Verslag vakantie 2000
(van Monnickendam - Denemarken en terug)

Terug naar homepage

vrijdag 21 juli 2000 - Monnickendam -> Blauwverlaat

Vertrek vanuit Monnickendam om 06.30 uur. Het is voor Edward, Johan en Daniel (denk ik) wel een beetje erg vroeg opstaan, maar nu ja ... ze hebben er zelf voor gekozen. De wind is zodanig, dat we niet kunnen zeilen: NNW, kracht 4-5: pal in de wind. Het hele stuk varen we dus op de motor. De aankomst in Enkhuizen is omstreeks 09.00 uur. De automaat is dan voortdurend aan het roer geweest. Dat werkt prima.
Na Enkhuizen hebben we het naar Stavoren wederom pal tegen wind en golven in. De windkracht is hetzelfde, misschien zelfs nog een ietsje meer. Ook nu weer stuur ik op de automaat. Desondanks sta ik het hele stuk achter het roer om te kunnen ingrijpen, als we onverhoopt na een hoog zeetje met de punt in de golven zouden duiken. Dan zou even snel de motor gestopt moeten worden. Hoewel het er een aantal keren na aan toe lijkt, gebeurt het niet echt. Wel krijgen we hele bakken buiswater over. Niettemin is de gemiddelde snelheid van het schip een dikke 5 knopen, zodat we na twee uur stompen in de buitenhaven van Staveren zijn.
Na 10 minuten aan het remmingswerk kunnen we door de sluis. Meteen varen we verder naar Galamadammen, waar we omstreeks 13.00 uur aankomen. Net na de brug is er links een aanlegplaatsje, waar we de mast laten zakken. Annet en Jacco komen omstreeks 14.30 aan en de boot vertrekt met de nieuwe bemanning om 15.00. Edward, Johan en Daniel zijn dan met de auto op de terugweg naar Zaandam.
Het weer is goed: wel zon en geen regen. Derhalve varen we tot omstreeks 22.00 uur door. Dan leggen we aan bij een ligplaats net na de brug van Blauwverlaat, vlak voor Stroobos.
 
zaterdag 22 juli 2000 - Blauwverlaat -> Doerpen
De volgende morgen staan we vroeg op: 07.00 uur. Zoals we aan de golfslag van de voorbijstomende schepen hebben gemerkt, is de beroepsvaart dan al weer aan het varen. Om 07.30 uur vertrekken we. De bruggen en sluizen worden echter niet zo vlot bediend als wij graag hadden gezien. Zowel bij Stroobos als bij Gaarkeuken verliezen we zodoende nogal wat tijd. Pas omstreeks 11.00 liggen we bij de bunkerboot in Groningen om diesel te tanken en pas rond 12.00 uur kunnen we (na wederom een ruime wachttijd) door de Oostersluis richting Delfzijl. Daar varen we om 14.30 tussen de havenhoofden. Er rest dan nog net anderhalf tot twee uur vloed en dat is eigenlijk wel een beetje weinig om de Eems nog helemaal op te varen. We wagen het er toch maar op en we hebben natuurlijk eigenlijk ook geen keus. De snelheid komt nergens op de Eems boven de 8 knopen (niet uitzonderlijk snel dus), maar niettemin hebben we pas het laatste uur een knoop stroom tegen en zijn we om 20.00 uur bij de sluis van Herbrum. Toch nog een heel redelijk tijdsbestek! Het is bij Herbrum zo doodstil op de sluis, dat ik twijfel of het inmiddels al niet 'Feierabend' is voor de sluiswachter. Na een paar vergeefse oproepen via de marifoon, blijkt de sluis toch nog bediend en kunnen we doorvaren tot Doerpen. Daar komen we omstreeks 21.30 aan. Bij het aanleggen krijgen we van medewatersporters te horen, dat op zondag de sluis bij Oldenburg alleen tussen 09.00 en 12.00 uur wordt bediend. Dat zou betekenen, dat we op zijn laatst om 05.00 uur al weer verder zouden moeten, als we bovendien nog iets van het tij richting Bremerhaven zouden willen meemaken. Daar hebben we geen zin in. Morgen dus een rustdag.
 
zondag 23 juli 2000 - Doerpen -> Oldenburg
Pas om 10.00 uur vertrekken we naar Oldenburg, waar we omstreeks 15.30 aankomen. We leggen aan voor de sluis op een daarvoor niet helemaal geeigende plek, die toch wel bruikbaar is. Twee uur voor Oldenburg is de v-snaar van de motor stuk gegaan. Het reserve-exemplaar dat we aan boord hebben blijkt net een maatje te klein te zijn. Hoewel Jacco en ik per fiets proberen die zondag nog een andere v-snaar (die in het Duits 'Keilriem' blijkt te heten) te vinden, slagen we daar niet in. Het enige dat we bereiken is een toezegging van een pompbediende, dat we morgen om 08.00 uur terecht kunnen bij een klein garagebedrijf. Misschien hebben zij er een voor ons.
 
maandag 24 juli 2000 - Oldenburg -> Otterndorf
Het lukt inderdaad een nieuwe v-snaar te pakken te krijgen. Eigenlijk is het ding net iets aan de kleine kant, maar het werkt allemaal. We varen om 10.00 uur door de sluis, precies met hoog water. Vanwege onze geringe hoogte (2.20) kunnen we daarna precies onder de spoorbrug van Oldenburg door en varen we volle kracht de Hunte af. Eigenlijk zijn we al iets te laat om het volle tij op de Weser mee te hebben. Dan moet je namelijk al een uur voor hoog water Oldenburg vertrekken. Maar gelukkig blijkt de stroom van de rivier langer door te staan dan het tij doet verwachten. Om 14.30 zijn we tussen de havenhoofden van Bremerhaven. Eigenlijk hadden we in Bremerhaven nog diesel willen bunkeren, maar het bunkerstation dat we daar vorig jaar zagen, lijkt nu al weer buiten bedrijf te zijn gesteld! Geen diesel dus! Derhalve varen we in een keer door naar de Geeste.
Omdat we kennelijk precies met laagwater daar zijn, staat de keersluis gewoon open! We kunnen dus zonder meer doorvaren. Helaas zitten we dan achter een drietal Duitse boten, die (vanwege fatsoensrakkerij, naar wij in eerste instantie denken) precies 4 knopen varen. Later blijkt dat ze bang zijn op het gedeelte tussen de sluizen van Schiffdorf en Lintig gecontroleerd te zullen worden. Volgens hun verhalen zitten mensen van de Wasserschutzpolizei soms vermomd als hengelende huisvaders met hun gezin op de sluis, waarbij ze per radio de passagetijd van de watersporters doorgeven aan een collega op Lintig. Overigens zou de boete voor te snel varen slechts 10 DM zijn. Het mag natuurlijk niet, maar voor zo'n bedrag zou je de zonde dus wel kunnen wagen! Om 17.30 zijn we in de sluis bij Lintig en om 18.00 zijn we in Bederkesa. Daar moeten we toch beslist twee cans diesel halen. We doen dat per fiets en dat gaat in elk geval heel snel. Een half uur later varen we verder volle kracht richting Otterndorf.
Daar komen we om 22.00 uur aan en kunnen aanleggen aan een drijvende steiger van de WSV Otterndorf. Dat blijkt de volgende morgen 8 DM te kosten.
 
dinsdag 25 juli 2000 - Otterndorf -> Brunsbuettel
Waar ik bij het plannen van de tocht al bang voor was, blijkt te kloppen. De tijdstippen van hoog- en laag water vallen dit keer in Otterndorf voor ons zeer ongunstig. Weliswaar worden we om 10.00 uur de haven in gesluisd, maar van de inboorlingen ter plaatse vernemen we dat het te riskant is om nu nog te proberen de haven uit te komen. Grote kans dat je dan vast komt te zitten in de vaargeul naar de Elbe. Als bewijs van die stelling loopt een grote motorsailer tijdens het manoevreren inderdaad vast op een ondiepe hoek van de haven. Man en vrouw aan boord zijn in alle staten en willen zelfs de SAR helicopter wel inschakelen. De havenmeester stelt ze gerust: er gebeurt niets dan dat ze een dikke 8 uuur vast zitten. Het schip ligt scheef op het droge en het ziet er allemaal heel griezelig uit, maar inderdaad blijkt de havenmeester gelijk te krijgen. Het kost de betrokkenen dus alleen een complete dag varen. We herkennen de gevoelens van deze mensen overigens helemaal! Bij Oldenburg hebben we vorig jaar iets dergelijks meegemaakt!
Wij zetten intussen de mast en wachten het volgende tij af. Het duurt eindeloos voor eindelijk het water weer terugkomt. Maar omstreeks 16.00 kunnen we (voorzichtig) de haven uit en varen we naar Brunsbuettel. Daar aangekomen (rond 17.30) moeten we een klein half uur op de 'Wartestelle' op de rivier wachten voor we de sluis in kunnen. Dit jaar wordt namelijk slechts een van de beide sluizen gebruikt, zodat de wachttijden (ook hier!) langer zijn dan normaal. Tegen 19.00 liggen we aan een meerboei met de punt tegen de kant in de jachthaven. Daarna eten we pizza bij een plaatselijke uitbater en sluiten we de zaak af met een 'Schlemmertopf' met twee bolletjes ijs en slagroom.
 
woensdag 26 juli 2000 - Brunsbuettel -> Kiel-Holtenau
Om 07.50 varen we de haven uit en leggen daarna aan bij het bunkerstation. We zijn precies op tijd, na een bruin zeilschip en voor een hele stroom kleinere jachten. We tanken water en diesel en om 08.20 starten we de tocht naar Kiel. We varen een dikke 6 knopen en hopen zodoende nog voor 18.00 in Kiel aan te komen. Onderweg maken we allerlei foto's met de digitale camera. Of de afstand is korter dan we gedacht hadden, of we hebben stroom mee in het NOK, maar om 17.00 liggen we in de sluis van Holtenau. Na het schutten proberen we aan te leggen bij de Tiessenkai. Dat hadden we beter niet kunnen proberen. Het levert (wegens de forse golfslag ter plaatse) alleen maar een verbogen scepter op. We gaan dus in Holtenau zelf liggen. Bij Tiessen doen we (zoals inmiddels gebruikelijk) onze drank inkopen: jonge jenever, Dantziger Goldwasser en whiskey. Ook besluiten we de Emmenthaler kaas te proberen: een kilo voor 10 DM. Een groot succes naar later blijkt!
We maken nog wat wandelingen in de omgeving en laten Jacco de bezienswaardigheden van Holtenau zien, die overigens niet zeer talrijk zijn. Daarna gaan we slapen.
 
donderdag 27 juli 2000 - Kiel-Holtenau -> Kiel-Duesternbrook
Annet en ik halen eerst broodjes en een krant ("Kieler Nachrichten") bij de lokale kruidenierszaak, een klein bedrijfje dat gerund wordt door een oude dame. Onderweg kopen we bij een watersportzaak een tweedehands havengids voor de Duitse en Deense Oostzeekust. Onze eigen gids hebben we dom genoeg thuis laten liggen en om nu een compleet nieuwe te kopen, terwijl we een recent exemplaar hebben, wordt ons te gortig. Nu behelpen we ons met een gids uit 1984. Hij blijkt zeer bruikbaar en is behoorlijk uitgebreid!
Omstreeks 11.00 uur gooien we los en varen we op de motor naar Duesternbrook. Daar leggen we aan op ongeveer dezelfde plek als drie jaar geleden. Vervolgens lopen we naar het centrum van Kiel en doen wat inkopen bij Herti, een behoorlijk groot warenhuis ter plaatse. Met de bus rijden we weer terug. Met Jacco maak ik nog een fietstochtje naar Herti, omdat we daar een plastic keukenkrukje zagen, dat we wel kunnen gebruiken als zitplaats in de kuip tijdens lange kanaaltochten. De vouwfietsen baren (merkwaardigerwijs) nogal opzien bij de autochtonen en inderdaad treffen we dit soort fietsen in Kiel erg weinig aan.
De laatste avond dat Jacco aan boord is, kijken we nog even naar de koppeling van computer en GPS. Om de een of andere duistere reden kan ik opeens geen waypoints meer uploaden van de computer naar de GPS, terwijl ik dat de eerste vrijdag (bij vertrek naar Stavoren) nog wel kon! Het blijkt (schande over mij!) dat ik een aardedraadje verkeerd verbonden heb. Probleem opgelost.
 
vrijdag 28 juli 2000 - Kiel-Duesternbrook -> Kiel-Laboe
Omstreeks 10 uur reist Jacco met de trein weer terug naar Nederland. Het regent als Annet en ik teruggaan. Om eerder onder de beschutting van de stationskap te komen gebruiken we de vouwfietsen op het perron. Dat komt ons op een officiele reprimande van de Deutsche Bundesbahn te staan. Pas na de tweede (nijdige) oproep via de stationsomroep 'Wollen Sie bitte von den Fahrraeder absteigen!' hebben we door wat de bedoeling is. Een Duitser die ziet hoe verbaasd wij zijn over de openbare terechtwijzing, vertelt het zelf ook een beetje pijnlijk te vinden. Maar 'wir Deutschen koennen so etwas einfach nicht freundlich sagen!' ... Wat een zelfkennis! We geven hem onmiddellijk absolutie: 'Macht ueberhaupt nichts!' ... en we fietsen maar haastig weg.
Aan boord aangekomen maken we ons voor vertrek gereed. We besluiten naar Laboe te gaan. We zijn daar nog nooit geweest en er is een Marine museum met een U-boot te bezichtigen. Dat lijkt mij wel aardig.
Binnen een uur zijn we ter plaatse. De stuurautomaat werkt keurig, maar op de een of andere manier klopt detailkaart van de haven absoluut niet. Ik heb al eerder gemerkt, dat bij BSB kaarten de calibratie van de detailkaarten niet echt zorgvuldig is. Toch maar eens een berichtje daarover naar de uitgever sturen. Volgens Fugawi liggen we nu buiten de havendam in de Kieler Fjord, terwijl we toch heus waar veilig aangemeerd in de box liggen.
's Avonds gaan we nog een stukje fietsen en komen tot de conclusie, dat het bezichtigen van de U-boot niet echt de moeite waard is. Je moet tijden in de rij staan en mag dan een keer van achter naar voor door het ding heen kruipen. Bij de marine heb ik voldoende in onderzeeboten gevaren om een idee te hebben van wat er te zien is. Dus laat maar.
 
zaterdag 29 juli 2000 - Kiel-Laboe -> Soenderborg
Het weer is nog steeds niet geweldig, maar de wind is licht en de hemel weliswaar bewolkt, maar droog, zodat we besluiten naar Soenderborg te varen. Vanwege de windrichting (NW) zal dat (wederom!) op de motor moeten. Overigens neemt de windkracht tegen de middag zodanig af, dat het zelfs bij een goede windrichting met zeilen toch niks geworden was. Het is (als gebruikelijk) een lange tocht: 5 uren motoren. De stuurautomaat neemt echter alle vervelende werk uit handen en de GPS zorgt, dat we keurig daar varen waar we het gepland hadden. En bij dit rustige weer is het een uitstekende gelegenheid om de nieuw gemonteerde radar uit te proberen. Op dit grote water blijkt het apparaat prima te voldoen. Er zijn behoorlijk veel contacten (van allerlei zeil- en motorbootjes), die allemaal (tot het kleinste visbootje) door de radar opgepikt worden. Boeien geven (vanwege hun radarreflector) een heel forse echo, terwijl beroepsvaartuigen (van staal dus) een nog veel grotere echo leveren. Zelfs als je je alleen op het scherm orienteert, kun je de aard van de contacten dus heel aardig inschatten. Het meest bruikbare bereik voor onze constellatie is maximaal drie zeemijl. Als ik de positie van een naderend contact heel precies wil weten, schakel ik even terug naar 1.5 of 1 mijl en voor een lange afstandswaarneming is 6 mijl meer dan voldoende. Daarboven wordt het beeld zo klein, dat het niet echt bruikbaar meer is. Het laten expanderen van de contacten is in sommige gevallen ook een goed hulpmiddel om golven en echte contacten van elkaar te kunnen onderscheiden. Kortom: ik zal nog heel wat oefening met het ding te gaan hebben, maar het is een welkome aanvulling op de navigatiemiddelen!
Om 16.00 liggen we in Soenderborg voor de kant. Na betaling van het havengeld (95 DK!) gaan we een eind fietsen naar de Dybol Moelle, waar zich in 1864 de laatste echte veldslag op Deens grondgebied heeft afgespeeld. De Pruisen hebben toen geprobeerd het gebied aldaar op de Denen te veroveren. Dat is toen niet, maar later wel gelukt. De Denen hebben het voormalige slagveld enigszins gecultiveerd en er een museum neergezet. Heel grappig om daar eens rond te kijken, zelfs al was het museum al gesloten.
We keren terug naar de boot en kijken nog even bij de kerk naar de aanvangstijd voor komende zondag. Er blijkt om 08.30 een Duitse dienst gehouden te worden voor de vakantiegasten. Dat lijkt ons zinniger dan een Deense dienst, want (zoals we vorig jaar hebben ervaren) vanwege de taal pikken we daar niet zo heel veel van op.
 
zondag, 30 juli 2000 - Soenderborg
Om 07.30 (!) staan we op. Wel heel erg vroeg voor de zondagmorgen! Maar we zijn dan ook keurig op tijd voor de Duitse dienst in de Sancta Mariakerk. Een vrouwelijke dominee gaat voor en houdt een preek over Filippus en de kamerling. De liederen uit het Evangelische Gesangbucht zijn onovertroffen. Niet alleen oude, eerbiedwaardige liederen zijn opgenomen, maar ook moderne werken van hedendaagse dichters. Alle lof! Het Liedboek kan daar wat mij betreft een voorbeeld aan nemen! De preek is kort maar krachtig, terwijl de pointe van de preek (heel knap) in het na de verkondiging gezongen lied naar voren komt.
Na de dienst gaan we terug naar de boot voor de koffie. Daarna fietsen we langs fietsroute 8 (de Denen hebben een stuk of 15 fietsroutes aangelegd door hun hele land, dat je aldus per fiets van oost naar west en zuid naar noord kunt doorkruisen!) van Soenderborg naar Hoeruphav, een prachtige tocht door de bossen vlak langs de kust met zicht op zee!
Na in de haven van Hoeruphav even te hebben rondgekeken, fietsen we langs de provinciale weg weer terug. Dat gaat vlugger en is ook comfortabeler dan het grindpad dat we op de heenweg volgden. Aan boord nemen we een borrel en een siesta en gaan na een korte wandeling over tot het avondeten.
Daarna weer een stuk fietsen, nu naar de noordkant van Soenderborg, waarbij we zien dat je ook aan de andere kant van de Kong Christianbrug nog een heel aantal kleine verenigingshaventjes hebt, waar je kunt aanleggen. Een volgende keer maar eens uitproberen!
Om 21.00 type ik dit verhaal in en kijk nog even op Internet naar de berichten voor morgen: Belte und Sund W 4 - 5! Dat vind Annet niet zo leuk. De laatste keer dat we windkracht 5 hadden op de Oostzee ging het schip behoorlijk te keer. Ik beloof dat we naar Dyvig gaan als de zee in de Aabenraafjord te bar zou zijn. Dat kunnen we dan ter plaatse wel zien.
Morgen niet vergeten eerst nog even diesel te tanken!
 
maandag, 31 juli 2000 - Soenderborg
Het waait zo hard (windkracht 5 a 6), dat we besluiten nog een dag in Soenderborg te blijven. We maken van de gelegenheid gebruik om 's morgens het museum in Dybbol te gaan bekijken. Dat is zeer de moeite waard. We krijgen twee films te zien en het verhaal van twee gidsen te horen. Helaas was dat van de tweede in het Deens, wat we geen van beiden machtig zijn. Het enige, dat ik althans kon vertalen, was het herhaald terugkerende 'Uhhh' van de nogal jonge gids, die kennelijk moeite had zijn verhaal zonder aarzelingen te brengen. Maar overigens is het erg aardig.
Na de rondleiding hebben we in het restaurant twee Deense frikadeller met aardappelsalade gegeten. 's Middags gaan we weer terug naar de boot en luieren daar wat. 's Avonds rijden we nog een stukje op de fietsen en bergen deze dan op. Morgen gaan we weg.
 
dinsdag, 1 augustus 2000 - Soenderborg -> Haderslev
Het is druilerig weer, maar er staat wel enige wind (W 4 ongeveer). Op de motor varen we door de brug en zetten dan de genua bij. In de Als Fjord zetten we ook het grootzeil bij en varen dan tot halverwege de opening van de Aabenraa Fjord. Dan valt de wind weg en begint het miezerig te regenen. Ik start de motor en aldus varen we in de richting van Haderslev Fjord. Daar aangekomen is het omstreeks 16.00 uur. Het duurt dan nog een dik uur voor we in Haderslev zelf kunnen aanleggen. De Fjord blijkt een dikke 7 mijl lang te zijn en slingert zich in grote bochten naar de stad. De omgeving is prachtig.
's Avonds eten we in een Havnegrill vissticks met salade en patat. Prima te eten! Daarna bekijken we per fiets Haderslev. Het is een erg schilderachtig stadje, d.w.z. vooral in het centrum, waar de Dom een belangrijke plaats inneemt. Helaas is het ding 's avonds gesloten. Bovendien heb ik vergeten een fototoestel mee te nemen, zodat we besluiten morgen nog even te gaan kijken voor we weer vertrekken.
 
woensdag, 2 augustus 2000 - Haderslev -> Faaborg
Om half negen luisteren we naar het weerbericht, dat zeer licht weer opgeeft voor Belte und Sund. We besluiten (omdat het er naar uitziet, dat het later in de week weer zwaarder weer zal worden) naar Faaborg te gaan. Daar hebben we meer uitwijkmogelijkheden dan b.v. vanuit Assens. We gaan per fiets eerst nog even naar de winkel brood kopen en rijden daarna naar het centrum om wat foto's te nemen van een aantal markante gebouwen alsmede van de Dom. Dat gebouw blijkt nu open te zijn, zodat we ook een aantal foto's maken van het interieur. Daarna vertrekken we naar zee.
Om 11.30 zijn we bij de uiterton van de Haderslev Fjord en zetten we koers naar Faaborg. De planning is, dat we er omstreeks 16.30 zullen zijn. Het is zeer licht en warm weer. We zetten in eerste instantie alleen de fok bij, maar varen de hele tocht op de motor. Onderweg zien we bij een aantal gelegenheden zwemmende bruinvissen. Niet meer dan een stel zwarte vinnen boven water, maar toch!
Bij de ingang van de Lyoe Krog halen we de fok weg. De wind is vrijwel geheel gaan liggen.
Om 16.30 lopen we de haven van Faaborg binnen. Hoewel we voor onze begrippen niet echt laat zijn, ligt toch de hele haven al vol. We kunnen nergens anders terecht dan naast een motorjacht, dat al tussen de steigers voor de kant ligt. De opvarenden zijn er niet blij mee, maar helaas.
Als Annet bezig is met het klaarmaken van de avondmaaltijd, zie ik echter dat een Duits jacht zijn plek aan de steiger verlaat. Er is nu kennelijk een box leeg. Om na te gaan of de box echt vrij is, loop ik de steiger op en vraag aan een van de daar aanwezige Denen of de mensen nog terug komen. Dat blijkt niet het geval. Tien minuten later liggen we in de box.
's Avonds gaan we nog een stukje fietsen en nemen ons voor morgen een tocht naar de molen van Kaleko te maken.
 
donderdag, 3 augustus 2000 - Faaborg
We staan omstreeks 08.00 uur op en luisteren naar het weerbericht van 08.30. Het blijft de hele dag rustig weer, later mogelijk wat regenbuien. We fietsen eerst naar het VVV en kopen daar een fietskaartje van de omgeving. Niet veel bijzonders en behoorlijk duur (5 gulden!), maar wel bruikbaar. Daarna nemen we een kijkje bij Miniby, een vrijwilligersproject van een stel Faaborgers, die het plan hebben opgevat de huizen van Faaborg in minimodel na te bouwen. Mettertijd zullen ze een expositieruimte ter beschikking krijgen ter grootte van een stel voetbalvelden, zodat het stadje dan echt in miniatuur te zien zal zijn. Nu hebben we de aanbouw van een heel stel gebouwtjes bekeken. Alle stenen en dakpannen in miniformaat worden door de mensen zelf gemaakt en gebakken en vervolgens rond de modellen gemetseld. Ik doe ze de tip aan de hand verlichting in de gebouwtjes aan te brengen. Dat zal de aantrekkelijkheid bij donker van het geheel aanzienlijk vergroten. Bovendien verwijs ik ze naar Madurodam, waarvan slechts een enkeling gehoord blijkt te hebben.
Vervolgens fietsen we naar de molen van Kaleko, een gebouw dat stamt uit de middeleeuwen, en dat een beeld geeft van het leven destijds van een molenaarsgezin. Behoorlijk primitief allemaal: men moest indertijd letterlijk voor alles zelf zorgen: brood bakken, bier brouwen, kaarsen maken, de was doen, draden spinnen en stof weven, teveel om op te noemen!
Hierna fietsen we de route van de kaart verder en gaan met een grote boog om Faaborg heen. Een schitterende omgeving, alleen nu en dan wel flink trappen tegen de heuvels op!
Tegen 14.00 zijn we weer terug en hebben dan ook nog even boodschappen gedaan bij de Aldi. Na een siesta begint het te hozen van de regen. Werkelijk een stortbui. Goed dat we de fietstocht vanmorgen al gemaakt hebben! Op het eind van de middag brengen we nog een bezoek aan de Gamle Gaard, een museum dat een beeld geeft van het leven van de rijken in de 16e en 17e eeuw in Faaborg. Behoorlijk verschil met het molenaarsgezin!
's Avonds fietsen we nogmaals een stuk door Faaborg heen en hebben dan het gevoel de hele zaak wel te hebben gezien. Morgen willen we richting Svendborg gaan.
 
vrijdag 4 augustus 2000 - Faaborg -> Fjellebroen
Als we de haven uitvaren zien we dat de dieselsteiger leeg is. Die kans laten we ons niet ontnemen. We meren aan en ik laat 45 liter diesel in de tank lopen. Als ik wil betalen zie ik tot mijn grote schrik, dat er een grote veelkleurige plas van diesel op het water ligt, die (op het eerste gezicht) bij onze boot vandaan lijkt te komen! Ik sta perplex! Een lek in het brandstofsysteem? Dat is toch onmogelijk!? Dat wil zeggen: dan zou de brandstof toch in het schip moeten komen? Het kan toch niet buiten een gelast stalen boot in het water terecht komen? Helaas is het liggend langs de steiger niet uit te maken waar de bron van de vervuiling is en eerlijk gezegd heb ik eigenlijk ook alleen maar haast om weg te komen voor iemand mij voor de vervuiling aansprakelijk stelt! Annet is al druk bezig met het spuiten van afwasmiddel, wat gezien de hoeveelheid diesel nauwelijks zoden aan de dijk zet. Ik betaal zo snel mogelijk en weg zijn we.
Zo gauw we buiten de haven zijn zet ik de zeilen en met een heel kalm gangetje drijven we richting Fjellebroen, een haventje 7 mijl verderop. Nu is er gelegenheid om vast te stellen of wij diesel lekken en zo ja, waar dat dan vandaan komt. In eerste instantie kan ik in het kielzog niets bijzonders ontdekken, maar een zwaluw maakt nog geen zomer! Langer op het kielwater studerend zie ik opeens toch wat spoortjes van vettigheid wegkringelen, die kennelijk bij onze romp vandaan komen, aan weerzijden (lijkt het) van de kiel. Toch een lek? Ik kan het me niet voorstellen en pijnig mijn hersens om een verklaring voor het verschijnsel te vinden. Wordt het soms veroorzaakt door het schroefasvet, dat uit de schroefaskoker komt en vervolgens in het kielzog omhoog kringelt? Ik laat Annet wat extra vet bijdraaien en inderdaad ... na een poosje zie ik de verschijnselen weer optreden. Alleen duurt het wel een beetje erg lang voor zo'n paar kloddertjes vet! Hoe is dit in vredesnaam te verklaren? Ik open het motorluik en begin een nauwkeurige inspectie van de tank. Nergens ook maar een spoor van lekkende diesel te bekennen. En toch blijven we in het kielzog nu en dan slingertjes vettigheid (olie of diesel) waarnemen. Weliswaar hele kleine hoeveelheden en ook niet in een constante stroom, maar toch! De bakskist wordt leeggehaald en de zijkant van de dieseltank aan een inspectie onderworpen. Niets te ontdekken. Ik verwijder de vettigheid onder de schroefas vlak achter de keerkoppeling. Lekt dat dan misschien door een haarscheurtje in een lasnaad of zo? Belachelijke veronderstelling lijkt me, want dan zou er toch ook water binnen moeten komen ... maar ik kan het probleem op geen andere manier in de richting van een oplossing brengen ... Annette veronderstelt dat de dieselpomp in Faaborg zelf lekt. Liggend in de haven hebben we inderdaad al eerder dieselsporen rond onze en andere boten waargenomen. Mogelijk zit die vettigheid nog op de romp en spoelt hij er nu bij stukjes en beetjes vanaf. Een lek van ons systeem is toch eigenlijk ondenkbaar. Als er al diesel lekkage zou zijn, zou de diesel bij ons in het schip moeten komen. Onmogelijk dat het buiten het schip zou kunnen geraken. Ik geef het op. We bezitten onze ziel in lijdzaamheid. Pas in de volgende haven kunnen we de proef op de som nemen.
Omstreeks 13.00 liggen we in de box in Fjellebroen. Al na enkele minuten is duidelijk, dat de waargenomen dieselspoortjes afkomstig moeten zijn van vervuiling van de buitenkant van de romp. Stilliggend in het water is er namelijk geen spoor van diesel of olie of wat voor vervuilling ook waar te nemen. Kennelijk mag de bunkeraar van Faaborg zijn installatie wel eens gaan nakijken! Allemaal sorus om niks dus ...
Na de maaltijd in het locale 'havne' restaurant, bestaande uit een Duits grillworstje met brood en vettigheid, plegen we een korte siesta en gaan daarna een rondje fietsen in de omgeving. Schitterende landschappen ontvouwen zich voor onze ogen. Die fietsen zijn hun gewicht in goud waard: je ziet tien keer zoveel als wanneer je alleen te voet kunt verkennen.
Ook na de avondmaaltijd fietsen we nog een stukje naar een naburig gehucht. Daarna keren we terug aan boord en tik ik dit verhaal in. Morgen denken we (afhankelijk van het weerbericht) naar Svendborg te gaan.
 
zaterdag, 5 augustus 2000 - Fjellebroen -> Svendborg
We staan op de gebruikelijke tijd op en luisteren naar het weerbericht. Voor Belte en Sunt wordt W-4 afgegeven, wat later mogelijk 5 kan worden. Dat is dus geen punt. Vanaf Fjellebroen naar Svendborg is het zo'n 10 mijl varen, dus dat zou met 1,5 uur ruim bekeken moeten zijn. Als we na de maaltijd wegvaren, staat er nog maar windkracht 3, zodat we weliswaar de fok bijzetten, maar ook de motor maar gewoon laten draaien. Anders gaat het wel een heel lange reis worden. De snelheid alleen op de fok (en even het grootzeil bijgezet) is maximaal 3 knopen. Dat vind ik wat te traag. Omstreeks 11.30 varen we onder de hoge brug van Svendborg door en vinden vrij snel een ligplaats in de jachthaven. Daar hebben we wel mazzel mee, want later op de dag zien we verschillende schepen vergeefs een rondje door de haven maken. Alles ligt dan al vol. Omdat op zaterdag de winkels maar tot 12.00 uur open zijn, pakken we meteen de fietsen en rijden naar de dichtstbijzijnde hengelsport zaak. Ik wil nog altijd een hengel annex blinker kopen om onderweg (of in de haven) wat op zeevis te kunnen vissen. Voor een dikke 300 kronen mogen we een werphengel, annex molen, blinker en vislijn meenemen. Niet goedkoop, maar het lijkt kwalitatief wel goed spul te zijn. Vervolgens houden we aan boord een korte siesta en gaan daarna in de stad kijken. Het is braderie met op verschillende pleinen muziekuitvoeringen. Als we bij de kerk informeren naar de aanvang van de zondagse dienst, blijkt er om 17.00 een orgelconcert te worden gegeven door Christoff Krummacher uit Leipzig. Dat spreekt ons wel aan. We mogen de fietsen in het portaal zetten en horen een programma met stukken van Robert Schumann (drie fuga's op B-A-C-H, onvermijdelijk in dit Bachjaar!), Bach zelve en Mendelssohn Bartholdy. Behoudens een paar kleine foutjes en/of aarzelingen in het spel een prima uitvoering!
Daarna rijden we terug naar de boot en lopen vervolgens naar een Chinees restaurant aan de haven. Daar eten we een standaard diner, vergezeld van een halve fles Franse wijn. Achteraf zien we, dat we beter voor een buffet hadden kunnen kiezen. De Denen doen dat vrijwel allemaal. Voor een vast bedrag (vergelijkbaar met wat wij betaalden) mag je dan langs de verschillende schotels (15 gerechten!) lopen, net zo vaak als je wilt. Nu ja ... les voor de volgende keer.
Bij het avond-weerbericht wordt nogal gesmeten met windkrachten 6 en 7, zodat ik vermoed, dat we hier nog wel een paar dagen zullen liggen. Om met dit soort windkrachten tussen de eilanden te gaan ronddollen (in golven van 1,5 meter hoog!) ... daar voel ik niet zoveel voor.
 
zondag, 6 augustus 2000 - Svendborg
Na de weerberichten van 08.30 te hebben aangehoord, maken we ons gereed naar de kerk te gaan. Ook nu weer mogen we de fietsen in de hal van de kerk zetten. Het aantal bezoekers is verwonderlijk groot (ik schat een stuk of 50 mensen!), zij het dat de gemiddelde leeftijd nogal hoog is. Wij (50ers!) behoren tot de jongste generatie van de aanwezigen! Het grote(re) aantal kerkgangers is kennelijk te danken aan de viering van het Avondmaal. Omdat we dat vorig jaar in Soeby hebben meegemaakt, weten we enigszins hoe dat in een Deense Lutherse kerk in zijn werk gaat. De preek is (wederom) niet te volgen. Uit de combinatie van de schriftgedeelten en een enkele bekende uitdrukking kan ik afleiden dat het over de voorzienigheid moet gaan. Dat lijkt te kloppen want op een gegeven moment komt de Concorde uit het nieuws van een paar dagen geleden in de preek overvliegen. De viering van het Avondmaal gaat in drie groepen dit keer. De communicanten knielen allen (op een knielbank) rond het altaar en krijgen daar brood en wijn, terwijl de overigen op stoelen zittend op hun beurt wachten.
Bij de uitgang wekt het onder de kerkgangers wel enige verbazing, dat wij onze fietsen mee naar buiten nemen en aldus ons van het kerkgebouw verwijderen. Ik probeer de zaak te verduidelijken met de kreet: 'We are Dutch, we are born on bikes, you see!'. Ze lachen en vinden het wel grappig kennelijk. Ook hier blijken de vouwfietsen weer een relatief onbekend fenomeen te zijn. Net als in Kiel enkele dagen geleden.
Op de terugweg naar de boot probeer ik bij een benzinestation een fietskaart van de omgeving te pakken te krijgen. Tevergeefs helaas. Maar de pompbediende raadt ons aan een tocht te maken langs de Sund in de richting van Ranzausminde. Daar is een strand en een bos en het geheel zou dus een redelijk aardige tocht moeten opleveren. We zullen zien na de siesta.
Inderdaad is het een heel aardige tocht in de richting van Rantzausminde. De weg eindigt in een strandje, waar (met deze wind) nogal gesurfd wordt. Met name is er een Duitse surfer, die gebruik maakt van een grote vlieger om heen en weer over de sund over te surfen. Spectaculair gezicht!
Na terugkeer komen we zo dicht in de buurt van de Hochbruecke, dat we besluiten er even overheen te fietsen. Inderdaad een behoorlijke hoogte, maar het fietsen gaat eenvoudig. Op de heenweg wind mee, terug een beetje wind tegen. Nog wat foto's gemaakt. Mijn rug voelt zo goed aan, dat ik overweeg vanavond nog een klein stukje te gaan hardlopen. Mijn conditie moet nodig weer een beetje op peil worden gebracht!
Na de maaltijd besluit ik dat een wandeling waarschijnlijk beter is voor mijn gestel. Eerst met fietsen de conditie maar eens op peil brengen en dan voorzichtig proberen het hardlopen weer op te vatten.
's Avonds installeren we voor het eerst in de vakantie de televisie. Het merkwaardige is, dat hij het nog het beste blijkt te doen met zijn eigen binnenhuis-antenne! Perfect beeld van Denemarken 2 ...
 
maandag, 7 augustus 2000 - Svendborg
Na opstaan en ontbijt gaan we eerst naar het centrum om een fietskaart te bemachtigen. Dat lukt zonder al te veel moeite bij het VVV. Vervolgens doen we nog wat boodschappen en brengen die eerst terug aan boord. Daar zoeken we een geschikte fietsroute uit. Het wordt de route naar Skaarupoerestrand. De bezienswaardigheden die ons langs de route beloofd worden, kunnen we niet vinden. Wij snappen de beschrijvingen niet, zullen we maar zeggen. Maar de route zelf is prachtig. Het verste punt is Abyskov en Vaengemose, beiden aan de Langelandsund, met uitzicht op Langeland en nog een heel klein stukje Store Belt. Het waait weliswaar behoorlijk (W-6 is voorspeld) maar de zon schijnt ook krachtig, zodat het een schitterende dag is. In totaal doen we drie uur over de 25 kilometer van de route, maar het is dan ook heuvel op en heuvel af. Om 14.30 zijn we weer terug aan boord en nemen eerst een uitgestelde siesta. Daarna gaan we wederom de stad in om te proberen een kaarthouder voor op de fiets te pakken te krijgen. Dat lukt dus niet. Zullen we in Nederland moeten proberen.
Terwijl Annet het avondeten klaar maakt, ga ik op de steiger even vissen en slaag er (tot mijn eigen verbazing!) in een kleine kabeljauw te verschalken. Het kost enige moeite om hem weer van de haak te halen, maar uiteindelijk lukt dat en na het inhalen van de zuurstofschuld zwemt het beest weer vrolijk verder in de Sund (hoop ik!).
Voor morgen plannen we een fietstocht op Taasinge: zo'n 20 of 30 kilometer over het eiland aan de andere kant van de Sund. Waarschijnlijk worden de stormwaarschuwingen pas overmorgen ingetrokken en kunnen wij weer verder.
 
dinsdag, 8 augustus 2000 - Svendborg
Liggend in bed luisteren we naar het weerbericht op NDR4 via de middengolf op 702Khz. Inderdaad wordt voor Belte und Sund nog steeds een windwaarschuwing gegeven en voorspelt men W-NW 5-6, teveel voor ons dus. We zullen de plannen van gisteren dus gaan uitvoeren: fietstochtje naar Taasinge. We ontbijten en zetten de fietsen op de wal. Om 10.00 uur vertrekken we en rijden eerst over de Sundbro naar de andere kant. Daarna onmiddellijk linksaf naar beneden naar Vindeby, het kleine haventje aan de overkant van de Sund. Daar maak ik een foto van het haventje waar de boot momenteel ligt. Vervolgens rijden we verder door het Bregninge Skov, waarbij we dus leren dat 'Skov' staat voor 'bos'. Hierna komen we in het illustere plaatsje Troense, dat vrijwel geheel blijkt te bestaan een jachthavens en vakantiehuisjes. Maar overigens ziet het er wel schilderachtig uit. Vanaf Troense vervolgen we de weg en rijden dan Valdemar Slot binnen, waarvan de slotweg deel is gaan uitmaken van het openbare wegennet op Taasinge. Aldaar stallen we tijdelijk onze fietsen en nemen een kijkje in het in een van de bijgebouwen gevestigde museum voor zeiljachten. Het blijkt een verzameling kleine open zeil- en motorbootjes te zijn: Piraat, Finnjol, Optimist, dat soort werk. Maar daarbij ook een aantal zeer oude exemplaren. Wel aardig. Volgens de beheerder van het museum wordt het voornamelijk door Duitsers en Nederlanders bezocht. De Denen geven er kennelijk niet zoveel om. Achteraf hebben ze misschien ook wel een beetje gelijk.
Hierna fietsen we het slotterrein weer af en vervolgen de weg. We maken de route (die 48 kilometer lang is!!) niet helemaal af. Of liever: helemaal niet af. We steken na 6 kilometer door naar Bregninge en zijn dan nog 6 kilometer van Svendborg verwijderd. Onderweg eten we onze meegenomen boterhammen op. Om 12.30 zijn we weer over de Sundbrug en fietsen we via het winkelcentrum naar de boot. Bij het winkelcentrum bemerken we nog een fietsenzaak, die we tot op heden over het hoofd hadden gezien. Onmiddellijk vragen we ook daar naar een manier om een fietskaart aan het stuur te bevestigen. De man blijkt een zeer geschikte tas te hebben, die eenvoudig aan het stuur vastgemaakt kan worden en waar op de bovenkant een kaart kan worden aangebracht onder een plastic hoes. We kopen het ding onmiddellijk!
Daarna naar de boot, een borrel en een siesta en om 15.00 gaan we wel weer verder!
Per fiets rijden we naar de hengelsportzaak, alwaar ik nog wat extra haakjes en een stel wartels koop. De lijn gaat steeds erger kinken, dus daar moet iets aan worden gedaan. Weer op de boot voer ik twee routes in naar Marstal. Een westelijke en een oostelijke. Waarschijnlijk zullen we morgen de westelijke route nemen, omdat die 2 mijl korter blijkt dan de oostelijke. Maar natuurlijk moeten we eerst het weerbericht afwachten.
Na het eten ga ik nog weer even vissen, maar word daarin belemmerd doordat allerlei zeilboten naar buiten gaan en kennelijk een wedstrijdje willen zeilen. Dat blijkt te kloppen. Middels een aantal knallen van lichtkogels wordt aangegeven hoever het starttijdstip nog verwijderd is. Vervolgens begint men met het aandewindse rak.
Ik maak een stel foto's van de start, alsmede van de terugkeer van de boten met de spinnaker bij.
Vervolgens probeer ik een meerdaags weerbericht te pakken te krijgen. Dat blijkt erg ingewikkeld. Weliswaar is er bij de oude haven een televisiescherm met daarop het Deense Teletekst weerbericht, maar dat is zo incompleet en kortdurend, dat we daar niet wijzer van worden. In andere havens (zoals Soenderborg en Laboe) kon je bij het havenkantoor een meerdaagse verwachting krijgen en dat is nu precies waaraan wij momenteel behoefte hebben. Ik wil weten of het eerstdaags windkracht 4 gaat worden, of dat ik dat de komende week wel op mijn buik kan schrijven. In het eerste geval gaan we z.s.m. naar Marstal om vandaaruit de oversteek naar Kiel te maken. In het tweede geval is het waarschijnlijk beter om onder Fuenen langs naar Faaborg en/of Lyoe te gaan en vandaar over te steken naar Mommark. Bij een aanhoudende harde westenwind zitten we dan tenminste (behalve natuurlijk het stuk bij Kalkgrund) onder de hoge wal en hebben we wel de wind, maar niet de golven.
Ik stuur Jacco een mailtje met de vraag of hij een meerdaags weerbericht voor de Oostzee voor mij te pakken kan krijgen. Ik ben benieuwd.
Inderdaad krijg ik een bericht van  Jacco binnen met een meerdaags weerbericht voor Denemarken. Niettemin is het niet echt bruikbaar vrees ik. Het gaat meer over de omstandigheden op het land, terwijl wij met name in de Oostzee geinteresseerd zijn. Verder geeft hij ook nog adressen van andere sites, die weersoverzichten geven van telkens 24 uur vooruit.
 
woensdag, 9 augustus 2000 - Svendborg
We blijven liggen vandaag en luieren een beetje. Annet voelt zich niet zo lekker. We fietsen wat in de omgeving van Svendborg en gaan even op een bankje zitten in een park. Vlak bij een vijver. Een bejaarde Deen komt naast ons zitten en wijst ons op een waterhoen met jongen, die in de vijver wat rondscharrelen. Leuk om te zien.  Voor de rest doen we vandaag niet veel. 's Avonds eten we bij een visrestaurantje aan de haven. Daarna kunnen we nog even naar het weerbericht kijken op een televisietoestel vlak in de buurt, speciaal voor de watersporters daar aangebracht. Het weer lijkt morgen iets rustiger te worden, zodat we wellicht weg kunnen.
 
donderdag,10 augustus 2000 - Svendborg -> Soeby
Om ongeveer 07.30 staan we op. Het weer is zo rustig, dat we besluiten onmiddellijk te vertrekken. Hoe verder we komen met rustig weer, hoe beter. Ik start de computer, upload de koers naar de GPS en haal de huik van het grootzeil. Onderweg eten we en steek ik een rif. Men heeft S-SW 4-5 voorspeld, en dan is een rif ongetwijfeld nodig. Het eerste stuk gaat prima. We varen onder Avernakoe langs richting de punt van Soeby. Het waait dan al stevig. Een dikke 4 zou ik zeggen en wel pal uit zuidelijke richting. De koers naar Schleimuende en Kiel is dus recht tegen wind en golven in. Onder Aeroe langs varend hebben we van de golven nog niet veel last. Dat wordt anders als we onder de punt van Soeby vandaan komen. Nu merken we hoeveel golven er op de Oostzee staan: tot 1 meter hoog! Annet vindt dat niet prettig. Temeer niet, omdat bij een uitwijkmanoevre voor een veerboot de stuurautomaat het heeft laten afweten. Achteraf blijkt het een (hinderlijke!) kleinigheid te zijn: een bedieningsknopje is blijven steken en als gevolg daarvan raakt de automaat over zijn toeren. Met de hand sturen gaat ook wel, maar is natuurlijk minder comfortabel. Als we daarna zien dat een motorjacht de strijd tegen wind en golven opgeeft en voor de wind omdraait, hebben wij er ook wel genoeg van. We gaan naar Soeby en leggen daar om 12.00 uur aan in de haven. Als we de haven invaren, kijk ik achter het schip en zie een grote plas diesel op het water! Ik roep verschrikt dat we dus toch een brandstof lek hebben en een grote ook. Maar Annet stelt me gerust: voor het schip ligt nog veel meer diesel op het water. De Denen nemen het kennelijk niet zo nauw met het morsen van brandstof!
Na een uitgebreide siesta fietsen we nog een stukje en gaan 's avonds eten in een visrestaurant. De weerberichten voor morgen zijn SW-W 5, maar volgens de Duitse buurman moeten we dat met dit schip makkelijk kunnen hebben. Gewoon dicht onder de wal kruipen, zodat je wel de wind maar niet de golven hebt. En het stuk bij de Flensburger Fjord gewoon even afzien.
Merkwaardigerwijs gaat 's avonds de wind vrijwel geheel liggen. Hadden we dat vanmorgen gehad!
De stuurautomaat wordt hersteld. Het blijkt voldoende te zijn het aantal roeromwentelingen van de ene tot de andere stop te bevestigen, waarna het apparaat weer functioneert als had hij nooit geweigerd.
 
vrijdag, 11 augustus 2000 - Soeby -> Kiel-Holtenau
We luisteren na het opstaan eerst naar het weerbericht van 08.30. Daar wordt gesproken over W-4-5, zowel wat Belte en Sund aangaat als wat betreft de westelijke Oostzee. Dat zou dus moeten lukken. En we zullen in de praktijk ook wel zien of het gaat.
Ik voer een koers in die vanaf de punt van Aero regelrecht naar Kiel voert, en zet die in de GPS. Op de kaart is de koerslijn ingetekend, zodat we de voortgang op gezette tijden kunnen bijhouden. We starten de motor en varen naar buiten. Het is dan 09.00 uur. De wind blijkt inderdaad zodanig West te zijn, dat het zeilen aan de wind naar de punt van Aero een behoorlijk tijdverlies zou opleveren. Daar voel ik niks voor. Het is een dikke 40 mijl in ruwe zee ... we zullen de tijd hard nodig hebben: we gaan dus verder op de motor. Een (andere) Duitse buurman zien we op de fok naar de hoek zeilen. Hij verleiert jammerlijk, en als hij ons op de motor voorbij ziet stuiven, rolt hij zijn fok weg en probeert eveneens op de motor hoogte te winnen. Dat valt hem niet mee, want hij heeft alleen een buitenboordmotor.
Wij zijn inmiddels op de hoek van Aero aangeland en ervaren de volle kracht van de rollers vanuit de Aabenraa Fjord. Er staan een paar fikse zeeen en de Andrea pikt zelfs twee keer paaltjes! Later blijkt dat het pakket met de bijboot, dat we voorin hadden gestouwd, ongeveer een meter naar achteren is komen zetten. Kennelijk tijdens een van die woeste sprongen bij het paaltjes pikken.
Na 15 minuten zijn we bij het volgende waypoint en kunnen we pal naar het zuiden sturen. Toch doe ik dat niet. De zee is hier zo ruw, dat ik besluit eerst maar eens dichter onder de wal van Als te kruipen. Dat is echter nog een heel eind, en op die manier hebben we ook niks aan de naar de GPS geuploade waypoints naar Kiel. We gaan dus eerst op de hand verder. Na omstreeks een uur wordt de zee rustiger. We beginnen onder lij van het eiland Als te komen. Mommark zijn we inmiddels gepasseerd. Ik laat Annet het roer even overnemen en haal de oude waypoints uit de GPS, zet nieuwe in de computer en upload die naar de GPS. Dit keer zet ik de punten dicht onder de Deense en de Duitse wal, zodat we optimale beschutting tegen de golven zullen hebben. Nu kunnen we weer op de GPS sturen en de automaat neemt ons werk over. Niettemin moeten we nog wel voorbij het gat van de Flensburger Fjord. We herinneren ons dat nog van vorig jaar. Toen hadden we met ZW wind te maken. Het zeetje begon toen te lopen zodra we voorbij de punt van Als waren. Het is opvallend, dat dat nu anders gaat. Bij de W wind, die we nu hebben, beginnen de rollers pas een heel eind verderop te lopen. Naar genoeg houden ze ook veel langer aan. We zijn al ruim onder de Duitse wal, als we nog steeds de vervelende gierende bewegingen van de zeeen uit de Flensburger Fjord ervaren. Pas ter hoogte van Schleimuende wordt het eindelijk wat kalmer. Het is dan inmiddels ongeveer 12.45 uur. We besluiten ook vanaf dat punt niet rechtstreeks naar Kiel te varen, maar eerst onder de kust verder te gaan tot voorbij Damp 2000 en dan pas de Eckernfoerder Fjord over te steken. Dat blijkt een goed plan te zijn. Halverwege de Fjord zien we de buien voor ons passeren en achter ons langs gaan. We denken dan ook al dat we er op een koopje vanaf komen. Maar dat blijkt toch een vergissing. Op zo'n 30 minuten voor het laatste waypoint in het begin van de Kieler Fjord, krijgen we een inktzwarte bui over ons heen, waar een bak wind in zit. Terwijl we op de motor en met de fok bij voor de wind varen met een snelheid van dik 6 knopen, voel ik de wind toch keihard tegen mijn rug aanblazen! Dat moeten wel stoten van windkracht 7 zijn, naar ik schat. De boot gaat er ook als een razende vandoor. Op de GPS zien we snelheden tot zelfs 7.5 knopen voorbij komen! Meer dan de theoretische topsnelheid. Het water bruist langs de kuip en spuit onder het schip vandaan! Griezelig, maar ook wel spannend! Het duurt ongeveer een kwartier. Dan wordt de wind weer normaal en varen we rustig naar het laatste waypoint toe. In de Kieler Fjord is het een stuk rustiger en een uur later liggen we in Holtenau voor de kant. We doen onze (inmiddels gebruikelijke) inkopen bij Tiessen en gaan na een borrel vroeg naar bed. Morgen gaan we het NOK over!
 
zaterdag, 12 augustus 2000 - Kiel-Holtenau -> Brunsbuettel
Om kwart voor zeven kan ik niet meer slapen en besluiten we de boot los te maken en te gaan varen. Er ligt dan al een jacht voor het NOK te wachten. Terwijl we voor de sluis liggen te dobberen, zetten we koffie en ontbijten we vast. Tegen 07.00 uur wordt het licht op de sluis wit, ten teken dat we mogen invaren. Er zijn dan inmiddels zo'n 6 jachten verzameld. Niettemin is er plek zat in de sluis. Na het aanleggen betaal ik de Kanalgebuehren van 21 DM en om 07.30 gaan de deuren open. Nu is het varen, varen, varen, tot we in Brunsbuettel zijn. Volgens onze ruwe berekeningen zou dat omstreeks 16.00 toch wel het geval moeten zijn. Dat is ook inderdaad zo. We zien kans dan nog even bij de steiger van de dieselbunkeraar aan te leggen, waar we 25 liter diesel laden en ernstige kritiek van de bedienaar over ons heen krijgen vanwege het per ongeluk morsen van enkele druppels diesel. De man gaat onmiddellijk aan het werk met een grote fles verdund wasmiddel om de sporen weer uit te wissen. Daar zouden de Denen nog eens een voorbeeld aan kunnen nemen!
Wij varen intussen in de richting van de haven alleen om te constateren dat alle plekken voor de wal al bezet zijn en dat we dus dubbel of driedubbel zouden moeten liggen. Daar voelen we niets voor. We willen namelijk de fietsen een beetje gemakkelijk op de wal kunnen krijgen. Daarom varen we terug naar de 'Ausweich-Liegestelle' die we een eindje eerder aan het NOK hebben gezien. Daar ligt welgeteld een klein motorbootje en als wij aanmeren, liggen we er dus met zijn tweeen. Het blijkt dat de Liegestelle ondanks het Ausweich karakter nog van redelijk veel gemakken is voorzien: je kunt stroom op de steiger krijgen en er is een eenvoudige toiletvoorziening aanwezig. Plus natuurlijk dat je aan een mooie houten steiger kunt liggen, achter de dukdalven van de laatste Ausweichstelle van het NOK. En het meest aantrekkelijke punt (in elk geval voor Nederlanders als wij!): mogelijk komt er zelfs niet eens een havenmeester voorbij om havengeld te innen. We liggen l.v.n (lekker voor niks!). Per fiets stellen we vast waar de Evangelische Kirche is in Brunsbuettel en wanneer de Gottesdienst gehouden wordt. Dat blijkt om 10.00 uur te zijn. Vervolgens eten we patat met gyros bij een Italiaan, en spoelen dat weg met bier en lambrusco. Als afsluiting nemen we twee grote bakken ijs mee van een andere (ijs)Italiaan. Dat eten we aan boord op.
Inmiddels is de aanlegplaats door meerdere watersporters in gebruik genomen. Wat ons betreft heeft het ding veel voor op de gewone jachthaven. En dat ondanks de zuiging van de grote schepen, die hier regelmatig langsvaren. Daar heb je per slot in de gewone jachthaven ook last van.
 
zondag, 13 augustus 2000 - Brunsbuettel -> Otterndorf
Bij nader inzien is het hoogwater in Otterndorf niet pas 's middags om 17.00, maar al om 13.30! Dat betekent, dat we 's zondags niet naar de kerk kunnen. Om 10.30 moeten we namelijk al voor de sluis liggen, teneinde uiterlijk 11.30 de Elbe te kunnen afvaren. Omdat we dan nog tegen de staart van de vloed in moeten, zullen we voor de 9 mijlen naar Otterndorf minstens twee uur nodig hebben. Helaas dus.
Om 08.00 uur komt eerst de havenmeester nog langs om het havengeld a 11 DM te innen. Ondanks de Ausweichliegestelle willen ze het geld dus wel hebben! Weer helaas dus! Daarna maken we de bok gereed voor het strijken van de mast vanmiddag. Dan hebben we dat vast gedaan. Om 10.30 liggen we rondjes te draaien voor de sluis, die inderdaad om 11.00 open gaat. Om 11.30 varen we volgens plan de Elbe op en beginnen we richting Otterndorf te stomen. Ik steek onmiddellijk het vaarwater over en vaar links van de groene tonnen. Ondanks dat hoogwater Brunsbuttel nog slechts 2,5 uur verwijderd is, halen we soms de 4 knopen niet eens! N.B. meer dan 2 knopen stroom tegen! Het gaat dan ook tergend langzaam. Maar er is niets aan te doen dan gewoon door te varen. Gelukkig is de wind heel zacht uit het ZW, waardoor er geen hoge golven lopen. Om 13.40 zijn we bij het baken van de Medem en beginnen we langs de prikken te varen. Ondanks dat ik dat nu al een heel aantal keren heb gedaan, blijf ik het zenuwachtig werk vinden. Waarschijnlijk omdat we hier al eens vast hebben gezeten. Maar alles gaat goed en binnen 5 minuten liggen we op een ligplaats aan de middensteiger. Met veel vijven en zessen strijken we de mast. Het valt niet mee dat te doen als je met zijn tweeen bent en een van de aanwezigen (ik dus!) last van zijn rug heeft! Maar ook dat karwei wordt geklaard. Ook het vastzetten van de nu liggende mast vindt een bevredigend einde. Daarna pakken we de fietsen en gaan Otterndorf verkennen. Dat blijkt twee kilometer verderop te liggen en veel groter te zijn dan we ooit hadden gedacht. Op het eind van de fietstocht gaan we aan een tafeltje zitten op een terras vlak bij de sluis. Aldaar laten wij ons een Duitse visschotel serveren: gerookte zalm, garnalen, paling, haring, makreel, enzovoorts. Er had volgens het menu zelfs nog kaviaar bij moeten zijn, maar dat hebben we helaas gemist. Niettemin voortreffelijk. Voorzien van beboterde toast is het allemaal perfect te eten.
Hierna maken we nog een wandeling naar de nu droogliggende platen van het wad. We hadden ons eerder op de dag al verbaasd over het grote aantal schepen en scheepjes dat de haven van Otterndorf binnen kwam lopen, zelfs tot ver na hoogwater. Wij waren drie uur na hoogwater vastgelopen. Maar deze zondag scheen dat niet mogelijk te zijn. Op het eind van de middag echter zag ik een scheepje in het begin van de geul op het zand liggen. Toch een slachtoffer van het getij! Lopend brengen we betrokkenen een bezoek. Ze zitten vast bij de derde prik, ongeveer op de plek waar ook wij vorig jaar vastgelopen waren.. Alleen hadden zij geen kans gezien op tijd los te komen. Gelukkig betreft het een motorbootje, met een vlak onderwaterschip. Ze moeten dus gewoon op hoog water wachten om weer los te kunnen komen. Als we de boeggolven van passerende zeeschepen over de platen horen spoelen in de snel vallende avond, benijden we de gestranden echter niet. Tot onze verbazing lopen ze een half uurtje later echter de haven al binnen. De boeggolven van de inwaarts varende schepen hadden hen juist de vaargeul binnengespoeld. En toen was het gewoon anker op en varen!
Hoewel de sluismeester officieel op zondag alleen na TNW Brunsbuettel hoort te sluizen, deed hij dat kennelijk nu ook een paar uur voor laag water Otterndorf. We missen tot onze verrassing een aantal schepen in de haven, die kennelijk naar binnen zijn gesluisd. Beetje eigengereid man, die Otterndorfse sluiswachter! Wij zijn echter toch maar blijven liggen.
 
maandag, 14 augustus 2000 - Otterndorf -> Bremerhaven
Eerst doen we op de fiets boodschappen in Otterndorf. Daarna maken we rustig klaar voor vertrek. Om 10.30 gaan we door de sluis en om 11.00 uur varen door het Hadelner Kanal. Hoewel ik pas als derde de sluis uit kan, lukt het mij de twee Duitse voorgangers snel te passeren. Natuurlijk moet ik me daarbij de (gebruikelijke) waarschuwing van de Duitse voorgangers laten welgevallen: er zou worden gecontroleerd en je mag beslist niet sneller varen dan 4 Knoten. Ja, ja! Eerlijk gezegd hebben wij nog nooit iets van die controle gemerkt! Zo stomen we dus met 5,5 knopen op naar Lintig. Helaas zijn we daar echter net eventjes te laat. Zodoende mag de andere kant eerst en zijn wij vervolgens niet op tijd bij de sluis in de Geeste. Volgens mijn gegevens zou die sluis alleen op de hele uren draaien, maar kennelijk is dat tegenwoordig achterhaald. Hij sluist blijkbaar gewoon als er verkeer is. Veel betere regeling trouwens! Nu liggen we om 17.00 in de sluis van de Geeste. Nadat bij onze eerste tocht naar de Oostzee een Duitser in Bremerhaven mijn windvaantje van de mast had gevaren, had ik de gewoonte opgevat altijd mijn windvaantje van de gestreken mast te verwijderen en apart op te bergen. Sinds die tijd was er dus nooit meer iemand tegen mijn mast aangevaren, zodat ik dacht dat ik het windvaantje wel weer kon laten zitten. Dat bleek dus een vergissing. Een andere Duitser zag in de sluis van de Geeste onmiddellijk kans mijn windvaantje bij een verkeerde manoevre te vernielen! Hoe is het mogelijk! Gelukkig was hij sportief genoeg om de schade te erkennen en te vergoeden. In Bremerhaven hebben we direct een andere gekocht (57 DM!) en heb ik een verklaring getekend voor zijn verzekering. Voortaan het windvaantje er dus weer afhalen!
In Bremerhaven hebben we wederom gyros met pommes gegeten, nog een wandeling gemaakt en zijn vervolgens naar bed gegaan. Morgen om 10.00 uur varen!
 
dinsdag, 15 augustus 2000 - Bremerhaven -> Herbrum
Om 08.00 uur staan we op en nemen ons ontbijt. Daarna halen we broodjes bij de bakker en pinnen nog wat Duitse marken. Om 09.30 maken we los en varen eerst naar een bunkersteiger om diesel te tanken. Doordat we gisteren (noodgedwongen) zo langzaam gevaren hebben) blijken we slechts 20 liter nodig te hebben. Terwijl we hard varend 3 liter per uur gebruiken, was dat gisteren slechts 2 liter per uur! Dat scheelt nogal even!
Om 10.00 uur zijn we tussen de pieren van Bremerhaven en pikken gelijk de vloed op richting Untere Hunte. Twee uren en een kwartier later zijn we bij de Hunte en raken we vast achter een tweetal beroepsvaarders. Ze kunnen elkaar in de nog smalle Hunte slecht passeren en remmen ook voortdurend af voor tegenliggers. Tijdens een van die manoevres zie ik gelukkig kans onze voorligger te passeren. Ik heb geen last van het smalle vaarwater en hoef ook niet perse in het midden te blijven. Bij de spoorbrug vlak voor Oldenburg lukt het me nog twee andere beroepsvaarders in te lopen. Ze liggen noodgedwongen voor de brugopening te wachten, terwijl ik er zonder meer onderdoor kan. Als we bij de sluis van Oldenburg aankomen, geloven we onze ogen niet: hij staat open in onze richting! Het licht is nog rood, maar als ik per marifoon vraag of we gesluisd kunnen worden, blijkt dat geen probleem. We krijgen groen en kunnen zo doorvaren! In een kwartier zijn we boven en kunnen derhalve om 14.45 aan de tocht over het Kuestenkanal gaan beginnen. Mogelijk halen we Herbrum nog voor 21.00 vanavond! Dan zouden we morgen met de vloed vanaf 08.00 uur mee naar beneden kunnen richting Delfzijl. Maar we zullen zien!
Het loopt in zoverre anders, dat we de sluis van Herbrum niet meer halen. We zijn pas om 20.30 in de sluis bij Doerpen en kunnen dan nog net (in het donker!) door de sluis van Bollingerfaehr. Daarna varen we in het stikdonker het laatste stuk Eems naar het haventje van Herbrum. Heel aparte ervaring is dat. Langs de kant zien we de zacht gloeiende lichtjes van dobbers en wakers van vissers, die kennelijk in groten getale aanwezig zijn. Vanwege de donkere bomen langs de kant valt het ook niet mee te ontdekken in welke richting de bochten van de rivier verlopen. Net zoals bij nachtelijke verplaatsingen door een bos kun je echter aan het hemellicht tussen de bomen wel zien waar je heen moet. Het duurt nog een hele poos tot we eindelijk bij het haventje van Herbrum zijn. Ook daar is het stikdonker. Met de schijnwerper bijlichtend zien we niettemin kans aan de steiger aan te leggen. Uiteraard is er niemand meer om het havengeld te innen.
 
woensdag, 16 augustus 2000 - Herbrum -> Stroobos
De volgende morgen staan we wel erg vroeg op: 06.30. Als ik mijn hoofd uit de kajuit steek zie ik net een Duitser met zijn boot langsvaren, die kennelijke aanstalten maakt om naar de sluis te gaan. Ik schiet haastig mijn kleren aan, start de motor, en terwijl Annet nog bezig is met aankleden, gooi ik los, en vaar achter het andere schip aan in de richting van de sluiskolk.
De man komt uit Emden en weet kennelijk van wanten. Hij voorspelt, dat we weldra door de sluis mogen, omdat er momenteel even geen beroepsvaart is. Dat blijkt te kloppen en 07.10 varen we de Eems op. Maar helaas: we hebben kennelijk met het tij wederom een klein foutje gemaakt! In plaats van HW Herbrum, blijkt het al een aantal uren afgaand water te zijn. Volgens onze Duitse medewatersporter zouden we Delfzijl in dit tij echter nog wel moeten kunnen halen, maar zelf heb ik daar (gezien de lage waterstand op dit moment al!) nogal wat twijfels over. Niettemin varen we de eerste twee uren met een gemiddelde snelheid van 8,5 knopen, dus minimaal 2 knopen stroom mee! Tegen de tijd dat we echter bij het laatste part komen en vooral vanaf de beruchte en veel verguisde dam van Meijer krijgen we de stroom fors tegen en moeten we op bepaalde momenten zelfs genoegen nemen met een voortgang van niet meer dan 2,5 knopen. We overwegen zelfs even Emden binnen te lopen en daar het tij even af te wachten. Bij nader inzien doen we dat toch maar niet. Gemiddeld weten we ongeveer drie knopen staande te houden, gemeten over het hele stuk tot aan Delfzijl, zodat we na zes uur (!) varen om 13.10 tussen de pieren van de haven van Delfzijl zijn. We varen door naar de zeesluis en kunnen vlot schutten. Daarna stomen we het Eemskanaal op en varen richting Groningen. Daar komen we om 16.15 aan. De planning is dat we doorvaren tot Stroobos, zodat we morgen naar Uitwellingerga niet meer dan 3 tot 4 uren hoeven te varen. Dat zou voldoende tijd overlaten om de mast te zetten.
Het lukt inderdaad om dit schema aan te houden. Om 19.30 liggen we in Stroobos voor de wal. We maken nog een korte wandeling en gaan daarna om 20.30 slapen. Echter worden we 10 minuten later door hard gebonk weer wakker gemaakt. De havenmeester! Ik vrees dat we daar niet zo blij mee zijn. Nu ja ... we mogen de nacht over liggen voor 7,50 ... Dus dat is in elk geval niet echt duur.
 
donderdag, 17 augustus 2000 - Stroobos -> Uitwellingerga
Om 08.00 uur staan we op en ontbijten eerst. Vervolgens maken we de boot gereed en vertrekken we om 09.00 uur. Het weer is prachtig en we schieten lekker op. Naar schatting zal de reis naar Uitwellingerga zo'n 4 uur in beslag nemen. Dat blijkt ook redelijk te kloppen. Onderweg zet ik via Fugawi waypoints op de kaart van kenmerkende locaties, zoals Stroobos, Fonejacht, Grouw, enz. Makkelijk als we later de route weer eens varen. De kaart is namelijk niet zo gedetailleerd, dat die plekken allemaal staan aangegeven.
Omstreeks 1 uur liggen we in Uitwellingerga voor de wal. De belangstelling voor de ligplaats is niet groot. De kade wordt vooral gebruikt door mensen, die even willen eten of de benen strekken. 's Avonds liggen we zodoende helemaal alleen voor de kant. Dat komt goed uit, want bij het zetten van de mast hebben we minimaal 4 meter vrije ruimte achter het schip nodig, teneinde de mast achteruit te kunnen schuiven. Rond 18.00 komen Henk en Jannie met de auto aan. We besluiten eerst de mast overeind te hijsen. Het kost enige moeite, maar met vereende krachten lukt het om het zware ding weer in de normale stand te krijgen. Na het vastzetten van de verstaging gaan we in de kuip zitten om een welverdiend borreltje tot ons te nemen. Daarna rijden we met Henks auto naar Sneek om aldaar bij een Chinees te gaan eten. We maken uitgebreid gebruik van het buffet, en merken dat je ogen al gauw veel groter zijn dan je maag! Maar allemaal heel goed te eten. Na het eten rijden we nog even met Henk en Jannie mee naar de camping waar zij hun tent hebben opgeslagen en komen tot de conclusie, dat wij aan boord toch aanzienlijk comfortabeler bivakkeren.
Hierna brengt Henk ons weer terug naar Uitwellingerga, alwaar we zo snel mogelijk naar bed gaan.
 
vrijdag, 18 augustus 2000 - Uitwellingerga -> Monnickendam
De volgende morgen staan we om 08.00 uur op en maken ons gereed voor vertrek. De havenmeester is gisteren niet geweest en komt ook vandaag niet meer bij ons langs, zodat we ook in Uitwellingerga l.v.n. gelegen hebben. De wind is pal zuidwest en dus precies wat we niet nodig hebben. Op de motor varen we over het Heegermeer en de Fluessen richting Staveren, alwaar we omstreeks 11.30 aankomen. De belangstelling voor de sluis is dermate groot, dat het tot 12.15 duurt voor we eindelijk op het IJsselmeer varen.
Bij Enkhuizen blijkt echter, dat het allemaal nog veeeeel langer kan duren! De schepen liggen rijen dik tegen het remmingswerk, en talloze andere schepen houden in de ruimte daarvoor op en neer, op gezette tijden doorsneden door de veerbootjes van het buitenmuseum, die met gasten aan en af varen. Kortom: het is een puinhoop! Ook wij drijven eerst een dik uur doelloos heen en weer voor de sluis, terwijl de sluismeester op zijn elfst en dertigst de ene schutting na de andere voltrekt. Na elke passage van schepen (hetzij naar binnen, hetzij naar buiten) gaat de brug weer uitgebreid dicht om de verkeersfiles eerst weer weg te werken. Pas daarna mag de volgende lading schepen naar binnen. De zaak is des te frustrerender omdat het verschil in waterhoogte tussen noord en zuid minder dan 10 centimeter is. De spuisluizen staan dan ook regelmatig wagenwijd open om lagere schepen ongehinderde doorgang te verlenen. Om een lang verhaal kort te maken: na bijna 2 uren doelloos wachten, varen we eindelijk richting Monnickendam, alwaar we om 18.30 aankomen.
Reynold haalt ons op met de auto en omstreeks 20.00 zitten we thuis aan de pizza. Wederom een gevarieerde en leuke vakantie afgesloten!