine jachthaventje, drinken en praten nog wat en gaan dan naar bed. Om 5.30 weer opstaan!

Zaterdag, 24 juli 1999
Van: Doerpen
Naar: Bremerhaven

Om half zes sta ik op, maak de boot los en start de motor. Tien minuten later varen we op het Kuestenkanal. Als het meezit zijn we om 12.00 in Oldenburg, net tegen de tijd, dat het daar hoogwater is. We kunnen dan met de inzettende eb de rivier af naar de Weser en zo naar Bremerhaven.
Na een half uurtje komt Jacco in de kuip en vraagt of ik koffie wil. Daar heb ik wel zin in: het is nog vroeg en het is een zouteloos eind varen. Om beurten sturen we, tot tegen 09.30 ook Aline wakker wordt. We hebben haar maar laten slapen, omdat ze per slot van rekening vakantie heeft!
Tegen 12.00 zijn we inderdaad bij de sluis in Oldenburg. Het duurt niet lang voor we geschut kunnen worden. We zakken het hele eind naar het niveau van het getijdewater. Hoewel de hefbrug in Oldenburg niet echt hoog is, kunnen we er toch net onderdoor. Datzelfde geldt voor de spoorbrug bij het verlaten van Oldenburg.
Daarna varen we de Hunte af in de richting van Elsfleth.
Nadat we de (vrijwel) altijd openstaande hefbrug aldaar zijn gepasseerd, kunnen we bakboord uit de Weser af. Het is een schitterende tocht. De Weser wordt redelijk druk bevaren en het uitzicht is prachtig. Met de steeds sterker wordende ebstroom spoelen we de rivier af. Omstreeks 15.00 zijn we in Bremerhaven. Daar leggen we aan voorbij de eerste brug aan een drijvende steiger. We bellen naar huis om te melden waar we liggen. Annet en Joyce zullen morgen met de auto hierheen komen om aan boord te stappen, terwijl Aline en Jacco met de auto weer terug naar Nederland zullen rijden. Jacco en ik bezoeken nog een Internet-cafe, alwaar we even onze mailboxen controleren en lezen.
We halen patat en gyros-broodjes bij een patatboer in de buurt en eten veel en vet. Wat fris, bier en port erbij en de maaltijd is compleet.

Zondag, 25 juli 1999
Van: Bremerhaven
Naar: Otterndorf

Om 10.30 komen Annet en Joyce aanrijden. Ze zijn om 06.00 uur uit Nederland vertrokken, op een moment dus dat wij nog ruimschoots lagen te slapen! Ik ga met de auto even een pomp opzoeken en laat de tank vol diesel gooien. Tevens vul ik de twee cans die we als reserve voor de scheepsmotor hebben meegenomen.
Om 11.30 rijden Aline en Jacco weg en een uur later vertrekken wij ook. We varen eerst de zeer kronkelende Geeste op in de richting van de kleine hefsluis. Deze wordt elk uur bediend, zodat we daar precies op tijd aankomen. Al snel varen we de Geeste verder  op door een schitterend natuurgebied. We zien onderweg allerlei waterdieren: waterratten, jonge eendjes, enzovoorts. Het is heerlijk weer.
Om 16.30 zijn we in Bederkesa. We zouden daar natuurlijk kunnen overnachten, maar het is nog zo licht, dat we besluiten maar in een keer door te varen naar Otterndorf. Met een beetje mazzel zouden we dan morgen vrij vroeg door de sluis kunnen.
Zodoende komen we om 19.30 in Otterndorf aan. We leggen aan voor de sluis en komen tot de ontdekking dat de mobiele telefoon hier niet werkt. Zeker geen steunzender in de buurt. Beetje een uithoek kennelijk. Joyce vindt dat niet leuk, want Patrick zou om 20.00 uur bellen. Gelukkig vinden we een telefooncel in de buurt. Het blijkt dat je hier ook gewoon met een Nederlandse telefoonkaart kunt bellen. Als we terug komen bij de boot, zijn we zo moe, dat we vrijwel direct naar bed gaan.

Maandag, 26 juli 1999
Van: Otterndorf
Naar: Dueckerswisch

Om 07.30 worden Annet en ik wakker. Joyce slaapt nog rustig verder. We ontbijten eerst en om 08.10 begint de sluismeester de sluis open te doen. Als laatsten varen we de sluis in. Als we in de sluis liggen, komt Joyce aan dek. Ze is wakker geworden van het lawaai. Of we niet een beetje zachter kunnen doen! Om ongeveer 09.00 uur varen we de sluis uit en de haven van Otterndorf in. We leggen de boot aan de drijvende steiger in het midden van de haven en beginnen met de voorbereidingen om de mast te zetten. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde. Als de mast eindelijk staat, blijkt het grootzeilsval niet goed te zitten. Met een hulpeindje lukt het gelukkig de zaak te corrigeren. Daarna moet de kraanlijn nog veranderd worden. Als ook dat eindelijk gelukt is, blijkt de rolfok niet goed te functioneren. Kennelijk vanwege de fout die ik maakte met de reeflijn in het Krabbersgat! Het zeil moet gestreken, de trommel met de hand gedraaid, en daarna kan het zeil weer bijgezet worden. Het duurt allemaal wel heel erg lang deze keer!
Om 11.30 kunnen we dan eindelijk de haven verlaten.
Op de Elbe loopt dan al een forse vloedstroom omhoog, zodat we met een snelheid van (soms) 10 knopen de rivier op spoelen! Omstreeks 13.00 liggen we dan ook al in de sluis van Brunsbuettel. De overtocht is ondanks de hoge snelheid heel rustig verlopen. Geen hoge golven, geen harde wind.
Helaas doet de mobiele telefoon ook in Brunsbuettel helemaal niets. We gaan derhalve eerst maar even boodschappen doen bij de Aldi. Ook gaan we even bij een opticien langs om Annette's bril te laten repareren: een van de glazen dreigde onlangs nog overboord te vallen! Bij het Postamt kopen we postzegels en telefoonkaarten (waarschijnlijk zullen we de Duitse kaarten ook wel in Nederlandse cellen kunnen gebruiken!).
Vervolgens verlaten we de haven van Brunsbuettel en laden we diesel en drinkwater bij een laadstation even verderop.
Omstreeks 16.00 varen we verder het N.O.K. op. De stuurautomaat bewijst nu goede diensten. Ik hoef nu niet voor elk wissewasje de hulp van een van de andere opvarenden in te roepen.
Tegen 17.30 leggen we aan tussen de palen in Dueckerswisch. We eten aardappelen, bloemkool en hamburgers. Morgen gaan we (is de bedoeling) naar Kiel.
Om 19.30 belt Wim. Ze liggen nu in Soenderborg in Denemarken, waarheen wij ook onderweg zijn. Ook Patrick belt (al eerder om 18.00 uur) en zelf plegen we nog even een telefoontje naar huis. Het apparaat werkt hier dus kennelijk weer wel!

Dinsdag, 27 juli 1999
Van: Dueckerswisch
Naar: Kiel-Holtenau

Om 8 uur staan we op, nemen ons ontbijt en gooien daarna de landvasten los. De motor koelt weer niet voldoende en bijna staan we op het punt om naar onze ligplaats terug te gaan, maar net op dat moment worden we op het N.O.K. ingehaald door het hele Stanavforlant eskader: grote marineschepen van allerlei NAVO landen, waaronder ook Nederland. Derhalve al varend maar weer het motorluik geopend en water bij de wierpot toegevoegd. Dat blijkt te helpen: het koelwater wordt weer normaal aangezogen. Vlak voor vertrek heb ik de impeller nog even losgehaald en gecontroleerd. Er bleek niets mis mee, maar misschien heeft dat een luchtbel in het systeem veroorzaakt?
Intussen worden we ingehaald door het Nederlandse fregat "Philips van Almonde". De bemanning zwaait enthousiast.
Om 16.00 uur liggen we voor de sluis in Kiel en om 17.00 liggen we voor de kant in de haven van Holtenau. Thiessen verkoopt volgens Herr Thiessen zelf nog steeds belasting-vrij aan passerende schepen, zodat wij enkele flessen drank (voor ons) en (voor Joyce) een paar sloffen sigaretten ophalen.
We eten macaroni, eenvoudig doch lekker klaargemaakt en als dessert hebben we vanillevla.
Ik haal sleutels voor de douche en Joyce en Annet maken daar onmiddellijk gebruik van en wassen hun haar. Het was vanmorgen bewolkt met een N.O. wind kracht 3, en 's middags was het warm: ongeveer 22 graden Celsius!

Woensdag, 28 juli 1999
Van: Holtenau
Naar: Soenderborg

Om 09.00 uur vertrekken we. Annet en ik zijn om 07.30 al opgestaan, wakker gemaakt door de havenmeester. De overtocht verloopt uitstekend. De stuurautomaat werkt perfect. Er hoeft in het geheel niet met de hand gestuurd te worden. Omstreeks 15.30 komen we aan in Soenderborg. En om 16.00 lopen we in het stadje. Aldaar hebben we postzegels en telefoonkaarten gekocht. De Duitse kaarten werken hier immers niet. In een grote supermarkt kopen we Deense kaas en een groot pak noga-ijs. Alles is schrikbarend duur. Ik begrijp niet, dat die Denen zo star buiten de EU willen blijven.
Op het eind van de middag gaan Annet en ik op een bankje zitten in de schaduw van het slot Soenderborg. De zwaluwen zwieren tsjilpend rond, in grote kringen om het slot heen vliegend.
's Avonds eten we kipschnitzels, Franse bonen en aardappelen. Dessert: vanillevla met banaan.
Na het eten belt Joyce (nogal lang) met Patrick. Die viert zijn verjaardag vandaag!
Daarna maken we in de schemer nog een wandeling langs de kade. We zitten tot 22.30 in de kuip en gaan daarna naar bed.
Het liggeld is hier overigens zo'n 30 gulden! Achteraf gezien de duurste ligplaats in heel Denemarken. En je hebt er eigenlijk niets voor, dan alleen een plek (in een rij) voor de kant.

Donderdag, 29 juli 1999
Van: Soenderborg
Naar: Dyvig

Na redelijk lang uitslapen, althans voor ons doen (tot 09.00 uur) gaan we eten en boodschappen doen. We zoeken een watersportzaak, maar vinden die niet. Voor Joyce kopen we drie telefoonkaarten van 30 Deense kronen elk.
Als we om 5 voor 11 weer bij de boot zijn, gaat net de Kong Christianbrug open. Haastig gooien we de boot los en varen snel naar de brug. We hebben mazzel: we kunnen er nog net door. De eerste paar kilometer varen we op de motor. Dan gaan we over op de zeilen. Er staat maar weinig wind: kracht 3 of minder. Ter hoogte van de veerboot halen we de zeilen  weer neer en motoren daarna naar de ankerplaats. Omstreeks 15.00 uur liggen we ten anker.
Annet en ik ondernemen een verlate siesta en daarna gaan Annet en Joyce zwemmen rond de boot. Ik doe even later hetzelfde. Het water is heerlijk koel. Daarna zet ik de buitenboordmotor op de rubberboot en ga nog even een klein stukje rondvaren.
Na het avondeten (bloemkool met Deense kaas, aardappelen en gehaktballen) varen Annet en ik naar de wal voor een kleine wandeling. Het is erg rustig overal. De Deense vakantiegangers zijn meestal bezig met hun favoriete activiteit: barbecuen! Op een grasveldje, dat uitkijkt over de ankerplaats zien we om de tien meter een openbare barbecue-plaats!
Als het donker is wordt de olielamp aangestoken en opgehangen aan de giek als rondschijnend ankerlicht. We bellen nog even met Wim H. Zij liggen nu in Haderslev. Wij overwegen om morgen naar Aabenraa te gaan.
Om 23.00 gaan we naar bed.

Vrijdag, 30 juli 1999
Van: Dyvig
Naar: Aabenraa

Ik slaap nogal onrustig. Dat heb ik altijd als we voor anker liggen. Verschillende keren controleer ik of we nog wel op dezelfde plaats liggen, hoewel dat eigenlijk onzin is, want er staat vrijwel geen wind! Vandaar dat ik om 07.30 al in de kuip zit.
Om 10.00 uur (na een uitgebreid ontbijt) gaan we ankerop. De buitenboord motor zit (als we wegvaren) nog op de bijboot. Dat blijkt geen goed idee. Het sleepgedrag van de bijboot wordt daar behoorlijk negatief door beinvloed. Vandaar dat we het schip even stil leggen en ik de buitenboordmotor weer op de achterpreekstoel vastmaak.
Het is even goed opletten om de ankerplaats weer veilig te verlaten. De vaargeul naar Dyvig is behoorlijk smal. Als we eenmaal in de Aabenraa fjord zijn blijkt er genoeg wind om te zeilen, hoewel het niet hard gaat: 3 knopen.
Maar we hebben tijd zat en de afstand is niet groot.
Om 13.00 uur liggen we in de haven van Aabenraa in een box en eten we wat. Daarna wandelen we naar het centrum van het stadje en halen we wat boodschappen.
Als we weer bij de boot zijn, is het tijd om het havengeld te betalen: ongeveer 27 gulden, behoorlijk aan de prijs dus. Maar alles is hier duur: een Magnum ijsje kost N.B. 6 gulden, en een liter diesel omgerekend 2 gulden. Die Denen moeten wel behoorlijk veel verdienen als ze dat allemaal zomaar betalen kunnen!
Vervolgens luieren en slapen we wat. En daarna proberen we met de bijboot naar het strandje net buiten de haven te varen. Dat blijkt niet zo'n succes. Vandaar dat Annet en Joyce te voet naar het strandje lopen en ik wat ga speedboot-varen met de bijboot.
De gasfles blijkt nu leeg te zijn. Hij wordt dus gewisseld met het volle exemplaar dat we bij ons hebben. Daarmee zouden we de rest van de vakantie wel toe moeten kunnen.
We eten tortellini met salami, bloemkool en saus met tomaat en komkommer. Als dessert weer vanillevla met banaan.
Reynold belt op om te vragen waar hij de zeeppoeder voor de wasmachine kan vinden. De toets bij de politie is wel goed gegaan volgens hem. Over twee weken heeft hij de uitslag.
Patrick belt en Joyce belt even later terug vanuit een telefooncel.
's Avonds besluiten we om morgen naar Haderslev te gaan. Joyce en ik varen nog wat met de bijboot.
Daarna gaat iedereen naar bed.

Zaterdag, 31 juli 1999
Van: Aabenraa
Naar: Falsled

We staan om 08.30 op. Samen met Annet ga ik bij de pomp diesel halen voor de boot. Ook kopen we daar broodjes. Die kun je bij het tankstation vers krijgen!
Om 09.45 vertrekken we richting Falsled. We hebben per telefoon vernomen, dat Wim H. daar is met een kennis. Vanaf Haderslev zijn ze daarheen gevaren. Vandaar de verandering van onze plannen.
Het eerste stuk (de fjord uit) varen we op de motor. Daarna zeilen we boven het eiland Als langs tot we aan de andere kant van de Kleine Belt zijn. Daarna moeten we stuurboord uit pal tegen de wind in. We strijken dus de zeilen en zetten de motor aan. Wederom levert dat problemen op. De waterkoeling is weer niet in orde. De aanzuiging laat te wensen over. Het motorluik moet weer open en de wierpot eveneens. Na enig gerommel werkt het allemaal weer. Maar er zal toch eens een definitieve oplossing gevonden moeten worden!
Bij Falsled aangekomen zien we Wim H. al staan zwaaien. Op hun boot drinken we koffie en een borrel.
's Avonds eten we gebakken aardappelen, Mexicaanse groente en varkenslapjes. Yoghurt met vruchten als dessert.
Na het eten gaan Annet en Joyce zwemmen. Annet gaat daarna douchen in het havengebouwtje, terwijl Joyce zich afspoelt onder de douchezak aan boord.
Om 21.00 komen Wim en Marijke met hun vrienden voor een borrel en wat uitleg over de GPS, de computer en de stuurautomaat. De geautomatiseerde navigatie oogst veel bewondering! Het is heel gezellig.
Om 23.15 gaan we naar bed.

Zondag, 1 augustus 1999
Van: Falsled
Naar: Falsled

Vandaag blijven we in Falsled liggen. Wim en Marijke en hun kennissen vertrekken om 10.00 uur. Annet gaat daarna wassen en ik pleeg een reparatie aan de motor. De waterpomp lekt water en er moet een oliekering worden vervangen. Bij het (als test) starten van de motor ontstaan weer koelwaterproblemen. Pas als ik het aftapkraantje op de motor even openzet, werkt alles naar behoren. Zit er soms een luchtbel in het koelsysteem?
Ook de marifoon blijkt niet naar behoren te werken. Met Wim had ik afgesproken dat ik hem even na vertrek uit de haven zou oproepen en dat hij de ontvangst zou melden. Hij vertelt me bijna niet te horen en alleen aan het gekraak te vernemen dat ik pogingen doe hem op te roepen. De ontvangst is dus prima, maar het zenden werkt niet! Balen.
We houden een flinke siesta en gaan daarna zwemmen.
's Avonds eten we rijst met goulash.
Morgen gaan we naar Lyoe of Faaborg.

Maandag, 2 augustus 1999
Van: Falsled
Naar: Faaborg

Vanmorgen staan we om 08.00 uur op. Ik maak het motorluik open en verwijder een loze kraan, die alleen maar lekkage veroorzaakt. Vervolgens probeer ik een langere rubberslang te pakken te krijgen om de koelwaterproblemen op te lossen. Dat lukt dus helaas niet erg.
Daarna ontbijten Annet en ik.
Joyce wordt pas om half 10 wakker. Om 10 uur vertrekken we naar Faaborg. Er waait een zuidwesten wind kracht 4. Tot voorbij de landpunt van Fuenen varen we op de zeilen. Daarna moeten we bakboord uit de Lyoe Krog in. Dat betekent vrijwel recht tegen de wind in opkruisen. Daar hebben we geen zin in. Dan maar weer op de motor.
Om ruim 13.00 uur zijn we in de handels- en visserijhaven van Faaborg. We moeten even zoeken, maar komen dan terecht in een grote, lange box aan de binnenkant van de havendam. We bevestigen de achterlandvasten kruiselings om een beetje recht in de box te blijven liggen. Daarna lopen we het stadje in en eten een pulserbroodje.
Later op de middag spreken we twee Denen. Dat komt niet zo vaak voor. De Denen zijn over het algemeen nogal gereserveerd en gesloten. De ene is de dominee van Faaborg en hij vertelt ons van alles over het stadje. Ook horen we van hem dat oud-kanselier Kohl regelmatig dineerde in het restaurant vlak bij de haven van Falsled. Hij liet zich dan met een helicopter afzetten op het plaatselijke voetbalveldje.
Even verderop aan de havendam ligt een zeetjalk met de illustere naam "Neerlandia". Bij navraag blijkt het ding in 1909 in Veendam te zijn gebouwd! De huidige eigenaar, een architect, woont sinds 5 jaar op de boot.
We nodigen de Denen aan boord, maar de dominee durft de stap vanaf de kade niet goed te maken. Hij is nog bezig van een blessure te herstellen en neemt dus afscheid. De andere Deen loopt eerst verder, maar komt even later (als de dominee weg is!) aan de voorsteven tikken om te zeggen dat hij toch wel graag even aan boord wil komen kijken. Hij krijgt (uiteraard!) een pilsje.
We eten 's avonds goulash soep met brood en hebben als dessert Uehmer met meloen. Samen met Annet loop ik nog even de stad in om te kijken waar je eigenlijk smoerrebroed kunt krijgen.
Voor de zoveelste dag was het ook nu weer fantastisch mooi weer. Veel zon, eerst weinig, later wat meer wind ... We zitten nu al dagen in een hogedrukgebied!

Dinsdag, 3 augustus 1999
Van: Faaborg
Naar: Faaborg

Joyce ligt nog te slapen als Annet en ik tegen 09.00 uur van boord gaan om boodschappen te doen. Halverwege zien we dat we bij het locale VVV fietsen kunnen huren. We besluiten dat te doen, maar kunnen ze helaas pas voor morgen krijgen. Dan blijven we dus maar een dag langer liggen. Faaborg is zeker de moeite van het bekijken waard! Mogelijk kunnen we dan ook iets doen aan het verhelpen van de motorische en electronische storingen. Als we weer terug zijn aan boord ontbijten we zeer uitgebreid. Voor de waterkoeling heb ik in een watersport zaak slangen en slangbeugels gekocht. Helaas kon ik niet precies krijgen wat ik wilde, maar misschien wil het met de wel verkrijgbare middelen ook. Met de marifoon ben ik naar een reparateur geweest op een paar kilometer lopen van de haven. Helaas was de man die er echt verstand van heeft, niet aanwezig. Tussen de middag nog maar eens proberen.
Na de siesta ga ik weer naar de electrozaak. De man meet de marifoon door en volgens hem is er niets mee aan de hand. Het ding zou gewoon moeten werken. Ik neem het apparaat dus weer mee naar de boot.
Daarna gaan we met zijn allen naar het Faaborg Museum. Dat is opgericht door een voormalig inwoner van Faaborg, die zijn fortuin in de tomaten had verdiend, en derhalve (alsmede vanwege zijn dikke, rode hoofd!) 'mister Tomato' werd genoemd. Er hangen schitterende schilderijen en er zijn ook bijzondere beeldhouwwerken te bewonderen. O.a. het uit de dertiger jaren stammende beeld van een naakte man, die liggend melk drinkt uit de speen van een naast hem staande koe. Het beeld heeft indertijd heel wat opschudding verwekt. Men vond het nogal tamelijk schandalig, en inderdaad ziet het geheel er nogal wulps uit. Inmiddels is het beeld eigenlijk min of meer het handelsmerk van Faaborg geworden. Na het bezoek aan het museum klimmen we gezamenlijk in de beltoren van een nabij gelegen kerkje (107 treden!) waar we om 16.00 van zeer nabij de klok en het carillon horen. Dat maakt vanaf die afstand echt een heidens kabaal!
Teruggekomen bij de boot probeer ik met onze tijdelijke buurman in de haven (een Duitser, die nogal verstand van electronica lijkt te hebben) uit te vinden wat er met de marifoon mis is. Weliswaar ontdekken we een kapotte zekering in een voedingslijntje, maar vervanging daarvan leidt niet tot het gewenste resultaat. De marifoon van de buurman doet het (aangesloten op onze voeding en antenne) zonder problemen, dus de moeilijkheden moeten echt in onze marifoon zitten. Ik besluit morgen maar weer met het apparaat terug te gaan. We zullen dan de beschikking hebben over de huurfietsen, zodat de afstand ook niet meer zo'n probleem is.
Bij wijze van dank laat ik aan de buurman ons geautomatiseerde navigatie-systeem zien: laptop, Fugawi, GPS, ingescande kaarten, stuurautomaat en de manier waarop je koersen uitzet op de computer, waypoints invoert en de hele zaak upload naar de GPS. Hij is erg onder de indruk. Had er wel over gelezen en gehoord, maar het nog nooit in de praktijk zien werken. Hij is verbaasd dat het allemaal naar verhouding zo simpel geregeld kan worden.
We eten schipperskost: een eenpansgerecht met aardappelen, sperciebonen, rookworst, tomaten, enzovoorts ... Na het eten weet Joyce weer onder de afwas uit te komen doordat Patrick belt.

Woensdag, 4 augustus 1999
Van: Faaborg
Naar: Faaborg

Omstreeks 08.30 zijn we wakker en om negen uur halen we de huurfietsen op. Daarna ga ik eerst met de marifoon naar de electrotechnicus. Ik meld hem dat het ding nog steeds niet werkt en de man veronderstelt dat de oorzaak in het spreekgedeelte moet zitten. Ik voorzie al dat het apparaat moet worden opgestuurd naar de importeur en dat de reparatie een wachttijd van 10 maanden zal vergen, maar de man zegt dat hij zelf wel kans ziet het mankement te verhelpen voor vanmiddag 5 uur! Dat is een buitenkansje! Ik beloof voor 5 uur weer terug te zijn.
Met ons drieen gaan we daarna fietsen in de omgeving. Eerst rijden we van Faaborg naar Horne waar een (nogal bijzondere) ronde witte kerk staat uit 1472. Het blijkt nog niet zo eenvoudig te zijn om daar even heen te rijden. De weg klimt nu en dan heel behoorlijk en het is maar goed dat de huurfietsen van versnelling zijn voorzien. Dat heb je hier heel beslist nodig! Omstreeks 10.30 arriveren we ter plaatse, maar pas om 11 uur zijn Annet en Joyce weer voldoende bij adem om de kerk te gaan bekijken. Er hangen een paar heel mooie scheepsmodellen. Om 11.30 uur fietsen we verder. We proberen vanaf Horne naar Tostebjerg te gaan in de hoop dat we vandaar gemakkelijk naar het strand zullen kunnen rijden. Dat blijkt een vergissing. De enige weg vanaf Tostebjerg voert ons weer terug naar Horne, zodat we daar om 12 uur weer terug zijn.  Nu gaan we in arrenmoede maar via de oude weg terug richting Faaborg. Op een bepaald moment echter kunnen we dan rechtdoor naar een camping die aan zee ligt. Hier blijkt een beschaduwd strandje te zijn, waar we wat eten en drinken en daarna even op het strand liggen.
Omstreeks 13.30 uur fietsen we via Dyreborg weer terug naar Faaborg. Om 15.00 uur komen we weer bij de boot. We hangen een uurtje rond en daarna ga ik met Annet de marifoon weer ophalen. De man zegt het ding gerepareerd te hebben en vraagt daar maar 100 Deense kronen voor! Op de boot monteren we het ding en hij blijkt het inderdaad te doen.
Tegen 18.00 uur brengen we de huurfietsen terug naar het Toeristenbureau.
's Avonds monteer ik nog de nieuwe aanvoerslang voor de waterkoeling, in de hoop dat de koelproblemen nu eindelijk eens over zullen zijn. IJdele hoop, naar zal blijken!

Donderdag, 5 augustus 1999
Van: Faaborg
Naar: Faaborg

Joyve is al om half acht wakker en gaat eerst naar buiten in de kuip om te roken en te hoesten. We ontbijten samen en varen dan om 09.05 de haven van Faaborg uit, in de richting van Aero. Na drie kwartier motoren horen we opeens weer het gevreesde knallende geluid. Een blik overboord toont dat er inderdaad te weinig koelwater opbrengst is en een blik onder het motorluik leert dat de nieuwe slang lekt bij de aansluiting op de wierpot. De motor wordt stilgezet en in 'volle zee' worden een paar reparaties verricht. De nieuwe slang wordt verwijderd en de oude weer aangebracht. Daarna starten en draaien en nu gaat het beter.
Toch besluiten we terug te gaan naar Faaborg. We verwachten daar meer kans te hebben een monteur te pakken te kunnen krijgen dan in Aeroskobing.
Helaas blijkt dat (als we in de haven in een andere box weer voor de wal liggen) een vergissing. Iedereen heeft het veels te druk met alreeds aangenomen klussen en over twee weken zijn we de eerste! Daar kunnen en willen we uiteraard niet op wachten. Gelukkig kan ik bij een welwillende dieselmonteur wel volop adviezen krijgen. Ik probeer hem dus mondeling onze problemen uit te leggen, waarop hij mij zo duidelijk mogelijk van advies voorziet, waarna ik de zaak net zo probeer te monteren als de monteur mij heeft aangegeven. Duidelijk is in elk geval, dat het koelsysteem in elk geval geheel luchtdicht moet zijn afgesloten. Adviezen als: prik maar een gaatje in het deksel van de wierpot zijn in elk geval onjuist. Bij proefdraaien lijkt de zaak weer goed te werken.
Intussen halen Joyce en Annet smoerrebroed. Dat blijkt erg lekker te zijn. Eigenlijk is het niets anders dan een half sneetje bruin brood met boter, rosbief, fricandeau of dergelijke voorzien van verschillende sausjes. kappertjes, tuinkers, reepjes paprika, gebakken uitjes en een druif. Kun je feitelijk heel makkelijk zelf maken. De smaak is voortreffelijk!
Om 14.00 probeert Annet een was te draaien, wat pas lukt om 16.00 uur, vanwege de lange rij wachtenden voor haar. Maar om 19.30 is alles toch weer droog gewaaid. Dan begint het te motregenen voor het eerst in twee weken. We weten de was nog op tijd binnen te krijgen.
Om 21.00 uur maken we met een heel stel toeristen onder leiding van een (in ouderwetse kledij gestoken) stadswacht een rondwandeling door donker wordend Faaborg. Het is heel grappig om mee te maken. Weliswaar is ons Deens niet geweldig, maar in grote lijnen kunnen we redelijk volgen waar het over gaat. Om de zoveel tijd zingt de man een liedje in de stijl van "de klok heit tien, tien heit de klok" ...
Bij terugkomst op de haven is het havenfeest net begonnen. Een lawaaiband staat op een dekschuit voorzien van enorme geluidsboxen gigantisch veel herrie te maken. We weten niet hoe snel we weer aan boord moeten komen. De autochtonen schijnen het echter fantastisch te vinden. Dat komt misschien door de enorme hoeveelheden bier die erbij genuttigd worden.
Als we om 23.30 net een half uur in bed liggen, worden we wakker door een geweldig geknal. Het blijkt dat het havenfeest wordt afgesloten met een daverend vuurwerk. Het is al snel duidelijk, dat de Denen niet in siervuurwerk geloven. Knallen willen ze hebben. En die krijgen ze! Het geraas is niet van de lucht. Na een dik kwartier herrie wordt de zaak afgerond met drie oorverdovende klappen. De stalen romp van onze boot trilt ervan. Maar het is ons weer vergund om te slapen.

Vrijdag, 6 augustus 1999
Van: Faaborg
Naar: Aeroskobing

Om 08.30 staan we op en luisteren we naar de Seewetterberichte. De wind blijkt in de voorspellingen iets te draaien. Dat zal echter pas 's middags gaan gebeuren. 's Morgens is de wind nog variabel. Samen met Annet haal ik boodschappen: brood, bier en salami. En na het ontbijt vertrekken we. Het is dan ongeveer 10.00 uur. In het begin is iedereen nog een beetje angstig en om de vijf minuten wordt er buitenboord gekeken of er nog een behoorlijke straal uit de koelwateroverloop komt. Maar alles lijkt in orde te zijn en het geluid van de motor blijft normaal.
Om 13.00 uur komen we in Aeroskobing aan. We houden een lange siesta (van bijna 2 uren!) en gaan daarna het stadje bekijken. Het is niet helemaal wat we ervan verwacht hadden. Er zijn bijvoorbeeld bijna geen winkels en verder ziet alles er een beetje verlaten en troosteloos uit. Aan de andere kant: het is ook wel behoorlijk heet in de zon. De temperatuur nodigt ook niet echt uit tot levendige straattonelen.
Wat wel erg aardig is, is 'Flaske Peter', een museum waar het werk van Peter Jacobsen te zien is. De man was helemaal idolaat van scheepjes in flessen. En hij heeft er duizenden van gemaakt. Volgens de verhalen bevatten die flessen alcoholische dranken, die 'Flaske Peter' hoogstpersoonlijk voor het goede doel genuttigd heeft.  Ondanks dat kan hij nooit erg lang onder invloed zijn geweest, want het monteren van de scheepjes moet een griezelig priegelwerk zijn geweest!
Joyce koopt wat postkaarten van de omgeving.
We eten tortellini met komkommer en tomaat, met vruchtyoghurt als dessert.
Na het eten gaan Annet en ik nog een stuk wandelen over het eiland. Bij terugkomst aan boord merk ik, dat de bijboot steeds sneller begint leeg te lopen. Een lek? Kan bijna niet: het ding is amper 1 jaar oud! Toch besluiten we de bijboot maar leeg te laten lopen en op te bergen.

Zaterdag, 7 augustus 1999
Van: Aeroskobing
Naar: Soeby

Na het horen van de Seewetterberichte, waarin wordt aangegeven dat ons in de komende tijd toch wel wat meer wind te wachten staat, besluiten we naar Soeby te gaan, een plaatsje dat iets verder naar het westen ligt op Aero. De wind is oost, kracht 3 of minder. Na ruim een uur varen zijn we er. De haven is bijna leeg en we hebben dus keuze genoeg wat de ligplaats betreft. Als we de haven een beetje verkennen, zien we een locale Spar, waar we Ymer kopen. Anders hebben we zondagmorgen niets bij het ontbijt. Maar we kopen nog meer: nectarines (nog niet helemaal rijp), diepvriesgarnalen, een blikje 'viskebollen', rosbeef en andere vleeswaren, die je bij smoerrebroed kunt gebruiken. We besluiten om die boterhammen zelf maar eens in elkaar te zetten.
Terug aan boord maken we een sausje van mayonaise, ymer, ketchup en kleingesneden augurk. Daarna beleggen we halve bruine boterhammen met vleeswaren en de saus, met daaroverheen stukjes olijf. Het is erg lekker. Ook de 'viskebollen' zijn met de saus heel goed te eten.
We houden een uitgebreide rust- en slaappauze. Dan gaan we omstreeks 15.00 uur zwemmen op een vlakbij de haven gelegen strandje. Het water is wel wat koud, maar overigens glashelder. Joyce en Annet maken de boot schoon en ik neem een douche in het havengebouw. Vervolgens maak ik het avondeten klaar: salade van tuin- en kidney-bonen met salami, ui en augurk. Het smaakt prima.
's Avonds maken we nog een dorpswandeling. Morgen willen we om 10.00 uur naar de kerk in Soeby.

Zondag, 8 augustus 1999
Van: Soeby
Naar: Mommark

Na een onrustige nacht (regen, windkracht 6, klapperende vallen, krakende landvasten) zijn we omstreeks 08.00 uur wakker. We luisteren naar de weerberichten, die voor 'Belte und Sund' oost-5 melden met golven van 1,5 meter hoogte! Toch is het bij ons op dit moment heel rustig: windkracht 2 a 3 uit het zuidwesten.
We gaan eerst naar de kerk. Het is een officiele Lutherse dienst (Hoejemesse) met een vrouwelijke ouderling en een vrouwelijke dominee. Mevrouw de dominee draagt een gesteven kanten kraag, die qua model uit de 17e eeuw moet stammen. Achter het altaar verkleedt ze zich. Bij de preek draagt ze een zwarte, en bij de viering een rode toga. Van de lezingen en de preek krijgen we niet veel mee. Wel merken we dat er bij alle lezingen (Oude Testament, brieven en evangelie) door de gemeente wordt gestaan. Van de preek hoor ik alleen in de inleiding de naam van Vincent van Gogh en diens broer Theo. Zal wel een voorbeeldje zijn in de stijl van Nico ter Linde of zo. Later reconstrueren we dat de preek gegaan moet zijn over de bruiloftsgasten, die wel uitgenodigd waren, maar het lieten afweten omdat ze zogenaamd belangrijker dingen te doen hadden.
De Avondmaalsviering vindt voor het altaar plaats aan een halfronde knielbank. Ongeveer 10 deelnemers ontvangen brood en wijn. Er zijn ruwgeschat zo'n 30 kerkgangers.
De liederen kunnen we redelijk meezingen. Dankzij het Liedboek zijn de meeste wijzen ons wel bekend. En de woorden uit het Deense gezangenboek zijn soms verrassend herkenbaar. Zo zal 'met raod og daod' ongetwijfeld 'met raad en daad' betekenen. Op die manier lijkt 'Asterix en de Noormannen' een heel bruikbare taalgids voor het Deens: verander elke 'a' in 'ao' en elke 'o' in 'oe' en je bent er! Na afloop wenst de dominee ons bij de uitgang een 'gud Soendag' wat volgens Asterix weer heel makkelijk te vertalen is.
Als we teruglopen naar de haven is het weer zo rustig en vertrekken er zoveel boten, dat ook wij besluiten weg te gaan. Naar Mommark op het eiland Als aan de andere kant van de Kleine Belt. Het is maar 9 mijl, zodat dat in anderhalf uur wel bekeken moet zijn.
Dat is ook zo. Ergens halverwege de Kleine Belt bel ik Kees nog even om hem te feliciteren met zijn verjaardag. Vreemde gewaarwording is dat: je zit midden op het water, ver van alle kabelaansluitingen en toch spreek je met elkaar of je naast elkaar zit!
Op de motor en de fok zijn we om 13.15 in Mommark. Het kostte wel enige moeite om de boeien te ontdekken, die de geul naar de haven aangeven. Ze staan echt heel dicht onder het land! De havenmeester wijst ons een plek. Dat is wel voor het eerst in Denemarken! Overal elders bemoeit zich eigenlijk niemand met je.
Na het eten kijken we wat rond. Er zijn een restaurant, een kampwinkel en een camping.
De boot moet wel heel erg goed vastgelegd worden aan de palen, want de veerboot uit Soeby komt een paar keer per dag naar binnen en naar buiten stuiven. Dat veroorzaakt in het kleine haventje behoorlijk wat zuiging!
Annet en Joyce gaan douchen en komen helemaal verontwaardigd terug: ze konden nergens geld wisselen voor de automaat en het ding bleek bovendien gewoon een tijdklok te zijn, die ook doortikt als je de warme kraan niet gebruikt! Het was al met al dus maar een heel korte douche geworden!
's Avonds eten we bami met ei en pindasaus. Morgen denken we naar Hoeruphav te gaan aan de andere kant van Kegnaes. Daarna denken we af te zakken naar het zuiden, waar we uiterlijk vrijdag in Holtenau moeten zijn.

Maandag, 9 augustus 1999
Van: Mommark
Naar: Schleimuende/Maasholm

Omstreeks 10.00 uur besluiten we te vertrekken. Weliswaar zijn de weerberichten wat ongunstig, maar we menen dat de Duitse (die spreken van windkracht 5 a 6 uit het zuidwesten) wel lichtelijk overdreven zullen zijn. De Deense berichten hebben het over west / zuidwest 3 a 4. In de haven lijkt dat meer in overeenstemming met de werkelijkheid te zijn.
Op de motor onder de kust langs varend merken we echter, dat het toch wel tamelijk flink te keer gaat. Een Deens jacht zeilt met ons mee, maar kan niet zo scherp bij de kust blijven als men eigenlijk wel wil. Op de motor varend hebben wij daar geen probleem mee en dicht onder de kust is het water vrijwel vlak. Bij de punt van Kegnaes gekomen begint er echter zo'n zee te lopen, dat het mij (na een paar misselijk makende sprongen) te bar wordt en ik de boot omdraai en weer terugvaar naar Mommark.
Onmiddellijk merken we het verschil tussen met de zeeen meevaren of er tegenin moeten gaan. Een verschil van dag en nacht!
Als een speer schieten we voor wind en golven terug naar Mommark, waar we om 12.00 uur weer aan de palen liggen. De havenmeester spreekt ons begripvol toe: veel 'swell' zeker? Inderdaad ja ... Behoorlijk wat.
Toch ben ik er niet gelukkig mee. Het lijkt of het weer iets dragelijker wordt (alhoewel mij nu wel duidelijk is, dat je dat vanuit deze haven heel moeilijk kunt beoordelen!) en bovendien is er een stel open boten van Duitse jongeren, die ook aanstalten maken om weg te gaan. Dat is mijn eer eigenlijk een beetje te na: als die open bootjes (tweemast sloepen zonder hulpmotor!) naar buiten durven, dan zouden wij toch helemaal weg moeten kunnen! Met ons stalen schip met een diesel van 20 pk als hulpmotor. De problemen met de koeling vergeet ik gemakshalve even.
Ik steek dus een rif in het grootzeil en besluit na een half uurtje een tweede poging te wagen. Buiten gekomen zet ik het grootzeil en de gedeeltelijk weggedraaide rolfok. Het zeilt perfect! We schieten door het water als een zeehond door de haring. Halverwege Kegnaes komen we twee sloepen tegen van het type dat we zojuist uit Mommark zagen vertrekken. Ik leef echter in de veronderstelling, dat dit andere scheepjes moeten zijn, omdat ik de opvarenden in de gauwigheid niet herken. Later blijkt overigens dat dat niet het geval was! De twee bemanningen hadden de wind en de golven voorbij Kegnaes te erg gevonden en waren (net als wij 's morgens!) weer omgedraaid. Wij gaan echter 'vastberaden' door.
Onder de Deense hoge wal gaat het fantastisch: we lopen aan de wind 6 a 7 knopen! Bijna de theoretische topsnelheid!
Maar bij de punt van Kegnaes wordt dat rap anders. Er staat inmiddels een nog forsere zee dan vanmorgen. Golven tot 1,5 meter hoogte. Omdat we er schuin tegenin moeten, loopt de grondsnelheid terug naar 3 tot 4 knopen. Op bepaalde momenten geeft de GPS zelfs maar 2 knopen aan! Bovendien meldt de GPS dat het met deze snelheid wel 3 tot 4 uren zal duren voor we bij Schleimuende zijn. En dat is dan nog volgens de hemelsbrede afstanden gerekend! Als we straks nog extra slagen moeten maken om weer dichter onder de kust te komen, zal de VTA nog later uitvallen!
Bovendien wordt het weer slechter. Boven de horizon (omdat we al zo scherp mogelijk aan de wind varen, worden we door de golven steeds verder bij de kust vandaan gezet!) verschijnen de door het 'Seewetterbericht' beloofde 'Gewitterboeen': grijze wolken waaruit een gordijn van regen valt, gepaard gaande met een bak extra wind. De regen slaat weliswaar de golven iets platter, maar de wind jaagt ze weer op. Bovendien ontstaan er in het gat tussen Als en de Duitse kust kruiszeeen, die het sturen extra lastig maken.
Joyce is in de kajuit op een bank gaan liggen en maakt vlieguren vanwege het regelmatig hoog opsteigeren van de boot. Annet wordt ondanks de ingenomen pillen zeeziek, maar moet toch nog allerlei werkzaamheden verrichten, omdat ik niet achter het stuurrad weg kan.
Zo halverwege het gat tussen Denemarken en Duitsland realiseer ik me dat we toch echt de veiligheidsharnassen aan moeten. Stom natuurlijk dat ik dat niet eerder heb bedacht! Eigenlijk moet je dat soort dingen al regelen als je in de haven een rif steekt!  Les voor een volgende keer. Nu lukt overigens het aantrekken van het extra touwwerk ook wel, maar met veel meer moeite.
Als dat allemaal geregeld is, zie ik boven het water een paar extra smerige buien aankomen. Ik vrees, dat het 1 keer gereefde grootzeil toch nog teveel is en vraag Annet dus om het te strijken. Dat lukt. Maar ook nu weer met heel veel moeite en ten koste van menige blauwe plek voor Annette! Toch maar eens omzien naar een rolreefsysteem voor het grootzeil. Het naast de mast moeten werken met kraanlijn en grootzeilsval op een steigerend jacht is eigenlijk gewoon gevaarlijk.
Als het grootzeil gestreken en ruwweg bij elkaar gebonden is, kunnen we volgens de computer de voorgenomen koers al helemaal niet meer houden. We verlijeren jammerlijk de Oostzee in.
Omdat Annet niet in staat is (vanwege haar zeeziekte) om aan te geven waar we precies zijn (hoewel dat op het laptopscherm met een blik vast te stellen zou moeten zijn) moet er iets anders verzonnen worden. Ondanks het verlijeren merken we dat de golven iets minder barbaars beginnen te worden. Kennelijk zijn we het gat van Kalkgrund ongeveer voorbij en beginnen we onder lij van de Duitse wal te komen.
Als de buien wat afnemen en het zicht wat verbetert, besluit ik dat we uit die hoge golven weg moeten. De enige manier om dat te bereiken is op de motor de wal in te varen.
Met vrees en beven start ik dus de motor. En ja hoor ... de koelwatervoorziening weigert weer eens! Derhalve opent Annet (in windkracht 5 met hoge zee) het motorluik en weet door te rommelen met de wierpot het systeem weer gaande te krijgen. De koeling is niet echt optimaal, maar het werkt en de motor raakt (hoewel hij heet wordt) niet oververhit!  Deze hele vertoning verdient echter geen schoonheidsprijs! Ik neem me heilig voor de volgende haven niet te verlaten voor dit koelwaterprobleem is opgelost!

Vanaf halverwege Kalkgrund voeren we samen op met een van de eerdergenoemde open sloepen. Lange tijd maakten we ongeveer dezelfde voortgang en waren wij zelfs nog ietsje sneller. Na het starten van de motor echter, blijft de sloep (uiteraard) ver achter. Enkele dagen later hoorden we, dat de sloep diezelfde dag nog doorgezeild was naar Kiel. Met die zee en die wind moet dat wel tot minimaal 22.00 uur geduurd hebben! Alle respect voor de bemanning!

Wij komen nu echter snel onder de hoge wal, waarbij de golven zoveel lager worden dat ik weldra de stuurautomaat kan aanzetten. Dat scheelt. Annet kan op een bank in de kajuit gaan liggen, waar ook Joyce al onder een dekbed ligt. Nu is het grootste leed geleden en om 17.45 liggen we in Maasholm voor de kant.
Ik maak een Deens gerecht van brokjes gebakken aardappel en Deense worst en na een korte wandeling door Maasholm besluiten we om vroeg naar bed te gaan en lang uit te slapen.
En aldus geschiedt!

Dinsdag, 10 augustus 1999
Van: Maasholm
Naar: Holtenau

We beginnen de dag met luieren. Om 09.00 uur komt Joyce uit bed en brengt Annet en mij koffie. Tegen 10.30 lopen we het dorpje in op zoek naar een watersportzaak waar we een rubberslang kunnen krijgen voor de watertoevoer. Er zijn twee winkels op watersportgebied, maar beide hebben alleen plastic slangen.
Later ga ik naar een Volvo Penta dealer vlak bij het havenkantoor. Ik vraag advies m.b.t. het koelwaterprobleem. De man hoort mijn hele verhaal aan en veronderstelt dat de oorzaak zou zijn: een versleten waterpomp! Ik spreek met hem af, dat ik het oude exemplaar ter inspectie zal aanbieden en dat hij daarna zal kijken of hij een reserve exemplaar op voorraad heeft. Tussen 12.00 en 14.00 gaat zijn kantoor echter dicht, wat ons dwingt tot zolang wat rond te lummelen. Daarna wordt de zaak snel afgehandeld: de pomp blijkt inderdaad versleten te zijn en de dealer heeft een reserve exemplaar op voorraad. Het ding komt op 345 DM, wat mij eerlijk gezegd nog meevalt. Ik monteer hem zo snel mogelijk en tot onze vreugde blijkt het allemaal perfect te werken! Eindelijk de koelwaterproblemen over?
Om 16.00 vertrekken we uit Maasholm. In eerste instantie gaan we richting Damp, maar als we daar zijn en zien dat het weer heel rustig blijft (kennelijk hebben we nog de schrik van gisteren in de benen!) gaan we gelijk maar in een keer door naar Kiel-Holtenau. Daar liggen we om 19.45 voor de kant. Joyce belt met Patrick, die zegt dat hij haar dan wel eerder uit Kiel kan komen halen. Wij eten varkenslapjes, bonen en aardappelen, met vanillevla als dessert. En om 22.45 gaan we naar bed.

Woensdag, 11 augustus 1999
Van: Holtenau
Naar: Holtenau

Om 07.30 worden we gewekt door de havenmeester. We betalen maar direct voor 3 nachten, zodat we morgen hopenlijk kunnen uitslapen. Volgens plan zullen we pas op vrijdag a.s. uit Holtenau vertrekken. Vanwege de weersomstandigheden vanaf Mommark zijn we nu alleen wat eerder in Kiel terecht gekomen dan de oorspronkelijke bedoeling was.
Om 10.00 zitten we in de bus naar het centrum van Kiel. De rit duurt een half uur. Op het station kopen we een Nederlandse krant (de Telegraaf van gisteren) en bij Hertie schaffen we ons broodjes, koeken, chips en Duitse frikadellen aan.
De brief voor Edward (voor als hij straks in Amerika is) kan (na eindeloos zoeken naar een brievenbus!) worden gepost. Daarna pinnen we nog wat geld en gaan vervolgens terug naar de boot. Onderweg in de bus zien we allerlei mensen met donkere brillen naar de zon kijken. We realiseren ons dat vandaag de zonsverduistering zal plaatsvinden. Stom genoeg heb ik het speciale brilletje aan boord laten liggen. Gelukkig merken we dat je de verduistering ook enigszins kunt zien, als er een lichte wolk voor de zon trekt, of als het licht van de zon zacht wordt weerspiegeld in een winkelruit. Terug op de boot kunnen we het fenomeen pas goed waarnemen. We proberen zelfs met de camera een korte video opname van het gebeuren te maken.
Op de Tagesschau horen we dat we behoorlijk geboft hebben met het zicht. Op talloze plaatsen in Europa is het dicht bewolkt geweest, met soms zelfs regen. Daar is het hele fenomeen vrijwel ongezien voorbijgegaan.
Zelfs zonder bril kunnen we overigens merken, dat het licht van de zon (voor een groot deel door de maan afgeschermd) anders is dan normaal. Het licht ziet er nu en dan haast een beetje dreigend uit, alsof er een onweersbui naderbij komt.
Dan gaan we eten: een bolletje met een grote, warme Duitse frikadel, een soort platte gehaktbal met veel uitjes en mosterd. Zal wel niet goed zijn, maar is wel heerlijk!
Na een korte siesta doen we weer wat inkopen bij Thiessen. Niet alleen drank en sigaretten kunnen we daar krijgen, maar zelfs ook lichtkogels, ongeveer 10 gulden per stuk, zonder gezwaai met wapenvergunningen en dergelijke. Dat is hier dus een stuk goedkoper en gemakkelijker dan in Nederland!
Van de dranken kopen we o.a. een fles Danziger Goldwasser, met kleine flintertjes bladgoud zwevend in de likeur. Een leuk gezicht!
We eten 's avonds gebraden haantjes, doperwten en wortelen, met champignons en spekjes. Als dessert hebben we weer vanillevla.
Na het eten plegen we eerst een reparatie aan de fok. Een naad is helemaal los gegaan. Misschien vanwege het klapperen tijdens de tocht naar Maasholm? Daarna maken we een wandeling in de buurt en bellen we Edward nog even en wensen hem goede reis en veel sterkte en plezier in Chicago.
's Avonds nemen we allemaal nog een douche in het havengebouwtje. Morgen komt Patrick.

Donderdag, 12 augustus 1999
Van: Holtenau
Naar: Holtenau

We worden toch nog wakker van de havenmeester ondanks dat hij niet bij onze boot komt aankloppen. Joyce slaapt door tot 09.30. Annet en ik hebben dan al ontbeten en besluiten naar Kiel te gaan. Volgens de berichten zou het vandaag de hele dag regenen. Maar dat valt mee: we hebben de hele dag zon!
Patrick belt om 10.00 uur dat hij bij de Duitse grens is. Hij zal om 12.00 uur weer proberen te bellen. Om 13.30 meldt hij, dat hij op zo'n 40 kilometer van Kiel is. Joyce gaat na tien minuten al op de uitkijk staan, maar dat duurt natuurlijk nog wel even. Patrick blijkt namelijk aan de verkeerde kant van het N.O.K. te zijn gekomen en moet eerst de Hochbruecke vinden om in Holtenau te kunnen komen.
Maar het weerzien is gelukkig! Compleet met rozen.
Er wordt nog wat diesel gehaald en patat met Bratwurst.

Vrijdag, 13 augustus 1999
Van: Holtenau
Naar: Brunsbuettel

Nadat Joyce en Patrick om 09.30 zijn vertrokken, kunnen wij direct in de sluis. Hoewel er aardig wat schepen meegaan, komen we toch om  09.45 uit de sluis en beginnen we de lange tocht op de motor naar Brunsbuettel.
De koelwaterpomp werkt voortreffelijk. De watertemperatuur is eindelijk weer normaal. Onderweg gebruik ik zoveel mogelijk de stuurautomaat, maar alleen op de brede, rechte stukken kan de machine het werk aan. Bij teveel bochten loopt de automaat al snel een heel verkeerde kant uit. We berekenen dat we pas om 18.30 in Brunsbuettel zullen zijn. Dat is (helaas!) te laat om nog naar Otterndorf te gaan. Het eerstvolgende HW is om 04.51 zaterdagmorgen. We overwegen om dan tegen 06.00 uur door de sluis te gaan, zodat we tegen 07.30 in Otterndorf zijn. Dan zouden we in de haven de mast kunnen strijken en mogelijk nog voor 09.00 uur door de sluis daar naar binnen kunnen.
Onderweg op het N.O.K. komen we enorm Noors passagiersschip tegen: de "Norwegian Dream". Het schip is zo hoog, dat de schoorsteen dubbel geklapt moet worden om onder de Hochbruecken door te kunnen. En dat terwijl die bruggen toch gauw zo'n dikke 40 meter hoog zijn!
Omstreeks 18.30 liggen we inderdaad in de haven van Brunsbuettel. Het is daar namelijk zo rustig, dat we menen dat wel zonder problemen te kunnen doen. Toch krijgen we later op de avond een beetje spijt als me merken dat het toch nog aardig vol begint te raken. We willen morgen om 06.00 uur weg en daarover moeilijkheden te zullen krijgen met de buren, die misschien wel willen uitslapen. Bovendien wordt er voor morgen zuid 4, toenemend 7 voorspeld!
We zullen hopen dat dat laatste pas na 07.30 gaat komen!

Zaterdag, 14 augustus 1999
Van: Brunsbuettel
Naar: Cuxhaven

Al om 05.30 staan we op teneinde bijtijds door de sluis te kunnen samen met onze tijdelijke Duitse buurman, wiens schip uit Andijk blijkt te komen! Helaas duurt het nogal even voor we de schutting mogen meemaken. Pas om 06.30 varen we de Elbe op. Met de zuidoosten wind houden we de fok bij en stuiven we met 8 a 9 knopen in de richting van Otterndorf. Ik steek zo snel mogelijk de Elbe over en ga aan bakboordskant van het vaarwater varen. Halverwege begin ik toch wat twijfels te krijgen of we in Otterndorf wel naar binnen kunnen. Normaliter zorg ik altijd anderhalf tot een uur voor HW uit Brunsbuttel te vertrekken. Weliswaar heb ik dan nog een uur stroom tegen, maar we zijn wel precies met HW bij Otterndorf. Nu is het al HW geweest en zakt het water steeds verder. En het probleem is, dat ik niet precies weet tot hoe lang na HW we bij Otterndorf nog naar binnen kunnen. Ik kom op het illustere idee om de havenmeester van Otterndorf uit zijn bed te bellen. Ik durf dat eigenlijk niet goed te doen ver voor 07.30. Het effect is helaas dat ik een boze Duitser aan de lijn krijgt, die zegt van geen "Hafenmeister" te weten en ook niet over een alternatief nummer te beschikken. Als ik de Duitse inlichtingen bel, word ik niet veel wijzer. De mevrouw aan de lijn is heel vriendelijk, maar zegt geen "Hafenmeister" in Otterndorf te kunnen vinden. Zelfs geen "Hafen" ... Dat dus wat de illustere ideeen betreft. Inmiddels is het baken van de Medem al zo dichtbij gekomen, dat we proefondervindelijk zullen moeten vaststellen of we naar binnen kunnen of niet.
Met een stevig vaartje stuur ik de boot vanaf het baken langs de prikken, hoewel ik aan de hoeveelheid bruin wier op de dijk wel kan zien, dat het water al flink gezakt is! Toch kan ik niet langzamer varen, want de stroom zou ons anders voorbij de prikken zetten en dat moet al helemaal niet gebeuren.
Wat ik vreesde gebeurt: ik voel hoe de kiel over het zand schuurt en vervolgens krijgt het schip een oplawaai! De punt duikt in de golven en we liggen compleet stil! Barst! Vastgelopen in de geul van de Medem! Wat nu?
Goede raad is duur. Ik doe het enige wat ik nog weet te bedenken om het schrikbeeld van droogvallen op de Elbe te voorkomen: ik zet de motor volle kracht achteruit. Nu blijkt de waarde van de oude trouwe Bukh diesel! Hij sleept ons met zijn 20 pks uit de ellende naar het diepe water. Het is nog even knokken om ook achteruit aan de goede kant van de prikken te blijven, maar dat lukt allemaal. We zitten weer op diep water aan bakboordskant van het vaarwater.
Het resultaat van de proef is dus wel duidelijk: 2,5 uur na HW kun je niet meer door de geul bij Otterndorf naar binnen. Tenminste niet als je (zoals wij) 1.20 diep steekt.
Ons rest nu niets anders dan door te varen naar Cuxhaven. Het heeft uiteraard geen zin om tegen de stroom en de wind in te proberen naar Brunsbuettel terug te keren. Met de stroom mee gaat het nu steeds harder. Op bepaalde momenten gaan we zelfs 10 tot 11 knopen! We zijn nog nooit in Cuxhaven geweest, maar zien op de kaart dat er drie havens zijn: een industrie-, een handels- en een jachthaven. De jachthaven is de laatste. Voor de zekerheid stomen we eerst maar de handelshaven binnen. Beter een haven te vroeg dan te laat! Als we zien dat dat redelijk veilig gedaan kan worden varen we naar de volgende. Om de fel voortschietende stroom te compenseren moet het schip scheef als een krab door het water naar de havenopening. Anders drijf je er gewoon voorbij! De haven ligt behoorlijk vol, maar gelukkig vinden we niettemin vrij snel een ligplaats. Om 08.45 liggen we aan een drijvende steiger.
Er schijnt overigens wat te doen te zijn, want de dijken staan vol met mensen. We kunnen ons niet voorstellen dat het nieuws van onze vastloper bij Otterndorf zo snel is rondgesproken, dus moet er wel iets anders zijn. Dat blijkt te kloppen: de "Gorch Fock" zal binnenlopen. We gaan de wal op en voegen ons bij de menigte. Maar het blijkt  een nogal langdurig proces te zijn. Omstreeks 11.00 uur is er nog niets gebeurd en we besluiten terug te gaan naar boord. Om 11 uur eten we en daarna slapen we als ossen.
In de middag begint het te regenen, maar 's avonds schijnt er nog net even een klein zonnetje. We lopen Cuxhaven in om een kerk te zoeken, maar vinden niets. Wel treffen we een visrestaurant, alwaar we heerlijk hebben gegeten. Daarna gaan we (vroeg) naar bed en slapen heerlijk.

Zondag, 15 augustus 1999
Van: Cuxhaven
Naar: Otterndorf

We slapen lang uit. Heel lang zelfs. Pas om 11.30 zitten we aan de brunch. Het waait weliswaar behoorlijk, maar de regen blijft grotendeels achterwege. Het is (meestal) helder zicht.
We worden aangesproken door een collega Nederlandse zeiler, die vraagt hoe een terugreis met gestreken mast in zijn werk gaat. Als hij hoort, dat wij vanmiddag omstreeks 16.00 denken te vertrekken, vraagt hij of hij achter ons aan mag varen. Uiteraard mag dat. Ook een andere zeiler vraagt of hij zich mag aansluiten. Ook dat is vanzelfsprekend toegestaan. Als ik later op de steiger met een derde zeiler sta te praten, merkt deze op dat hij morgen hetzelfde van plan is. De Seewetterberichten strooien tot en met woensdag en donderdag nog met de windkrachten 6 en 7 in het rond.
Annet en ik gaan om 14.00 nog even bij de veerhaven kijken naar de stand van de zee. Verschillende schepen varen van Cuxhaven naar Brunsbuettel. Dat ziet er (behoudens wat achterop lopende deining) allemaal redelijk rustig uit. Ook het zicht is prima, behalve dan in de enkele buien.
Wanneer ik terug aan boord de computer aan zet om de waypoints naar Otterndorf in te voeren, weigert het apparaat in alle standen om op te starten! Gewoon zwart scherm. De harddisk draait, maar de opstart routine weigert eenvoudig om verder te gaan! Dat geloof je niet! Maar het is toch echt zo.
Geen GPS posities dus en ook geen kaart naar Otterndorf. Die heb ik (stom, stom, stom!) uitgeleend aan de kennis van Wim H. Ik leefde in de veronderstelling die kaart van het laatste stukje van de Elbe toch niet nodig te hebben! Moraal: vertrouw nooit op een computer en leen je kaarten niet uit!
Intussen maakt Annet een handgetekend copietje van de tonnen vanaf een geleende kaart van het vaargebied. Nummers en kleuren erbij en zo moet het maar. Aan de GPS hebben we (behalve voor snelheid en koers) ook niks, want ik weet de positie van de tonnen niet en om ze handmatig in te voeren is mij veels te ingewikkeld.
Om 15.15 vertrekken we. Dit laatste op aanraden van de havenmeester van Cuxhaven, die (terecht!) zegt dat je beter voor dan na HW kunt vastlopen. Overigens zou er meer dan voldoende water moeten staan.
Als we wegvaren trekt er net een bui voor ons over en ik kan alleen de eerste groene ton zien. De rest is in regen en nevels gehuld. Dat kan leuk worden.
Gelukkig waait de stevige wind de bui weg en tegen de tijd dat we Cuxhaven achter ons laten is er helder zicht. Je kunt telkens minstens twee tonnen tegelijk zien. En de enige golven die hinder veroorzaken worden teweeggebracht door passerende zeeschepen. Uiteraard passeren er juist nu een heleboel!
Na een klein uur varen bereiken we wederom het baken van de Medem. Weldra worden ook de prikken zichtbaar. Als ik de draai maak de geul in, merk ik dat (met wind, stroom en golven van stuurboord inkomend) het schip naar bakboord wordt weggezet. Dat moet ik natuurlijk niet hebben. Ik stuur krachtig op naar de prikken en zorg dat we niet verder dan 5 meter ervan verwijderd raken. Het schip gaat als een krab zo scheef door de geul. Het is eventjes griezelig als we het punt bereiken waar we gisteren keihard vastliepen. Het was vlakbij een liggende prik, dus het punt is goed herkenbaar! Er blijkt nu echter voldoende water en er gebeurt niets. Ook de anderen, die op afstand achter ons aan gevaren waren, komen veilig de haven binnen. Na enig zoeken blijkt er zelfs voor iedereen plek te zijn om te liggen. Annet en ik drinken eerst maar eens een borrel op de goede afloop, waarna Annet het eten (nassi) gaat klaarmaken. Intussen ga ik alvast wat voorbereidingen treffen om de mast te strijken. Na het eten gaan we daartoe over. Het strijken zelf verloopt vlot. Het schoren daarna duurt langer. We assisteren ook nog bij het maststrijken van een van onze mee-zeilers. Ook dat loopt voorspoedig. Om 20.30 gaan we Otterndorf in, waar we naar huis bellen en nog een klein stukje Schuetzenfest meemaken: sjasliek, Bratwurst en bier. Best lekker!
Na een korte wandeling langs de Elbe-oever, waar we de drooggevallen platen bekijken, gaan we terug aan boord. We drinken nog wat, ik schrijf dit verhaal en we gaan slapen.
Morgen om 07.30 opstaan en (hopenlijk) om 08.30 door de sluis.
Als ik de computer aanzet, werkt hij, alsof hij nooit anders gedaan heeft. Grrrrrr ...!

Maandag, 16 augustus 1999
Van: Otterndorf
Naar: Oldenburg

Omstreeks 07.30 worden we wakker. We zien een paar mee-zeilers van gisteren nu al naar de sluis varen. Veels te vroeg natuurlijk, want de andere kant mag eerst. We ontbijten eerst rustig en doen olie bij de motor. Daarna spreken we op de steiger een Duitser, die onze mening over de Duitse haven- en sluismeesters deelt. Om 08.30 gooien we los en varen we ook naar de sluis. We treffen het. We zijn een van de laatsten en mogen dus in het midden vooraan vlak voor de hefdeur liggen. Omstreeks 9.00 uur mogen we zodoende ook als eerste van de hele kolonne de sluis uit en varen we (officieel te) hard richting Bederkesa en daarna naar de sluis van Lintig. Daar zijn we bij aankomst het enige schip, zodat we in 10 minuten doorgeschut zijn.
Om ongeveer 14.45 uur arriveren we bij de sluis van de Geeste, die om 15.00 uur sluist. Nederlanders uit Sneek, die voor het eerst deze route binnendoor nemen, vragen wat mijn verdere plannen zijn. Ik meld dat het volgens mij nog net mogelijk moet zijn om met het staartje van de vloed de Weser en de Hunte op te stomen in de richting van Oldenburg. Zij besluiten dan hetzelfde te doen.
Het is stralend weer, rustig water en er staat een flinke stroom, niet alleen op de Weser, maar zelfs nog wat op de Hunte. Zodoende zijn we om 19.50 bij de spoorbrug van Oldenburg. Als we komen aanvaren zien we het bruglicht op groen springen en de brug opengaan. We zetten de motor op volle kracht vooruit, omdat we denken dat wij er dan ook nog wel door mogen. Dat blijkt een vergissing. Als we dichterbij komen gaat het licht weer op rood en de brug dicht. Ik vraag per marifoon waarom de brugwachter dat doet. Hij antwoordt dat hij ons wel gezien heeft, maar dat wij ons per marifoon hadden moeten melden.  Als ik vraag of hij de brug dan niet nog eventjes een paar minuten open kan doen, is de reactie dat dat onmogelijk is. Eerstvolgende opening is om 21.00 uur. Ik schakel de marifoon maar gauw uit om te voorkomen dat ik deze Duitse brugwachter laat merken wat ik van hem vind.
Inderdaad kunnen we nu (in het donker) om 21.00 door de brug. Dan zijn we in Oldenburg en leggen we aan bij de jachthaven. Aan een drijvende steiger, zo dicht mogelijk bij de uitgang, zodat we morgen niet eindeloos hoeven te slepen met de dieselcans. De benzinepomp is op dit moment namelijk al dicht. Dan lopen we de stad in om te kijken of we nog iets te eten kunnen krijgen.
Dat lukt. Het wordt een rollo-kebab: een platte pannekoek van pizza deeg, gevuld met uit, tomaat, sla, tomatensaus met yoghurt en een beetje gehakt. Het geheel wordt dichtgevouwen en opgerold en gaat daarna nog even in de oven. We nemen bovendien nog twee stukken pizza mee voor morgen.
Om 22.00 uur luisteren we nog even naar de nieuwsberichten, drinken wat en gaan omstreeks 23.00 slapen.
Eerst waren we van plan om heel vroeg op te staan, teneinde morgen zover mogelijk te kunnen komen. Nu zijn we van plan om tegen 08.00 voor de sluis van het Kuestenkanal te liggen.
Van lang slapen zal deze nacht echter helaas weinig terecht komen!

Dinsdag, 17 augustus 1999
Van: Oldenburg
Naar: Herbrum

Inderdaad worden we dinsdagmorgen nogal heel erg vroeg wakker. Zo ongeveer om 0.30 ontdekken we dat de boot scheef hangt. Kennelijk is er met vallend water (Oldenburg is een getijdenhaven!) onvoldoende diepte onder de boot. De achterlandvast staat al snaarstrak gespannen en houdt zodoende de boot nog overeind. We stappen op de drijvende steiger, die nog maar 20 centimeter water onder zich blijkt te hebben en zien dat de boot op een zandplaat staat, terwijl het water onder het schip wegloopt! De steiger zakt steeds lager en de boot komt steeds hoger boven de steiger uit te steken. Een blik in het getijdenboekje leert dat LW Oldenburg vannacht pas om 02.30 zal zijn. Dat is dus nog twee uren na nu! Uiteindelijk zal de boot hoog en droog op de zandplaat staan, slechts gesteund door een aantal landvasten om hem voor omvallen van de steiger af te behoeden. Tien meter verder naar voren en naar achteren liggen kielschepen rustig in diep water langs de steiger te dobberen. Alleen de plek waar wij nu liggen valt kennelijk droog! Dat hadden die Oldenburgers wel eens een beetje duidelijker aan mogen geven!!
Ik span nog wat extra lijnen vanaf de steiger naar het schip en frommel een stel stootwillen tussen de romp en de steiger om te zorgen dat het schip (mocht het vallen) nog een beetje zacht op de steiger terecht zal komen.
Omstreeks 02.30 valt het schip dus inderdaad. Gelukkig niet van de steiger af, maar op de rand van de inmiddels helemaal droog liggende steiger.
Intussen lopen Annet en ik gestressed rond. We zien bij opkomend water de hele boot al vollopen, de steiger ernstig beschadigd door het vier ton wegende schip, en wij achtervolgd door hordes boze Duitsers met schadeclaims. De adrenaline giert ons door de aderen, maar omdat daar niets mee gedaan kan worden (we kunnen immers alleen maar afwachten), resulteert dat in bibberen en zenuwachtig rondlopen. We zitten maar wat op een bankje op de steiger of maken nerveus korte wandelingetjes in de omgeving van de haven om de ellendige aanblik van de scheef op de steiger hangende Andrea niet te hoeven aanzien.
Uiteindelijk loopt het allemaal zeer goed af. Een mens lijdt inderdaad het meest door het lijden dat hij vreest en dat nooit op komt dagen. Ook wij horen, vrees ik, tot die categorie! De steiger glipt met opkomend water weliswaar onder de eerste knik van de romp uit, maar blijft vervolgens zo onwrikbaar liggen, dat de boot met de zijkant tegen de steiger kan blijven leunen. Gelukkig wordt zo voorkomen dat de boot plat op zijn zijde in het opkomende water komt te liggen. Dan zou (met mogelijk vollopen van de kuip) de ellende niet te overzien zijn geweest. Later verzekeren experts ons, dat dat onmogelijk had kunnen gebeuren. Dat zal dan wel. Maar weten ze dat in Oldenburg ook?!
Omstreeks 05.30 is het duidelijk, dat het hele spektakel met een sisser afloopt en dat het ons alleen onze nachtrust heeft gekost. Maar geen van tweeen hopen we iets dergelijks ooit nog weer mee te maken! Dit was ongetwijfeld de meest gestresste nacht van de hele vakantie. Al zou het nu nog windkracht 6 waaien op de Eems: daar lachen wij nu om!
Om 07.30 halen we broodjes, koeken, andere etenswaren, en diesel, en vertrekken dan naar de sluis. De havenmeester is niet meer langs geweest en dat is misschien maar goed ook: hij had een schop kunnen krijgen! Behoorlijk aso om een dergelijke droogvalplek niet duidelijk te markeren!
Na een klein uur (!) kunnen we eindelijk het Kuestenkanal op. Een verademing die saaiheid na het enerverende nachtgebeuren in Oldenburg. Om beurten sturen en slapen we tot we weer een beetje bijgekomen zijn. Om 15.00 zijn we bij de sluis van Doerpen en om 16.00 door de sluis van Bollingerfaehr. Om 16.30 liggen we voor de kant in het kleine haventje van Herbrum.
We kunnen hier weer Nederlandse tv ontvangen en horen dat het weer niet al te best is. Maar zoals gezegd: na Oldenburgs verschrikkingen lachen we om dat soort kleinigheden!
Morgen willen we (naar onze bedoeling is) minimaal naar Delfzijl en hopenlijk nog een heel stuk verder!

Woensdag, 18 augustus 1999
Van: Herbrum
Naar: Bergum

Om 06.00 uur gaat het alarm van de radio. Koffie zetten en aankleden en dan naar de sluis. We kunnen vrij snel geschut worden. Er zijn nog geen beroepsvaarders die roet in het eten zouden kunnen gooien. Zodoende varen we om 07.00 uur, precies bij het begin van HW Herbrum de Eems af. Dat gaat vlot. Met de stroom mee spoelen we naar beneden. Om 11.30 zijn we tussen de havendammen van Delfzijl en om 12.00 varen we uit de zeesluis het Eemskanaal op! Deze keer hebben we (in tegenstelling tot voorgaande jaren!) geen westen-(tegen-)wind, maar zuidoost kracht 5.
Om 15.00 zijn we door de Oostersluis in Groningen. We tanken weer diesel bij de tankboot even verderop en halen daarna nog even boodschappen in een nabijgelegen supermarkt. Dan varen we het Van Starkenborgh kanaal op, net achter een (wederom voor ons te) langzaam varende binnenschipper. In de buurt van Aduard kunnen we het schip weliswaar inhalen, maar het snelheidsverschil is zo gering, dat we bij de sluis van Gaarkeuken toch weer op hem moeten wachten. Bij het schutten komt er net een daverende regen- en onweersbui over ons heen. Na Gaarkeuken varen we verder achter de traag varende beroepsvaarder aan richting Stroobos. Daar leggen we even aan en plegen wat telefoontjes naar huis. Bovendien halen we daar patat. Als we weer terug zijn bij de boot, is het net eventjes droog, zodat we besluiten toch nog maar een stuk door te varen. We eindigen de dag in Bergum, een dik uur dichter bij Staveren.

Donderdag, 19 augustus 1999
Van: Bergum
Naar: Uitwellingerga

Na heel rustig te zijn opgestaan hebben we eerst Edward opgebeld in Amerika om hem te feliciteren met zijn verjaardag. Daarna gaan we weg. Het is bij vertrek nog droog, maar weldra valt de regen bij bakken uit de hemel. De wind is bovendien hard en uit het zuidwesten, zodat we er recht tegenin moeten. Om beurten sturen we, maar als we bij het Sneeker meer komen, wordt het allemaal wel erg bar en boos. Voorbij het Sneekermeer besluiten we dan ook Uitwellingerga binnen te lopen. We zijn daar nog nooit geweest en het ziet er in eerste instantie ook niet zo veelbelovend uit. Als we echter verder varen, ontdekken we een kleine loswal met een toilet- annex douche-gebouw. We leggen er aan. Na een korte wandeling door het dorp merken we dat we er niet de paar spullen kunnen krijgen, die we nodig hebben. Daarom gaan we met de bus naar Sneek. De halte is een heel eind buiten het dorp en de bus gaat maar eens in het half uur. In Sneek kopen we een iets langer borgpennetje voor de rolfok, wat de bevestiging gemakkelijker moet maken. Ook kopen we een handvol zekeringen, brood en een broodje Grieks vlees, dat niet helemaal warm is. Ter gelegenheid van Edwards verjaardag nemen we ook nog twee gebakjes mee.
Als we terug zijn bij de boot, komt er een Duits motorjacht aanleggen. Daarop verhalen we onze boot een eindje naar achter om hem wat meer ruimte te geven. De Duitser is daar zo dankbaar voor, dat hij ons een glaasje champagne belooft. We denken dat het een grapje is, maar even later komt de man ons uitnodigen om aan boord te komen. We drinken en praten wat en gaan dan weer terug naar ons eigen schip. Na het eten neemt de wind zodanig af, dat we besluiten de mast nu alvast te zetten. Dat gaat zeer voorspoedig. Helaas blijkt de lijn van de rolfok te zijn vastgelopen in de trommel. Dat zal ik morgen dus nog even moeten loshalen en verhelpen.
We kijken nog wat t.v. en gaan dan slapen.

Vrijdag, 20 augustus 1999
Van: Uitwellingerga
Naar: Stavoren

Om een uur of 08.30 staan we op. Ik heb gisteravond de gebruiksaanwijzing van de rolfok nog eens even doorgenomen teneinde te weten hoe ik de problemen met het ding kan verhelpen. Na enig gerommel lukt het om de zaak te herstellen. De rolfok werkt weer als vanouds. Ook stellen we de verstaging nog een beetje bij. Dan ontbijten we en doen het wat rustig aan, omdat er net op dat moment weer een plensbui valt.
Om 10.30 vertrekken we. Met de eerste twee bruggen hebben we geluk. We kunnen in beide gevallen vlot doorvaren. Op het Heegermeer zetten we de fok bij en kan de motor uit. Niettemin waait het behoorlijk en varen we hard. Een zeiljacht op de motor kan ons zelfs niet bijhouden. Met bijna 6 knopen bij een noordwesten wind kracht 5 gaat het uitstekend. Om bijna 14.00 liggen we aan de kant in Stavoren. We lopen naar de sluis en vervolgens over de dijk naar de Oude Haven. Op de terugweg gaan we langs bij de slager en de banketbakker voor resp. biefstuk en gebak. Op de boot teruggekomen doen we eerst een tukje en gaan daarna het eten klaarmaken. Heel erg lekker! Dan lopen we nog eens naar de sluis. Om 20.00 zien we het Journaal (en beluisteren we via de marifoon het weerbericht van Lelystad) en gaan daarna vroeg naar bed.
Morgen met een noordwesten wind kracht 3 a 4 naar Monnickendam!

Zaterdag, 21 augustus 1999
Van: Stavoren
Naar: Monnickendam

De overtocht naar Enkhuizen verloopt vlot. Als we echter het Krabbersgat binnenlopen zien we een forse wachtrij voor de sluis liggen. Dat kan wat worden. We leggen aan naast een al langer wachtend schip aan stuurboord in het vaarwater. Als daarna de sluis opengaat wil de hele rij verkassen naar voren. Men heeft het liefste dat wij (als buitenste schip) even losmaken. Wij voldoen daar graag aan. Nadat de bruine schepen van bakboord de sluis zijn binnen gegaan, mogen er nog 5 jachten mee in deze schutting. Ook wij drijven bij dat groepje en als de sluismeester aangeeft, dat "ook dat gele jacht" nog meemag, hebben wij dus gewoon dikke mazzel!
Rond het middaguur varen we met alle zeilen bij in de richting van Monnickendam, waar we tegen 15.00 aankomen. Een leuke, en bij tijden ook wel (soms haast te!) spannende vakantie is ten einde gekomen!