Zeilen
in Denemarken 2003
Terug naar homepage
zaterdag
28 juni 2003
Van
Monnickendam naar Uitwellingerga
Reynold
brengt ons (Annet, mijzelf en Jacco) naar Monnickendam. Na het
inladen van de spullen en het gereed maken van de boot, vertrekken we
om 10.45 uur. De wind is west, kracht 3-4 en in de Gouwzee op het rak
voor Volendam langs zetten we de fok. Op fok en motor halen we een
dikke 6 knopen.
Ik
heb Fugawi opgestart en een oude route geupload naar de GPS. De
stuurautomaat kan daar uitstekend op sturen en tegen 13.30 zijn we
bij de nieuwe sluizen van Enkhuizen. Voor het eerst maken we gebruik
van het Naviduct. Het is een vreemd ervaring met je schip in de sluis
te liggen en de auto's onder je door te zien rijden! Wat de tijdsduur
betreft is dit echter een aanzienlijke verbetering vergeleken bij de
oude situatie. Om 14.00 varen we het Krabbersgat op en zetten
vervolgens koers naar Staveren. Ook op deze koers houden we de fok
bij en de motor aan. De snelheid komt niet onder de 6 knopen en
omstreeks 15.45 liggen we in de sluis van Staveren. Een kwartier later
varen we Friesland binnen. Langs de kant van het kanaal leggen we de
boot tijdelijk neer en maken alles gereed om de mast te strijken. Het
schip ligt met de neus in de wind en de mast wordt zonder verdere
problemen omlaag gelaten. We maken alles zeevast met spanbanden en
eindjes en varen om 17.30 richting Fluessen.
Net
door de brug bij Warns leggen we aan om te tanken. We tappen de hele
tank vol en laten ook nog 25 liter in een drietal jerrycans stromen.
Als we klaar zijn vraagt de pompbediende of we brandstof gemorst
hebben. Wij ontkennen dat, maar de bediende wijst ons op een forse
vlek op het water, en oppert dat de brandstof via de tankontluchting
in het water zal zijn gekomen. Wij zeer verbaasd, maar het blijkt dat
hij gelijk heeft! Via een heel klein gaatje in het boord blijken
druppels brandstof in het water te komen. Nooit geweten dat dat kon
en dus weer wat bijgeleerd! In het vervolg zullen we de tank nooit
meer tot de rand proberen te vullen en in elk geval goed blijven letten op de ontluchtingsopening.
We
varen verder en stomen onder alle bruggen door. Ook onder de brug bij
Uitwellingerga. Onze medevaarders, die de mast nog hebben staan,
lopen op dat punt vast. Ze leggen noodgedwongen aan bij het remmingswerk. Morgen is er weer een dag. Wij varen nog
een stukje verder en gaan in het haventje van Uitwellingerga liggen.
We
nemen een borrel en luieren wat. Dan gaan we naar bed.
Morgen
is het nog negen uur varen naar Delfzijl.
zondag
29 juni 2003
Van
Uitwellingerga naar Delfzijl
We
staan omstreeks 08.00 uur op. Daarna ontbijt en rustig gereed maken
voor vertrek. We doen dat zo rustig, dat we pas tegen 09.30 wegvaren
uit Uitwellingerga. De reis verloopt redelijk voorspoedig. Vooral in
het begin is het erg rustig op het water, omdat er nog nauwelijks
vakantiegangers aan het varen zijn. Dat wordt tegen Grouw anders.
Kennelijk heeft mevrouw voor het eerst een Valk met
buitenboordmotor gehuurd, want ze komt vanaf Grouw onder een ramkoers
van 90 graden recht op ons afvaren, terwijl wij toch eerlijk rechts
in de vaargeul varen. In eerste instantie denk ik, dat ze wel zal
corrigeren. Per slot is zij degene, die het verkeer in de vaargeul
voorrang moet verlenen. Dat doet ze echter niet. Ze blijft rechtdoor
stomen en nog even en ik vaar die hele Valk in tweeen! Ik begin aan
een zwaai naar rechts. Ik durf niet achter haar langs te gaan omdat
ze in staat is precies hetzelfde bij mij te proberen, waarna een botsing echt
onvermijdelijk is! Dat blijkt de goede keuze. Eindelijk begint ze van
ons weg te draaien en vaart even later op 10 centimeter naast mij in
de vaargeul. Ik vrees, dat ik een paar ondiplomatieke termen laat vallen.
Het is dan ook te zot! Even later begint mevrouw weer naar ons schip
toe te sturen, zodat een kras langs de zijkant slechts met moeite
voorkomen kan worden. Ik heb het met onervaren schippers wel weer
gehad voor vandaag!
De
rest van de tocht verloopt kalm. We komen de Sirius weer achterop, een
binnenvaarttanker uit Rozenburg, kennelijk onderweg naar Groningen.
Gelukkig vaart hij zo langzaam, dat wij hem met iets meer dan 6
knopen kunnen inlopen. Dat duurt wel heeeeel erg lang, maar
uiteindelijk lukt het en zien we zelfs kans om tegenliggers uit het
vaarwater te blijven. De bruggen bij Schuilenburg en Stroobos
(vanouds beruchte plaatsen!) worden vlot gedraaid. En zodoende
blijven we Sirius zover voor, dat we in Gaarkeuken niet eerst op hem
hoeven te wachten. We kunnen gelijk geschut worden. Ook bij de
Oostersluis gaat het voorspoedig. Omstreeks kwart over vijf varen we
het Eemskanaal op en om 18.30 gaan we door de zeesluis. Een half uur
later liggen we bij Neptunus in de box. Keurig gegaan allemaal.
's
Avonds komt de havenmeester nog langs om de havengelden in ontvangst
te nemen. Een bedrag van 8.50 euro moet dat kosten. Alleszins
redelijk. Ook blijken we nu nog twee jerrycans met diesel te kunnen
vullen. Hoeven we dat morgen niet meer te doen.
Het
enige dat een beetje tegenvalt is het weerbericht voor morgen: men
voorspelt regen en mist ... Nu ja ... we zullen hopen, dat het
meevalt.
Jacco
en ik installeren nog de draadloze PCMCIA netwerkkaart in de hoop
gratis te kunnen internetten via een draadloos netwerk ergens in de
buurt van de haven. De installatie verloopt vlekkeloos, maar het
draadloze netwerk blijkt niet aanwezig.
Morgen
om 08.00 uur opstaan en om 08.30 varen, ijs en weder dienende
natuurlijk.
maandag
30 juni 2003
Van
Delfzijl naar Kuestenkanal
Om
08.00 uur staan we op en zien aan de kringelingen bij de palen dat het water al loopt. We besluiten
heel snel toilet te maken en onmiddellijk te vertrekken. Om kwart
voor negen zijn we tussen de havenhoofden en beginnen we de Eems op
te varen. De vloed staat al een uur door, zodat we al gauw snelheden
boven de acht knopen oppakken. Onderweg zien we zelfs zeehonden op de kant liggen! Als vanouds ziet het water er weer vreselijk uit en komen we weer hele vloten baggerschepen tegen. Alles natuurlijk ter meerdere eer en glorie van de Meyer Werft in Papenburg. Niettemin verloopt de tocht zeer voorspoedig. Om 13.00
uur zijn we in Herbrum. Helaas bevindt zich daar een fors aantal
beroepsschepen en is de sluismeester de mening toegedaan, dat het
tegelijk schutten van beroeps- en sportboten niet samengaat. Hij zou
eens een cursus sluisbediening in Nederland moeten volgen! Het droeve
resultaat is, dat we pas om 16.00 uur eindelijk aan de beurt komen om
gesluisd te worden, na een volle drie uur (!!) wachten dus. Een
regelrechte schande. Ik heb dergelijke wachttijden in Nederland nog
nooit meegemaakt, of er moest panne met de sluis zijn!
Ook
daarna gaat het niet vlot. Bij Doerpen, waar we tegen 18.00 uur
aankomen moeten we eveneens geruime tijd wachten. Pas om 19.00 uur
verlaten we de sluis, nadat we met een ander Nederlands schip tesamen
met een binnenvaarder gesluisd zijn. Wij hebben nog mazzel, omdat een
Duitser, die eigenlijk eerst had mogen schutten ons voor liet gaan. Hij was
namelijk van plan in Doerpen te blijven liggen en wist dat wij zo ver
mogelijk door wilden in de richting van Oldenburg. Dat doen we ook.
We zetten om 20.00 de navigatieverlichting aan, hoewel dat nog niet
echt nodig is en varen door tot het donker is. Gelukkig is de regen,
die we na Herbrum tot Doerpen moesten ondergaan, weer opgehouden. De
temperatuur is aangenaam. Koel, maar niet te koud. Op het kanaal
varen nog verschillende beroeps- en sportschepen, zodat wij ook nog
maar doorgaan.
We
zouden morgen eigenlijk om 06.00 uur in Oldenburg willen zijn, omdat
het dan HW is en we met de stroom mee naar Bremerhaven zouden
kunnen. Natuurlijk halen we dat niet, maar we willen proberen er zo
dicht mogelijk bij te komen.
Een
deadline is in elk geval de sluis van de Geeste, die tot uiterlijk
18.00 uur draait. Die zouden we graag voor dat tijdstip willen
passeren, zodat we nog een flink stuk in de richting van Otterndorf
kunnen varen. De sluistijd in Otterndorf is volgens onze gegevens van
11.30 tot 13.30 op de woensdag, zodat we niet al te vroeg daar hoeven
zijn. We zullen zien.
We
varen door tot 23.00 uur en leggen in het donker aan bij een loswal
op 20 km van Oldenburg. We nemen ons voor morgenvroeg om 05.30 weer
te vertrekken, zodat we om 07.00 bij de sluis zullen zijn.
Ik
hang de olielamp aan de radarmast als ankerlicht en vervolgens gaan
we slapen.
Halverwege
de nacht word ik wakker door het gekletter van de regen. Ik schuif
het luik dicht om lekkage te voorkomen en val na verloop van tijd
weer in slaap.
dinsdag
1 juli 2003
Van
Kuestenkanal naar Bederkesa
De
volgende keer dat ik wakker word is het kwart over 5 ... Het schip
kraakt in zijn landvasten vanwege de zuiging veroorzaakt door een
binnenvaartschip dat voorbij gaat.
We
besluiten onmiddellijk te vertrekken en even later zijn we onderweg.
Het
binnenvaartschip hebben we binnen een paar kilometer ingehaald. Als
hij ons ziet aankomen gaat de schipper netjes naar rechts om ons
ruimte te geven. Bovendien hoor ik dat hij zijn motor langzamer laat
draaien als we naast hem in zijn zuiging komen varen. Zodoende kunnen
we over zijn boeggolf heenklimmen en vrij van hem raken. Als we
voorbij zijn hoor ik zijn motor weer aantrekken. Ik zwaai even om hem
te bedanken! Erg attent!
Ook
erg attent is de sluiswachter van Oldenburg. Als ik hem per marifoon
oproep om te informeren wanneer wij geschut kunnen worden, zegt hij
dat we onmiddellijk naar binnen kunnen varen. We doen dat en in tien
minuten varen we een fors aantal meters lager Oldenburg binnen! Daar
kan de sluiswachter van Herbrum een voorbeeld aan nemen!
De
Caecilienbruecke kunnen we met onze 1.80 hoogte net nemen. Ook de
spoorbrug is daarna geen probleem meer. Aan de waterstand kunnen we
zien, dat er al heel wat weggestroomd is. Dat klopt met het tijdstip.
We zitten bij vertrek uit Oldenburg op anderhalf uur na hoogwater.
Dat is eigenlijk te laat. Officieel zouden we een uur voor HW
Oldenburg hebben moeten vertrekken. Maar het is niet anders. Op de
Hunte halen we een snelheid van een dikke 7 knopen. En als we na
Elsfleth de Weser op draaien blijken we het eerste uur ruim 8 en
het tweede uur ruim 7 knopen te kunnen halen. Het laatste uur is
echter het zwaarst. Het is dan 11 uur en de stroom is inmiddels
gekeerd. Langzaam aan merken we dat. Uiteindelijk kunnen we niet
sneller dan 4 knopen varen. Twee knopen moeten we inleveren
om de stroom dood te varen. Bovendien trekt de wind krachtig aan tot
een windkracht 5+ uit zuidwestelijke richting. De vloed stroomt nu pal
tegen de wind in en dat levert een heel rommelig zeetje op, waarbij we
nu en dan fors gieren en surfen op de golven. Kortom: eigenlijk is
het niet echt lekker varen en het laatste uur moeten we onze ziel in
lijdzaamheid bezitten.
Maar
aan alles komt een end en zo varen we om 12.05 tussen de havenhoofden van
Bremerhaven naar binnen. Eindelijk rust!
We
stomen direct door naar de keersluis van de Geeste. Het water staat
al redelijk hoog, maar we kunnen nog wel onder de deur van de
keersluis door. Als het echt hoog water is, kan dat niet meer en ik
maakte me dus al wat zorgen over het tijdstip waarop we in
Bremerhaven zouden aankomen. Maar ook dit loopt voorspoedig. Om 12.30
uur varen we de Geeste op en genieten van het schouwspel van
roofvogels boven het natuurgebied.
Een
dikke twee uur later komen we via de sluis van Lintig in Bederkesa.
Als we aangelegd hebben begint het te hozen van de regen, zodat ik
maar een zeiltje over de kajuitingang span. Daarna doen we nog wat
inkopen op en genieten verder van een rustige avond.
Morgen
gaan we verder naar Otterndorf.
woensdag
2 juli 2003
Van
Bederkesa naar Gieselau
Als
we om 07.30 opstaan is een aantal bootjes al naar Otterndorf
vertrokken. Oorspronkelijk was ik van plan geweest om tegen 08.30 te
vertrekken. Bij nader inzien doen we dat maar wat eerder. Liever een
half uur te vroeg, dan 5 minuten te laat. Het zou zonde zijn de
sluisdeur net voor je neus te zien dichtgaan! Vandaar dat we voor
half negen al richting Otterndorf varen. Het eerste stuk varen we
redelijk snel: 5 knopen. Dan komt het konvooi van eerder vertrokken
scheepjes in zicht en passen we onze snelheid aan: 4 knopen of zelfs
nog minder. Omstreeks 11.30 arriveren we bij Otterndorf. Er staat
nogal wat wind over het kanaal en de sluismeester neemt zijn tijd met
het openen van de deur. Toch verloopt het proces vlot. Om 12.00 uur
liggen we aan de middensteiger in de buitenhaven en maken de boot gereed om de mast te
zetten. Dat heeft wat voeten in de aarde. Ik laat (o schande!) het
borgpennetje van de voorstagbevestiging in het water vallen. Gelukkig
blijken we een reserve-exemplaar te hebben. Ik kreeg al visioenen van
rondvaren met liggende mast tot we eindelijk een watersportwinkel
hebben gevonden waar we een borgpennetje kunnen kopen. Weldra kan de
mast omhoog gesjord worden, wat Jacco en ik voor onze rekening nemen.
Vervolgens is het hard werken om alle onderdelen weer op hun plek te
krijgen: voorstag bevestigen, babystag vastmaken, achterstag weer
strak spannen, radarmast weer overeind zetten, giek bevestigen, zeil
monteren, schoten rolfok bevestigen, enzovoorts, enzovoorts, tot
Andrea weer een echte zeilboot is. Dan is het 13.30 geworden. In
anderhalf uur hebben we de klus geklaard! Op de motor varen we de
haven uit en zetten koers naar Brunsbuettel. Na passage van een
coaster, die ons hevige kaaiers laat maken met zijn boeg- en hekgolf
steken we over naar bakboordskant van het vaarwater. Daar blijken we
zelfs drie knopen stroom op te kunnen pikken: we varen 9 knopen.
Aangekomen bij Brunsbuettel blijken we (met nog een 15 andere
zeilschepen) eerst een half uur in de Wartestelle te moeten wachten.
Eerst worden er twee bootjes van binnen naar buiten gesluisd voordat
wij er in mogen.
Na
de sluis brengen we eerst een bezoek bij de olieboer. We zijn (in een
wolkbreuk!) als eerste van de meute aan de steiger en dus ook weer
het eerst weg. Om 16.00 uur beginnen we aan de tocht over het NOK. Er
valt nogal wat regen tijdens de tocht. De olieboer had ons verteld,
dat het de rest van de week wel zo zou blijven! We troosten ons met
de gedachte dat we beter regen kunnen hebben tijdens de transit op
het NOK dan tijdens het mast zetten! En om 19.20 uur liggen we in
Gieselau voor de kant.
We
zullen naar Kiel nog wel een 5 uren moeten varen, dus willen we
morgen niet te laat vertrekken.
donderdag
3 juli 2003
Van
Gieselau naar Kiel
Om
07.00 uur gaat de Palmtop. We staan op en maken de boot gereed voor
vertrek. Om 07.30 maken we los en varen we naar het NOK. Ik trek maar
vast de regenkleren aan, want de lucht voorspelt niet veel goeds. Dat
blijkt te kloppen. Weldra begint het fors te regenen, wat bovendien
lang aanhoudt. Niettemin vorderen we gestaag. De planning is, dat we
omstreeks 12.30 in Kiel zullen zijn, dan nog wat tijd incalculeren
voor het schutten en de verwachting is, dat we tegen 13.30 wel voor
de kant zullen liggen. Halverwege besluiten Jacco en ik middels de
SSB radio met bijbehorende software te proberen NAVTEX berichten van
Pinneberg op te vangen. Eerst lukt dat helemaal niet. Wat we ook
doen: coaxkabel aarden, zenderfrequentie uiterst nauwkeurig instellen
... niets schijnt te helpen. Tot ik in arren moede aan de clarify
knop draai en opeens verschijnen de letters van Wetterdienst Hamburg
in beeld. We nemen de voorspelling voor de Westliche Ostsee op, die
overigens niet veel goeds doet vermoeden. Windkrachten tot 5, 6 en
zelfs 7 worden geserveerd. We moeten de zaak nog maar eens rustig
gaan bekijken. Op het laatste gedeelte van het NOK stopt de regen
eindelijk en is het eigenlijk onmiddellijk heel redelijk weer. De stemming is op slag een stuk beter. Niets
is kennelijk zo deprimerend als een langdurige druilerige regenbui.
We hopen daar het grootste deel van gezien te hebben in deze
vakantie!
Als
we voor de sluis liggen te wachten, horen we een man vanaf de
wal de naam van onze boot roepen. We verbazen ons erover,
dat een Duitser enige belangstelling voor de ANDREA aan de dag zou
kunnen leggen, maar als we nader toezien, blijkt het onze oude kennis
uit Bergum te zijn, die vertelt met zijn boot al enige tijd in de
haven te liggen. We beloven hem later verder te spreken. Na de sluis
gaan we onmiddellijk bakboord uit en leggen aan tegen de steiger
in Holtenau voor twee grote Deense motorboten, waarvan de ene de juppentekst op de
brug heeft staan: 'Liv to kortet for sile', wat wel zoveel zal
betekenen dat het leven te kort is om te gaan zeilen. Kennelijk is
betrokkene alleen voor de snelheid op het water en heeft hij van de
hele watersport bitter weinig begrepen.
Om
half vier gaan we met zijn drieen per bus naar Kiel. We kopen daar
een heel aantal dingen. Onder andere een zwaardere omvormer, die in
staat is tot 500 Watt te leveren. Dat zal feitelijk nooit echt nodig
zijn, maar we willen een wat steviger exemplaar.
Nadat
Jacco bij het station zijn treinkaartje voor morgen heeft gekocht,
lopen we naar het Internetcafe, dat we ons van vorig jaar nog
herinneren. Het bestaat inderdaad nog en het Internetten kost slechts
50 eurocent per kwartier. Het lukt mij om binnen die termijn via
webmail mijn post te bekijken, de spam weg te gooien en de daarvoor
in aanmerking komende berichten te beantwoorden. Er is een mailtje
van Joyce bij, waarin ze vertelt dat het thuis allemaal goed gaat.
Terwijl
Jacco zijn mail op een andere machine afhandelt, gaan Annet en ik op
zoek naar een eetgelegenheid. Op ongeveer 100 meter afstand vinden we
een pizzeria, die uitstekend geschikt lijkt om een maaltijd te
gebruiken. We beginnen met op het terras onder de zonnewering (die
momenteel meer als regenwering dienst doet) te gaan zitten en bier te
bestellen. Jacco komt even later. We bestellen elk een pizza, Annet
en ik een Duitse 'tarte flambee' en genieten van het gebodene. Als
dessert kies ik voor een Bananaboat, terwijl Jacco een Nussknacker
laat komen. Heerlijk ijs!
Als
we vervolgens naar de bushalte lopen is het inmiddels 20.30 geworden.
We gaan er blind van uit, dat er nog wel een bus naar Holtenau zal
rijden, maar dat blijkt een misrekening te zijn. Weliswaar verzekeren
enkele lieden die bij de bushalte zitten, dat de bus over 10 minuten
zal komen, maar na nauwkeuriger toezien blijkt het een stel dak- en
thuislozen te zijn, die al flink in het bierblik hebben gekeken. We
kunnen hun mededelingen dus niet serieus nemen. Dat betekent lopen.
We zijn honderd meter gevorderd als ik een taxi ontwaar. Hij blijkt
vrij en bereid ons naar de haven te brengen. Het geheel kost ons 10
euro, ongeveer het dubbele van wat we met de bus kwijt zouden zijn
geweest. Geen geld dus eigenlijk.
's
Avonds praten en drinken we nog wat en gaan daarna niet te laat naar
bed, omdat we morgen omstreeks 08.30 in de bus naar het station
willen zitten. Jacco's trein gaat om 09.20.
Vrijdag
4 juli 2003
Holtenau
We
staan om 07.00 uur op en maken toilet. Daarna ontbijten we en maken
we ons gereed voor vertrek naar het station. De bus komt op tijd en
om 09.20 (puenktlich, zoals we van Duitsers mogen verwachten!)
vertrekt de trein met Jacco erin.
Annet
en ik doen nog wat inkopen, waaronder een (naar achteraf blijkt)
volstrekt waardeloze (maar wel peperdure!) achterstagkoppeling, en
missen vervolgens de retourbus als we bij de bakker nog wat Kuchen
halen. Daarop drinken we koffie in een restaurant van Karstadt, een
V&D-achtige zaak, en proberen het een half uur later nog eens. Nu
klopt het allemaal beter. Omstreeks 12.00 uur zijn we terug op de
boot en nemen we een borrel. Daarna ondernemen we een siesta.
Omstreeks
15.00 komt de electronica kennis uit Bergum langs om naar onze
ontvanger te kijken en na te gaan waarom de NAVTEX en weerfax
ontvangst zo slecht zijn. Het blijkt vast te zitten op de omvormer,
die bij staat. Omvormers zijn de pest voor een storeloze
radio-ontvangst. Het bewijs is gauw geleverd als de ontvanger
bijstaat en de omvormers worden aangezet. Horen en zien vergaat je
van het gebrom en gepiep. Uitschakelen die dingen dus als er
radiosignalen moeten worden opgevangen!
Het
blijkt ook mogelijk de ontvanger op 12 V rechtstreeks aan de accu te
hangen. Dat is de oplossing. De ontvangst is 200% beter dan eerst en
ik haal moeiteloos mijn eerste complete voorspelling voor de Oostzee
binnen. Helaas is het bericht zelf minder plezierig! Het is
windkracht 5, 6 en 7 wat de klok slaat, terwijl de 'Schauerboeen' ons
om de oren vliegen. Dat laatste hebben we vandaag trouwens aan den
lijve kunnen ervaren. Het regent bij voortduring fors.
Ik
vrees, dat we nog wel even in Holtenau blijven.
Zaterdag
5 juli 2003
Holtenau
naar Maasholm
We
staan niet al te laat op, ontbijten en pakken dan de fietsen. Onze
achterbuurlui (twee Zweden) zijn vanmorgen vroeg al vertrokken. Onze
voorbuurman (een architect met een Compromis 999) maakt zijn boot
gereed voor vertrek. Gevraagd waar hij heengaat, antwoordt hij:
"Langeland". Hij slaat wel de kleine fok aan en legt een
rif in het grootzeil. Men heeft immers W-NW 5/6 voorspeld. Niettemin
zou het met de genoemde windrichting vrij eenvoudig moeten zijn naar
Langeland te komen.
Wij
besluiten voorlopig nog maar even te blijven liggen. Met de fietsen
rijden we via het pontje over het NOK naar Kiel. Aan een
medepassagier vragen we naar een adres van een electronicawinkel. We
willen namelijk wat stekkertjes kopen om de laptop en de SSB radio
aan 12 V te hangen. Het eerste adres dat we krijgen is dat van een
televisiezaak, die het gevraagde niet heeft, maar waar de bediende
wel weet waar het wel te krijgen is. Het blijkt E-Schmidt (voor
Elektro-Schmidt kennelijk) te zijn bij de Exercizienplatz, in het
verlengde van de Knooperweg. We krijgen een handgetekend kaartje mee
om ons de weg te wijzen. En de Duitse grondigheid werpt zijn vruchten
af: we rijden er in 1 keer heen!
De
leverancier heeft inderdaad wat we vragen en voor 7 euro mogen we de
spullen meenemen. Als we terugfietsen komen we langs een heel aantal
bakkerijen. In de winkel waar geen wachtrij is, halen we broodjes
voor vandaag en morgen.
Terug
in Holtenau spreken we de electronicaman uit Bergum. Als hij hoort,
dat we stekkers gekocht hebben, is hij spontaan bereid de zaak in
elkaar te solderen. Zulks geschiedt in amper 15 minuten en weldra
draaien zowel de computer als de radio beide op 12 V! Altijd gemeend,
dat de laptop meer nodig had dan 12 V, en inderdaad laad het ding bij
dat voltage niet op, maar de machine werkt wel! En storingsvrij! Een
uitkomst!
Terwijl
we nog wat napraten wordt de Bergumer bij zijn gezelschap
teruggeroepen, omdat men weg wil. Men heeft gehoord, dat de wind zou
gaan schiften en dat men nu de kans zou moeten pakken om desnoods op
de motor naar Mommark te gaan. Als we in de haven rondkijken, zien we
dat zelfs de Trijn van de Leemput (een zeeschouw bemand met kennissen
van vorig jaar) bezig is los te maken. Ook wij doen dat. Vooreerst
met het voornemen naar Moenkeberg te gaan aan de andere kant van de
Foerde. Daar hebben we tenminste douches en stroom van de wal.
Terwijl we bezig zijn op de motor daarheen te varen, valt ons op, dat
er eigenlijk genoeg wind is om te zeilen. Zeilen bij dus en uit die
motor! Vervolgens realiseren we ons, dat we al zeilend beter in de
richting van Laboe kunnen varen. Dan zitten we in elk dichter bij de
uitgang van de fjord. In die richting gaande, zien we dat het buiten
op zee krioelt van de zeilen, en dat de wind eigenlijk compleet
wegvalt. Het water ziet er olieachtig uit en weldra besluiten we
onmiddellijk (na de zeilen te hebben weggehaald) door te stomen in de
richting van Maasholm. Ik zet een koers uit om het spergebied voor de
ingang van de Schlei te vermijden en we besluiten ter plaatse te bekijken of we al
dan niet door zullen gaan naar Soenderborg.
Als we een uur gevaren hebben zijn we pal boven de 'Stollergrund', waar in
de kaart het woordje 'Unrein' vermeld staat. Dat kan heel goed betekenen
(zoals ik onlangs op internet heb gelezen) dat ter plekke oude munitie uit
de tweede wereldoorlog gedumpt is. Momenteel schijnt die druk bezig te zijn
met doorroesten. Op zich is dat niet zo erg, als het gaat om conventionele
spullen. Maar er schijnen ook grote voorraden chemische spullen in de Oostzee
te liggen, tot en met mosterdgas en zenuwgas toe! Na nog een half uur varen
horen we op kanaal 16 (we hebben de marifoon constant op dat oproepkanaal
bijstaan) de aankondiging van het weerbericht van Kiel Radio op kanaal 23.
We schakelen om en horen weldra het bericht. Alle stormwaarschuwingen voor
de Oostzee zijn ingetrokken, maar voor de westelijke oostzee wordt wel W-NW
4/5 afgegeven. Dat verbaast ons wel, want op dat moment staat er amper windje
2. Zelfs terwijl we met een vaartje van 6 knopen tegen de windrichting invaren,
voelen we de wind nauwelijks. Het lijkt er echter op, dat de meteorologen
van Hamburg (het bericht komt van de Wetterdienst aldaar) een speciaal lijntje
hebben met de weergoden, want vrij snel na het bericht begint de wind aan
te trekken. Rimpeltjes worden golven, golven krijgen schuimkopjes en voor
we het weten liggen we met de fok over stuurboord tegen windkracht 5 in te
stomen. Buiswater komt nu en dan fors over, en we besluiten de zeiljassen
aan te trekken en de veiligheidsgordels aan te doen. We moeten nog een uur
varen en zitten dan vlak onder de kust van Schleswig-Holstein. Daarna nog
een half uur varen en we kunnen de Schlei op.
Omstreeks
18.30 leggen we (met enige moeite in de harde wind!) aan tegen de
steiger van de jachthaven van Maasholm. We betalen het liggeld op het
havenkantoor en lopen daarna naar een klein havenrestaurant, alwaar
we 'Sahneheringen mit Bratkartoffeln' bestellen, besproeid met een
glas Flensburger pils. Heerlijk!
Daarna
wandelen we nog even naar het kerkje van Maasholm, om te ontdekken
dat er morgen geen dienst zal zijn. Wel rijdt om 09.30 de Kirchentaxi
naar een naburig dorpje, maar daarvan denken we beter geen gebruik te
kunnen maken.
We
lopen weer terug naar de boot en proberen de weerberichtenontvangst
via de SSB radio. Voortreffelijk. Geen storingen en een perfecte
ontvangst! Aanwinst die Target SSB radio!
We
drinken een borrel (Annet kruidenbitter en ik een Asbach Uralt) en ik
tik dit verhaal in. Morgen kijken we of we naar Soenderborg kunnen.
Never
a dull moment bij een zeilvakantie!
Zondag
6 juli 2003
Maasholm
Als
we 's morgens wakker worden haal ik eerst de weerberichten van
Pinneberg binnen. Het blijkt, dat voor vandaag W-NW rond 5 wordt
afgegeven met buien. We besluiten derhalve vandaag te blijven liggen
en draaien ons nog eens om. Omstreeks 11.00 uur nemen we een brunch
met koffie en een broodje en maken daarna de fietsen gereed. We
willen naar Gelting rijden om daar de zee rond Kalkgrund in
ogenschouw te nemen. Ondertussen stroomt de haven leeg en vaart
iedereen met een rif in het grootzeil en de kleine fok bij naar de
uitgang van de Schlei. Onder de kust heen en weer varen is inderdaad
met deze wind heel goed mogelijk: naar zowel noord als zuid heb je
halve wind. Als je echter het gat van Kalkgrund in wilt, moet je aan
de wind tegen W5+ in. En om met Pim te spreken: Daar hebben we geen
zin an!
Weldra
rijden we Maasholm uit via de landengte, die het plaatsje met het
vasteland verbindt. Een paar kilometer verderop rijden we verkeerd en
vragen een langs de weg wandelende inboorling naar de juiste route.
Ik vertrouw zijn stoppelige baard al niet helemaal en inderdaad wijst
hij ons (naar ons later blijkt) de verkeerde (want veel langere!)
weg. Niettemin halen we het. Bij de haven van Gelting blijkt het de
Tag der Seenot Retter te zijn, wat zoveel wil zeggen als de dag van
de KNZHRM, oftwel de reddingbootmaatschappij. Er staat een tent met
kleine maaltijden, bestaande uit vis annex Bratkartoffeln, uiteraard
de onvermijdelijke Bratwurst en vanzelfsprekend is er een biertent.
Wij bestellen de Bratwurst annex een Flensburger Pils en komen weer
helemaal bij. We zien het zeetje bij Gelting aan: veel golven met
witte koppen en stuivend water en zijn overtuigd dat we het goede
deel gekozen hebben. Daarna gaan we weer terug naar Maasholm. Dit
keer nemen we de (veel kortere) Bundesstrasse en zijn dan ook binnen
de kortste keren ter plaatse. Bij de landengte aangekomen negeren we
wederom bewust het met scherpe kiezelstenen bezaaide voet- annex
toeristische fietspad en rijden op de geasfalteerde weg. Bijna in
Maasholm worden we ingehaald door een bromfietsrijder, die het nodig
vindt ons in het voorbijgaan te vermanen dat wij van het fietspad
gebruik zouden moeten maken. Uiteraard roep ik hem toe, dat hij zich
met zijn eigen zaken moet bemoeien, wat hij waarschijnlijk vanwege
zijn (veel te) grote helm helemaal niet hoort. Nu ja ... het is ook
gewoon een botsing van twee culturen, denk ik ... Onvermijdelijk, dat
een Duitser de handhaving van een (zij het misschien zinloze) regel
probeert hoog te houden. Even onvermijdelijk (denk ik), dat een
Nederlander een dergelijke regel aan zijn laars lapt.
Terug
op de boot nemen we nog een pils om het vochtverlies aan te vullen en
genieten daarna van een welverdiende siesta.
Dan besluiten we de boot te verhalen naar een plaats waar hij minder te keer
gaat. We liggen namelijk aan een steiger in de richting van de wind en eigenlijk
is het hier lager wal. Het schip wordt weliswaar niet tegen de steiger gesmeten,
maar danst en springt wel voortdurend op de oplopende golven. Op de laatste
steiger in de haven hebben we een lege box gevonden, waar we gemakkelijk
in zouden moeten passen. Daar is het veel rustiger. Ik start de motor, maar
tegen de tijd, dat we losgegooid hebben, komt een Duits schip net voor ons
naar de laatste steiger varen. Dat is balen. Ik drijf langzaam achter hem
aan en zie, dat hij een box eerder aan dezelfde steiger wil binnen varen.
Ik wil alweer gas geven (in de veronderstelling zijn achterschip weldra in
de box te zullen zien verdwijnen, als ik merk, dat betrokkene aan het manoevreren
is en breeduit in het vaarwater blijft liggen. Ik kan slecht dwars door hem
heen varen (hoewel ik enige aanvechting voel) en ben gedwongen de snelheid
uit het schip te halen. Dat is niet best, want de wind duwt ANDREA nu naar
de stenen, die op 5 meter afstand aan lij liggen. Driftig manoevrerend met
gashendel en stuurwiel en binnensmonds allerlei lelijke dingen mompelend
over de vaarkunst en het inlevingsvermogen van mijn Duitse medewatersporter
probeer ik de boot gaande te houden. Rechts van mij staat een grote houten
meerpaal. Liever op die paal dan op de stenen en langzaam drijft de boot
naar de paal toe. Dan begint de Duitser eindelijk te begrijpen in wat voor
problemen hij mij heeft geholpen en vaart hij snel terug in de richting vanwaar
hij was gekomen. Ik groet hem maar niet. Hoewel ik vol gas geef en bakboord
aan boord, raakt het achterschip toch nog de paal. Ik hoor wat geknars en
gekraak, maar heb geen tijd om erop te letten. De radarmast staat er nog
op, dus het zal wel meevallen. Weldra liggen we (na wat manoevreren) in de
geplande box en kan ik de schade opnemen. Dat lijkt beperkt te zijn tot een
verschoven reddingvlot, dat in een kooi aan het achterschip hangt. Met vereende
krachten leggen we het ding weer recht. Een half uur later wordt er echter
op de boot getikt. Een oude Duitser staat met onze vlag annex vlaggenstok
in zijn handen. Hij had hem uit de haven opgepikt. Nu pas zien we dat de
stok (kennelijk door de botsing) bij de houder is afgebroken. Kennelijk is
hij nog even blijven zitten en pas in de nieuwe box omgevallen.
Ik
snijd het uiteinde taps toe en met een vijf centimeter kortere
vlaggenstok is dit leed weer geleden.
We
halen het Mittelfrist weerbericht voor de komende vijf dagen binnen
en zijn niet ontevreden. Voor de komende dagen wordt een west tot
noordwesten wind verwacht in de kracht 4 tot 5. Daarmee zouden we
naar de zuidkant van Fuenen moeten kunnen. We hebben het plan morgen
naar Soeby op Aeroe te gaan. We zullen zien of dat verwezenlijkt kan
worden.
Na
het eten gaan we nog een stukje fietsen. Weer de landengte over, maar
nu op het eind rechtsaf in plaats van linksaf. We komen uiteindelijk
bij het hek van een landgoed, dat we brutaalweg oprijden. Via een pad
over een dijk komen we bij de Oostzee en hebben we uitzicht op (wat
we aanzien voor) Aeroe en Als. De afstanden zijn eigenlijk vergelijkbaar
met die op het IJsselmeer. Een drie uur varen en je zou er moeten
zijn. We zullen morgen zien.
Als
we weer bij de boot zijn, bergen we de fietsen op. Morgen nog water
laden en de reeflijnen gereed maken. En dan weg.
Maandag,
7 juli 2003
Maasholm
naar Soeby
We
staan niet vroeg op. Het is 's nachts al heel rustig geweest en ook
's morgens staat er niet veel wind. Ik schat amper windkracht 4 uit
het NW. Dat is eigenlijk geen goede wind voor Soenderborg. Beter is
het met die windrichting naar Soeby te gaan. We maken na het ontbijt
de boot gereed. Gisteren heb ik de bevestigingslijnen al over het dek
gespannen en vandaag scheer ik de smeerrepen voor de beide reven in.
We laden water en kunnen weg. Het kost enige moeite om de box uit te
komen. De schroef draait het schip bij achteruitslaan naar links en
deze keer moeten we met het achterschip naar rechts. Maar met enige
kunstgrepen lukt het de boot de tegennatuurlijke beweging te laten
maken. Dan varen we de haven uit. In de geul naar de Schleimonding
bedenk ik (redelijk laat natuurlijk!) dat er eigenlijk nog wel een
can diesel in de tank had gemogen. Dat doen we al varende dus even.
Buiten de Schleimuende zetten we de zeilen en gaan over stuurboord
richting Soeby. Dat gaat de eerste twee uur voortreffelijk! We halen
tot 6 knopen aan de wind! Kennelijk is het nieuwe grootzeil daar mede
debet aan. Goede aankoop dus geweest. Halverwege de tocht (we zitten
net op de Kleine Belt) valt de wind echter weg. Als we onder de twee
knopen komen, strijk ik de zeilen en gaan we op de motor verder. Het
is nog een uur of twee motorren naar Soeby. Onderweg is er op kanaal
16 van de marifoon grote onrust over een visserboot van 22 voet,
blauw met wit, met de naam Alice, 1 persoon aan boord, die vermist
zou zijn. Ik herinner me eerder op de dag een aantal keren een oproep
aan de Alice op kanaal 16 vernomen te hebben. De scheepvaart tussen
Kiel en het eiland Als (en daar horen wij dus ook bij) wordt verzocht
extra goede uitkijk te houden naar alles wat met het vermiste schip
te maken zou kunnen hebben. In verschillende talen en een aantal
keren achtereen wordt deze melding gedaan. Totdat we op de marifoon
de melding horen van iemand, die zegt het schip in Kiel gezien te
hebben, varende op het Kieler Kanaal! Dit bericht wordt niet
voetstoots geloofd. Men blijft pogingen doen met betrokkene zelf in
verbinding te komen. Al was het alleen maar (veronderstel ik) om hem
of haar te verzoeken de bereikbaarheid een volgende keer wat beter te
regelen!
Weldra
varen we om de hoek van Aeroe heen, alwaar ik een stel foto's maak
van het vuurtorentje, dat daar heel schilderachtig op een
uitloper
van het land staat. Net voor de veerboot uit Mommark stuiven we de
haven binnen en gaan bakboord uit naar de jachthaven. Vijf minuten
later liggen we voor de wal.
We
lopen eerst het dorp in op zoek naar een supermarkt annex postkantoor
om postzegels en wat kleine inkopen te doen. Annet heeft nog een paar
honderd kronen en daarvan zouden de eerste kosten betaald moeten
kunnen worden. Het winkeltje aan de haven blijkt verdwenen, alsmede
ook het postkantoor. Beiden zijn nu ondergebracht op een dikke 300
meter van de haven. Dat lijkt niet zo ver, maar het is steil een
heuvel op en kost dus nogal wat zweetdruppels om te bereiken. Ter
plaatse is inderdaad een 'Brugsen' annex postkantoor. We kunnen er
postzegels kopen en we halen er ook wat tomaten en een komkommer,
maar geld pinnen is er niet bij. Halverwege onze tocht omhoog zou een
bank moeten zijn met een bijbehorende 'Pengeautomat'. Waarschijnlijk
vanwege de zweetdruppels hebben we die de eerste keer niet gezien. We
pinnen geld voor een paar dagen en drinken daarna weer aan boord een
pilsje. Na het eten wil Annet nog een stukje fietsen. Ik heb er
eigenlijk niet zoveel zin in, maar we hebben het hier inderdaad nog
niet echt goed bekeken. Als we via de centrale weg omhoog fietsen
moet ik ook toegeven, dat het landschap fantastisch mooi is. Vooral
als we boven op een heuveltop het hele noordelijke gedeelte van het
eiland met de omliggende wateren kunnen overzien. Schitterend! Met
sneltreinvaart rijden we langs prachtige,slingerende boerenweggetjes
weer terug naar Soeby. Om 22.00 maken we de slaapplaatsen gereed en
om 22.30 gaat binnen het licht uit.
Dinsdag,
8 juli 2003
Soeby
naar Drejoe
Omstreeks
08.30 zijn we wakker en kleden we ons aan. Vervolgens gaan we per
fiets naar de bakker en halen broodjes. Die blijken behoorlijk duur
te zijn: 29 kronen voor 8 broodjes, dat is 5 euro. We zullen maar
denken, dat ze zo duur zijn omdat alles per schip hier moet worden
aangevoerd. Ze zijn wel lekker trouwens. Tegen 10.00 zijn we tussen
de havenhoofden, nadat we met assistentie van een vriendelijke Deen
hebben losgegooid. De koers heb ik uitgezet naar Svendborg en de GPS
geeft keurig aan waar we heen moeten. De wind is pal west, kracht 3
en met het grootzeil over bakboord en de fok uitgeboomd met de
fokkeloet over stuurboord halen we een snelheid van 3 knopen
gemiddeld. Niet slecht. Komende in de buurt van Drejoe (een uit twee
delen bestaand eilandje, verbonden door een smalle landengte waarover
een weggetje loopt) besluiten we een blik in de haven te werpen,
teneinde te zien of we daar mogelijk kunnen liggen. In het
hoogseizoen is het hier mudjevol en kun je aanleggen wel vergeten. Nu
zijn we nog niet zover in de tijd en bovendien zijn we redelijk
vroeg: 11.30 ongeveer. Inderdaad lijken er langs de steiger nog wat
lege plekken te zijn en nadat we de zeilen gestreken hebben, kunnen
we net voor een Duitse motorboot naar binnen glippen. Wederom met
assistentie van een vriendelijke Deen (daarvan schijnen er een
heleboel te zijn!) leggen we de boot aan. De box is weliswaar een
beetje ongemakkelijk groot, maar we leggen het schip zodanig vast dat
er nog meer belangstellenden bij kunnen. Er blijkt zelfs stroom op de
wal te zijn en er is volgens de havengids een supermarkt op het
eiland. We laten ons verrassen. Eerst nemen we een pils en een siesta
en vanmiddag gaan we per fiets het eiland verkennen.
Omstreeks
15.00 pakken we de fietsen en rijden het eiland over. Je kunt hier
onmogelijk verdwalen. Er is eigenlijk maar 1 weg, die van het ene
uiteinde via een kleine landengte naar het andere eind loopt,
hoofdrichting oost - west. Op verschillende punten op de twee
eilandhelften zijn er dan een aantal aftakkingen naar het zuiden en
het noorden. Een van de eerste aftakkingen heet de Kirkevej, die
inderdaad naar het betreffende fenomeen leidt. Het is een klein wit
gepleisterd gebouwtje met een klein kerkhof erom heen. Alles keurig
aangeharkt en onderhouden. In het kerkje bevinden zich een aantal
gasten die kennelijk net een rondleiding krijgen. We maken van de
gelegenheid misbruik om het interieur even op de digitale band op te nemen.
Daarna
fietsen we weer verder naar het westelijke uiteinde. De weg eindigt
in een met gras begroeid paadje, dat uiteindelijk wordt afgesloten
met een simpele ijzeren buis. Daarachter ligt een zandklif van een
meter of 10 hoog. Je moet hier dus niet met een beneveld hoofd 's
nachts om dat hekje heenlopen, want dan lig je tien meter lager op
het steenachtige strand te zieltogen!
Terugfietsend
langs dezelfde weg zien we onze Deense buren (een man en een vrouw)
marcherend langs de weg. Ze zijn al een uur eerder dan wij op weg
gegaan en het ziet er naar uit, dat ze ook minstens een uur later
weer terug zulllen zijn. Wij zegenen onze fietsen!
Op
de boot aangekomen is het ongeveer tijd voor het binnenhalen van het
weerbericht van Pinneberg. Dat belooft voor morgen niet veel goeds.
Windkracht 5/6 met een officiele waarschuwing voor harde of
stormachtige wind in de Belten en Sont regio.
Naast
ons ligt een Halberg Rassy van 29 voet. Als ik zo op het oog de
lengte van dat schip vergelijk met die van ons, lijkt het erop, dat
ons schip eigenlijk niks groter (langer) is dan de 29 voeter. Ik
realiseer me, dat ik de lengte van onze Wibo altijd voetstoots heb
aangenomen van de verkoper, maar nooit zelf geverifieerd. Ik neem een
stuk lijn van 9 meter en span dat over de volle lengte van het schip.
Het blijkt, dat ANDREA toch echt 9.30 lang is. Ik had gehoopt, dat ik
wat havengeld zou kunnen besparen. Maar dat zit er nu dus niet in!
's
Nachts kom ik er achter, dat de windwaarschuwing niet geheel van
grond ontbloot is. De vallen beginnen op een hinderlijk harde manier
tegen de mast te klapperen. Midden in de nacht moet ik dus naar
buiten om dat te verhelpen. Het kost nogal wat moeite, maar
uiteindelijk lukt het me om het lawaai tot aanvaardbare proporties terug te brengen door de vallen om het zijstag te slaan.
Woensdag
9 juli 2003
Drejoe
naar Svendborg
We
worden omstreeks 08.00 uur wakker en ik haal onmiddellijk het
Seewetterbericht voor de Oostzee binnen. De meldingen van gisteren
worden bevestigd: W-NW 5/6 voor Belte und Sund. Als ik aan
mijn (Deense) buurman vraag wat hij gaat doen, antwoordt hij: 'Op de
fok terug naar Svendborg'. En inderdaad: dat had ik ook al gedacht.
Met deze wind waai je er zo heen. En die windkracht 6 zal wel
meevallen.
De
havenmeester komt om 08.30 langs en ik meld hem eerlijk dat ons schip
9.00 meter plus is. Dat kost 110 kronen, want het 95 kronen tarief
loopt tot 8.99 meter.
Met
hulp van onze Deense rechterbuurman verlaten we zonder problemen de
box. De wind staat er enigszins dwars op, maar met een lange landvast
houdt de buurman het voorschip recht, tot we uit de box zijn en er
afgevallen kan worden. Weldra zitten we weer buiten de haven en
stomen we richting Svendborg via het Hoehestene Loeb, een niet zo
breed vaarwater tussen rode en groene tonnen, omgeven door ondiepten
waar we beter niet op verzeild kunnen raken. We zetten de fok bij en
met dat enkele zeil halen we regelmatig meer dan 5 knopen! Op het
eind van het vaarwater steken we ietsje op naar het westen en vallen
daarna af de Svendborg Sund in. Daar is een druk scheepvaartverkeer.
Plezierjachtjes en veerboten komen ons in groten getale tegemoet.
Onder de hoge verkeersbrug merk ik, dat er behoorlijk wat stroom in
de Sund staat. We varen op dat moment (terwijl de motor volle kracht
draait!) slechts 4,8 knopen, wat wil zeggen, dat er minstens 1,5
knoop stroom staat. Dan draaien we bakboord uit de haven in en vinden
een ligplaats op de kop van een drijvende steiger. Geen grandioze
plek, maar het is redelijk.
Het
is amper 12.00 uur en we besluiten dan ook op de fiets een
internetcafe te gaan zoeken. Dat wordt een mislukking. Bij navraag
blijkt er wel een dergelijk cafe te zijn geweest, maar het is
inmiddels weer verdwenen. Dan kom ik op het lumineuze idee te vragen
naar de locale bibliotheek. Ik weet dat je in Nederlandse
bibliotheken vaak een internetverbinding kunt regelen, al dan niet
tegen betaling. Dat blijkt een schot in de roos. Als ik aan de balie
naar een mogelijkheid tot internetten vraag, gaat de dame ons
vriendelijk voor naar een rustig hoekje van het gebouw waar een
computer met Win98 staat. De machine blijkt een redelijk snelle
verbinding met internet te hebben. Ik krijg 10 minuten om mijn e-mail
door te nemen en te beantwoorden. Dat is meer dan genoeg. En het is
nog gratis ook! Perfect geregeld!
Vervolgens
rijden we weer terug naar de haven, nemen een borrel en daarna een
siesta. Omstreeks 15.00 uur pakken we de fietsen weer en rijden naar
Troense op Taasinge, over de hoge verkeersbrug. We hadden gehoopt dat
we met een veerbootje over zouden kunnen naar de andere kant, maar
het gerucht blijkt ijdel gesnap. Derhalve fietsen we terug en rijden
gelijk door naar de oude haven, alwaar we aan een tafeltje in de
openlucht, onder een parasol een eenvoudige doch voedzame vismaaltijd
genieten, gecompleteerd met frites, remouladesaus en 'Fadoel'. Het
geheel is goed te eten, maar een volgende keer willen we wel eens een
echt visrestaurant proberen.
Terug
aan boord maken we ons klaar voor een lange avond in de kuip, in de
zon, lezend, luierend en vakantie vierend!
Niettemin besluiten we om 20.00 uur nog een kleine wandeling te maken. We
lopen langs de Valdemar Gade de stad in en bewonderen de vele stokrozen,
die voor de huizen staan. Als we verder gaan, zien we een park dat bij nader
waarnemen een begraafplaats blijkt te zijn. Het bevindt zich pal voor het
ziekenhuis, wat ons weliswaar realistisch, maar toch ook een beetje cru lijkt
te zijn. Kennelijk zitten de Denen daar niet zo mee. We gaan door de indrukwekkende
witgeschilderde toegangspoort naar binnen en komen in een park, dat grandioos
mooi is aangelegd. Hier en daar staan oude boomstronken, afgeknot of zelfs
helemaal gebeeldhouwd als monumenten in de tuin. Grasvelden worden nauwelijks
gebruikt. Veel meer wordt er gewerkt met grote blokken beukenhagen in allerlei
patronen en maten. De graven zelf zijn eenvoudig. Een enkel stuk gepolijste
steen met een inscriptie of heel vaak ook een van een naam voorziene zwerfsteen.
Merkwaardig is, dat van de overledene niet alleen de naam en de leeftijd
wordt vermeld, maar ook het beroep. Zo komen we een 'Bankdirektor' tegen,
en een 'Apoteker', maar ook een 'Sognepraest', kennelijk bij leven een beroepsgenoot,
en een 'Borgermester', enzovoorts. Nu valt ons ook op, dat de beroepen meestal
ook niet zo eenvoudig zijn. Tevens wekken de graven ondanks de eenvoud de
indruk van behoorlijk veel geld te hebben gekost. Kennelijk zijn we hier
in het rijkere gedeelte van de begraafplaats van Svendborg. Dat is eigenlijk
weer een minpuntje. In Nederland heeft een begraafplaats bij alle treurnis
toch ook weer dit tevreden stellende aspect, dat uiteindelijk iedereen weer
gelijk is. In Svendborg wordt de sociale rangorde kennelijk tot in de dood
toe volgehouden. Toch zou deze begraafplaats wat mij betreft een voorbeeld
mogen zijn voor Nederlandse exemplaren. Alleen zullen wij daar in Nederland
wel veels te weinig ruimte voor hebben. Want daarvan hebben de Denen natuurlijk
veel meer dan wij.
Terug
op de boot schenken we onszelf een stevige borrel in. De ernst des
levens is ons weer krachtig duidelijk gemaakt bij deze wandeling, en
we vinden dat daar enige compensatie tegenover mag staan!
Donderdag
10 juli 2003
Svendborg
We
worden omstreeks 08.00 uur wakker en ik neem de weerberichten op.
Voor vandaag W-SW 4 en voor morgen ongeveer hetzelfde. Annet haalt
een aantal Deense croissants (hetzelfde gebakken, maar een enigszins
andere vorm) en we nemen ons ontbijt. Vervolgens besluiten we in
Svendborg te blijven liggen en een fietstocht te maken over het
eiland Taasinge. Een vorige keer (drie jaar geleden of zo) konden we
die fietstocht maar zeer gedeeltelijk maken omdat Annet zich toen
niet erg lekker voelde. Nu zouden we het verzuimde alsnog kunnen
inhalen. We maken de fietsen gereed en gaan om 10.30 op pad. Eerst
weer de brug naar het eiland over. Telkens een behoorlijke klim,
omdat het ding zo'n 50 meter boven het water ligt. Dan de eerste
afslag na de brug naar rechts in de richting van het Vornaes Skov.
Het valt op, dat de wegen in Denemarken wel heel erg rustig zijn
vergeleken met hun Nederlandse equivalenten. Veel minder verkeer en
op het platteland heb je echt de indruk, dat je ongeveer de enige
vakantieganger ter plaatse bent. Zelfs collega-fietsers komen we maar
nauwelijks tegen. Na een paar kilometer klaagt Annet dat haar
achterband zo zacht wordt. Dat kan kloppen. Het ding is lek. We
zetten de fiets op zijn kop langs de kant van de weg en beginnen met
de reparatie. In enkele minuten is het lek gevonden en gedicht. De
oorzaak blijkt een heel klein scherp kiezelsteentje te zijn, dat
dwars door de (wat dun wordende) buitenband is gekomen. Geen
probleem, maar wel een aanwijzing, dat we de buitenbanden van de
vouwfietsen toch echt om de drie, vier jaar moeten vervangen. Anders
gaan dit soort dingen zich hinderlijk vaak voordoen! Nu blijkt de
reparatie echter afdoende. We vervolgen onze weg door het Skov, zoals
een bos in het Deens heet. Heerlijk koel en stil is het daar. Dan
naar het zuiden van Taasinge. Via de Soeby Strandvej komen we (zoals
de naam deed vermoeden) aan het (steen)strand van Taasinge met
uitzicht op Aeroe. Langs het pad bevindt zich een veld met bijna
rijpe doperwten. We kunnen de verleiding niet weerstaan er een paar
handenvol van mee te nemen. Daarna fietsen we verder. In Bjerreby
gekomen snijden we een flink stuk van de route af door rechtstreeks
naar Lundby te rijden. Daarna via het Noerreskov naar het Valdemar
Slot en daarna naar Troense. Dan de rest van de weg naar de brug over
de Svendborg Sund. Het is 14.30 als we weer aan boord zijn. Annet
denkt, dat we wel 40 kilometer gefietst hebben. Ik houd het op 30
kilometer. Ook helemaal niet gek voor de vakantie. Vooral niet als je
bedenkt, dat er flink wat 'colletjes' in zaten! Bovendien hebben we
nu enigszins het gevoel het eiland Taasinge te hebben gezien.
Aan
boord nemen we een pils en daarna een korte siesta.
Als
we weer wakker zijn, pakken we de fietsen en rijden we naar de stad
om wat inkopen te doen. Eerst helpen we een Deense buurman even met
aanleggen. Bij de Kvickly kopen we wat etenswaren, waaronder Ymer,
wat inmiddels al een beetje traditie is geworden. Waarschijnlijk is
het gewoon yoghurt, maar dan wel van een soort en kwaliteit die ons
erg aanspreekt. Bij een boekenstalletje, waar een stel Engelse romans
in de uitverkoop ligt, schaf ik een exemplaar aan van Colin Dexters
'The remorseful day', waarin het laatste optreden van Inspector Morse
wordt verhaald. De tv-serie heb ik wel helemaal gezien, maar de
boeken eigenlijk nog nooit gelezen. Goede gelegenheid dus dat in te
halen.
Bij
een kiosk op het station kopen we tenslotte nog een Deense krant.
Eigenlijk niet zozeer voor het nieuws, want het Deens kunnen we
grotendeels toch niet volgen, maar vanwege de weerkaart. Van
Pinneberg krijg ik in tekst wel de voorspellingen voor de
verschillende zeegebieden, maar ik vind het lastig om het plaatje
erbij te zien. Na lang zoeken in het schap (want het krioelt bij de
Denen van de 'Bildzeitung'-achtige flutkranten) vind ik het
Kristeligt Dagblad. De naam stuit me haast tegen de borst:
'kristelijk' met een 'k' is in het Nederlands eerder een persiflage
dan een serieus te nemen benaming. Maar het blad ziet er aardig uit
en ik word tenminste niet lastiggevallen met allerlei foto's van
rondborstige dames, terwijl ik alleen maar op zoek ben naar het
weerbericht.
Na
het avondeten lezen en luieren we wat in de kuip. De havenmeester
komt langs en geeft ons tegen betaling een gekleurd strookje papier
om in de verstaging te plakken. Daarna maken Annet en ik nog een
wandeling door de buurt van de haven. Veel dure huizen, maar ook
nogal wat achterstallig onderhoud, naar we waarnemen. Niettemin woon
je hier wel op stand. Er zijn huizen bij met een tuin tot aan het
water van de Sund, sommigen zelfs met een steigeruitbouw in het water
en een eigen boot voor de deur. We zullen naar de prijzen maar niet
informeren.
Na
terugkomst op de boot, zitten we nog wat in de kuip en drinken een
borrel bij het licht van de ondergaande zon. Heerlijk!
Vrijdag,
11 juli 2003
Svendborg
- Rudkoebing
Bij
het wakker worden tegen 08.00 uur is het prachtig weer. De zon
schijnt en er waait een zacht windje uit zuidwestelijke richting.
Even over achten haal ik de weerberichten binnen. Voor vandaag wordt
ZW 3 - 4 afgegeven, terwijl voor zaterdag en zondag W-NW 5/6 wordt
voorspeld. We besluiten derhalve naar Roedkoebing te gaan, omdat we
daar desnoods twee dagen kunnen blijven liggen en de omgeving per
fiets verkennen. We zijn daar namelijk maar een enkele keer eerder
geweest en hadden toen nauwelijks gelegenheid om ter plaatse rond te
kijken. We kunnen dat dus nu inhalen. Mocht het weer allemaal
meevallen, dan hebben we de mogelijkheid alsnog een rondje Fuenen te
maken. Mocht het echter tegenvallen, dan kunnen we in desnoods 1 dag
goed weer via Marstal gemakkelijk naar Kiel komen. Kortom: de
logische keus.
Het
eerste stuk tot aan de uitgang van de Svendborg Sund moeten we
motoren. Het vaarwater is te smal en te bochtig om zeil te kunnen
zetten. Bovendien is het erg schilderachtig en hebben we op deze
manier beter gelegenheid video opnames te maken. Daarna zetten we
zeil naar de ingang van de Roedkoebing Loeb. Met de snelheid van 4 a
5 knopen die we aan de wind kunnen halen duurt dat 3 kwartier.
Tijdens de overtocht gaat de telefoon en blijkt collega John van
Eenennaam aan de lijn om een afspraak te maken over een interview met
betrekking tot ons werk met de KMar gedragscode. Het spijt hem dat we
geen beeldtelefoon ter beschikking hebben. Begin augustus zullen we
een nadere afspraak maken. Daarna gaat de motor weer aan, strijken we
de zeilen en varen met een halve knoop (later anderhalve knoop!)
stroom mee door de brugdoorgang naar de haven van Roedkoebing. Het
kost nog even wat moeite om een vrije ligplaats te vinden in de
haven, maar het komt allemaal prima in orde. Als we vast liggen,
regel ik stroom van de wal en we laden nog wat water. Daarna koffie
met Deens (vet, maar lekker!) gebak.
Na
een borrel genieten we een siesta. Om 14.30 maken we de fietsen
gereed en ondernemen we een fietstocht over het eiland van Rudkoebing
naar de andere kant van Langeland, het plaatsje Spodsbjerg. Het is
een mooie tocht. De wegen zijn landelijk, licht glooiend en het is
warm. Kennelijk zit er wat onweer in de lucht, want het wemelt van de
onweersbeestjes. Gevoegd bij de zweetdruppels die ons nu en dan op
het voorhoofd staan veroorzaakt dat heel wat gekriebel. Maar de
omgeving vergoedt veel. Weldra zijn we in Spodsbjerg en kunnen aldaar
op een betonnen muurtje aan de zee gaan zitten en uitkijken over de
Langeland Belt. Dat is een nogal belangrijk vaarwater, zoals ik op de
zeekaart al heb gezien. Om dat te bewijzen vaart er een grote
olietanker voor de kust langs. Een inboorling op leeftijd (op wiens
achtererf wij eigenlijk staan) loopt naar een schuurtje, haalt er een
enorme telescoop kijker uit en zet die op een onderstel en tuurt naar
het schip in de verte. Volgens mij kan hij met de gebruikte
vergroting de naam van het schip zelfs lezen! Na een poosje turen
bergt hij de kijker weer op en gaat weer naar binnen. Denen zijn niet
erg spraakzaam. Niettemin lijkt het ons voor de man een leuke hobby.
Wij
stappen op onze fietsen, vervolgen onze tocht en keren langs een
andere weg in Rudkoebing terug. Aldaar aangekomen besluiten we naar
een internetcafe op zoek te gaan. Eigenlijk heb ik daar weinig
verwachting van, want in Svendborg was helemaal niets van dien aard,
terwijl die plaats aanzienlijk groter is dan Rudkoebing. Maar ik
blijk me te vergissen. Op een pleintje treffen we een groot bord
'Netcafe' aan, waarmee men 'internetcafe' blijkt te bedoelen. We
bestellen wat te drinken en regelen daarna onze e-mail. Het geheel
komt op 35 kronen, wat ons heel redelijk lijkt.
Terug
aan boord maken we ons klaar voor de verwachte weersverandering. De
zuidwesten wind zal volgens de voorspellingen gaan draaien naar
westelijke en noordwestelijke richting en bij de passage van het
front zal er wel wat regen tevoorschijn gaan komen. Dat klopt met de
waarnemingen die we vanuit de kuip kunnen doen. De lucht in het
westen wordt steeds donkerder en op een gegeven moment begint de wind
te draaien en met veel misbaar door de verstagingen te fluiten. Een
frisse regenbui volgt en daarna is het weer rustig.
In
het hotel aan de haven serveert men een maaltijd van een aantal
gangen voor het bedrag van 95 kronen per persoon. Dat lijkt ons wel
wat. We willen dat vanavond gaan proberen. Moet het eerst wel wat
droger zijn natuurlijk.
Weldra
is dat het geval. We gaan het restaurant binnen en krijgen de
spijskaart geoffreerd. Tevens wordt ons gewezen op de mogelijkheid
van het buffet gebruik te maken volgens het principe 'Spis hvad du
kan', oftewel: je mag net zo vaak langs gaan als je maar wilt. Bij
vorige bezoeken aan Deense restaurants hebben we gemerkt, dat dat een
voor Denen favoriete manier van dineren is. Zelfs bij de Chinees
maakte indertijd vrijwel iedereen gebruik van die mogelijkheid,
terwijl wij destijds zo dom waren een apart menu te bestellen.
Indertijd hadden we ons al voorgenomen toch ook eens de voor- en
nadelen van een dergelijk Deens buffet te proberen. Vandaar dat we
voor deze mogelijkheid kiezen. Bij het buffet kunnen twee soorten
gebakken aardappelen worden opgeschept: de ene soort is in stukjes
gesneden en de andere bestaat uit in hun geheel gebakken nieuwe
aardappelen. Beide soorten zijn behoorlijk gekruid, kennelijk moet de
winst uit de drankjes komen. Wat de vleessoorten betreft: een gerant
snijdt de door de klant gekozen stukken vlees en geeft van elke
gewenste soort een dun plakje. Wij zijn waarschijnlijk niet brutaal
genoeg en nemen steeds met 1 of 2 plakjes genoegen. Daar staat
tegenover, dat je meer dan 1 keer bij betrokkene langs kunt gaan.
Vervolgens kunnen bij de saladbar de nodige groentes worden
opgehaald. Het resultaat is zeer aantrekkelijk en voor Nederlandse
restaurateurs aan te bevelen.
Na
de maaltijd maken Annet en ik nog een wandeling door het
havengebied(je) van Rudkoebing. De wind is inmiddels uit het westen
gaan waaien en de regen is opgehouden. Vannacht zal het (als de
voorspellingen en de voortekenen tenminste kloppen) behoorlijk hard
gaan waaien en morgen blijven we hier liggen. Wellicht dat we zondag
verder gaan naar het noorden om toch nog een rondje Fuenen te maken.
Ik
neem nog een stel foto's van een kokmeeuw die op een paal zit in de haven,
met nu en dan opwaaiende veren vanwege de harde wind. Dan tik ik dit
verslag in.
Zaterdag,
12 juli 2003
Rudkoebing
De
nacht is niet erg rustig. De wind trekt behoorlijk aan en de boot
ligt te schommelen in de box. Gelukkig hebben we geen last van
klapperende vallen. Die heb ik gisteren redelijk goed van de mast
afgebonden. Tegen 08.00 uur sta ik op om het weerbericht binnen te
halen. Dat begint met een hele stroom van storm- en harde wind
waarschuwingen voor het hele Oostzee gebied. Maar we kunnen zelf ook
wel waarnemen, dat het hier minstens W-NW 6/7 waait. Als er even
later door de havenmeester op de boot wordt getikt voor het voldoen
van de havengelden, regel ik meteen dat we ook komende nacht hier
blijven liggen. Dat blijkt in Rudkoebing op 180 kronen te komen. Valt
nog mee, want het is 20 kronen per nacht goedkoper dan op Drejoe en
in Svendborg.
Na
het ontbijt (waarbij we de broodjes moeten ontberen en met crackers
en toast genoegen moeten nemen) probeer ik een weerfax binnen te
halen. Die van Offenbach van 07.30 UTC op frequentie 8040 kHz. Het
levert een dragelijk plaatje op, zij het dat het nogal wat ervaring
vereist om het ding uit te kunnen lezen. We zien in elk geval het
lagedrukgebied dat voor de huidige wind verantwoordelijk is duidelijk
boven het Oostzeegebied liggen. Het is bezig zich naar het oosten te
verplaatsen, zodat het morgen alweer een stuk beter zou moeten zijn.
In
de haven blijft het tamelijk rustig. De mensen hebben met dit weer
geen zin om weg te gaan. Dat levert wat problemen op voor degenen,
die van Taasinge komen en hier een ligplaats zouden willen hebben. De
haven is gewoon vol.
Wij
gaan vandaag wat over het eiland fietsen. Eerst inkopen doen in het
stadje en daarna een grotere tocht over Langeland. Liefst in de
noord-zuid lijn, dan hebben we de wind dwars in.
Om
11.15 vertrekken we. Er staat en frisse wind, kracht 5/6 uit het W.
We hebben een route uitgezocht naar het Tranekaere-slot, op zo'n 15
kilometer hiervandaan naar het noorden. De route loopt voor een
belangrijk deel parallel aan de kust met het vaarwater tussen
Langeland en Fuenen. Het levert schitterende panorama's op. Er wordt
op het vaarwater wel gezeild, maar alleen vlak onder de kust van
Fuenen, waar het met deze wind immers hogewal is. Bij de afslag naar
het kasteel zien we links een weg naar Asoestrand. Dat lijkt ons wel
wat en we besluiten daar even uit te rusten en een broodje te eten.
Van het aso-strandgebeuren is niets te merken. Er is een
kiezelstrand, een eenzaam toilet en een parkeerplaatsje voor auto's.
Misschien dat hier erg asociale dingen gebeuren, maar niet als wij er
zijn. Na de maaltijd en de rustpauze rijden we weer verder naar het
kasteel. Dat wordt een beetje een deceptie. Het kasteel is bewoond en
niet voor bezichtiging beschikbaar. Wel kun je in het park uitgebreid
ronddarren, er schijnen daar allerlei exotische bomen te staan, en er
is ampel speelgelegenheid voor kinderen, maar noch het een, noch het
ander kunnen ons erg boeien en als we bovendien vernemen, dat de
toegang nog geld moet kosten ook, is de beslissing snel genomen. We
rijden verder, en vlug ook! Nu we op de helft van de tocht zijn,
begint de vermoeidheid weer een rol mee te spelen. Derhalve besluiten
we de route niet geheel volgens voorschrift te volgen, maar een
kleine afsnijding toe te passen door rechtstreeks naar Tulleboelle
(wat ons aan Tulpenbollen doet denken) te rijden. Als we het dorpje
verlaten, blijken Deense onverlaten het naambord met plakplastic
gewijzigd te hebben in Joelleboelle. Kennelijk vinden ook Denen de
naam van het plaatsje nogal merkwaardig.
Terug
aan boord nemen we een pils (als beloning) en daarna nog een borrel
(als aanzet tot de siesta) en beiden vallen heel goed. Ik haal de
foto's van de memorystick en tik dit verhaal in. Intussen jankt de
wind door de verstagingen van de boten in de haven en wordt het schip
constant zo scheef gedrukt door de wind, dat Annet haar matras tegen
de helling in moet ophogen, omdat ze anders het gevoel heeft uit bed
te duikelen. Ze zegt dat dat nog verergerd wordt, wanneer ik mijn
gewichtig persoon naar de lage kant van het schip verplaats, maar ik
vertrouw erop, dat ze dat niet echt meent.
's
Avonds proberen we per fiets vast te stellen of en zo ja waar en
wanneer er in Rudkoebing kerkdiensten worden gehouden. Het resultaat
is teleurstellend. De hoofdkerk staat in de steigers en is van geen
enkele mededeling voorzien, die doet vermoeden dat daar morgen een
dienst zal worden gehouden. Er is weliswaar een kerkgebouw van een
evangelische gemeente, maar de aankondiging van de dienst is aan
zoveel voorwaarden verbonden (in de maand juli kan er een dienst
gehouden worden, maar je moet naar een bepaald nummer bellen, opdat
ze dat voor je kunnen regelen) dat daar waarschijnlijk ook niets van
komt. We overwegen morgen (eveneens per fiets) te gaan kijken of er
toch nog een dienst gehouden wordt, die we kunnen meemaken.
Zondag
13 juli 2003
Rudkoebing
naar Kerteminde
Als
ik even voor achten wakker ben, maak ik radio en computer gereed voor
de ontvangst van de weerberichten. Het blijkt, dat na de passage van
de depressie van gisteren het weer in rustiger regionen terecht komt.
Tot en met woensdag en mogelijk zelfs donderdag worden zwakke tot
matige winden verwacht uit voornamelijk noordelijke en oostelijke
richtingen. Op dit moment staat er NW 3 en de verwachting is, dat dat
in de loop van de dag zal afnemen tot vrijwel nihil. Vandaar dat we
besluiten na het ontbijt niet naar de (toch al hoogst twijfelachtige)
kerkdienst te gaan speuren, maar onmiddellijk te vertrekken. Ik gooi
een extra can diesel in de tank, start de computer en de motor en we
zijn weg. Door de Rudkoebing Loeb vaar ik op de motor. Daarna
proberen we de zeilen bij te zetten, maar de wind is op dat moment
al zo zwak, dat we alleen het grootzeil laten bijstaan als steunzeil
en de fok weer weghalen. Per motor varen we dus langs de kust van
Fuenen en Langeland naar het noorden. Bij de brug naar Sjaelland
staat verbazend veel stroom. Op een gegeven moment (een uur voor
passage van de brug) halen we maar net 4.5 knopen! Dat wil dus
zeggen: twee knopen stroom tegen! Blijkbaar wordt dat veroorzaakt
door de wind en door de versmalling van het vaarwater ter plaatse. Je
krijgt een soort trechterwerking: grote massa's water die een nauwe
doorgang moeten passeren. Dat leidt onvermijdelijk tot harde
stroming.
Halverwege
de route plot ik de nieuwe koers naar Kerteminde en upload die naar
de GPS. Ook daarop weet de stuurautomaat voortreffelijk te sturen.
Van de hele tocht (die zo'n zes uur duurt!) sta ik misschien een uur
aan het roer. Voor de rest wordt de zaak door de automaat geregeld.
Ik maak foto's en video opnames van bepaalde markante punten en hoop,
dat het er na thuiskomst een beetje herkenbaar zal uitzien.
Omstreeks
16.00 uur varen we de haven van Kerteminde binnen. We hebben geluk
met het vinden van een ligplaats. De eerste lege box die we zien
heeft een groen bordje, zodat we er zonder problemen kunnen
aanleggen. Ook dit keer worden we geassisteerd door een aardige Deen,
waarvan er kennelijk hele volksstammen rondlopen.
Het
eerste wat we na het vastleggen doen, is de zonnetent uitspannen en
een pils inschenken. Tijdens het varen hebben we dat door de vaarwind
niet gemerkt, maar het is vandaag bloed- en bloedheet. We houden dus
ons gemak met boeken en tijdschriften.
Om
kwart voor zes start ik de SSB radio weer en halen we de
weerberichten van Pinneberg binnen. De tendens wordt voortgezet: tot
en met donderdag (en zelfs vrijdag!) worden er oostelijke winden
verwacht, die niet of nauwelijks krachtiger zijn dan windkracht 4 (of
maximaal 5) ... Ruimte en tijd genoeg dus voor een rondje Fuenen. We
nemen ons voor morgen in Kerteminde te blijven liggen en per fiets de
omgeving te verkennen. Overmorgen gaan we dan langs de noordkant van
het eiland in de richting van de Kleine Belt.
Vanavond
willen we het internetcafe bezoeken, dat we een vorige keer hier
hebben aangetroffen.
Na
het eten proberen we dat, maar dat wordt een teleurstelling. Het cafe
bestaat inmiddels niet meer en er schijnt geen ander exemplaar voor
in de plaats gekomen. Vandaar dat we de bibliotheek opzoeken en de
openingstijden controleren. Mogelijk dat we daar morgen terecht
kunnen.
We
brengen de avond door in de kuip en gaan omstreeks 23.00 naar bed.
Maandag,
14 juli 2003
Kerteminde
We
worden 's morgens omstreeks 08.00 uur wakker en nemen daarna een
eenvoudig ontbijt. Vervolgens bestuderen we de fietskaart en komen
tot het besluit, dat we vandaag naar Odense en weer terug willen
fietsen. Odense ligt op zo'n 20 kilometer hier vandaan, dus dat zou
te doen moeten zijn. De heenweg nemen we de schilderachtige maar
langere route dwars door het Deense platteland.
Het levert een aantal heel mooie panorama's op. Denemarken is op het platteland
nog echt leeg. Je kunt kilometers rijden door de velden, zonder dat je zelfs
maar een huis of een boerderij ziet. Van horizon tot horizon niets dan bossen,
korenvelden, weilanden en kronkelende wegen daar doorheen. Nog iets dat opvalt:
voor fietsers is aanmerkelijk meer aandacht dan in Nederland. De fietspaden
zijn (zoals we deze morgen uit eigen waarneming kunnen vaststellen) tot in
de grote steden gelegd, zodat je op de fiets vanaf elke willekeurige buitenwijk
tot bij je werk in de stad kunt komen. Geen auto nodig. En in het verkeer
wordt er door de auto's ook aanmerkelijk minder hard en scherp gereden dan
we in Nederland helaas gewend zijn geraakt. Via route 45 (een locale fietsroute
op de kaart aangegeven) komen we in het centrum van Odense, alwaar we een
poelserbroodje met alles erop en eraan bestellen, alsmede een flesje 'sodavand',
waarbij 'vand' voor 'water' staat, zoals we onderweg als konden vaststellen
bij het bord, dat de aanwezigheid van een 'Vandskiclub' meldde. Hierna fietsen
we verder door Odense en bekijken nog eens de schitterende architectuur van
de gebouwen, zoals we die twee jaar geleden ook al eens hebben mogen zien.
Bij het station maken we gebruik van de gratis internetverbinding in de centrale
bibliotheek van Odense. Via de webmail lees en beantwoord ik mijn berichten
en gooi de spam even weg. Daarna pinnen we nog wat geld en ondernemen dan
de terugreis, dit keer via de saaiere maar kortere, want rechtere weg van
de provinciale verbinding. Omstreeks 14.30 zijn we terug op de boot. Daar
koelen we even af met een pilsje en gaan daarna lopend naar het Fjord&Baelt
museum. Aldaar wordt op een drietal verdiepingen geprobeerd het ecologische
systeem van de Deense wateren uit de doeken te doen. De Oostzee is immers
de grootste fjord ter wereld. Een reliefkaart geeft de grote diepteverschillen
aan, die zich in de Belten en de Sunt voordoen. Het Skagerrak is peilloos
diep, dat is gewoon oceaan. Maar het Kattegat begint al aanzienlijk minder
diep te worden. De Kleine Belt is feitelijk zeer ondiep te noemen, evenals
de Sont en eigenlijk is alleen de Grote Belt een heel diepe plooi in de zeebodem.
Tot 70% van het getijwaterverschil wordt dan ook door de Grote Belt geperst.
Ik begrijp opeens, waarom wij gisteren tot 2 knopen stroom tegen hadden bij
de brug van Nyborg! Als je door de Kleine Belt gaat, heb je maar met 10 %
van die watermassa te maken, aanzienlijk veel minder dus. Op de eerste verdieping
van het museum wordt iets verteld over de walvisvangst, waarmee Denemarken
zich lange tijd heeft beziggehouden, maar waarmee ze (bij mijn weten) sinds
een aantal jaren zijn gestopt. Toch is de houding van Denen ten opzichte van
de natuur een beetje merkwaardig. Zo zien we een videofilm, waarin een bioloog
aan een stel kinderen aanschouwelijk toont hoe het hart van een kabeljauw
eruit ziet, door het beest voor hun ogen te slachten en de kinderen daarna
het nog kloppende hart van het arme beest in handen te geven! Daar zou men
in Nederlandse onderwijskringen toch bepaald ernstige bezwaren tegen hebben.
Annet en ik zitten elkaar een beetje twijfelend aan te kijken, maar de Denen
vinden het kennelijk allemaal heel normaal.
Hierna
begeven we ons naar de kelderverdieping, waar men een gang heeft
gemaakt onder het bassin waarin zeehonden en bruinvissen
worden gehouden. Heel grappig om de beesten vanuit hun eigen omgeving te kunnen
bekijken. De zaak wordt afgesloten met een voersessie voor de beesten, waarbij
getoond wordt hoe ze bepaalde trucjes aangeleerd hebben om eventuele medische
onderzoeken te vergemakkelijken. Ik maak er wat video opnames van.
Daarna
een bezoek aan de SuperBrugsen van de stad, een soort AH in
Denemarken. We kopen de benodigdheden voor het maken van
smoerrebroed, boterhammen met allerlei lekkere dingen, zoals
carpaccio, saus, groenten, kaas en dergelijke. Wat je maar lekker
vindt. Misschien dat onze bereidingswijze van smoerrebrood niet echt Deens is, maar
het smaakt ons prima. Na de maaltijd, afgesloten met ijs, moet er
weer gewerkt worden. Vier 10 liter cans moeten worden gevuld met
diesel teneinde de motor aan de gang te kunnen houden in de komende
dagen. Helaas lukt het ons niet het betalingssysteem van het
steigerkarretje te doorgronden. Dat werkt met ingewikkelde
schuifsloten, waar muntstukken in gestoken moeten worden, en is
zelfs voor autochtone Denen (die we te hulp roepen) niet te openen. Vandaar dat Annet en ik
elk twee cans naar en van de benzinepomp dragen. Heen gaat
wel, maar terug!! Nu ja ... goede verbranding van het ijs, zullen we
maar zeggen.
Hierna
nog een wandeling langs het strand en vervolgens dit verhaal
in getikt. Morgen (naar de plannen nu zijn) naar Bogense of
Fredericia. Het weer zou hetzelfde moeten zijn als vandaag: noorden
tot noordoosten wind kracht 3 tot 4. Zou perfect moeten zijn.
Dinsdag
15 juli 2003
Kerteminde
naar Erritsoe
Ik
ben al vroeg wakker en besluit om maar vast te starten met de
voorbereidingen voor het vertrek. De fietsen worden opgevouwen en
weggeborgen, de stroomkabel wordt losgetrokken en aan boord genomen,
en dan komt de Deense buurman langs om te vragen wanneer wij weggaan.
Hij heeft namelijk te horen gekregen dat de eigenaar van de box
waarin hij nu ligt vandaag terugkomt en hij wil dus graag in onze box
liggen. Ik zeg dat we over tien minuten weggaan, en dat hij (als hij
wil) onze havensticker kan krijgen. Wij hebben namelijk voor twee
nachten tegelijk betaald en de haven heeft een actie, dat je dan de
derde nacht gratis mag liggen. Wij hebben daar uiteraard niets aan,
maar de buurman zou daar zijn voordeel mee kunnen doen. Het havengeld
is per slot 100 kronen per nacht! De buurman heeft daar wel oren
naar. Met een schilmesje en wat benzine weet hij de sticker redelijk
heelhuids van de preekstoel te krijgen en plakt hem vervolgens op zijn eigen
boot. Iedereen weer gelukkig. Daarna vertrekken we. Ik heb de
waypoints naar de GPS geupload en de automaat neemt dus buiten de
haven het roer over. Dan maak ik al varende de papieren kaarten
gereed. Ik zet de koers van Fugawi over op de plastic map en
vervolgens zetten we elk kwartier een streepje op de koerslijn met
tijd en koers daarbij, zodat we bij eventuele computerstoring tot op
15 minuten weten waar we zijn. De reis zelf verloopt eigenlijk
helemaal op de motor. Alleen zetten we na Fyns Hoved (het
noordelijkste puntje van Fuenen) het grootzeil bij en hebben we daar
wat steun van. De wind is overigens zo gering, dat er (door ons schip
in elk geval) niet gezeild kan worden. Na een paar uur passeren we Aebeloe, het schiereilandje aan de noordkant van Fuenen. Bij het aansturen van de
Snaevringen houd ik keurig rechts in het vaarwater, zoals op de kaart
staat aangegeven. De schepen die (op enkele mijlen) achter mij aan
varen, doen dat echter niet. Die houden uiterst bakboord aan. Op
enkele mijlen voor de Snaevringen krijg ik in de gaten waarom ze dat
doen. Wij zien voor ons een gebied van stroomrafelingen, met wat
bokkige golfjes, ontstaan doordat wind en stroom tegen elkaar in
lopen. En al gauw ondervinden we die stroom ook. In plaats van een
dikke 6 knopen halen we tot in de Snaevringen nog maar 4 knopen! Dat
scheelt een stuk. De schepen, die eerst achter ons zaten halen ons
dan ook heel snel in. Onthouden voor een volgende keer!
We
hebben besloten naar de haven van Erritsoe te gaan, vlak bij
Fredericia. Het lijkt wat ingewikkeld om de haven te benaderen, maar
in de praktijk valt dat als vanouds weer erg mee. Vlak bij de haven
ingang vinden we een vrije box, en weldra hebben we het schip
aangelegd. Terwijl we in de kuip bezig zijn wat te luieren, zien we
opeens in de haven een aantal bruinvissen, die even bovenkomen om
adem te halen. We horen ze snuiven! Dat is al heel bijzonder. In de
Snaevringen zijn we tot op heden altijd nog bruinvissen tegengekomen,
maar zo dichtbij is iets aparts! De vissen (eigenlijk dolfijnachtigen
natuurlijk!) maken wat rondjes door de haven en zwemmen daarna weer
naar buiten. Kennelijk niet benauwd voor mensen en/of schepen.
's
Avonds gaan Annet en ik per fiets naar Fredericia en laten ons daar
bij een locale Turk een kebab specialiteit voorzetten. Het is erg
lekker, net zoals het glas bier dat erbij geserveerd wordt. Het
dienstertje komt het Turkse brood pas brengen als ik mijn bord
inmiddels al bijna leeg gegeten heb. Geen nood echter, het brood
blijkt net vers gebakken te zijn en wat we niet op krijgen, gaat in
een plastic zakje mee naar boord. Kunnen we morgen bij het ontbijt
wel nuttigen!
Ik
haal de weerberichten binnen per SSB radio en we stellen vast, dat we
het beste doen met morgen naar Assens te gaan, daar donderdag te
blijven liggen (dan wordt er namelijk Oost 5 afgegeven voor Belten en
Sont) en dan op vrijdag en zaterdag via Soenderborg en/of Maasholm
naar Kiel te varen. Op die dagen geldt er namelijk een windkracht 2
tot 3 uit het Zuiden tot Zuidwesten.
Zondag
zouden we dan door het Kieler kanaal kunnen varen en maandag naar
Otterndorf.
We
zullen zien.
Woensdag
16 juli 2003
Erritsoe
naar Assens
Ik
ben weliswaar om 06.00 uur wakker, maar besluit na een uurtje
lezen toch maar weer te gaan slapen in de veronderstelling, dat ik
dan vanzelf wel om 08.00 uur wakker zal worden. Dat is immers de tijd
dat de weersberichten door Pinneberg worden uitgezonden. Ik verwacht
oudergewoonte dan wel bij de pinken te zullen zijn. Dat blijkt dus
een droeve vergissing. Pas om 08.30 word ik wakker en dan is het al
te laat om nog weerberichten per SSB radio op te halen. De
eerstvolgende sessie is pas om 11.20 en dan hopen we allang op het
water te zitten. We ontbijten in de kuip. Het is weliswaar bewolkt en
er valt zo nu en dan een spatje regen, maar de wind is niet koud en
even later breekt zelfs de bewolking en ziet het er een stuk
vrolijker uit. Na het ontbijt laden we water. Dan maak ik de
stroomkabel los en haalt Annet de landvasten bij het voorschip weg,
terwijl ik het schip met de landvasten aan het achterschip de box uit
trek. Dan de motor in de achteruit, draaien in de haven en we zijn
weg.
Buiten
de haven steken we het schip op in de wind en zetten het grootzeil.
Daarna de fok en de motor kan uit. We zeilen. Ondanks echter dat de
schroefas begint te zingen (een teken dat we tenminste 4 knopen door
het water varen) geeft de GPS niet meer dan 3 knopen over de grond
aan. Kennelijk staat er nog steeds (of alweer) tenminste een knoop
stroom in de Snaevringen voor ons de verkeerde kant uit. Een
zeiljacht komt ons tegemoet, varend alleen op de fok en een enorme
snelheid ontwikkelend. Inderdaad: die stroom is voor ons precies
fout! Niettemin weten we het eerste stuk tot aan de hoge verkeersbrug
een redelijke snelheid van zo'n 3 tot 4 knopen te behouden. Daarna
wordt het echter rap minder. En als we onder de spoor- en
verkeersbrug Kongebro zitten, meldt de GPS zelfs dat de snelheid over
grond zelfs helemaal 0 is geworden. Een gekke gewaarwording. Het
water bruist langs het schip en we moeten derhalve tenminste 2 tot 3
knopen lopen, maar kijkend naar de brugpilaren terzijde van ons moeten we vaststellen: we
staan gewoon stil. Als we op een bepaald moment zelfs enigszins
achteruit gaan, vind ik het welletjes: ik start de motor en met veel
geweld bruist ANDREA tegen de stroom in. Hoewel we nu op de motor
tenminste 6 knopen zouden moeten varen, halen we volgens de GPS amper
de 3 knopen. Een hoop stroom tegen dus!
Ook
verder varend door de Snaevringen en daarna langs de verschillende
eilandjes in de Bredningen, blijven we (tot we eindelijk op open
water zijn) een forse hoeveelheid tegenstroom ervaren. Bovendien
blijkt de route naar Assens toch wat langer dan ik gedacht had. En de
wind draait van het oosten naar het zuidoosten. In die omstandigheden
proberen we in windkracht 4 het nieuwe bindrif even uit. Per slot kun
je dat beter in normale omstandigheden proberen dan pas op het
moment, dat het echt nodig is. Het resultaat is niet bevredigend! Op
het eind van de manoevre waait het inmiddels al windkracht 5. En de
beide zeilogen kunnen niet op een goede manier op de giek worden
bevestigd. We zullen daar dus t.z.t. iets anders voor moeten
verzinnen. Op het voorlaatste rak naar Assens hebben we de wind pal
tegen. We laten de zeilen dus zakken en tevens moet ik (staande in
T-shirt en korte broek) nog even zeilbroek en zeiljack haastig
aantrekken, vanwege het hoog overspattende buiswater. Niet leuk, maar
helaas. Kortom: het wordt 15.30 voor we de haven van Assens
binnenlopen.
Met
assistentie van een vriendelijke Duitse buurman lukt het ons (hoewel
de wind dwars op de box staat en de punt dreigt weg te vallen!) om de
boot heelhuids af te meren. Vervolgens lopen we naar de havenmeester
en betalen het liggeld: 100 kronen. Terug aan boord schenken we
onszelf een borrel in en bespreken we het plan voor de terugtocht
naar Nederland. We besluiten dat we 5 dagen nodig hebben om vanaf
Kiel in Monnickendam te komen en dat we dus best op dinsdag 21 juli
door het Kieler Kanal kunnen. Terugrekenend en de data vergelijkend
met de weerberichten die we nu hebben, denken we morgen in Assens te
blijven liggen. Kunnen we wat fietsen. En vrijdag gaan we dan (met
de zuid-zuidoosten wind die dan wordt voorspeld) naar Mommark. Daarna
kunnen we met de noordwesten wind van zaterdag naar Wendtorf en/of
naar Kiel. Zondag zijn we dan in elk geval in Holtenau en kunnen we
maandag bijvoorbeeld al (na een bezoek aan Herr Tiessen) naar
Gieselau varen. Dat zou ons bovendien voor dinsdag de ruimte geven om
bijvoorbeeld 's avonds al naar Otterndorf te gaan, zodat we
woensdagmorgen alle tijd hebben om de mast te strijken.
We denken dat de sluiswachter ons omstreeks 12.00 uur zou kunnen schutten,
wat ons na vele berekeningen van vaartijden en tijdstippen van hoog- en laag
water de gelegenheid zou geven om door te varen tot Oldenburg. Donderdag
dan door het Kuestenkanal, en wellicht diezelfde dag nog door naar Delfzijl
(weliswaar tegen het opkomende water in varend, maar dat is mogelijk vanwege
de heersende windrichting een voordeel!), of anders vrijdag vanaf Herbrum
via Delfzijl naar Friesland (mogelijk Uitwellingerga). Zaterdag dan de mast
zetten en het laatste stuk naar Staveren en Monnickendam. Zondag hebben we
dan nog reserve voor als er iets langer zou duren dan gepland. Heel verhaal,
maar lijkt ons een haalbare kaart. Uiteraard (zoals altijd!) ijs en weder
dienende.
's
Avonds eten we aan boord en bekijken we de fietsroute voor de
volgende dag.
Hoewel
de wind wat kil wordt, lezen we nog geruime tijd in de kuip. Gelukkig
is de herrie van het stralen sinds vast werken 's middags voorbij. In
plaats daarvan horen we nu flarden van trompetterkorpsmuziek.
Kennelijk is er een of ander festivalletje gaande in Assens.
Omstreeks 22.30 gaan we naar bed.
Donderdag,
17 juli 2003
Assens
Om
08.05 haal ik de weerberichten voor vandaag binnen. De windkracht 5
is inmiddels 4 geworden in de voorspellingen, maar hij blijft uit het
oosten. We dubben nog even of we vandaag toch niet al zullen
vertrekken. Voor Dogger en de Duitse Bocht worden wat grotere
windkrachten afgegeven (W/SW 5-6) en uit ervaring meen ik te weten,
dat die weersomstandigheden een of twee dagen later bij ons zullen
zijn. Dat zou vervelend wezen, want we moeten vanuit Assens juist
naar het westen / zuidwesten. We besluiten eerst op de fiets inkopen
in Assens te gaan doen, en daarna in de bibliotheek op internet te
gaan kijken hoe de verdere weersomstandigheden zullen zijn. We slagen
er inderdaad in de bibliotheek te vinden. Helaas gaat hij uitgerekend
op donderdag pas om 13.00 uur open! Waarschijnlijk is dat opzet, maar
we leggen ons erbij neer. Terug bij de haven kopen we nog wat
motorolie en brengen daarna onze aankopen aan boord. Vervolgens
denken we aan een tochtje met spoorbaanfietsen van Assens naar een
plaatsje in de buurt. Je kunt hier namelijk vierwielige
spoorkarretjes huren, die met pedalen zijn voort te bewegen en die
over een sinds jaren ongebruikt spoor rijden. Helaas begint het
behoorlijk hard te regenen als we ter plaatse zijn. Vandaar
veranderen we de plannen en brengen een bezoek aan het Peter
Willemoes museum. Peter is (ongeveer als Van Speyk bij ons) door de
tijdgeest gebombardeerd tot een Deense nationale held, hoewel hij
niet veel ouder is geworden dan 25 jaar. Het museum laat wat
schilderijen van hem zien, waaronder een groot spektakelstuk, waarop
in het centrum van het schilderij Peter te zien is, die midden in een
19e eeuws zeegevecht zijn onderhebbenden opdracht geeft een kanon
weer in stelling te brengen en op de vijand te vuren. Heel martiaal
allemaal en waarschijnlijk net zo onnodig als de actie van Van Speyk.
Gelukkig heeft het museum maar een paar memorabilia van Peter en is
de rest van het museum gevuld met schilderijen van 19e en 20e eeuwse
Deense schilders. En die hebben heel wat meer inhoud! Werkelijk
schitterende tekeningen, portretten en landschappen zijn er te
bewonderen in de vele kamers in het gebouw.
Helaas
regent het nog als we het museum na een uur of twee weer verlaten.
Terug aan boord zijn we net op tijd voor de 'Mittelfrist
Wettervorhersage' via de SSB radio. Op grond van die berichten
besluiten we morgen naar Soenderborg of Mommark te gaan (afhankelijk
van hoe westelijk of zuidelijk de wind is), zaterdag naar Maasholm of
Damp en zondag naar Kiel/Holtenau. Met de afgegeven windrichtingen en
-sterktes zou dat mogelijk moeten zijn.
Voor
nu nemen we eerst een borrel en genieten daarna van een siesta. Als
het droog is vanmiddag zullen we toch nog proberen die spoorbaan
fietstocht te gaan maken.
Dat
lukt. We zijn om 14.15 bij de kiosk, waar we de huur van de karretjes
kunnen regelen. We moeten 200 kronen borg betalen en 60 DK voor 2 uur
rijden, waarvoor we een sleutel en twee fietszadels meekrijgen. De
zadels zijn normaliter afgenomen en de karren staan met slot en
ketting vastgelegd. Als we ter plaatse op het rangeerterreintje
komen, zijn er al twee oudere Deense dames bezig een kar in
gereedheid te brengen. Dat lukt niet zo erg, omdat het lompzware ding
eerst met de neus de goede kant uit moet worden gezet. In Denemarken
is er bij dit soort gelegenheden zelden een beheerder die dat voor je
doet. Je wordt verondersteld zelf de handen uit de mouwen te steken.
Samen met de jongste van beide dames til ik daarom eerst hun en
daarna onze kar in de goede richting op de rails. Daarna worden de
zadels bevestigd en kan er over het spoor gefietst worden. Helaas zit
er geen versnelling op de kar en kun je zelfs als je hard trapt een
niet grotere snelheid bereiken dan 8 tot 10 kilometer per uur. Niet
echt om over naar huis te schrijven dus, maar het is overigens wel
een ervaring om een hele spoorbaan voor jezelf alleen te hebben. Bij
de wegovergangen zijn speciale verende hekken gemonteerd, die je zelf
verondersteld wordt open te doen. Ze sluiten daarna zichzelf weer. De
beide dames, die vanaf het beginpunt voor ons uit fietsen, hebben al
snel in de gaten dat wij veel harder kunnen en willen. Vandaar dat
ze bij de tweede spoorwegovergang aanbieden, dat we van kar zullen
ruilen. Daar gaan we op in en weldra laten we de anderen ver achter
ons. De kar rijdt over een met groen omgeven baanvak en dokkert als
een ver onweer. Het lawaai is zodanig, dat je een normaal gesprek met
elkaar niet voeren kunt. In de jaren dat ik dagelijks met NS op pad
was heb ik dat soort dingen al heel vaak meegemaakt, zodat het mij
niet echt verbaasde. De omgeving is echter prachtig en het is een
aparte belevenis om de wereld eens van de kant van de machinist te
zien.
Als
we een dik uur gefietst hebben besluiten we om weer om te keren. We
gaan er van uit, dat de reis terug even lang zal zijn als de reis
heen. Maar dat blijkt een vergissing. Wat we niet gemerkt hebben, is
dat het spoor op de eerste kilometers langzaam stijgt. Op de terugweg
rolt het karretje dus als vanzelf weer terug naar Assens. Het is
grappig om rustig op het bankje te zitten en het landschap dokkerend
aan je voorbij te laten gaan. Na aankomst leveren we de spullen weer
in en krijgen de borg weer terug. Daarna fietsen we naar de boot en
zijn net op tijd om een forse regenbui mis te lopen. Uitstekend
gepland dus, want als we die bui tijdens het spoorwegfietsen over ons
heen hadden gehad, waren we waarschijnlijk kletsnat geworden. Weinig
schuilgelegenheden langs de spoorbaan.
's
Avonds eten we in het havenrestaurant bij de marina. Het ding draagt
de in Nederlandse oren merkwaardige naam 'Maagen', maar inderdaad
weten ze de maag te strelen. Annet neemt een steak, en ik een
gebakken schol, overdekt met garnalen in een (Deense, dus dikke!)
saus. Als dessert nemen we 'apple crumble', wat heel heerlijk blijkt
te zijn.
In
de kuip lezen en drinken we nog wat en gaan daarna omstreeks 22.00
uur naar binnen. Morgen weer verder.
Vrijdag
19 juli 2003
Assens
- Mommark
Om
08.05 haal ik per radio de weersberichten binnen. Voor Belte und Sund
wordt SSW 4 afgegeven, later toenemend tot 5. Dat moeten we niet
hebben en we besluiten zo snel mogelijk te vertrekken. Toch heeft dat
nog wat voeten in de aarde, omdat we eerst nog diesel willen tanken.
Dat kan aan de kop van een oliesteiger, waar een pomp annex automaat
zich bevinden. Helaas ligt er bij het aanvaren een groot Deens jacht
voor de kant. Niet om te tanken, maar gewoon om te overnachten naar
het lijkt. We trekken ons daar niets van aan en maken gewoon langszij
vast en vragen de schipper ons de slang even aan te reiken. Dat doet
hij zonder mopperen, want hij weet ook wel, dat hij hier eigenlijk
helemaal niet mag liggen. Vervolgens stopt Annet 30 euro in de
automaat en tank ik daarvoor 30 liter diesel. Omdat er echter nog
meer bij kan, stopt Annet nog een biljet van 10 euro in de machine.
Die komt er niet meer uit, maar er wordt ook geen diesel meer voor
geleverd. Wij hebben ook geen zin en tijd om te wachten tot de
watersportwinkel (waar de pomp kennelijk bij hoort) open gaat, want
dat is pas om 10.00 uur. Laat maar zitten dus. Het zal ons in het
hiernamaals ongetwijfeld vergolden worden.
We
varen de haven uit en zetten koers (op het woord van Fugawi) dwars
tussen de ondieptetonnen door en stevenen weldra in de richting van
Mommark. De wind is bijna recht vooruit inkomend. Nu en dan kunnen we
even de fok bij zetten, maar meestal moeten we motoren. De golven
zijn echter laag en we kunnen vrijwel de hele weg 6 knopen volhouden.
Dat betekent, dat we om 13.00 uur voor de kant liggen. We gebruiken
de gelegenheid eerst een siesta te houden. Die duurt echter niet
lang, omdat we met een bonk ruw gewekt worden. Een Duitser doet
pogingen naast ons aan te leggen en is daarbij blijkbaar niet zo
bevaren. Gelukkig geen ernstige krassen op de boot, dus toe maar.
Vrij snel daarna komt de veerboot binnen en ervaren we weer de woeste
zuig- en trekkrachten die dat schip in de nauwe haven veroorzaakt. De
landvasten worden strakker gezet en er zou verder geen probleem meer
moeten zijn. Nu we toch wakker zijn pakken we de fietsen en rijden
naar de havenkiosk om te informeren naar de mogelijkheid geld te
pinnen. De dichtsbijzijnde 'Pengeautomat' is volgens zeggen in
Talned, een plaatsje enkele kilometers verderop. Dat denken we wel te
kunnen fietsen, maar dat valt tegen ... Vrijwel de hele weg is het
heuvel op! Zwetend en wel komen we derhalve ter plaatse, alleen om
bij de plaatselijke bank uit te vinden, dat men ons verkeerd heeft
voorgelicht. De dichtstbijzijnde automaten om 'Penge' uit de muur te
halen bevinden zich in Fynshav en Hoeruphav, beide dorpjes op 10
kilometer afstand. We geven van ons ongenoegen blijk, maar terwijl we
teruglopen naar de fietsen, bedenk ik dat ze hier toch wel euro's
voor kronen kunnen wisselen. Dat kunnen ze en zodoende gaan we toch
nog met extra Deens geld terug naar Mommark. De rit daarheen is
gelukkig niet moeilijk: vrijwel het hele stuk rijden we bergaf.
In
de haven aangekomen, bergen we de fietsen direct op en nemen we
beiden een douche. Van een vorig bezoek weten we nog, dat je voor 5
kronen hier maar 5 minuten douchewater krijgt, en dat dat bovendien
'Mommarkse' minuten zijn. In werkelijkheid moet je inzepen, wassen en
uitspoelen dus binnen 4 minuten geregeld hebben, anders sta je met
een lijf vol zeep onder een douche, die geen water meer wil geven!
Het lukt ons in die tijdspanne de zaken te regelen en geheel
opgefrist gaan we terug naar ANDREA. Het haven geld wordt betaald: 90
kronen en om kwart voor zes (17.45 uur) haal ik het Mittelfrist
weerbericht binnen. De windkrachten voor morgen en zondag zijn
zodanig, dat we besluiten morgen in een keer naar Kiel te varen. We
willen niet het risico lopen in Maasholm of Damp vast te komen
zitten, omdat het op de Oostzee opeens Oost 5 gaat waaien.
Vanavond
willen we nog eten in het havenrestaurant. En morgen gaan we
omstreeks 10.00 uur weg.
Het
eten is redelijk, maar valt vergeleken met Assens toch wel wat tegen.
Behoorlijk wat kwaliteitjes minder. De prijs was weliswaar lager,
maar daar heb je dan ook duidelijk minder voor. Even noteren voor
volgende keren.
Zaterdag,
19 juli 2003
Mommark
naar Holtenau
Om
08.00 uur haal ik de weerberichten van Pinneberg binnen. De wind is
volgens de voorspellingen SE kracht 3 en zal op de westelijke oostzee
's middags draaien naar E. Morgen is de wind ook oost en zal mogelijk
toenemen tot kracht 5. Dat doet ons besluiten niet naar Maasholm of
Damp te gaan, maar rechtstreeks naar Kiel.
Het
weer is stralend mooi, aan wal zelfs al bijna te heet, en er waait
een S wind kracht 3. Om 08.30 komt de veerboot weer met het nodige
geweld zichzelf het haventje binnen persen. Wij hebben dan inmiddels
ontbeten en maken de boot klaar voor vertrek. Net voor de veerboot
besluit om ook de haven te verlaten, stomen wij tussen de
havenhoofden en zijn weg in de richting van Kiel.
Ik
heb een koers uitgezet rechtstreeks naar de uiterton van Wendtorf,
dat aan bakboord in de Kieler Foerde ligt. Op die manier blijven we
vrij van alle belangrijke scheepvaartroutes, terwijl we tegelijk zo
oostelijk mogelijk aanhouden teneinde zoveel mogelijk te kunnen
profiteren van de wind, wanneer hij (als voorspeld) oost gaat worden.
Als het waypoint bij Wendtorf actief geworden is, meldt de GPS dat de
hele reis een dikke 30 zeemijl omvat en ongeveer 5 uur gaat duren. De
eerste paar mijl kunnen we de fok net bijhouden, wat ons een extra
halve knoop snelheid oplevert. Daarna echter moet de motor het alleen
doen en houd ik mij bezig met het elk kwartier een streepje in de
kaart zetten om het punt aan te geven, waar we dan inmiddels zijn
aangeland. Even voorbij Kalkgrund kruisen we de koers van de heenreis: het rondje Fuenen is voltooid!
Het is echter nog een heel eind motoren naar ons reisdoel voor vandaag. Aan
alles komt echter een end en als we bij de vuurtoren van Kiel zijn, draait
de wind inderdaad naar het oosten en kunnen we eindelijk zeilen. Zeilen bij
en motor uit en op de zeilen varen we met een dikke 4 knopen de Kieler Foerde
in. We zeilen zo lekker, dat ik het eigenlijk zonde vind om in Wendtorf te
gaan liggen. Derhalve zeilen we door naar de Friedrichsorter Enge, strijken
de zeilen en gaan op de motor het laatste stuk in naar Holtenau. Daar leggen
we omstreeks 15.30 het schip tegen de bunkerboot, die (mazzel!) voor de kant
ligt. We tanken (inclusief het vullen van een lege can) 35 liter diesel.
Kennelijk is dat de hoeveelheid die we sinds Assens gebruikt hebben. Valt
ons mee. Daarna leggen we de boot in het haventje van Holtenau. We pakken
de fietsen en rijden naar Tiessen om te kijken of we daar nog een bestelling
kunnen plaatsen en bereiden ons geestelijk voor op de mogelijkheid dat ze
daar allang 'Feierabend' hebben. Dat blijkt echter niet het geval. Onze bestelling
kan nog makkelijk verwerkt worden, waar wij gaarne gebruik van maken. Dan
rijden we naar het pontje over het NOK en trappen vervolgens de heuvel op
naar het centrum van Kiel. In een internet-cafe lezen we de mail door en beantwoorden
de nodige berichten. Daarna gaan we verder naar het pizza-restaurant, waar
we aan het begin van de vakantie met Jacco ook al gegeten hadden. Dat was
ons goed bevallen en verder lijkt er in de buurt niet veel bijzonders aan
restaurants aanwezig te zijn. We bestellen allebei een vleesschotel en worden
prompt en kwalitatief goed bediend. Na de maaltijd fietsen we weer terug
naar de pont en maken er in de kuip een lange en rustige avond van.
Morgen
naar Gieselau in het NOK!
Zondag,
20 juli 2003
Holtenau
naar Gieselau
Omstreeks
07.30 zijn we wakker. Ik kleed me aan en schuif het luik open. Als ik
bezig ben koffie te zetten, komt de havenmeester langs. Hij krijgt
zijn 7 euro (of iets minder) en vervolgens lopen Annet en ik naar
Tiessen om onze bestelling op te halen. Dat heeft even tijd nodig, maar
tegen 08.30 kunnen we losmaken en voor de sluis gaan liggen. Helaas
gaat dat een hele poos duren. Uiteindelijk liggen er zo'n kleine 20
jachten voor de sluis te wachten en roep ik in arren moede de
sluismeester op kanaal 12 op. Als ik vraag wanneer er gesluisd
gaat worden is het antwoord, dat de 'alte Schleuse' geopend gaat
worden, maar dat hij geen idee heeft wanneer. Nu ja ... we zullen
hopen, dat het dit jaar nog is!! Pas tegen 09.30 wordt gemeld, dat de
grote sluis nu ook door jachten gebruikt mag gaan worden en achter
een Russisch coastertje varen we de sluis in. Met ons overigens die
20 andere jachten. Na betaling van de 'Kanalgebuehren' kunnen we de
reis naar Gieselau aanvangen. Het is warm en ver. Nu en dan zet ik
(tot verdriet van Annette) de fok even bij, om het ding nog even te
laten meetrekken. Bij de 'Schwebefaehre' van Rendsburg echter wordt
ons dat bijna fataal. Een enorme windvlaag valt in de fok en doet het
schip op zijn onverwachts hard afvallen, zelfs als ik tegenroer geef,
helpt dat niet. Het schip loopt gewoon keihard uit het roer. Het
enige dat ik nog kan doen (gedachtig het spreekwoord 'if you can't
beat them, join them!') is met het schip meesturen naar lij, een
volle draai van 360 graden maken en vervolgens gewoon verder varen.
Dat doen we dan ook, in een flits. Gelukkig voer ik op een eerbiedige
afstand van de wal. Anders waren we recht de kant ingevaren! Nu heeft
Annet er genoeg van. De fok moet weg en ze wil (ondanks de warmte)
liever rustig dan snel varen.
Omstreeks
15.00 varen we eindelijk het kanaal van Gieselau in. Daar is het
heet, heet, heet.
We
leggen aan bakboord aan, omdat daar de meeste schaduw te verwachten
is. Maar aan boord is het zo benauwd, dat we beiden met een kussen en
een boek op de steiger gaan zitten. Aan wal is het iets beter uit te
houden.
Zo
zitten we te kijken als we zien hoe een motorjacht de sluis
binnenvaar vanaf de Eider en wil schutten naar het NOK. De bel voor de
brug gaat en als ik weer naar onze boot kijk, ligt hij opeens 30
centimeter hoger dan
zonet! Mijn eerste gedachte is, dat de sluiswachter blijkbaar overtollig
water uit het NOK aan het spuien is naar de Eider en dat dat proces door
het schutten tijdelijk even stopgezet. Mogelijk dat daardoor het waterpeil
dan bijna een halve meter oploopt! Bij nader inzien blijkt het fenomeen veroorzaakt
te worden door de zuiging van in het NOK passerende zeeschepen. Niettemin
blijft het een merkwaardige ervaring.
Als
we (na het schutten van nabij te hebben bekeken) teruglopen naar de
boot, zien we een reclamebord dat aandacht vraagt voor een Gasthof in
Offenbuettel. Na een gesprek met de buurman horen we dat er ook in
Oldenbuettel (aan de andere kant van het NOK en per veerpont te
bereiken) een dergelijke instelling is. Vanavond denken we daarvan
gebruik te gaan maken. Het is te warm voor Annet om te koken. We
zullen zien.
Omstreeks
17.30 haal ik de weerberichten binnen. Morgenavond zouden we de Elbe
over moeten naar Otterndorf. Dan zouden we dinsdag kunnen doorvaren
naar Bremerhaven, woensdag naar Oldenburg en het Kuestenkanal en
donderdag de Eems over naar Delfzijl. De weerberichten laten dat
(voorzover we nu kunnen zien) toe. We zullen hopen, dat ze in Hamburg
weten waar ze over spreken.
We
pakken de fietsen en rijden naar de veerpont, een kilometer verderop.
Hij komt net aanvaren als wij er zijn en met een paar minuten stuift
hij naar de overkant. Vreemd om dat nu zelf eens mee te maken,
terwijl we ze al zo talloze keren voor en achter ons het kanaal
hebben zien oversteken. Aan de andere kant van het NOK gekomen rijden
we nog een kleine kilometer verder voor we links van de weg het
beloofde Gasthaus zien. Er staan tafeltjes en stoelen buiten, elk
afgedekt met een grote parasol. We verschuiven een tafel zodanig dat
we in de schaduw kunnen zitten en nemen plaats. Het is bloedheet,
windstil en kleine vliegjes komen ons nu en dan plagen. Zo snel
mogelijk bestellen we twee grote glazen bier en kunnen het dan net
uithouden tot de rest van onze bestelling wordt gebracht. Het ziet er
allemaal heel goed uit. Annet heeft een Wiener Schnitzel en ik heb
koud roastbeef besteld, beide met Bratkartoffeln en verder met een
Frischer Sommersalatbeilage. (Duitsers kunnen woorden eindeloos aan
elkaar knopen, vandaar misschien dat ze zo weinig niet-Duitse
uitdrukkingen hebben, zoals het Nederlands die (helaas) wel heeft).
Na
de maaltijd laten we ons verleiden tot elk een coupe ijs met kersen
en dan is het wel weer genoeg geweest. We rijden terug naar de pont
en maken de tocht in omgekeerde richting. Als we rustig door de
weilanden naar de Gieselau sluis toe fietsen zien we opeens een
reekalf, dat heel rustig voor ons de weg oversteekt en in het
struikgewas aan de andere kant verdwijnt! Prachtig!
Zittend
in de kuip blijft de hitte op ons vallen. Zelfs zodanig, dat ik mij
gedwongen voel mijn zwembroek aan te trekken en in het water van het
Gieselauer Kanal te gaan zwemmen om wat af te koelen. Het water ziet
er weliswaar niet zo aantrekkelijk schoon uit als we van de Oostzee
gewend zijn, maar nood breekt wet. We hebben gelukkig de douchezak
nog op het dek liggen, en kunnen ons na de zwempartij dus schoon
spoelen.
Als
we 's avonds laat (want het blijft maar zo heet!) in bed liggen zien
we opeens helle lichtflitsen in de lucht. Daar is het langverwachte
onweer. Weldra rollen de slagen door de lucht en klettert de regen op
het dek. Het wordt wat koeler en gerust gaan we weer slapen.
Maandag,
21 juli 2003
Gieselau
naar Otterndorf
Omstreeks
08.00 uur staan we op en nemen we ons ontbijt. Vervolgens bespreken
we wat we die dag denken te gaan doen. Vast staat, dat we omstreeks
17.30 voor de sluis in Brunsbuettel willen liggen, teneinde omstreeks
18.00 op de Elbe te zijn. HW Otterndorf is namelijk om 19.45 en we
willen niet veel later daarna in de haven van Otterndorf een plekje
zoeken, zodat we morgen voor het schutten (dat omstreeks 10.30 zal
beginnen) de mast hebben gestreken.
Tevens
wil Annette in Brunsbuettel nog wat inkopen doen, moeten we tijd
uittrekken voor de aanschaf van diesel en zullen we ongeveer 4 uren
nodig hebben om de 40 kilometer van Gieselau naar Brunsbuettel te
overbruggen. Kortom: terugrekenend zouden we omstreeks 12.00 uur
uiterlijk uit Gieselau moeten vertrekken om dat hele programma nog te
kunnen afwerken. Dat geeft ons voor het morgendeel een aantal uren om
wat in de omgeving van Gieselau te fietsen. We wilden dat vorig jaar
ook al, maar toen hoosde het zo hard en zo lang van de hemel, dat er
van fietsen niets gekomen is. Nu heeft bijna de hoge temperatuur roet
in het eten gegooid (gisteren was volgens de Duitse radio de warmste
dag van het jaar tot dusver!), maar vandaag is het met de warmte iets
dragelijker.
We
pakken dus de fietsen en rijden (de fietsroute bordjes volgend) naar
het lustere dorpje Offenbuettel. We hadden namelijk een reclamebord
van een restaurant aldaar zien staan en wilden ter plaatse eens een
kijkje gaan nemen. De op het bord genoemde afstand van 6 kilometer is
geflatteerd, zoals we al snel ontdekken. De feitelijke afstand is
minstens 2 kilometer meer. Maar het fietstochtje is heel aardig.
Langs het NOK over het pad waarvan de Dienstbehoerden normaliter
gebruik maken, maar die genadig ook voor gebruik door het gewone
publiek zijn opengesteld. Offenbuettel is een gat. Er zijn welgeteld
twee Gasthäuser, waarvan er één door het
reclamebord werd aangeprezen. De andere is eigenlijk net zo, even
duur en net zo afgelegen. Bovendien hebben beide Gasthäuser op
maandag (vandaag dus) Ruhetag. Dat schiet dus niet echt op. We rijden
door in de richting waarvan wij denken dat het NOK zich zal bevinden.
Het wordt nog een heel gedoe om de weg terug te vinden. Het blijkt
dat er door het overigens verlaten gebied talloze wegen en weggetjes
lopen, allemaal zonder enige aanduiding van waar ze heen gaan of waar
ze vandaan komen en je moet op het gevoel af kiezen, welke kant
waarschijnlijk de goede is. Uiteindelijk lukt het ons op het punt
van vertrek weer aan te komen. Het is dan omstreeks 10.30.
We
maken de boot gereed voor vertrek. Maar als ik opgewekt de
contactsleutel van de motor omdraai, klinkt er in plaats van het
gegorgel van de startmotor en het gebonk van de hoofdmotor alleen
maar een sombere klik. Als ik goed luister hoor ik er tevens nog een
zacht gezoem bij, maar dat is ook alles. Een herhaling van zetten
leidt tot eenzelfde resultaat. Aan een Duitse medewatersporter, die
net over de steiger komt langslopen, vraag ik advies en zijn mening
is (wat ik ook al dacht) dat de accu leeg is. Proefondervindelijk
stellen we dat vast door de multimeter de spanning van de accu te
laten meten, terwijl ik de contactsleutel omdraai. Onmiddellijk zakt
de spanning van 12.6 V naar 5.7 of iets dergelijks. Conclusie: accu
compleet leeg! De buurman beveelt startkabels aan. Gewoon van de
lichtaccu de polen overbruggen naar de startaccu en dan zou de zaak
moeten werken. Als de lichtaccu tenminste niet ook helemaal leeg is!
Goede raad is duur. Wie heeft er startkabels in Gieselau? De enige
die ik kan bedenken is de sluiswachter. Ik loop naar zijn huisje en
inderdaad: hij heeft een setje in zijn auto liggen. Even ophalen. Ik
probeer ze aan boord, en jawel hoor ... de motor loopt binnen 2
seconden als een tierelier. Ik breng de kabels onder dank terug en
varen! En nooit de motor uitzetten natuurlijk! Omstreeks 11.15 gaan
we onderweg en omstreeks 15.00 zijn we in Brunsbuettel ter plaatse.
Allereerst halen we stroom van de wal en schakelen de oplader in op
de startaccu. Vervolgens doen we inkopen in het dorpje. Nummer 1 op
de lijst is natuurlijk een stel startkabels. De bediende in de
autoshop jaagt ons eerst nog even de stuipen op het lijf door te
veronderstellen, dat hij het laatste setje net verkocht heeft, maar
nee ... er liggen er nog twee. Als echte Nederlanders schaffen we de
goedkoopste aan en zijn nu in elk geval in staat om de motor aan de
gang te krijgen, ook als de startaccu niet opgeladen zou kunnen
worden.
Bij
de supermarkt kopen we behalve brood en bessenjenever en andere
levensnoodzakelijke behoeften ook ijs. De kleinst verkrijgbare
hoeveelheid is 0,7 liter en zelfs dat krijgen we nooit in één
keer op. Maar we zullen ons best doen. We rijden terug naar de boot,
en beginnen met het ijs. Het restant van de 0,7 liter doen we in de
koeltas onder in het schip, zodat het nog enigszins koel zal blijven.
Daarna halen we twee cans diesel en gaan dan op het gras aan de wal
in de schaduw liggen lezen. Om 17.15 gaan we aan boord, maak ik de
computer gereed, zet de waypoints naar Otterndorf in de machine en we
steken van wal. Om 17.30 kunnen we de sluis in, maar het duurt tot
18.00 voor de sluismeester eindelijk vindt dat er genoeg zeilboten
aanwezig zijn voor een sluizing. Om 18.15 varen we op de Elbe
richting Otterndorf. Samen met een aantal schepen dat naar Cuxhaven
wil. Iedereen vaart op de motor en zet even later de zeilen bij ter
ondersteuning. Dat doen wij ook: motor aan en fok bij, en na een
poosje dan ook maar de kegel in de radarmast om aan te geven dat wij
weliswaar lijken te zeilen, maar ons moeten gedragen als een
motorboot. Het is nog een fors eind naar Otterndorf, vooral omdat
we tegen de stroom in moeten. Niettemin halen we ongeveer 4,5 knopen
over het hele stuk. Om 20.20 zijn we bij de uiterton van Otterndorf
en de volgende tien minuten varen we het zenuwslopende stukje langs
de prikken. Om 20.30 liggen we tegen de steiger en maken we de boot
gereed voor de nacht. De oplader wordt op de startaccu gezet, zodat
die weer volgeladen kan worden. De mast strijken doen we morgen wel.
Dinsdag
22 juli 2003
Otterndorf
naar Bremerhaven
Midden
in de nacht breekt er een Gewitterboe uit. Lichten en donder en
regen. Omstreeks 08.00 uur starten we met de werkzaamheden om de mast
te strijken. Eerst worden alle vallen correct belegd, wordt de
fokkeschoot verwijderd en het anker vrij gemaakt. Daarna de mastrol
op het achterschip bevestigd, en het achterstag losgedraaid. De mast
wordt met behulp van het fokkeval naar voren getrokken, zodat er
speling komt op het stag van de rolfok en deze losgemaakt kan worden.
De takel wordt onder de bok geplaatst en tevens bevestigd aan het
dek. De sluiting van de rolfok wordt aan de bovenkant van de bok
bevestigd en als het babystag is losgemaakt alsmede het fokkeval dat
de mast naar voren moest trekken, kan de mast achterover gelaten
worden. Dat verloopt vlot. Vervolgens wordt de pen in de mastvoet
losgemaakt en kan de mast naar voren worden geschoven totdat het
uiteinde in de voorpreekstoel rust. De zaak wordt vastgezet met
spanbanden, zodat het een onwrikbaar geheel met het schip vormt. Om
10.00 uur is de klus geklaard en is het wachten op de sluis van
Otterndorf. Om een idee te hebben bel ik de sluismeester maar even op
en krijg te horen, dat er met een half uur, drie kwartier gesluisd
zal worden. Weldra zie ik de eerste bootjes uit de sluis te
voorschijn komen en maken wij los. Wij gaan (als vanouds) als
laatsten de sluis binnen in de stille hoop, dat ook nu weer het
evangelie bewaarheid wordt. Dat is dit keer ijdele hoop. We worden
langszij een platbodem gedirigeerd en moeten als vierde schip de
sluis verlaten. Maar ook met dit bijltje hebben we vaker gehakt.
Weldra varen we vooraan in de rij en zet ik de gashandel zachtjes aan
wat verder dan de voorgeschreven 4 Knoten. Het resultaat is dat we na
drie uur varen bij de sluis van Lintig zijn. Deze staat geheel open
wegens onderhoud. Toont maar weer eens aan, dat het ding eigenlijk
volstrekte onzin is. Nu ja ... misschien bij extreem hoge
waterstanden. Maar normaliter kan het ding net zo goed weggelaten
worden. Het oponthoud is dit keer nihil. Toch lijkt het varen van het
tweede stuk naar de keersluis van de Geeste langer te duren dan
anders. Pas om 16.50 zijn wij ter plaatse. Ik loop de sluis op en
vraag wanneer we gesluisd kunnen. Dat blijkt over 10 minuten het
geval te zijn. Op de 'vollen Stunde'. 17.15 varen we dus het
getijdegedeelte van de Geeste op en liggen om 17.30 voor de wal om
diesel te tanken. Ook dat duurt langer dan gehoopt en verwacht. De
bediende was kennelijk al met Feierabend en moet van huis terugkomen.
Dat neemt een kwartier in beslag. Dan zijn er 20 liters extra in de
tank terecht gekomen en besluiten wij in Bremerhaven te blijven
liggen en pas morgen (zij het heel vroeg) verder te gaan. Het is
vannacht om 02.30 laag water en wij willen drie tot drieeneenhalf uur
later vertrekken: 05.30 of 06.00 uur dus.
We
halen als avondeten 'Doener Kebab mit Pommes und Tadzikisosse' en
eten ons buikje rond.
Morgen
vroeg op, dus niet te laat naar bed.
Woensdag,
23 juli 2003
Van
Bremerhaven naar Doerpen
Om
5 voor half zes piept de palmtop en staan wij kreunend op. De vloed
is in Bremerhaven nu al zo'n drie uur aan het lopen en we moeten weg,
willen we het getij niet helemaal missen. Ik start de motor (de
startaccu heeft kennelijk nog steeds voldoende stroom aan boord) en
maak het schip los. De stroom van het water de Geeste in is al zo
krachtig, dat ik snel moet doorwerken om te voorkomen, dat we een
aandrijving met de buurman achter ons krijgen. Maar het gaat goed en
even na half zes varen we op de Weser. We pikken onmiddellijk de
stroom op en de GPS komt op de Weser niet meer onder de 7 knopen. Nu
en dan halen we zelfs 8 knopen. Zodoende zijn we dan ook om 8 uur bij
de afslag naar Elsfleth en gaat de reis met snelheden van 6.7 - 7
knopen verder. Om 10.00 uur zijn we in Oldenburg. Dat is nog
anderhalf uur voor HW daar en we kunnen dus nog net onder zowel de
spoorbrug als de Caecilienbruecke door. Ik prijs mezelf al gelukkig
als we de ruimte voor de sluis opvaren, als ik zie dat er op de sluis
twee rode lichten onder elkaar branden. Dat betekent narigheid! Een
oproep per marifoon naar de sluis bevestigt dat vermoeden. Er is
panne met een sluisdeur en wij moeten ons 'schon ein Bisschen
gedulden' ... het kan 3 tot 4 uur duren.
We
varen naar het binnenvaartschip van de heer De Graaff uit Groningen,
dat langs de kademuur ligt. Aan het ene uiteinde van het schip hebben
al twee motorboten aangelegd, wij gaan naar het achterstuk en maken
daar vast. Rust bij de stukken. Motor uit, lezen en slapen.
De
buurlui van de motorboten gaan via de vrachtschepen naar de wal en
nemen een kijkje bij de reparatiewerkzaamheden. Na een uur komen ze
terug. Er schijnt wat vooruitgang te zijn, maar het kan nog even
duren. Om 12.00 uur vraag ik per marifoon om een tussenrapport.
Volgens de sluiswachter is men nu in de 'Probephase' en zou het
probleem misschien snel opgelost kunnen zijn. Maar hij belooft niets!
Niettemin
gaat de sluis weldra open, komt er een schip van het Kuestenkanal de
Hunte op gevaren en worden de sluislichten groen. Ik veronderstel dat
er eerst een binnenvaartschip naar binnen mag, maar als er niets
gebeurt informeer ik per marifoon of het groene licht voor ons
bestemd is. Dat blijkt het geval. Snel naar binnen en naar boven dus.
Om 12.30 starten we de tocht naar de andere kant van het
Kuestenkanal. Al varend besluiten we dat we het dit keer bij Doerpen
zullen laten. Het wordt al gauw 18.00 uur voor we daar zijn en HW
Herbrum is morgen pas om 10.00 uur. Dat halen we ook wel als we om
08.00 uur uit Doerpen vertrekken. Aldus geschiedt. Varen, varen,
varen ... En om 18.00 aanleggen in Doerpen.
Na
de maaltijd (bestaande uit zelfgebouwde Deense poelserbroodjes)
proberen we fietsend Doerpen zelf (het dorp dus) te bereiken. Via een
enorme omweg weten we het toch te vinden en blijkt het een soort
Veenkoloniaal dorp te zijn. Mooie huizen dus, maar volstrekt niets te
beleven. Weten we ook weer.
Terug
op de boot luisteren we nog even naar de Duitse weerberichten om te
weten wat voor weer we morgen op de Eems tegemoet kunnen zien. Niet
dat het veel uitmaakt overigens, want we moeten gewoon naar de andere
kant. Maar het is wel prettiger als dat met niet al te veel wind
tegen kan geschieden. Het weerbericht voorspelt voor de Deutsche
Bucht: umlaufend 1 bis 3, dus niets om je zorgen over te maken. We
hopen op een vlotte en snelle oversteek. De enige die nu nog roet in
het eten kan gooien is de sluiswachter van Herbrum, maar we zullen er
maar het beste van hopen.
Donderdag,
24 juli 2003
Doerpen
naar Briltil
Om
07.00 uur staan we op en halen de gisteren bestelde broodjes op bij
het terras van de zeilvereniging Doerpen. Vervolgens maken we het
schip klaar voor vertrek. Gisteravond kwam een Groninger
motorbootvaarder vragen of we niet samen met hem en een kennis wilden
op varen. Uiteraard hebben we daar geen bezwaar tegen. We hebben
afgesproken, dat we om 08.00 uur voor de sluis zullen liggen. Dat
wordt dus iets later doordat de motorboters iets te laat losmaken.
Terwijl de sluis opengemaakt wordt voor ons en wij al op het punt
staan om binnen te varen, komt opeens het bericht, dat er een
beroepsvaarder eerst mag invaren in de sluis.
Dat kost ons helaas een klein half uur. Daarna blijken er ook bij Boellingerfaehr
en Herbrum toch nog aanzienlijke wachttijden te zijn. In elk geval zijn we
dus niet (zoals gehoopt) om 10.00 op de Eems, maar pas 50 minuten later.
Het HW is dus al bijna een uur voorbij. Niettemin is er bijna geen wind,
zodat we op de Eems in de richting van Delfzijl geen barre zee hebben te
verwachten. Dat is ook veel waard. Toch is de reis over de Eems behoorlijk
zouteloos. Van alle rivieren op de route moeten we hier het langst op verkeren
en dat begint wel eens wat vervelend te worden. Het zou een stuk aantrekkelijker
zijn als we van het Ems-Jade kanaal gebruik zouden kunnen maken. Dan is het
stuk over de Eems opeens ingekort tot het gedeelte vanaf Emden naar Delfzijl.
Met stroom mee is dat net een uurtje varen. Nu echter moeten we het hele
traject afleggen. De gemiddelde snelheid komt alleen in het begin uit rond
7 knopen, maar voor het resterende stuk zitten we bijna voortdurend op 8
knopen of meer. Na 4 uur varen krijgen we de haven van Delfzijl in zicht en een half uur varen zijn we tussen de havenhoofden. Onze medevaarders gaan door naar Neptunus om daar te tanken
en willen vervolgens in de binnenhaven van Delfzijl gaan liggen. Wij gaan
onmiddellijk door de zeesluis, en tanken bij de bunkerboot, die tweehonderd
meter verder ligt. Als wij alweer richting Groningen varen, horen we op de
marifoon onze metgezellen vragen om een opening van de zeesluis. De tocht
over het Eemskanaal is ook geen onverdeeld genoegen. Het regent voortdurend
en we worden telkens ingehaald door grote beroepsschepen. Tevens valt op dat
grote stukken van het kanaal compleet bedekt zijn met eendekroos. Gevolg
van de warmte?
Bij het afslaan naar de Oostersluis
zie ik een tanker naar binnen varen en twee grote schepen voor de kant liggen.
Ik bereid me dus voor op een lange wachttijd. Maar als ik per marifoon de
sluis oproep mag ik van de sluiswachter onmiddellijk aansluiten achter een
sleepboot, die langszij de tanker zal gaan liggen. Terwijl ik daar echter
mee bezig ben, nog maar op een tiental meters voor de brug, springen opeens
de lichten op rood, gaat de brug naar beneden en draaien de sluisdeuren dicht.
Ik sla vol achteruit en meld per marifoon, dat ik begrijp dat wij dus (in
tegenstelling tot het eerdere bericht) niet meer mee mogen. Tot mijn verrassing
blijkt dat niet het geval, maar ik moet vlugger aansluiten. Ik meld,
dat ik dat een beetje flauw vind van de sluiswachter, want hij begrijpt net
zo goed als ik, dat ons bootje in het schroefwater van de beroepsschepen
als een tol wordt rondgeslingerd. Na nog wat (niet al te onvriendelijke)
opmerkingen heen en weer worden brug en deuren stopgezet en kunnen we toch
nog aanleggen. Dat is (in het wild opgewoelde water) overigens nog lastig
genoeg. Daarna volgt in de sluis een praatje met de bemanning van de tankboot,
die het hele gesprek op de marifoon natuurlijk heeft gevolgd. Door de dekknecht
word ik terechtgewezen over het gebruik van het woord 'sluizen'. "Dat is geen
Nederlands, meneer, het is 'schutten'". Het is voor mij een wel wat pijnlijke opmerking, maar
de jongen heeft natuurlijk volkomen gelijk. Ik zal proberen mijn leven te
beteren. Bij het uitvaren van de sluis achter een grote tanker en de sleepboot
aan, kom ik bijna weer te dichtbij het schroefwater van de grote schepen
en voel ik de boot gewoon wegdwarrelen. Weer even vol achteruit en op een
meer eerbiedige afstand weet ik de schade beperkt te houden tot wat rare koersveranderingen.
Vervolgens is het probleem, dat ik de tanker (die als een slak door het water
gaat) niet voorbij kan vanwege de zuiging. We besluiten daarom even aan
te leggen in Groningen en snel een broodje te eten. Daarna pakken we de draad
weer op en stomen verder over het Van Starkenborghkanaal
in de richting van Friesland. Het is inmiddels al wel 19.30 geworden. De
ligplaats voor de nacht belooft daarmee een probleem te worden, want Stroobos
staat op de zwarte lijst en ligt bovendien nog ruim twee uur varen verderop.
Vandaar dat we tot het besluit komen om de ligplaats in Briltil eens te proberen.
Ter plaatse moeten we eerst op de knop drukken voor de automatische brugopening
en vervolgens is het nog een 10 minuten varen door het Hoendiep, waar we
kunnen aanleggen bij de jachthaven. Een bezoek aan de havenmeester en daarna
een borrel aan boord besluiten deze enerverende en vermoeiende dag.
Vrijdag,
25 juli 2003
Briltil
naar Uitwellingerga
Omstreeks
07.30 staan we op. Het is stralend mooi weer, maar als we de radio
aanzetten is er daar een wijsneus die beweert dat we het vandaag de
hele dag niet droog zullen houden en dat het een grauwe, grijze dag
zal worden. Op het eind van de dag blijkt, dat zijn voorspelling pas
's avonds om 19.00 is ingegaan. Gelukkig maar. We pakken de fietsen
en rijden naar het centrum van Zuidhorn. Een Vrijgemaakt dorp, zoals
uit het kerkdienstenlijstje in het havengidsje van Briltil blijkt. De
Vrijgemaakt Gereformeerde kerk heeft maar liefst tot 4 diensten per
zondag! Maar ook de Gereformeerden zijn niet benauwd met 3 diensten
per zondag. Kennelijk is Kuitert daar nooit echt doorgebroken.
Wederom (wat mij betreft): gelukkig maar. We vinden de AH en Annet
kan haar hart weer ophalen in een 'gewone' winkel. Vervolgens kopen
we bij de banketbakker twee gebakjes vanwege onze heelhuidse
terugkeer in het vaderland. Daarna rijden we weer naar de boot. We
hebben net de fietsen opgeborgen en ons ontbijt genoten als er een
hele processie van bootjes het haventje verlaat en opstoomt in de
richting van de automatische brug. Wij maken ook snel los en stomen
er hard achteraan. De golven die ik dan trek, lopen echter zo hoog
op, dat ik het te bar vind en gas terugneem. Daardoor gaat de
automaat alweer dicht tegen de tijd dat wij er zijn. Wederom moeten
wij dus de truc uithalen van op een knop te drukken met een pikhaak,
terwijl de wind dwars op het vaarwater staat. Na veel vijven en
zessen lukt dat. De bomen gaan dicht, het licht gaat op rood en groen
(wat betekent: opening gaande, u mag doorvaren op eigen risico zodra
u denkt dat het kan) en de brug begint te draaien. Ik stuur in de
richting van de weldra verschijnende opening, teneinde zo snel
mogelijk te kunnen doorvaren. Ondertussen wijst Annet op het
foto-electrische oog, dat wij bij invaren van de brugopening
passeren. Nu snap ik hoe ze de aanwezigheid van een schip waarnemen.
Op het moment dat ik me dat realiseer stopt de brug met draaien,
lijkt even terug te willen draaien, maar stopt dan geheel. Ik sla vol
achteruit om een aanvaring met de nog niet geheel geopende brug te
vermijden en wijd enkele scheldwoorden aan een systeem, dat
achterlijk genoeg is om geen onderscheid te maken tussen een
opengaande en een dichtgaande brug. Als de brug bezig is dicht te
draaien en er komt nog een schip, zou het ding zichzelf weer open
moeten draaien. En niet plompverloren stoppen met draaien! Het kwaad
is echter al geschied. Ik zou met boot en al geheel uit het oog van
de brug moeten verdwijnen wil het kreng verder opengaan. Ik besluit
het er maar op te wagen en door de smalle opening van de half
openstaande brug heen te prikken. Gelukkig lukt dat. Als ik de brug
geheel achter me heb gelaten, draait het rotding natuurlijk helemaal
open. En nu voor nop! Die jongens zouden de software van het brug
openingssysteem toch nog eens moeten nakijken en reviseren, want daar
deugt niet echt veel van. Behoorlijk primitief allemaal.
Dan
stomen wij weer op het Prinses Margrietkanaal en gaan via een
schutting in de sluis van Gaarkeuken richting Stroobos, Fonejacht,
Grouw, Terhorne en Sneekermeer. Bij Grouw valt mij op, dat het zo rustig op het
water is. Andere jaren ben ik gewend daar een gekkenhuis aan te
treffen. Op de heenreis werden we al bijna geramd door een
overstekende zeilboot, die kennelijk geen idee had van het feit dat
scheepvaart in de vaargeul voorrang heeft. Op de terugreis herhaalt
de geschiedenis zich: een zeilend Valkje, volgeladen met mensen, een
lief meisje aan het roer, vaart resoluut ramkoers en als ik niet met
een grote zwaai achter het scheepje langs was gemanoevreerd, had ik
wederom een scheepje dwars doormidden gevaren! Afgezien daarvan
echter is het verbazend rustig op het water. Tot we in de krant
lezen, dat het vandaag de laatste dag van het Friese Skutsjesilen is.
Iedereen zit natuurlijk op het Sneekermeer om de wedstrijd te zien.
En dat blijkt inderdaad het geval. Zo rustig als het op de rest van
het Prinses Margrietkanaal is, zo hectisch is het op het Sneekermeer.
Bootjes kruisen in groten getale de vaargeul. Voorrangsregels worden
met voeten getreden. En zelfs ligt een beroepsschipper met zijn
enorme boot dwars in de vaargeul vlak bij de Potten. We varen er maar
zo snel mogelijk langs en vinden in Uitwellingerga een geheel lege
kade. We leggen de boot neer en nemen eerst een borrel en een uurtje
uitgestelde siesta. Om half vijf starten we met de procedure van het
zetten van de mast. Rustig alles afwerkend staat om 18.00 de hele
zaak weer als vanouds en is ANDREA weer een zeilboot. Om 19.00 halen
we patat en loempia's en eten dat aan boord op. We bekijken het
journaal en zien het eerste Nederlandse weerbericht sinds 4 weken en
vrezen, dat er van al die regen en al die depresssies nooit iets
goeds kan komen. Nu ja ... morgen naar Staveren en dan zien we ter
plaatse wel verder.
Om
22.00 uur komt de havenmeester nog langs voor zijn geld en daarna
gaan wij naar bed.
Zaterdag,
25 juli 2003
Uitwellingerga
naar Enkhuizen
We
staan omstreeks 08.00 uur op en we beginnen (na het maken van toilet
en het nuttigen van ontbijt) het schip gereed te maken voor vertrek.
Huik van het grootzeil, vallen weer in reguliere stand langs de mast,
GPS starten, computer aan, enzovoorts. Op het laatste moment worden
we in onze voorbereidingen gestoord door een soort skutsje, dat wil
aanleggen op de lege plek aan de kade voor ons. Ik zeg, dat wij
binnen tien minuten weg zijn en binnen nog kortere tijd gooi ik los
en vaar ik weg. Annet is het daar niet helemaal mee eens. Ze vindt
dat we onze voorbereidingen in ons eigen tempo hadden moeten
afwerken. Maar de ruimte aan de kade was voor het skutsje net te
klein en op deze manier kan de skutsjeschipper tenminste fatsoenlijk
aanleggen. De rest van de voorbereidingen kunnen we al varend ook wel
uitvoeren. De brug bij Uitwellingerga wordt flitsend vlug geopend.
Vervolgens varen we door naar de Jeltesloot alwaar we ook nauwelijks
hoeven te wachten. De windrichting is overigens net tussen ZW en W,
dus pal uit de richting waarin wij willen varen. Het hele stuk naar
Staveren wordt er dus gemotord. Omstreeks 12.00 waren we in Staveren.
Na een korte wachttijd achter de palen weten we net als laatste boot
onszelf in de sluis te proppen voor de schutting naar buiten. Als ik
het zeetje buiten Staveren zie, draai ik onmiddellijk de buitenhaven
in en leg het schip tegen de meldsteiger van de marina. Aldaar nemen
we eerst een borrel en daarna een kort slaapje en luisteren dan
(omstreeks 14.15) naar de weerberichten van de Centrale Meldpost
IJsselmeer. Die komt met ZW 4-5, waarbij hij eerlijk zegt, dat de
wind in Lelystad op dat moment boven in de 4 en onder in de 5 zit. Ik
besluit derhalve dat we naar Enkhuizen zouden moeten varen. Voor
morgen wordt er over W 3 gepraat, en als dat bewaarheid wordt kun je
daar nauwelijks op zeilen. Het lijkt erop, dat ZW 4-5 weer net wat te
veel is (vooral als je het zeetje voor Staveren ziet) maar het zou te
bevaren moeten zijn. Dat blijkt ook het geval. De golven zijn
weliswaar nog hoog en bonkig, maar de wind is eigenlijk minder dan je
zou verwachten. Niettemin is het het eerste half uur naar de gaston
die het Vrouwezand afdekt, een beetje afzien tegen wind en golven
opstomend op de (halve kracht draaiende) motor. Het buiswater komt
soms bij bakken over en ANDREA pikt zelfs een aantal keren paaltjes!
Vanaf de gaston gaat de fok bij en kunnen we afvallen naar Enkhuizen.
Nu is het ergste leed geleden. We halen snelheden van 6+ knopen en
met anderhalf uur liggen we voor het Krabbersgat. Een eerste poging
om een ligplaats te regelen in de Compagnieshaven mislukt. We zijn te
laat voor een vrije box en worden verondersteld in het schepenpakket
voor de kant te gaan liggen. Daar hebben we geen zin in en we varen
dus verder naar de Buyshaven. Als ik me daar meld per marifoon wijst
de havenmeester me zonder mankeren een box toe en kunnen we tenminste
rustig liggen. Het havengeld is voor Nederlandse begrippen wel een
beetje schrikbarend: 14 euro! Dat lijkt Denemarken wel! Maar een
eigen ligplaats is ook wat waard.
We
gaan na de borrel per fiets Enkhuizen in om te eten en te kijken of
er morgen een christelijke kerkdienst in de stad is die we zouden
kunnen bijwonen. We fietsen zowel naar de Noorder- als de Zuiderkerk
en vinden alleen bij de laatste een bewijsje van leven van een
Hervormde Gemeente, die om 10.00 uur elke zondagmorgen een dienst zou
houden. Hoewel de Zuiderkerk geheel in de steigers staat en er
nergens een deur open is, die doet vermoeden dat het gebouw voor
normale kerkdiensten nog te gebruiken is, besluiten we om morgen
tegen 10.00 uur aanwezig te zijn teneinde te zien of de 'stammen'
inderdaad 'opgaan naar Sion'. Mocht dat zo zijn, dan zullen wij ons bij
hen aansluiten.
We
eten op het straatterras van een viswinkel. Annet neemt kibbeling met
patat en ik gebakken lekkerbek met idem. Allebei voorzien van
knoflooksaus. We hoeven vanavond verder bij niemand meer op bezoek.
Pils dient als drank bij de voortreffelijke maaltijd. Daarna fietsen
we nog een rondje door het stadje, kijken even bij het Krabbersgat
en de nieuw gemaakte kade voor de charterschepen en rijden daarna nog
even naar het Naviduct teneinde dit ook van de landzijde te kunnen
waarnemen. Net als wij eronder door rijden, drijft er een zeilboot in
de sluis. Eigenlijk is het Naviduct niets meer dan een enorme
betonnen bak met water, voorzien van sluisdeuren, waar een autoweg
onderdoor loopt. Niettemin ziet het er wel grappig uit.
We
fietsen terug naar de boot en ik type dit verslag in. Morgen (na de
kerkdienst hopenlijk) naar Monnickendam.
Zondag,
27 juli 2003
Enkhuizen
naar Monnickendam
De
dag begint met zonneschijn en een stevige wind. Als we naar buiten
kijken zien we al direct, dat er van windkracht 3 geen sprake is. Dit
is minstens 5. Nog vervelender is de windrichting. Die is ZW in
plaats van W. Normaliter zou dat niet zo erg zijn, ware het niet, dat
Monnickendam vanaf Enkhuizen gezien vrijwel pal in het ZW ligt. Balen
dus. Niettemin ontbijten we eerst en gaan daarna per fiets naar de
kerk. De Zuiderkerk blijkt (ondanks de verbouwsteigers) toch wel
degelijk in gebruik te zijn en een kleine schare (30 - 50)
kerkgangers gaat met ons het gebouw in om te luisteren naar een preek
van ds. St. Spanjer, een witgrijze 60er. De preek gaat over het
Salomonsoordeel en bevat verwijzingen naar het toenemend gebruik van
geweld in de samenleving. Uiteraard zou ik het verhaal anders in
elkaar hebben gestoken en op andere dingen nadruk hebben gelegd, maar
niettemin is het geheel heel redelijk en aansprekend. De collecte
wordt (vanwege het geringe aantal kerkgangers is dat mogelijk) op de
ouderwetse manier met hengels uitgevoerd. Na de kerkdienst rijden
Annet en ik naar het havenfront om de wind en de scheepvaart te
bekijken. Het merendeel van de schepen gaat (uiteraard) richting
Staveren en Lemmer. Dat is voor de wind en dan wil (zoals het
spreekwoord zegt) 'zelfs een klomp wel zeilen'. Wij moeten de andere
kant op en daarheen gaat een kleiner contingent schepen. Als we op de
dijk gaan kijken, zien we dat de schepen fors moeten afvallen en dat
eigenlijk alleen Lelystad in een keer te bezeilen is. Zelfs Amsterdam
kun je met deze wind niet in een slag halen. Een stel
medewatersporters staat eveneens op de dijk te kijken en als ik ze
vraag wat zij van de situatie denken, blijkt dat zij ook maandag weer
moeten beginnen maar een beetje zitten te dubben of ze de boot nu wel
of niet naar Amsterdam kunnen varen. Ik stel voor tot na de middag te
wachten (de wind zou volgens de voorspellingen van de weerfax op het
havenkantoor naar W moeten draaien) en dan alsnog een plan de
campagne op te maken. We rijden terug naar de boot en nemen een
borrel. Het weerbericht van de Centrale Meldpost IJsselmeer, dat om
12.15 wordt uitgezonden, blijken we in de haven (kennelijk vanwege de
vele masten en verstagingen) niet te kunnen ontvangen. Vandaar dat we
maar weer op Pinneberg vertrouwen die om 12.25 de stationsmeldingen
van Noord- en Oostzee doorgeeft. Mogelijk kunnen we daaraan wat
houvast ontlenen. Het enige station waar we wat aan hebben is Den
Helder, waarvoor een ZW 4 wordt gemeld.
Omstreeks
13.00 besluiten we te vertrekken. De wind is duidelijk naar het W
gedraaid en zelfs al zou het windkracht 5 waaien, zouden we vrij
gemakkelijk in Monnickendam moeten kunnen komen. We maken het schip
gereed en varen naar de sluis. Daar moeten we (ondanks de nieuwe
constructies) toch nog geruime tijd wachten. De sluiswachters hebben
besloten de linkersluis voor charters te gebruiken en de rechter voor
gewone jachten. Dat levert behoorlijk wat wachttijd voor de gewone
jachten op. Als wij nog maar net zijn binnengevaren, gaat bij de
charters de sluis alweer open en kan het ene schip dat daar ligt
onmiddellijk doorvaren. Beetje flauw, dat daar geen jachten mee
mochten. Omstreeks 15.00 varen we eindelijk het Markermeer op. Als we
de feitelijke windrichting kunnen ervaren, zie ik dat de westelijke
richting van de wind nog maar minimaal is. We kunnen waarschijnlijk
net de fok volhouden, maar veel verder gaat het niet. Als we het
grootzeil gaan bijzetten, zullen we jammerlijk verlijeren en gaat de
reis veel langer duren dan aangenaam en gewenst is. Daarom besluiten
we de tocht te maken op de motor met de fok als steun. Dat blijkt
redelijk goed te werken. Hoewel ik de koerslijn vanaf het Krabbersgat
tot aan de Gouwzee rechtstreeks op de kaart heb gezet, blijf ik veel
dichter onder het land. Tot aan de Leekerhoek lukt het om van het
oppertje van de wal te profiteren. Wel de wind, maar niet de golven.
De snelheid ligt dan ook rond de 6 knopen. Prima! Vanaf de Leekerhoek
moeten we over het Hoornse Hop richting Volendam. Dan merken we
hoeveel zee er werkelijk staat. Inmiddels weten van de Centrale
Meldpost IJsselmeer, dat de wind uit ZW tot W komt, en bovenin de 5
en onderin de 6 zit. Dat merken we ook wel. Ook als we de opper van
de wal missen, blijft de snelheid rond de 6 knopen hangen. Keurig. Op
die manier zijn we in anderhalf uur voor Volendam. Eigenlijk is deze
tocht minder bar dan de reis vanaf Staveren naar Enkhuizen. Ondanks
dat het harder waait. De rest van de reis verloopt zonder problemen.
Voor Volendam bellen we Reynold om ons op te halen en als we aan de
wal liggen, komt hij dan ook al gauw de steiger op lopen. We pakken
de spullen uit de boot en in de auto en de vakantie voor 2003 is
voorbij.