Zeilen in
Denemarken 2004
vrijdag 9 juli 2004
Monnickendam naar Staveren
's Morgens gaan Jacco en ik alvast naar
de boot om het schip gereed te maken. We plaatsen de bijboot (in
ingepakte toestand) op het voordek en zetten hem vast. We halen de
hoes van de rolfok en de huik van het grootzeil. Het schip is wat ons
betreft gereed om te vertrekken. Daarna rijden we weer naar Zaandam
om Annet op te halen. Die is om 12.15 gereed met haar werk. Samen met
Patrick rijden we gevieren naar Monnickendam. Patrick zal de auto
weer mee terug nemen. De laatste voorbereidingen worden getroffen en
om 13.20 varen we richting Enkhuizen/Stavoren.
De weerberichten voorspellen westenwind
kracht 4, maar het blijkt dat de wind eerder noordwest is, terwijl de
windkracht eerder 3 dan 4 is. Als we de Gouwzee verlaten hebben zet
ik de stuurautomaat aan, die vervolgens het schip feilloos richting
Enkhuizen koerst. Tevens zet ik de fok bij, wat een halve knoop
snelheid toevoegt. Het zeetje is redelijk rustig en het valt ons
alleszins mee. Tegen 16.10 bereiken we het Naviduct in de Knardijk.
De schutting verloopt voorspoedig. We willen net aanleggen aan het
remmingswerk als we groen licht krijgen voor het binnenvaren van de
sluis. Als we daar zijn, zien we een bruin schip aan bakboord vooraan
in de sluis liggen en een scherp jacht aangemeerd halverwege de
stuurboordswal. Per megafoon krijgen we de opdracht “Jachten
helemaal doorvaren naar voren”. Dat doe ik dus: in steek schuin
de sluiskolk over en kom aan de stuurboordskant voor het scherpe
jacht te liggen. Helemaal vooraan, maar dat was ook de opdracht! Als
eerste verlaat ik een kwartier later de sluis en we zetten koers naar
Stavoren. Het zeetje ten noorden van het Kooizand blijkt aanzienlijk
levendiger te zijn dan ten zuiden van de Knardijk. Dat was de
verwachting, maar Annet wordt er wel een beetje zeeziek van. Toch
ziet ze nog kans enkele werkzaamheden te verrichten. De overtocht
gaat redelijk snel. Maar het duurt toch tot 18.30 voor we in de
buitenhaven van Staveren zijn. Weldra worden we geschut en om 19.00
liggen we voor de kant. Ik loop samen met Jacco naar het station.
Helaas komen we onderweg geen patatboer meer tegen zodat Jacco met
een lege maag richting Sneek verdwijnt. Later blijkt hij in Sneek nog
even iets te hebben kunnen eten. Ik loop langs een andere weg terug
naar de haven en koop in een cafetaria wat patat en toebehoren
(kroket en frikandel). Hoewel Annet nog wel lichtelijk zeeziek is,
eet ze toch wat en gaan we niet al te laat naar bed. Morgen zien we
wel verder.
zaterdag, 10 juli 2004
Staveren naar Briltil
Ik slaap tamelijk onrustig, maar val
toch telkens weer even in slaap. Kennelijk is het wennen aan het
leven aan boord. Na het ontbijt vertrekken we om 08.30. We besluiten
de mast eerst nog te laten staan, omdat we westenwind hebben en we op
de Fluessen met de fok bij denken te kunnen varen. Dat blijkt ook het
geval te zijn. Net door de brug van Warns tanken we diesel. Met 20
liter is de tank helemaal opgetopt. Hoeven we de cans nog niet aan te
spreken. Helaas regent het op de Fluessen en het Heegermeer
aanzienlijk. Erger dan we gedacht hadden. Even voorbij Heeg zien we
een lege plek langs de wal van een eilandje van de Marrekrite. We
bedenken ons niet lang en leggen Andrea aan. De boot ligt nu precies
met de neus in de wind, zodat het strijken van de mast probleemloos
zou moeten kunnen verlopen. Dat is ook zo. In een dik uur hebben we
de zaak plat en vastgesjord. Snel varen we verder. We hoeven nu niet
meer voor de bruggen te wachten en dat levert behoorlijk wat
tijdwinst op. Via Stroobos en de sluis van Gaarkeuken komen we
omstreeks 18.30 in Briltil voor de kant. Daar betalen we het liggeld,
eten macaroni en kijken dan naar het weerbericht van het journaal. We
schrikken wel een beetje als er voor zondag West 6 a 7 wordt
aangekondigd. Is dit wel wat we willen? We zullen morgen wel zien.
Laag water Delfzijl is om 14.30, zodat we tijd genoeg hebben om te
vertrekken. Behalve diesel zullen we in Delfzijl ook nog water moeten
tanken. Dat is namelijk schoon op.
zondag, 11 juli 2004
Briltil naar Delfzijl
Pas om 09.00 uur worden wij wakker en
beginnen voorzichtig aan de nieuwe dag. We ontbijten op bed en
besluiten pas om 10.30 te vertrekken. Het kost enige moeite om het
schip van de wal los te maken. De wind staat inmiddels al zo krachtig
door, dat losmaken en wegvaren eigenlijk in enen moeten gebeuren,
omdat we anders door de wind op de overliggende wal belanden. Het
gaat allemaal net goed. Bij de brug aangekomen zien we dat de
automaat inmiddels volgens onze wensen is aangepast. Het tegelijk
tonen van rood en groen wordt nu achterwege gelaten. Het licht blijft
rood tot de brug volledig open is, waarna het licht groen wordt.
Keurig. Ten overvloede staat er nog een bord onder de bedieningsknop
met de tekst: bij rood licht niet opvaren, wachten tot het groen
wordt (of woorden van gelijke strekking). Het werkt nu allemaal naar
genoegen. Als we het Van Starkenborghkanaal willen opvaren gaat ons
net een met zand geladen beroepsschip voor. We volgen in rap tempo en
weten het schip bij het snelheid maken na een brugpassage in te
halen. Vervolgens stomen we verder in de richting van Groningen. De
afstand valt ons tegen. Het loopt al tegen 12.00 als we eindelijk bij
de eerste beweegbare bruggen van Groningen komen. Daar merk ik tot
mijn ongenoegen dat op mijn marifoonoproep door post Groningen niet
wordt gereageerd. Is het zendsignaal niet krachtig genoeg?
Merkwaardig is dat de Oostersluis wel reageert op mijn oproep.
Niettemin duurt het twee (!) uur voor we eindelijk dit obstakel zijn
gepasseerd. Een ongeladen tanker mag voor en bij die schutting worden
geen pleziervaartuigen meegenomen. Als we eindelijk op het Eemskanaal
zijn, begint het te regenen. Gelukkig is het maar een enkele bui,
maar hij duurt wel tot Delfzijl! Op het eerste stuk van het kanaal
worden we opgelopen door de vrachtschepen Rio Y Mar en Diadema. Ze
stuiven ons (grote hekgolven trekkend) voorbij. Bij Delfzijl komen we
ze beide (liggend langs de kant) weer tegen. Helaas heb ik ook bij
post Appingedam zendproblemen. De ontvangst is prima, ik hoor Jan en
alleman op de radio communiceren, maar zelf kan ik er niet (goed) aan
deelnemen. Bij de post zelf aangekomen doe ik een radiocheck en krijg
als commentaar dat ik wel wordt ontvangen, maar dat er een hoop
herrie en achtergrondruis bij zit. In Delfzijl de spullen maar even
nakijken.
Eigenlijk hadden we bij de bunkerboot
voor de sluis willen tanken, maar op zondag blijkt deze faciliteit
gesloten. Bovendien staat de zeesluis open en kunnen we zo doorvaren
om naar buiten geschut te worden. Dat doen we en we varen vervolgens
achter twee Duitse schepen aan richting Neptunus. Daar aangekomen
draaien we de haven in op zoek naar een lege box met een groen
bordje. Snel hebben we er een gevonden en leggen we aan, geassisteerd
door een behulpzame medewatersporter. Daarna gooien we twee cans
diesel in de tank, tanken water en betalen daarna ons liggeld en
vullen de dieselcans weer bij. Vervolgens gaan we naar een
havencafetaria waarvan we (van vorige bezoeken) weten dat het open
is, en eten daar wat patat en toebehoren. Vet en lekker. Terug aan
boord draai ik de marifoonantenne los en kijk het draadeindje na op
corrosie, maak het enigszins schoon en monteer de zaak weer.
Vervolgens val ik een buurman (enkel boxen verderop langs de steiger)
lastig door te vragen om een radiocheck op kanaal 10. Dat loopt goed
af. Even later komt de buurman met een flesje contactvloeistof en
draaien we het antennecontact nogmaals los om het in te smeren met
bedoelde vloeistof. De buurman heeft kennelijk verstand van dit
onderdeel van de electronica en doet nogal smalend over de
constructie van onze antenne: die is niet zoals het zou moeten!
Wellicht moeten we toch eens een ander exemplaar kopen? We hebben er
te vaak ellende mee!
Ter afsluiting van de dag neem ik een
biertje en type ik dit verslag in. Morgen vroeg uit bed. Het is om
03.00 uur laag water en twee uur later (als de vloed dus al ruim
loopt) wil ik tussen de havenhoofden zijn. We zouden dan omstreeks
10.00 bij Herbrum kunnen zijn en ik hoop vervolgens dat we nog een
heel stuk van het Kuestenkanal kunnen afleggen. Eigenlijk minstens
tot Oldenburg. De daarop volgende dag zouden we dan naar Bremerhaven
kunnen varen.
maandag, 12 juli 2004
Delfzijl naar Oldenburg
Als om half 5 de Palmtop piept hoor ik
dat alleen in mijn onderbewuste. Pas enkele minuten later word ik
echt wakker en besef ik dat we moeten opstaan. Het is wel goddeloos
vroeg, maar de vloed is al zo'n twee uur aan het lopen. Als we naar
Herbrum willen, moeten we nu weg. Aankleden en de boot gereed maken
duurt iets langer dan verwacht. Hoewel ik gisteren de
navigatieverlichting nog uitgeprobeerd en in orde bevonden heb,
weigeren de boordlichten nu alle medewerking. Gelukkig blijkt het
vast te zitten op een slecht contact makende zekering. Het is buiten
nog zo donker, dat de lichten het eerste uur beslist zullen moeten
branden. We maken de boot los en varen weg. Voor ons uit vaart een
binnenvaartschip dat kennelijk dezelfde plannen heeft als wij. Als we
in de buurt van de zeesluis komen gaan daar nog twee
binnenvaartschepen vlak voor ons stuurboord uit. Wij sluiten aan in
de rij en zo varen we naar de havenhoofden. De haven van Delfzijl is
behoorlijk lang, zodat het al half 6 is als we daar aankomen. Ik heb
de koers uitgezet naar Emden en vervolgens van ton naar ton tot
ongeveer de hoogte van Leer. We beginnen aan de oversteek. De wind is
W-NW kracht 2 a 3, dus eigenlijk te verwaarlozen. Weliswaar staat hij
in het eerste stuk dwars op de koers, zodat we enigszins beginnen te
rollen, maar het valt allemaal erg mee. Het is in elk geval veel
rustiger dan wanneer we gistermiddag de tocht al gemaakt zouden
hebben. Al gauw pikken we stroom mee op: snelheden tussen de 7 en 8
knopen. Niet de volle mep van de vloed dus, maar voldoende om
redelijk op tijd in Herbrum te komen. Als we Emden al voorbij zijn
komt er nog een binnenvaartschip ons achterop. Het blijkt de Rio Y
Mar te zijn, die we gisteren op het Eemskanaal al waren tegengekomen.
Bij de Emssperre (de dam van Meijer) komt hij ons oplopen. Wij varen
rustig door en omstreeks half 11 zijn we eindelijk bij Herbrum. Daar
ligt tot onze opluchting geen enkel vrachtschip meer voor de palen.
En de sluisdeur staat zelfs open. Na een oproep per marifoon (waarop
overigens niet mondeling wordt gereageerd) mogen we invaren.
Datzelfde gebeurt bij Boellingerfaehr en bij Doerpen. Bij de laatste
sluis mogen we samen met een ander plezierjacht achter de Rio y Mar
meeschutten. Dat heeft nog wat voeten in de aarde. Bij de manoevres
raakt Annet het uitschuifbare deel van onze pikhaak kwijt. Hij drijft
in de sluis buiten bereik en ik adviseer haar al de andere helft maar
op de wal te leggen voor iemand die de tijd en de zin heeft het
drijvende deel op te vissen. Dan heeft die er tenminste nog iets aan.
Als de Rio y Mar eenmaal uitgevaren is, wijst mijn medewatersporter
er op dat de pikhaak inmiddels vlak bij de sluisdeur drijft en dat ik
hem misschien wel zou kunnen oppikken. Via een paalsteek in een eind
lukt dat inderdaad, waarna we de pikhaak weer in ere kunnen
herstellen. Om 12.30 beginnen aan de tocht naar Oldenburg. De Rio y
Mar, die voor ons in de Doerpensluis lag, legt even buiten de sluis
aan. Die kunnen we dus zonder problemen passeren. Ook een andere
binnenvaarder, die we na een uur inhalen, kunnen we zonder
moeilijkheden oplopen. Niettemin is het een hele begankenis om op
volle kracht de zuiging van een vrachtvaarder in en weer uit te varen
op het niet echt brede kanaal. Dat gaat stapje voor stapje en kan
eigenlijk alleen lukken als de vrachtvaarder een klein beetje
inhoudt. Na nog enkele uren varen lopen we eindelijk de Diadema weer
op. Na een korte vraag per marifoon op kanaal 10 kan ik hem voorbij.
Helaas levert dat geen voordeel. Om 18.15 zijn we bij de sluis van
Oldenburg, maar vervolgens moeten we twee schuttingen ongebruikt
voorbij laten gaan omdat er beroepsschepen zijn (o.a. de Diadema),
die zo groot zijn, dat wij er in de sluis niet meer bij passen. Als
we uiteindelijk geschut worden is dat in gezelschap van het andere
zeiljacht met gestreken mast, de Panacea uit Akkrum. Die waren we bij
Doerpen na de sluis al voorbijgevaren, maar de voorsprong was dus
helemaal weggesmolten door de lange wachttijd voor Oldenburg. Na de
sluis varen we naar de Wendehaven en leggen daar aan bij een
drijvende steiger. Het blijkt in de haven van Oldenburg bij laagwater
overigens behoorlijk ondiep te zijn. Niet alleen op de plek waar wij
indertijd zijn drooggevallen, maar ook elders. Wij blijven tenminste
een aantal keren midden in de haven vastzitten in de modder. Gelukkig
komen we met een beetje extra gas gemakkelijk weer los. Maar het
maakt mijn (toch al geringe) enthousiasme voor getijdehavens niet
groter!
Na het aanleggen pakken we de fietsen
en rijden Oldenburg in op zoek naar een Internetcafe. Na een hele rit
komen we er via een vraag aan een paar autochtonen achter, dat het
Internetcafe zich op loopafstand van de haven bevindt. Het is nog
open en we raadplegen een aantal weerberichten. Het blijkt morgen NW
5 te zijn in de Wesermonding en woensdag ZW 4. Derhalve besluiten we
morgen in Oldenburg te blijven liggen en pas woensdag naar
Bremerhaven (en als het kan verder naar Otterndorf) te gaan.
Donderdag zouden we dan over de Elbe kunnen. Dan praat men namelijk
weer over NW 4, wat prima zou uitkomen.
We nemen nog een borrel en gaan slapen.
dinsdag, 13 juli 2004
Oldenburg
De dag begint met regen. Wij blijven
dus heel lang in ons bed liggen en luieren en lezen. Ik heb de
Nederlandse vertaling van Harry Potter and the Order of the Phoenix
en ik vrees, dat ik het boek al bijna uit heb. Tegen half 12 lopen we
de stad in en kopen wat broodjes en een stuk 'Kuchen'. Terug op de
boot eten we een brunch en gaan daarna weer luieren en lezen. Als de
havenmeester om 13.30 komt, betalen we voor twee nachten het liggeld.
Dat bedraagt slechts 15 euro, wat ons heel redelijk voorkomt. Als
omstreeks 15.00 uur de zon begint te schijnen (we dachten al dat hij
voorgoed verdwenen was deze vakantie!) maken we weer een lange
wandeling door het centrum van Oldenburg. Het voetgangersgebied is
erg aardig om rond te kijken. We kopen een ijsje en zitten daarna
even in de St. Lambertikirche, waar de organist een onofficieel
concertje geeft. Een heel aantal mensen zit daar devoot naar te
luisteren. Wij sluiten ons even bij hen aan. Maar na enige tijd lopen
we weer verder, verdwalen nog wat en komen uiteindelijk tot de
conclusie dat de haven veel dichterbij is dan we hadden gedacht.
Terug aan boord maak ik nog een praatje
met de buurman over computernavigatie. Hij heeft weliswaar een GPS,
maar gelooft verder toch eigenlijk dat navigeren met de hand dient te
geschieden. Voor als de electronica uitvalt. Hij is bang dat in de
nabije toekomst niemand nog weet hoe je een boot dan weer aan de kant
moet krijgen. Ik probeer voorzichtig hem een iets groter vertrouwen
in electronische navigatie bij te brengen, maar dat lukt niet echt.
's Avonds eten we in een
kebab-restaurantje vlak bij de haven. Als we langs de steiger van de
jachthaven aan de Stau lopen zie ik een Deens motorjacht op de ons
bekende (en beruchte!) droogval plek liggen. De eigenaar staat op het
achterdek. In het Engels (dat hij machtig blijkt te zijn) vertel ik
hem van onze ervaringen van een paar jaar geleden en adviseer hem
elders langs de steiger te gaan liggen. Hij bedankt ons vriendelijk
en als we na het eten weer langs de haven lopen, zien we dat hij het
schip verhaald heeft. Hebben we in elk geval hem een slapeloze nacht
bespaard! We denken morgen omstreeks 12.00 uur te vertrekken. Nog
even nakijken hoe het ook weer zat met de spoorbrug.
woensdag, 14 juli 2004
Oldenburg naar Schiffdorf
We worden 's morgens al vroeg (kwart
voor acht) gewekt door het geraas van een scheepsmotortje.
Gisteravond kwam er nog een Duitse watersporter bij onze Nederlandse
buurman uit Akkrum. langs om te melden, dat ze de volgende morgen om
half acht een mast wilden gaan zetten bij de kraan naast zijn box.
Kennelijk gaan betrokkenen dit nu waar maken. Als ik de kachel heb
aangestoken (het is nog behoorlijk koud!) en me heb aangekleed, ga ik
naar buiten om naar het gebeuren te kijken. Het blijkt te gaan om een
beginnende Duitse watersporter, die (gecoached door een meer ervaren
familielid) voor het eerst een pas gekochte boot gaat optuigen. Het
heeft wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk lukt het om de mast
overeind te krijgen en de verstaging te monteren.
Ik maak van de gelegenheid gebruik om
bij het ervaren familielid te informeren naar de openingstijden van
de spoorbrug. Dat blijkt kwart voor het hele uur te zijn. Desnoods
eerst even aanmelden op kanaal 73. We zullen dus om kwart voor twaalf
bij de brug moeten liggen. Met de buren uit Akkrum maken we de
afspraak, dat we gezamenlijk de Hunte en de Weser zullen afvaren.
Mocht een van beiden pech krijgen kan de ander namelijk assisteren.
Op een stromende rivier is dat een iets zekerder idee. We zetten de
wederzijdse marifoons op kanaal 10, zodat we elkaar in geval van nood
kunnen oproepen.
Omstreeks 10.00 uur brengen Annet en ik
nog een bezoek aan het internetcafe en mailen wat berichtjes naar de
kinderen. Verder kijken we de weerberichten voor Weser en Elbe na en
constateren dat die allemaal wel meevallen. Daarna gaan we naar de
bakker en kopen een tiental Duitse Broetchen, waarna we teruglopen
naar de haven. Bij het boekenantiquariaat dat daar gevestigd is, zie
ik in de etalage een boek van Drewermann liggen. Na in de betreffende
kast te hebben rondgekeken, koop ik Drewermanns 'Tiefenpsychologische
Deutung der Kindheitsgeschichte nach dem Lukasevangelium' onder de
titel 'Dein Name ist wie der Geschmack des Lebens'. Wat pompeus
misschien, maar lijkt me wel aardig om eens te bekijken.
Om 20 voor 12 maken we los en varen
naar de spoorbrug. Het is nog een paar uur voor HW Oldenburg en het
blijkt (op aangeven van de Brueckenpegel) dat de doorvaarthoogte nog
3,5 meter is, ruimvoldoende voor de beide schepen. We varen dus
zonder meer door en beginnen aan de tocht over de Hunte. Hoewel de
motor op het normale toerental draait, varen we over de grond slechts
4,7 knopen. Er staat dus een anderhalve knoop stroom tegen. Als we
echter om 14.00 uur bij Elsfleth zijn (1 uur na HW aldaar) blijken we
weer een dikke 6 knopen te kunnen varen. Kennelijk is de tegenstroom
hier weg. Als we met een grote zwaai (er komt namelijk een groot
cruiseschip vanaf Bremen de Weser afzakken, en wij moeten daar achter
langs) de Weser op draaien, blijken we weldra 7+ knopen te kunnen
halen. En ter hoogte van Brake (na nog een klein uurtje varen) loopt
de snelheid over de grond op tot 8 en even later zelfs 9+ knopen! Nu
en dan houdt ik Andrea even in, zodat Panacea ons weer kan inhalen.
Voorbij Brake trekt het zicht een beetje dicht en houd ik met Annet
een radaroefening. De kennis van het instrument blijkt een beetje
roestig te zijn geworden, maar na een paar minuten praktijk is dat
snel verholpen. Het waarnemen van de boeien en de varende contacten
blijkt na enige oefening weer perfect te verlopen, zodat we mist en
wantij met vertrouwen tegemoet kunnen zien.
Inmiddels stuiven we (door de stroom
geholpen) met een vaart van 9+ knopen op Bremerhaven af. De
havenhoofden zijn van verre al zichtbaar aan de grote rode en groene
bakens en terwijl de veerboot naar Nordenham de haven uit komt
zetten, stuiven wij om 16.35 uur naar binnen. Nog even wat
stroomrafelingen vlak voor de haveningang en we zijn in rustig
vaarwater. Helaas begint het dan te regenen. Het is weliswaar een
enkel buitje, maar hij duurt vanaf dat moment totdat we om 18.30
aanleggen.
Eerst varen we naar de dieselpomp
stroomopwaarts aan de Geeste. Het bedieningspersoneel is niet blij
met ons. Het regent (zoals vermeld) en ze zaten al uitgebreid aan het
bier ter voorbereiding op de Feierabend. Helaas moet een van hen
eraan geloven: twee zeiljachten willen afgetankt worden. Na een klein
half uur is dat gelukt. Het is dan over vijven en te laat om de
schutting van de Geeste nog mee te maken. Die sluis schut namelijk
officieel alleen op het volle uur. Om zekerheid te krijgen bel ik de
sluiswachter op met de mobiele telefoon. Aan vorige tochten hebben we
een folder overgehouden, waarin het telefoonnummer van betrokkene
vermeld staat. Het lukt na enige pogingen om de man aan de lijn te
krijgen. Als ik zeg dat we met een half uur voor de sluis kunnen
zijn, zegt hij dat hij ons dan wel wil schutten. Vervolgens gaan we
in de stromende regen op pad. Het water in de Geeste stroomt hard. En
aan de drooggevallen platen aan de kant is te zien, dat het bijna
laagwater is. Het is van groot belang precies in de hoofdstroom van
de rivier te blijven varen, omdat je anders jammerlijk vastloopt in
de bagger. Houdt in de bocht de steilste wallekant is dus het devies.
Helaas lukt het
Panacea niet om aan die eis te voldoen. Als we na vijf minuten
achterom kijken, zie ik het schip heel stil achter ons in het water
liggen. Per marifoon vraag ik of ze vast zitten, en dat blijkt dus
het geval: ze zitten muurvast. Ik weet ze per marifoon niets anders
aan te raden dan achteruit te slaan en als dat niet helpt: te wachten
op hoger water. Kunnen ze misschien morgen deze kant op komen.
Intussen varen wij verder. Onmogelijk in het smalle vaarwater te
keren. En bovendien zouden we ter plaatse weinig goeds kunnen
uitrichten. Vijf
minuten later worden we weer opgeroepen. Het blijkt de Panacea en ze
blijken los! Zo komen we om 17.45 bij de keersluis van de Geeste. De
sluiswachter heeft woord gehouden: de hefdeur staat open en de
lichten staan al op groen. We varen zo naar binnen. Achter ons gaat
de hefdeur dicht en even later kunnen we langs de andere kant weer
naar buiten. We varen nogmaals een dik half uur door de stromende
regen over de kronkelende Geeste en komen tenslotte bij Schiffdorf
uit. Daar hebben we al eens eerder gelegen en in het Gasthaus ter
plaatse uitstekend gegeten. We zouden dat graag willen herhalen. Dat
valt echter tegen: er is geen ligplaats langs de steiger en het
Gasthaus is gesloten. Het enige dat er wel is, is regen. Maar die is
er dan ook in overvloed! Uiteindelijk lukt het ons beide schepen
aangemeerd te krijgen langszij twee motorboten. Geen optimale plek,
maar beter dan niks. We trekken onze regenkleding uit en starten met
de voorbereidingen voor het avondeten. Eerst een dikke borrel! En
daarna tijdens een eenvoudige nasi maaltijd nog een glas bier. Dat
helpt. We voelen ons een stuk beter.
Om 19.45 blijkt het gestopt te zijn met
regenen en schrijf ik dit verslag. Morgen omstreeks 09.00 uur verder.
Willen we om 15.00 in Otterndorf zijn (waar de schutting
waarschijnlijk zal aanvangen om 15.30 uur) dan zullen we tegen die
tijd moeten losgooien. Mocht het overigens morgen net zo regenen als
vandaag, dan blijven we waarschijnlijk in Bederkesa liggen.
's Avonds kijken we nog naar het
weerbericht en vernemen dat het morgen in het noorden nog behoorlijk
gaat regenen.
donderdag 15 juli 2004
Schiffdorf naar Otterndorf
Al voor 9 uur zijn we wakker en blijken
ook de buren weer paraat te zijn. Na het ontbijt besluiten we
derhalve maar los te gooien. Kunnen we op ons gemak naar Otterndorf
varen. Het weer is grauw en grijs, maar het regent niet en daar zijn
we al erg blij mee. De Panacea gaat voorop en wij komen er op enige
afstand achteraan, langzaam varend en de slingeringen van de Geeste
volgend. Na twee uur zijn we bij de sluis van Lintig, waar beide
deuren tegen elkaar open staan en een bord ons meldt dat we zelf op
tegenliggers moeten letten. Uiteraard zijn die er niet. Het is
verbazend hoe weinig schepen er dit jaar in de verschillende
watersportgebieden te vinden zijn. Waarschijnlijk zijn alle
verstandige watersporters gewoon thuis gebleven. Wij hebben echter
het voordeel sneller te kunnen opschieten. Langzaam varen we
vervolgens door Bederkesa heen, extra langzaam varend om een stel
onervaren kanoers geen golfslag te bezorgen. Na Bederkesa trekken we
het gas weer wat meer open en met een snelheid van 5+ knopen stomen
we naar Otterndorf. Het is grappig op de (dit jaar voor het eerst
gedownloade!) kaart van het Hadelner
Kanal de voortgang te kunnen
volgen. Je krijgt via de kaart een veel beter idee van de omgeving.
Het is nog maar half drie als we voor de sluis van Otterndorf
arriveren. Sneller dan
gedacht. We leggen aan langszij een Noors motorjacht, dat bemand is
met een Noors echtpaar en een Nederlander. Mogelijk is dat de vorige
eigenaar van het jacht en assisteert hij de kopers bij het overvaren
naar de nieuwe thuishaven in Noorwegen. Ik zou overigens niet graag
met het ding over het Skagerrak varen, maar de Noor ziet daar geen
enkel probleem in. Het is dwars over maar een stukje van zo'n 30 tot
40 mijl en daarna kun je via de scheren in beschut water varen waar
je wilt. Ok, hij zal het wel weten.
De Panacea legt naast ons aan en pas nu
besluiten we dat we onszelf toch wel eens aan elkaar voor mogen
stellen. De opvarenden van de Panacea blijken Jan en Janneke te heten
en komen (zoals de bordjes op het achterschip al deden vermoeden) uit
Akkrum.
Na het schutten varen we (om 16.15) de
haven van Otterndorf binnen.
Het is afgaand tij, maar er staat nog
water genoeg. We vinden een lege box aan lijkant van de steiger waar
we kunnen liggen met de kop in de wind. Dat is van belang als we de
mast willen zetten. Na het aanleggen beginnen we met de
voorbereidingen daarvan. Eerst wordt de windvaan weer aan de mast
bevestigd en daarna worden alle spanbanden en -bandjes losgemaakt.
Vervolgens duwen we de mast via de rol op het achterschip naar
achteren en bevestigen we de rolfok aan de bovenkant van de bok.
Daarna de bok omhoog en de mast nog verder naar achteren, net zolang
tot we de pen door de mastvoet kunnen steken. Dan is alles gereed om
de zaak omhoog te takelen. Jan stapt aan boord en helpt de mast mee
omhoog zetten. Het babystag wordt bevestigd, de rolfok eveneens en na
het strak zetten van voor en achterstag, alsmede het monteren van de
giek, is Andrea weer een zeilboot. Inclusief het inscheren van
smeerrepen en het weer aanbrengen van de schoten, duurt de hele
operatie tot omstreeks 17.30. Bij de Panacea heeft de hele operatie
meer voeten in de aarde. Zij zal morgen bij de mastenkraan moeten
liggen om de mast te kunnen zetten. We beloven als wederdienst morgen
daarbij de helpende hand te bieden.
Na het eten maken we nog een wandeling
naar het strand van Otterndorf en nemen een kijkje bij de geul
waardoor we morgen naar de Elbe hopen te varen. Hij ziet er bij laag
water toch nog tamelijk breed uit. Eigenlijk veel breder dan ik
altijd gedacht had. Blijkbaar hoef je niet al te dicht bij de prikken
te blijven om heelhuids naar buiten of naar binnen te komen. Maar ook
is duidelijk, dat je absoluut niet door de prikkenlijn heen moet
varen, want dan zit je onmiddellijk vast.
Ter afsluiting van de dag komen Jan en
Janneke langs om nog een borrel te drinken. Het wordt bier voor alle
hens en we wisselen wat ervaringen uit. Tegen elf uur stoppen we met
de sociale activiteiten, want het is morgen weer vroeg dag.
vrijdag, 16 juli 2004
Otterndorf naar Rendsburg
Na het ontbijt stelt Annet voor dat ik
de weerberichten van Pinneberg probeer binnen te halen. Ik start
daarvoor de computer door de stekker van de omvormer in de
sigarettenplug te steken. Vrijwel onmiddellijk ruik ik een smerige
stank en zie tot mijn starre verbazing dat de plastic bekleding van
de electriciteitsdraad smelt en met dikke rookwolken in vlammen
opgaat. Als ik nog even kijk zie ik in een flits, dat de koperen
kernen van de draad beiden roodgloeiend zijn. Ik spring in de kuip en
ruk het motorluik open, teneinde de pluspool van de aanstekerstekker
los te koppelen van de lichtaccu. Dan kunnen we de schade opnemen. De
computer blijkt (gelukkig!) nog te werken. Maar de bedrading van de
aanstekerstekker is totaal gesmolten. Kennelijk is daar een tamelijk
zeer hoog amperage doorheen gegaan, veroorzaakt door een kortsluiting
in de bedrading. Ik zal een nieuwe stekker moeten kopen en tevens een
8 ampere zekering in de plusdraad moeten aanbrengen om herhaling in
de toekomst te voorkomen. Wat een toestanden allemaal op de vroege
morgen.
Hierna informeer ik bij de Panacea
wanneer ze de mast denken te gaan zetten. Het wachten is op voldoende
water. Omstreeks 09.30 barst een indrukwekkende activiteit los in de
haven. Er komen schepen uit de sluis naar binnen varen en andere
scheepjes maken los van de kant en stomen op naar de geul van de
Medem. Typisch een getijdehaven! Pas als er genoeg water is kan het
leven weer een start maken en als dat niet het geval is, ligt
iedereen te wachten tot het zover is.
Ook de Panacea kan gaan varen en wordt
onder de mastenkraan aangelegd. Annet en ik bedienen de kraan. De
zwenkarm wordt boven het schip gemanoevreerd en de haak omlaag
gelaten. Er wordt een strop om de mast gelegd ter hoogte van de
zalingen en vervolgens tillen we de mast ietsje omhoog. Jan schuift
hem naar achteren over het schip tot de pen door de mastvoet kan
worden gestoken. Dan is het tijd voor Annet en mij om het ding omhoog
te takelen. Het heeft nogal wat voeten in de aarde voor het zover is,
dat de mast echt staat en met het voorstag bevestigd is. Daarbij doet
zich ook nog het probleem voor, dat een fenderplank die tussen wal en
schip hangt onder een uitsteeksel van de wal blijft haken, terwijl
ondertussen het water steeds hoger stijgt. Pas als het te laat is
merken we aan de stroefheid waarmee het schip reageert wat er
gebeurt: de kracht van het stijgende water drukt het railingdraad zo
hard naar beneden, dat twee scepters verbogen worden! Uiteindelijk
echter staat de mast en wordt het schip teruggevaren naar de box om
de overige verstaging te bevestigen.
Annet en ik besluiten dan naar
Brunsbuettel te vertrekken. We willen zien dat we vandaag nog in
Rendsburg komen teneinde zaterdagmorgen de nodige inkopen te kunnen
doen. De stekker moet vervangen, ik moet een zekering te pakken zien
te krijgen en we moeten nog wat levensmiddelen inslaan. Op de Panacea
waren ze van plan naar Gieselau te varen, wat voor ons dus helaas
niet ver genoeg is. We nemen afscheid in de overtuiging elkaar
verderop in de vakantie nog wel eens tegen te zullen komen.
Om vijf over elf vaar ik de haven uit
en over een vrijwel spiegelgladde Elbe
varen we (met een kleine 3
knopen stroom mee!) in een dik uur naar Brunsbuettel! Vlak bij de
sluis aangekomen zien we met de kijker dat ook de Panacea eraan komt.
Om half 1 liggen we in de sluis en terwijl we daar wachten, komt de
Panacea binnenlopen. Ze legt achter ons aan. Vrij snel na ons vertrek
uit Otterndorf hadden ze eveneens losgegooid. Jan had overwogen dat
hij de verdere montagewerkzaamheden ook wel tijdens het varen op het
NOK kon regelen. En dat is natuurlijk ook zo. Omstreeks 13.00
beginnen we gezamenlijk aan de tocht richting Kiel. Met de fok bij
(op bepaalde rakken kunnen we de fok net vol houden) haal ik zo'n 6,5
knoop. Behoorlijk snel voor ons doen. Met deze snelheid zouden we
omstreeks 7 uur in Rendsburg moeten zijn.
De tocht over het NOK is zoals
gebruikelijk lang en 'uneventfull'. De enige vermeldenswaardige
gebeurtenis is dat de Panacea in de buurt van Rendsburg bijna een
einde maakt aan het leven van een jonge zwaan. Een ouderzwaan met
zeven jongen koerst nogal traag over het NOK, als Jan opeens besluit
(kennelijk heeft hij het koppel zwanen niet gezien) dwars door het
stel heen te varen. Het oude exemplaar weet zich nog tijdig in
veiligheid te brengen, maar een van de jongen maakt een noodsprint
over een tiental meters op 1 centimeter voor de boeggolf van de
Panacea. Het schip vaart op dat moment een dikke 6 knopen, dus van de
zwaan is dat een prachtige prestatie! Pas op het allerlaatste moment
weet het beest naar bakboord uit te wijken en vindt hij zichzelf
verfomfaaid terug in het kielzog van de voortstomende boot.
Tegen half zeven maken we de draai naar
de havens van Rendsburg. Een tweetal jeugdige kanovaarders komt op
topsnelheid op ons afvaren. Kennelijk willen ze wat golfpraktijk
opdoen in ons kielzog. Vooral bij Andrea lukt dat aardig, omdat het
schip een hele serie hekgolven achterlaat. De jongens zijn daar erg
enthousiast over en peddelen fullspeed
met de boot mee. Wederom lopen
we een dikke 6 knopen, dus ook van deze jongens is dat een prachtige
prestatie!
Aangekomen bij de laatste haven
bedanken de jongens ons vriendelijk voor de bewezen diensten. Wij
maken intussen een zoekslag om een ligplaats te vinden. Na rijp
beraad besluiten we dat de twee lege boxen die we gezien hebben,
groot genoeg zijn om onze beide boten neer te leggen. Dat blijkt
inderdaad het geval te zijn. We betalen het liggeld en beginnen de
'Feierabend'. Het blijkt dat Jan onderweg op het NOK kans heeft
gezien de verbogen scepters met een takel weer (redelijk) recht te
buiten. Ziet het er in elk geval deze vakantie weer een beetje
behoorlijk uit!
Op de steiger komen we de Noorman uit
de sluis van Otterndorf nog tegen. Hij vertelt dat hij tegen de
stroom in van Otterndorf naar Brunsbuettel wel een paar uur nodig had
gehad om de haven te bereiken. Hij had de stroom tegen en hield van
zijn snelheid door het water niet meer dan 2 knopen over! Dan doe je
er niet (zoals wij vanmorgen) een dik uur over, maar een dikke vier
uren!! Niettemin wist hij voor het weekend beter weer te voorspellen
en daar houden wij hem graag aan. Morgen naar Kiel en dan verder de
Oostzee op!
zaterdag, 17 juli 2004
Rendsburg naar Kiel
Omstreeks 08.00 uur staan we op. Er is
al weer wat beweging in de haven. Sommige mensen vertrekken alweer,
anderen lopen heen en weer naar het toiletgebouw. Ik besluit eerst te
gaan douchen en kom al gauw tot de ontdekking dat ik daarmee
rijkelijk laat ben. Kennelijk is de boiler vrijwel leeg en levert het
douchemuntje alleen nog 'mannelijke' (want zeer koude!) douches op.
Nu ja ... je wordt er toch wel schoon van. Daarna ontbijten we in de
kuip en pakken dan de fietsen. Eerst brengen we een bezoek aan de
electronicashop. Deze heeft alle spullen die wij nodig hebben,
inclusief drie 8 ampere zekeringen, zodat ons electrisch probleem kan
worden opgelost. Daarna maken we per fiets een zoekslag naar een
supermarkt. Het exemplaar waar we enkele jaren geleden terecht konden
is inmiddels gestopt. Maar een paar kruispunten verder vinden we een
Pennymarkt die ons van het nodige kan voorzien. Vervolgens terug naar
de boot aan de soldeerarbeid. Het kost enige moeite, maar na een
poosje hebben we het gewenste kabeltje: twee klemmen voor op de
accupolen, een 8 ampere zekering in de plusdraad en op het andere
eind een contrastekker voor een sigarettenaanstekerplug. En nog
belangrijker: het werkt ook nog! De computer kan weer op de accu
draaien zonder dat we een 220 wisselstroom omvormer hoeven te
gebruiken en doorbranden zou niet meer mogelijk moeten zijn, omdat de
zekering dan smelt en de stroomkring vanzelf onderbroken wordt.
Ik probeer de zaak uit door de
weerberichten binnen te halen.
Het volgende bericht komt (o.a.)
binnen:
BELTE
UND SUND:
WEST
3 BIS 4, SUEDOSTDREHEND, ZUNEHMEND 5 BIS 6,
SCHAUER-
UND GEWITTERBOEEN, SEE 0,5 BIS 1 METER.
WESTLICHE
OSTSEE:
SUEDOST
BIS OST 2, ZUNEHMEND 4 BIS 5, SPAETER GEWITTERBOEEN, SEE 0,5 BIS 1
METER.
AUSSICHTEN
BIS MORGEN MITTAG:
BELTE
UND SUND :
SUEDOST
5 BIS 6, SPAETER SUEDWESTDREHEND 3 BIS 4.
WESTLICHE
OSTSEE :
SUEDOST
5 BIS 6, SPAETER SUEDWESTDREHEND, ETWAS ABNEHMEND.
Kortom: we zullen waarschijnlijk een
paar dagen in Kiel blijven liggen. Hoewel ... het kan per dag
veranderen.
Hierna varen we naar de Tankstelle om
diesel bij te tanken. Het is dan inmiddels 11.30 geworden en de
havenmeester begint al een beetje narrig te kijken. Hij had eigenlijk
al met Feierabend willen gaan. Ik doe daar verbaasd over, want
volgens mij begint dat pas om 12.00 uur. Nu ja ... na nog wat
gemopper kunnen we het schip toch aftanken en met de Panacea kan dat
ook nog. Vervolgens varen wij vast naar het NOK en roepen Jan en
Janneke toe, dat we ze in Holtenau wel tegen zullen komen. Dat blijkt
ook het geval te zijn, maar pas in de sluis. Daar horen we dat ze
doorvaren naar Moenkeberg, terwijl wij in Holtenau blijven liggen. We
wensen elkaar nog een goede vakantie en ieder gaat zijns weegs.
Aanleggen in Holtenau is een fluitje
van een cent, er ligt geen schip voor de wal en je hebt de plaatsen
voor het uitkiezen. Na het weer van de afgelopen dagen zat dat er ook
wel in.
Het is ongeveer 15.30 als we aanleggen
en we pakken al snel de fietsen teneinde onze boodschappen te gaan
doen. Allereerst rijden we naar Thiessen om onze jaarlijkse
bestelling te doen: flessen whiskey, jonge jenever, bier en Toblerone
(speciale soort chocola), alsmede 2 kilo Emmenthaler kaas, die we erg
lekker vinden. Na invulling en inlevering van de lijst beloven de
bedienden dat het morgenochtend 'ab 09.00 Uhr Abholbereit' is ...
Vervolgens rijden we naar het pontje
over het NOK. Dat zet ons (en nog een heel stel belangstellenden)
gratis over het kanaal, waar opeens een hele stroom coasters zich
meldt voor de schutting in de sluizen van Holtenau. We rijden via de
Holtenauer Strasse naar het internetcafe, waar we een hele rits
e-mails afwerken. Onder andere eentje van Ben Hengeveld, die een
tijdelijk vakantiebaantje heeft opgeduikeld als predikant-invaller op
Curacao! Ik heb onmiddellijk gevraagd of ze niet nog zo iemand nodig
hebben! Dat lijkt me wel wat voor een paar weken of maanden! Tevens
print ik een aanmeldingsformulier uit voor de Master aan de VU. Dat
moeten ze namelijk ingevuld en wel voor 1 augustus a.s. in huis
hebben. Plaats van invulling wordt dus Kiel en plaats van verzending
mogelijk Denemarken. Wel grappig eigenlijk. Daarna print ik nog het
'Sendeplan' uit van de zender Pinneberg, waar onze
weersvoorspellingen vandaan komen. Ik denk dat ik mijn lijstje thuis
heb laten liggen, maar op deze manier kan dat verzuim makkelijk goed
gemaakt worden.
Na alle mail-perikelen lopen we naar
het ons bekende pizzeria-restaurant, alwaar we een voortreffelijke
maaltijd genieten, ruimschoots besproeid met 'Warsteiner, die
Koeniging unter den Bieren'. Na het betalen van de rekening (die iets
hoger uitvalt dan we van vorige jaren gewend waren!) fietsen we weer
naar het pontje en komen terug bij de boot. Daar type ik dit verslag
in.
Morgen denken we om 10.00 uur een
Ev-Lutherische dienst bij te wonen in de St. Lukaskirche in Kiel.
Eerst met de pont over en dan nog 5 minuten fietsen. Na het
geestelijk voedsel kunnen we dan bij Thiessen de spiritualia ophalen.
We zien wel of we dan in Kiel blijven of al verder varen richting
Denemarken.
zondag, 18 juli 2004
Kiel naar Maasholm
Met een schok worden we omstreeks 07.30
wakker doordat de havenmeester op het schip bonkt om zijn havengeld
te kunnen innen. Als Annet een beetje narrig zegt, dat hij wel heel
erg vroeg aanklopt, zegt hij dat wij nog geluk hebben gehad: de
andere helft van de haven heeft hij al eerder wakker gemaakt! Maar
voor 6 euro 10 mag je niet al te lang mopperen, het is de goedkoopste
haven die we tot nu toe getroffen hebben, zowel in Duitsland als in
Nederland. Ik voorzie dat het voorlopig ook de laatste zal zijn, want
de Deense havens zijn veel duurder.
Nu we toch wakker zijn besluit ik te
pogen het weerbericht voor de Oostzee binnen te halen. Al snel heb ik
uitgevonden dat het geen goed idee is om de computer dan op de
omvormer te laten draaien. Dat veroorzaakt een hele hoop ruis op de
radio. Veel beter gaat het als ik de laptop voor het binnenhalen van
radiosignalen op de batterij laat draaien. Dan is er aanzienlijk
minder herrie in de ether en verbetert de ontvangstkwaliteit met
sprongen.
Niettemin lukt het niet een fatsoenlijk
weerbericht te krijgen. Net op dit moment zijn er geen bruikbare
uitzendingen en als die er wel zijn, zijn wij even niet aan boord.
We pakken derhalve de fietsen en maken
ons op om een Ev.-Luth. kerkdienst te gaan bijwonen. Daarvoor nemen
we het pontje naar de overkant van het NOK en rijden vervolgens de
Holtenauer Strasse af naar de St. Lukaskirche. Om 10.00 uur begint
daar een tamelijk traditionele dienst, waarin toch een paar jongeren
aanwezig zijn. Zoals bij het einde van de dienst blijkt is dat om hun
stempelkaart voor de kerk vol te krijgen en niet omdat ze zelf zo
vreselijk geinteresseerd zijn. De preek is in dat opzicht een beetje
een gemiste kans, want ook dit verhaal is uiterst traditioneel en
naar ik vrees voor jongeren weinig aansprekend. Het mag de predikant
wellicht niet eens kwalijk worden genomen. Het blijkt namelijk te
gaan om een emeritus collega die in de vakantieperiode invalt voor de
locale pastor. De liederen zijn matig, behalve het laatste lied dat
we zingen. Dat hoort tot de 'modernere' liederen die in de
Evangelische Bundel zijn opgenomen. Die stammen uit de zestiger jaren
en daar zitten erg goede teksten bij!
Na de dienst fietsen we door naar het
internetcafe waar we gisteren ook waren. Als we per radio geen
berichten kunnen binnenkrijgen, moeten we het via het internet maar
proberen. Het weer ziet er voor de komende dagen een beetje
merkwaardig uit: pas vanaf dinsdag wordt er meer zon voorspeld. Tot
die tijd zijn het Schauerboeen alom.
We fietsen weer terug en rijden naar
Thiessen om onze bestelling op te halen. Helaas lopen we tegen een
gesloten deur aan: 'Mittagspause von 12 bis 1'. Gelijk hebben ze. Dan
komen we straks wel terug.
Nadat we onze eigen 'Mittagspause'
genomen hebben, pakken we wederom de fietsen en rijden naar Thiessen.
Daar gaat al snel de winkel open, kan Annet de bestelling betalen en
kan ik de zaak in het 'Zolllager' ophalen. Belast met twee volle
rugzakken gaan we terug naar de boot: whiskey, jonge jenever, Asbach
Uralt, Emmenthaler kaas en 24 Dosen Holstenbier, en onze voorraad
belastingvrije spullen is compleet. Vrij snel daarna gooien we los.
Ik heb een koers uitgezet naar Laboe,
omdat we in eerste instantie het voornemen hebben daar te gaan
liggen. Al varende overwegen we echter, dat we gezien de
weerberichten aldaar waarschijnlijk 1 dag en mogelijk wel 2 dagen
vast zullen zitten. Omdat het weer bovendien erg rustig lijkt,
besluiten we om door te varen naar Maasholm. Ik zet een koers uit in
Fugawi en bereken (via een simpele afstandsmeting in dat programma),
dat we daar omstreeks 6 uur moeten kunnen arriveren. De wind is Z-ZW
en draait later nog verder naar W, kracht 2 tot 3 en is eigenlijk
nooit meer dan dat. Niettemin levert de fok zoveel extra snelheid,
dat we om 16.00 het bosje van
Maasholm vlak bij hebben en om 16.30 al tussen de
havenhoofden liggen. We varen de Schlei
op en leggen het schip in Maasholm aan in een van de eerste boxen van
de haven. Om 17.00 is alles aan kant en kunnen we een proeve doen van
de spullen bij Thiessen verworven. Asbach voor mij, kruidenbitter
voor Annet en Emmenthaler voor ons beiden. Heerlijk!
Tijdens de reis heb ik geprobeerd de
weerberichten van Pinneberg binnen te halen, maar kennelijk maak ik
fouten met het interpreteren van het zendschema. De tijden kloppen
voor geen meter en het lukt me niet een voorspelling voor de Oostzee
te ontvangen. Misschien gewoon maar eens een aantal uren de computer
aanzetten en kijken wat er binnenkomt op de Pinneberg-frequentie,
zodat ik kan zien waar de fout zit. Hoe dan ook: erg frustrerend is
het allemaal wel. Ik weet precies welk weer er verwacht wordt voor de
Atlantische Oceaan en voor de Middellandse Zee, maar voor de Oostzee
kan ik niks vinden!
Vanavond nog maar eens uitproberen.
's Avonds lopen we naar het ons bekende
haveneetcafe, waar we kibbeling met patat nuttigen, overgoten
(uiteraard) met bier. Daarna posten we de brief voor de VU en maken
een korte wandeling door het dorp. We bewonderen de stokrozen, die
hier nog niet zo ver in bloei zijn als bij ons. Wel zijn er
exemplaren met prachtige kleuren: diep donkerrood bijvoorbeeld!
Terug aan boord genieten we wederom van
het goede van Thiessen, terwijl ik tevens uitvind (door eigen
ervaring en door een SMS van Jacco) dat de tijd ter plaatse gelijk is
aan UTC+2. Dat betekent dat ik eindelijk de goede uitzendingen van
Pinneberg kan opvangen.
maandag, 19 juli 2004
Maasholm naar Soeby
Het is 10 voor 8 als we wakker worden.
Ik heb de Palmtop ingesteld op die tijd omdat ik de weerberichten van
de Oostzee wil binnenhalen. Dat gaat deze keer vlekkeloos. Het
volgende bericht komt binnen:
BELTE
UND SUND:
NORD
BIS NORDWEST 4, STRICHWEISE DIESIG, SEE 0,5 BIS 1 METER.
WESTLICHE
OSTSEE:
UMLAUFEND
3, WESTDREHEND, VORUEBERGEHEND ZUNEHMEND 4,
STRICHWEISE
DIESIG, SEE 0,5 BIS 1 METER.
De wind buiten is op dat moment W-NW en
ongeveer kracht 3, wat dus klopt met de voorspelling. We besluiten
richting Assens te varen en onderweg te kijken waar we precies zullen
binnenlopen. Ik zet een koers uit naar de Schleimuende en vervolgens
richting Assens. Een waypoint ligt bij Kegnaes en een volgende punt
bij Mommark. Daar kunnen we dan uitmaken of we in Mommark gaan liggen
of doorgaan, of mogelijk nog andere keuzes maken.
We lopen naar het dorp en halen daar
broodjes. Vervolgens ontbijten we en maken dan het schip gereed voor
vertrek. Om 09.30 varen we de haven uit en gaan op de motor de Schlei
af. De wind is nog steeds kracht 3 en het zicht is matig: ongeveer 3
mijl. Verder ziet de lucht er grauw en grijs uit en valt er een
zeurderige motregen. Op je huid voel je het nauwelijks, maar mijn
bril slaat voortdurend vol met fijne regendruppeltjes. Heel lastig en
deprimerend allemaal! Uit voorzorg laat ik Annet de radar bijzetten,
want als het zicht nog even slechter wordt zullen we kunstmatige
hulpmiddelen nodig hebben om te zien wat er om ons heen gebeurt.
Buiten de Schlei gekomen zetten we de
zeilen. Ik heb de koers naar de GPS geupload en weldra varen we op de
automaat. De wind is al varende NW geworden en de koers is net vol te
houden. Ongeveer een uur gaan we zo door. Dan valt de wind wat weg,
moeten we verder afvallen en neemt de snelheid af tot amper 2 knopen.
Dat is te bar: de motor aan. Zo varen we naar Kegnaes. Daar is de
wind weer wat aangetrokken en ietsje meer W geworden. Bovendien
begint aldaar de zon te schijnen en ter plaatse besluiten we de
Kleine Belt over te steken en in Soeby te gaan liggen.
Ik zet de koers in de computer en in de
GPS en weldra varen we dwars over
een zonovergoten Belt. Schitterend
weer is het geworden en dat terwijl de dag zich in het begin zo
slecht liet aanzien! We laten bij het binnenlopen van de haven 2
veerboten voorgaan en zoeken dan een box op. Om 15.30 liggen we voor
de kant en type ik dit verslag in. Onderweg heb ik het 'Mittelfrist
Seewetterbericht' binnengehaald, dat een indruk geeft van hoe de rest
van de week er volgens de meteorologen uit zou moeten zien.
Het luidt als volgt:
BELTE/SUND
(55.5N 10.9E) WT: 16 C
DI
20. 00Z: W 2-3 / 0.5 M //
DI
20. 12Z: SE 2-3 / 0.5 M //
MI
21. 00Z: E 4-5 / 0.5 M //
MI
21. 12Z: NE-E 5-6 / 6-7 0.5 M //
DO
22. 00Z: N-NE 2-3 / 0.5 M //
DO
22. 12Z: NW 2-3 / 0.5 M //
FR
23. 00Z: NW-N 0-2 / 0.5 M //
FR
23. 12Z: NE-SE 3-4 / 0.5 M //
SA
24. 00Z: SE 5-6 / 7 1 M //
SA
24. 12Z: W 4-5 / 0.5 M //
Morgen zouden we dus nog zorgeloos
kunnen varen, maar woensdag zou het met 5/6/7 een binnenligdag moeten
zijn. Dat zelfde zou volgens de voorspellingen voor zaterdag a.s.
gelden. Maar dan moet het voorzegde wel allemaal uitkomen natuurlijk!
We zullen zien.
Om half zes (terwijl we net even
wegdommelen natuurlijk) komt de havenmeester langs. We hadden er op
gerekend, dat we eerst nog Deense kronen konden pinnen voor we het
havengeld zouden moeten betalen. Maar nu moet dat dus in euro's
gebeuren. Hij rekent 7,5 kroon per euro, waarvan we er in totaal 11
moeten betalen. We zullen later wel zien of des havenmeesters
wisselkoers een beetje klopt of niet.
Vrij snel hierna gaan we eten en dan
moeten er nog wat klusjes gedaan: accu's doormeten en eventueel
bijvullen, vetpot bijvullen voor het smeren van de schroefas (en het
weghouden van het buitenboordwater) en dergelijke. Het zijn nogal
smerige karweitjes en na afloop moet ik mijn vieze vette handen dan
ook verschillende keren grondig wassen. Vooral dat bijvullen met
schroefasvet is een vieze bedoening. Maar het moet nu eenmaal
gebeuren. De accu's heb ik fors met gedestilleerd water bijgevuld. Ze
blijken behoorlijk wat water te verdampen. Misschien vanwege de warme
motorkamer? In elk geval is de spanning van beide accu's bij
doormeten perfect: 12,81 en 12,71 V!
Hierna pakken we de fietsen en rijden
een klein stukje van route 91, een locale fietsroute die voert over
het noordelijk gedeelte van Aeroe. Het duurt amper een uur, maar het
landschap (en zeeschap!) is als altijd fantastisch. De zon schijnt
over een vlakke zee met de kusten van Als en Schleswig-Holstein aan
de overkant, en op de landwegen is vrijwel geen mens te bekennen. In
Denemarken kun je echt helemaal bijkomen van alle gejakker en gejaag
elders in de wereld!
Terug aan boord bekijken we het ondergaan
van de zon en besluiten we morgen
naar Assens te gaan. We zijn daar weliswaar eerder geweest, maar het
ziet ernaar uit, dat woensdag een beetje teveel wind en Schauerboeen
met zich mee zal brengen. Wellicht een goede dag om in de omgeving
een beetje te fietsen. En de omgeving van Assens hebben we nog niet
eerder per fiets aanschouwd. Vandaar ...
Ik zet de koers in de kaart en de route
in de GPS. Kan daar morgen op gestuurd worden.
dinsdag 20 juli 2004
Soeby
We staan tegen 08.00 uur op en ik haal
het weerbericht op. Het meldt:
BELTE
UND SUND:
SUEDOST
3, OST- BIS NORDOSTDREHEND, LANGSAM ZUNEHMEND 6, STRICHWEISE DIESIG,
SPAETER GEWITTERBOEEN, SEE SPAETER 1 M
AUSSICHTEN
BIS MORGEN MITTAG:
BELTE
UND SUND :
NORDOST
UM 6.
Kennelijk verwacht men de harde NO wind
nu een dag eerder dan in de 5 dagen verwachting. Nu ja ... het weer
is zo prachtig, dat we staandebeens besluiten hier nog een dag te
blijven en over het eiland te gaan fietsen. Aan deze kant van Aeroe
hebben we dat eigenlijk nog niet echt gedaan en het is zonde die kans
te laten liggen. Kunnen we morgen wel naar Assens. Zelfs als die NO6
dan werkelijkheid zou worden, zitten we bij die reis immers steeds
onder de hoge wal. We halen eerst vers brood bij de bakker en nemen
ons ontbijt. Daarna pakken we de fietsen en rijden over route 91 naar
het zuiden, waarbij we halverwege willen oversteken en met route 90
weer terug denken te fietsen naar Soeby. Het wordt een prachtige,
maar behoorlijk zware tocht. De gereden afstand is zo'n 30 kilometer
en we doen er een dikke 4 uren over, maar het terrein is dan ook zeer
glooiend en onze conditie laat op sommige 'colletjes' toch wat te
wensen over. Het landschap is
prachtig. Schitterende bloemen en
planten zijn er te zien. Vooral bij Vollerup
Klint,
een natuurgebiedje aan de zuidkant van Aeroe, waar het terrein in een
aantal steile terrassen afloopt naar de zee. Enkele slingerpaadjes
leiden naar beneden, alwaar we een stenenstrand aantreffen en zelfs
nog een opname kunnen maken van een hagedis, die daar in de zon zit
te bakken. We vervolgen de tocht naar Tranderup waar we het eiland
dwars oversteken om langs de noordelijke fietsroute weer terug te
rijden. Op een beschut plekje vlak bij zee houden we een langere stop
om wat te drinken, te eten en te rusten. Daarna gaan we weer verder.
Nu en dan wordt het asfalt vervangen door steenslag en worden de
heuvels bovendien aanzienlijk steiler, zodat we soms even moeten
lopen. Of zou dat de vermoeidheid zijn? Om 13.00 zijn we weer terug
bij de boot, nemen allebei een groot glas bier en een siesta, waarna
ik dit verslag in type.
Het weer verandert intussen
geleidelijk. De wind draait naar het ONO en de zon verdwijnt achter
een grauw wolkendek. De temperatuur wordt ook wat lager. Ik ben
benieuwd naar die windkracht 6!
's Avonds begint het inderdaad wat
harder te waaien. Bovendien gaat het regenen. Behoorlijk lang en
behoorlijk veel. Eigenlijk regent het de hele nacht door. Wat de
windkracht betreft: ik zou zeggen O5, met misschien in vlagen 6, maar
zeker geen 7! Het lijkt erop dat de Wetterdienst Hamburg wel erg aan
de veilige kant wil blijven en liever een Beaufortje te veel dan te
weinig afgeeft!
We gaan slapen terwijl de boot zachtjes
in de windvlagen heen en weer schommelt.
woensdag 21 juli 2004
Soeby naar Faaborg
De volgende morgen staat er van de wind
nog een kracht 4, die uit het NE tot N komt en bovendien geleidelijk
afneemt. De lucht is grauw en grijs met een dik wolkendek dat de hele
dag blijft hangen. De zon komt niet te voorschijn. We hebben
uitgeslapen, zodat we pas tegen 09.30 bij de bakker zijn om brood te
kopen. Daarna ontbijten we uitgebreid en vervolgens besluiten we dat
we met deze windrichting misschien net Assens kunnen bezeilen. We
steken van wal en komen al gauw tot de conclusie, dat het dus net
niet bezeild is. Op de motor en de fok gaat het net tot aan de punt
van Aeroe. Dan krimpt de wind tot nog noordelijker richtingen en
neemt bovendien verder af. Dat is waardeloos. Dan steken we liever
helemaal op in de wind en varen in een uurtje naar Faaborg. Ik zet de
nieuwe route uit op de computer en stuur de hele zaak naar de GPS,
zodat de automaat daar op kan sturen. We wijken uit voor een enkele
veerboot en varen tegen 13.00 tussen de havenhoofden van Faaborg. Het
blijkt dat we nog net op tijd zijn. Van de vrije ligboxen zijn er nog
slechts twee over, waarvan wij er onmiddellijk een in gebruik nemen.
De rest van de dag dobberen er talloze bootjes voorbij zoekend naar
een lege box en allemaal gedwongen plaats te nemen in het steeds
groeiende pakket boten, dat in een dikke stapel tegen de kant ligt.
Mazzel gehad dus!
Na een biertje en een siesta stappen we
de wal op en wandelen door de bekende straten van het plaatsje. We
zijn hier vier jaar eerder ook al geweest en kunnen dus vaststellen
wat er in die tijd veranderd is. Niet echt veel dus. In een
boekhandel koop ik een zakwoordenboekje Engels-Deens, Deens-Engels.
Gisteren heb ik geprobeerd een Deense krant te ontcijferen en
ontdekte tot mijn verrassing, dat ik daar op eigen kracht een heel
eind mee kom. Deens lijkt (behoudens een stel niet herleidbare
uitdrukkingen) een voornamelijk uit Duitse en Engelse woorden
opgebouwde taal, terwijl ook kennis van het Nederlands heel bruikbaar
blijkt. Een hoop dingen klinken vrijwel net zo als bij ons. Ik weet
niet of een Engelsman of een Duitser vanuit de kennis van zijn eigen
taal veel kan maken van een uitdrukking als 'juridisk tovtraekkeri',
maar als Nederlander zie je onmiddellijk dat die Denen het over
'juridische touwtrekkerij' hebben!
Niettemin kan het hebben van een klein
woordenboekje alleen maar tot een beter begrip van de zaak leiden,
vandaar de aankoop.
Bij de havenmeester, waar we vervolgens
langsgaan om het havengeld te voldoen zie ik dat de VVV ook in 2004
stadsrondleidingen verzorgt, die geleid worden door een acteur,
verkleed als een antieke lantaarnopsteker.
Rondlopend door de oude
straatjes van Faaborg geeft de man uitleg over de verschillende
gebouwen en vertelt enkele (sterke) verhalen over de bewoners ervan.
We hebben die rondleiding vier jaar geleden ook al eens gevolgd, maar
begrepen toen niet veel van het Deens dat de man gebruikte. Leuk om
eens te kijken of we er inmiddels meer van meenemen.
Om 20.00 haal ik het Wetterbericht
binnen. Het luidt:
VORHERSAGEN
BIS MORGEN MITTAG:
BELTE
UND SUND:
NORDOST
BIS NORD UM 4, SUND DIESIG, SEE 0,5 BIS 1 METER.
AUSSICHTEN
BIS MORGEN MITTERNACHT:
BELTE
UND SUND :
NOERDLICHE
WINDE UM 3.
Dat klopt in elk geval meer met de
werkelijkheid dan de berichten van gisteren. Niettemin weten we nog
niet wat we gaan doen. Dat hangt namelijk niet alleen van de wind,
maar ook van eventuele zon of regen af. Bovendien weten we nog niet
precies wat het toeristisch programma voor Faaborg morgen is. We
hebben iets gehoord over een tiental oude schepen, die Faaborg zouden
aandoen. Dat is misschien wel leuk om mee te maken. Mocht dat
allemaal tegenvallen, dan kunnen we ook nog doorvaren (zij het
waarschijnlijk dus op de motor) naar Assens, omdat we in die omgeving
toch nog wat fietstochten willen maken. We zullen zien.
Tegen 21.00 uur lopen we naar de
klokketoren in Faaborg. Als we daar aankomen staat er al een hele
menigte te luisteren naar de als nachtwaker/gids dienstdoende acteur.
De man is gekleed in het uniform van zijn dienst: lange zwarte jas
met glimmende koperen knopen, brede leren riem om zijn middel, kolbak
op zijn hoofd, penning van de stad aan een ketting om zijn nek, een
zilverkleurig fluitje aan een snoer op zijn borst gemonteerd, in zijn
ene hand een lans voorzien van een met lange stekels bezette knop,
waarmee je iemand heel effectief de hersens in zou kunnen slaan, in
zijn andere hand een lantaarn, voorzien van een brandende kaars. Het
geheel wordt afgerond door een grote sleutelbos, die aan 's mans
leren riem hangt.
Alle verhalen die hij vertelt zijn
helaas in het Deens, maar ik merk dat ik daar inmiddels wat meer van
begrijp van 4 jaar geleden. We beginnen bij de klokketoren van
Faaborg en lopen dan door een aantal straten van het stadje heen. Om
de paar honderd meter stopt de processie en doet de nachtwacht een
verhaal over een van de gebouwen die daar staan en/of een van mensen
die daar vroeger in gewoond hebben. Zo krijgen we bij het museum van
Faaborg een verhaal over mr. Tomato, de vroegere eigenaar en bewoner
van het complex, die zijn fortuin maakte met het inblikken van
tomaten. Omdat zijn hoofd (waarschijnlijk door alle welvaart die hij
ermee vergaarde) net zo dik en rood werd als zijn handel, werd hij al
gauw mr. Tomato genoemd. Hij heeft er per testament voor gezorgd, dat
zijn kunstverzameling voor Faaborg en de rest van de wereld bewaard
bleef door de stichting van een museum te financieren. Vervolgens
lopen we langs de Faaborgse kerk, annex het Faaborgse hospitaal, de
Faaborgse Damp Vaskeri (een met stoom aangedreven wasserij, althans
het gebouw ervan), enzovoorts, enzovoorts. Een van de laatste
fenomenen is een bronzen weergave van het oorspronkelijk in zandsteen
gemaakte standbeeld van Ymer met de koe. Dat is (ondanks alle
opwinding daarover in de tijd van het ontstaan ervan) tot het
handelsmerk van Faaborg geworden. Het betreft hier de nogal wulpse
(in 'Houwelick' van vader Cats las ik, dat wulpen destijds
verondersteld werden hun sexuele leven ongeremd en openlijk te
beleven, vandaar de uidrukking!) weergave van een naakte man, die
liggend onder een koe melk drinkt direct uit de uier van het beest.
Aan de opwinding ten tijde van het ontstaan zal ongetwijfeld hebben
bijgedragen het feit, dat de penis van de man in staat van een
duidelijk
beginnende erectie is.
Tot op de dag van vandaag is dat
onderdeel kennelijk nog steeds een pakkend moment in het geheel van
de plastiek, want terwijl de rest van het beeld het donkere patina
heeft van aan de buitenlucht blootgesteld brons, staat het genoemde
onderdeel glimmend (blijkbaar vanwege de vele aanrakingen!) te
blikkeren in de avondzon.
Het laatste stukje van de wandeling
volgen we de nachtwachter door een met stokrozen
omzoomde straat weer
terug naar de klokketoren. Onderweg zingt de man een lied, dat door
een aantal Denen meegeneuried wordt. Blijkbaar is het nogal bekend.
Ik versta er niet veel van, hoewel ik de naam 'Jesu' meen te
ontwaren. Ik houd rekening met de mogelijkheid dat dat een stukje
beroepsdeformatie is en vraag na afloop van de rondleiding waar de
tekst van het lied vandaan komt. Gelukkig spreekt de man verstaanbaar
Engels. Hij meldt mij dat het hier gaat om het laatste lied uit het
Dansk Salm Bog. Heb ik het dus toch
niet verkeerd verstaan! Zoals ik
de volgende dag in de kerk van Faaborg uitvindt, gaat het om lied
nummer 791, dat een vers
heeft voor elk uur van de nacht. Waarschijnlijk is dat lied dus ook
werkelijk door nachtwakers gebruikt om in oude tijden zingende de
tijd aan te geven. De tekst die de Faaborgse nachtwaker zong was het
vers van 21.00 uur:
|
Nu skrider dagen under, |
Nu gaat de dag tenonder, |
Terug bij de toren zong hij nog het vers van 22.00 uur:
|
Om du vil tiden vide, |
Als je de tijd wilt weten |
De vertaling is natuurlijk een beetje gewrongen, maar geeft toch een aardige indruk. Grappige bijkomstigheid is, dat (toen ik een beetje hulp bij de vertaling vroeg aan een Deense buur in de haven), de vrouw (hoewel ze zoals de meeste Denen zelden in de kerk komt!) het versje zo voor kon zingen! Kennelijk hebben de Denen het bijbrengen van de kennis van dit soort zaken beter geregeld dan wij in Nederland!
donderdag, 22 juli 2004
Faaborg
Het kost me moeite om wakker te worden
en te reageren op het piepen van de Palmtop. Toch haal ik het
weerbericht binnen. Het luidt simpel:
VORHERSAGEN
BIS MITTERNACHT
BELTE
UND SUND:
NORDWESTLICHE
WINDE 2 BIS 3, EINZELNE SCHAUERBOEEN, SEE 0,5 METER.
AUSSICHTEN
BIS MORGEN MITTERNACHT:
BELTE
UND SUND :
NORDWEST
BIS WEST 2 BIS 3.
We
hadden gisteren al besloten vandaag te blijven liggen. Op een
aanplakbiljet hebben we gezien, dat er vandaag vanaf 16.00 uur een
serie oude schepen komt binnenlopen. Ze zijn bezig zijn met het maken
van een rondje Fuenen. Daar wordt door Faaborg een soort klein
havenfeest aan vastgeknoopt, met vooral veel bier, zoals bij
'Havnefeste' te doen gebruikelijk.
Tegen
09.00 uur lopen we naar de bakker en halen daar een vers brood en een
'Kremestange', een groot stuk gebak met amandelvulling. Vervolgens
gaan we terug aan boord en nemen ons ontbijt. Ik vrees dat ik van het
verse brood wel een boterham of wat te veel eet! Maar het is ook erg
lekker. Hierna pakken we de fietsen en gaan wat boodschappen doen.
We
beginnen bij het VVV, dat zich (zoals ik me nog herinner) vlak bij
het busstation bevindt. Daar informeer ik naar de aanwezigheid van
een internetcafe. Dat is er niet. Maar wel bestaat de mogelijkheid te
internetten in de openbare bibliotheek. We krijgen een kaartje en
kunnen er zo heen fietsen.
Bij
de klokketoren hebben we een paar straatjes gezien, die vol staan met
stokrozen. Die gaan we eerst
fotograferen. Bij de toren tref ik een
fonteintje aan met een spreuk
uitgehakt in zandsteen:
|
Verden er et flyve-sand Ambrosius Stub |
De wereld is slechts stuivend zand Ambrosius Stub |
In
de omgeving van de kerk zijn kennelijk niet alleen mooie bloemen,
maar ook diepe wijsheden te vinden! Op internet vind ik later dat
Ambrosius Stub een Deense 16e eeuwse dichter-theoloog is geweest, die
kennelijk het grootste deel van zijn leven in Faaborg en Assens heeft
doorgebracht.
Hierna
willen we de tekst van het lied van de nachtwacht proberen te
achterhalen. We denken dat in de kerk van Faaborg te kunnen vinden.
Het gebouw blijkt open te zijn en als we er wat ronddwalen, begint de
organist spontaan een klein concert te
geven! Heel aardig! De kerk is
sober ingericht. Als altaarstuk hangt
er een schilderij van Jezus die
het brood breekt voor de Emmausgangers. Ik maak er wat foto's van.
Tevens hangt er in het midden van de kerk een model van een groot
zeilschip, een fregat zo te zien. In de
hal van de kerk vinden we de
gezangenboeken en inderdaag treffen we daar de tekst van de liederen
die de nachtwaker heeft gezongen. Ook daar maak ik wat foto's van,
zodat ik de tekst kan weergeven en (mogelijk) vertalen.
Dan
fietsen we door naar de bibliotheek. Daar zijn een tiental computers
beschikbaar voor het bezoeken van internet. Maar helaas zijn ze
allemaal bezet. Van de juffrouw achter de balie krijg ik een nummer,
waarmee ik kan inloggen, als er straks een machine vrij komt. Jammer
genoeg blijkt dat nogal even te duren. Kennelijk heeft niemand in
Faaborg een eigen internetverbinding en gaat de hele bevolking naar
de bibliotheek om daar gratis te internetten. Eindelijk kunnen we
achter een machine plaatsnemen en bekijk ik snel de e-mail. We lezen
een bericht van Joyce en beantwoorden dat alsmede nog een stel andere
berichten. Zoals altijd gooi ik daarna de spam weg en kom tot de
conclusie, dat de ombouw bij de DDS helaas de kwaliteit van het
spamfilter niet lijkt te hebben verbeterd! Ik krijg nu ook stapels
spam binnen op mijn gewone Inbox. We zullen hopen dat men de oude
bewakingskwaliteit spoedig weet te herstellen.
Dan
fietsen we terug naar boord en geniet ik een korte siesta. Annet
blijft lezen en gaat daarna onder de douche.
De
rest van de middag besteden we met luieren, langs de haven lopen en
de binnenkomende oude schepen
bekijken en verder heerlijk niets
(bijzonders) doen. Even na zessen gebruiken we de maaltijd en type ik
dit verslag in. Ik schrijf de Deense lied- en versteksten op een
papiertje en val de buurman lastig om een vertaling. Met mijn
woordenboekje heb ik de grote lijnen zelf al wel kunnen uitvinden,
maar een expert haalt er natuurlijk altijd meer uit. Hij vindt het
wel grappig dat ik deze dingen allemaal weten wil en vraagt me even
later of ik soms filologie heb gestudeerd vanwege die belangstelling
voor talen. Ik zeg (een beetje wijds) theoloog te zijn en verklaar
daaruit mijn aandacht voor alles wat met woorden en met tekst te
maken heeft. Er vloeit een heel gesprek uit voort.
Op
het eind van de dag lopen Annet en ik nog een keer over de haven om
het gewoel en gedruis rond de schepen te ervaren. Grote hoeveelheden
bier vloeien in allerlei biertenten en harmonicamuziek klinkt door de
luidsprekers. Op een kade wordt een wedstrijd gehouden in vis
schoonmaken en iedereen vermaakt zich kennelijk uitstekend. Ik maak
wat video- en foto-opnames van het geheel en daarna keren we terug
naar Andrea. Ik neem zelf ook nog een biertje en zet de koers naar
Assens in de computer. Voor morgen als we die kant denken op te gaan.
Maar misschien verandert dat nog! Per slot van rekening: 'Verden er
et flyve-sand' ... En dat geldt zeker van onze zeilplannen!
vrijdag,
23 juli 2004
Faaborg naar Assens
Tegen
8 uur word ik wakker van het gepiep van de Palmtop. Als ik de antenne
aansluit op het achterstag, zit de buurman al in de kuip van zijn
boot. Hij meldt dat hij al een 'Wetterfrosch' gezien heeft: een klein
radioontvangertje afgestemd op Pinneberg en voorzien van een klein
geheugen, dat je met USB kunt uitlezen op de computer. Dat lijkt me
wel erg makkelijk! Je draagt het ding gewoon bij je en automatisch
worden de weerberichten ingelezen en opgeslagen. En als je ze nodig
hebt, lees je het apparaat even uit. Zal wel weer peperduur zijn,
naar ik vrees.
Voorlopig
doe ik het dus nog maar op de oude manier. Achterstagantenne
gekoppeld aan de HAM ontvanger en die weer gekoppeld aan de
geluidskaart van de laptop, die op zijn beurt wordt uitgelezen door
een radioprogramma, dat van de piepjes weer fatsoenlijke tekst weet
te maken. Het weerbericht luidt als volgt:
VORHERSAGEN
BIS HEUTE MITTERNACHT:
BELTE
UND SUND:
UMLAUFEND
2 BIS 3, FRUEHNEBELFELDER, ABENDS GEWITTERBOEEN, SEE 0,5 METER.
AUSSICHTEN
BIS MORGEN MITTAG:
BELTE
UND SUND :
UMLAUFEND
3, NORDWESTDREHEND 4.
We
maken ons ontbijt klaar en wisselen met de buurman nog visitekaartjes
uit. Grappig en nooit weg: altijd goed in een buitenlandse haven (de
buren wonen in Soenderborg!) wat kennissen te hebben.
Daarna
maken we het schip gereed voor vertrek naar zee. Vervolgens trekken
we de boot uit de box en weg zijn we. Het is nogal druk op het water.
Veel mensen willen naar buiten en in de vaargeul waan ik me even op
het IJsselmeer, zo druk is het! Bij de verschillende afslagen neemt
de drukte rap af en als we boven Lyø langs varen wordt het al
rustiger.
De
koers loopt via waypoints bij de punt van Lyø en de vuurtoren
van Helnæs naar de ondiepte van Turø bij Assens. De
stuurautomaat doet weer het grootste deel van het werk, zodat ik van
de hele reis (die zo'n vier uur duurt) amper een half uur stuur. De
wind is vrijwel de hele tijd ZO en van kracht 2 tot 3. Met de motor
bij is dat net genoeg om de fok vol te houden en het schip een
snelheid van 6,5 knopen te geven. Het heeft met deze wind geen zin
alleen op de zeilen te gaan. Dat zou dobberen worden. En als ik
ergens een hekel aan heb ...!
Zodoende
lopen we omstreeks 13.15 de haven van Assens binnen en kunnen na enig
zoeken aan de 'Gastesteg' aanleggen, daarbij geassisteerd door twee
vriendelijke Deense buren. We wisselen even wat gegevens uit over
havens van herkomst, duur van de vakantie en dergelijke. Volgens onze
buren zal het weer zo blijven als het nu is en is de zomer derhalve
eindelijk begonnen. We helpen het hen hopen, maar of het echt waar is
...?
We
beginnen ons verblijf in Assens met een borrel en een siesta. Daarna
zullen we de havenmeester betalen en voor vanavond staat een bezoek
aan het locale havenrestaurant (met de merkwaardige naam 'Maagen',
die volgens het woordenboek iets zou kunnen betekenen als
'kabeljauw') op het menu.
Na
de siesta lopen we een rondje over de haven. Er blijken nogal
drastische veranderingen te zijn aangebracht sinds we hier de laatste
keer waren. En helaas zijn het veranderingen, waar wij in het
algemeen niet zo blij mee kunnen zijn. Assens was altijd al een
behoorlijk commercieel gerunde haven, maar kennelijk hebben de
geldwolven nu het roer helemaal overgenomen. Alle sanitaire diensten
(niet alleen gebruik van wasmachine en douche, maar ook van wc en
afvalcontainer) moeten tegenwoordig met een op de haven aan te
schaffen en op te laden chipkaart worden betaald! Dat je voor douches
en wasmachine moet betalen, daar kunnen wij inkomen. Maar dat je dat
ook moet voor het gebruik van de WC en het gebruik van de
afvalcontainer? Ik vrees dat de commercie hier in zijn eigen voet
schiet. Er zijn immers gratis manieren om overbodige afvalstoffen
kwijt te raken. En die zullen waarschijnlijk eerder gebruikt worden
dan de manieren waarvoor betaald moet worden. Nu al zien we bij het
afvaldepot dat er tientallen zakken huisvuil boven op de containers
liggen. Kennelijk met een welgemikte zwaai gratis naar binnen
geworpen. En dan mag je nog blij zijn, dat het vuil niet op
willekeurige plekken gedumpt wordt. Of deze verandering een
verbetering is? De tijd zal het leren!
Het
havenfront wordt hier (overigens net als in Faaborg, en waar
eigenlijk niet?) ook drastisch veranderd. De eerste geraamtes van
nieuw te bouwen vakantiehuisjes staan er al. Enkele tientallen zullen
er uiteindelijk gaan komen. Met uitzicht op de Kleine Belt, en het
uitzicht van alle andere havenbewoners grondig verpestend. Maar de
verkoopprijzen liggen (omgerekend) rond de 250.000 euro, dus er
zullen wel een aantal kassa's heel hard gaan rinkelen. Jammer hoor!
Nee
... Assens is wat ons betreft een heel aantal plaatsen gedaald op de
ranglijst van geprefereerde havens ...
Als
om de zaak rond te maken begint het hierna te regenen. Dat doet de
deur dicht. We eten aan boord. En we gaan morgen weg!
Om
18.00 eten we en daarna pakken we de fietsen. Het is even droog
geworden en we willen toch nog iets van Assens gaan zien. Het blijft
bij een klein tochtje. We komen een supermarkt tegen, die wonder
boven wonder nog open is en kopen daar Ymer en een krant. Met een
grote boog rijden we verder en komen in de buurt van de begraafplaats
bij een prachtig aangelegd park. Engelsen hebben de naam van parken
te kunnen aanleggen, maar de Denen kunnen er ook wat van! Een leuke
voliere met allerlei vogels, een vijver met eenden en gansen,
eigenlijk bijna een soort kinderboerderij. Op een veldje heeft men
van oude, kale boomstammen een stel kinderspeeltuigen gemaakt: een
grote olifant, met een echte slurf en grote oren, een krokodil met
opengesperde bek, een slang, allemaal van hout. Dus wel griezelig,
maar niet echt om bang voor te wezen. We lopen langs een
waterspuwende kikker en verlaten dan weer het park. Nog een kort
ritje langs hoog opgroeiende stokrozen, vol in bloei, en we zijn weer
op de haven.
We
bergen de fietsen op, zetten koffie en nemen ons voor een of meer
DVDs te gaan bekijken, die we speciaal hebben meegenomen voor
regenachtige avonden.
Dat
wordt dus Harry Potter en de Steen der Wijzen. Leuke film, knap
gemaakt. Omstreeks 23.00 uur gaan we naar bed.
zaterdag
24 juli 2004
Assens naar Middelfart
Tegen
07.00 uur word ik wakker van het geklapper van vallen tegen de mast.
De wind is niet alleen gedraaid naar het NW, maar ook iets in kracht
toegenomen, wat dus nogal wat lawaai veroorzaakt. Ik moet er een
aantal keren uit voor het lawaai eindelijk tot redelijke proporties
is teruggebracht. Als ik om 08.00 uur de weerberichten ophaal zie ik
dat de buren aan de rechterkant hun boot al aan het losgooien zijn.
Ze willen naar Middelfart. Dat willen wij ook, maar ik verwacht niet
dat we ze terugzien, omdat er een aantal havens in dat plaatsje zijn
en zij waarschijnlijk een andere zullen kiezen. Terwijl ik assisteer
bij het losmaken van hun schip, merk ik dat onze steiger inmiddels
(eveneens door het draaien van de wind) lage wal is geworden. De hele
rij schepen ligt te deinen alsof we tegen windkracht 4 invaren. Extra
reden om niet te lang te blijven liggen.
Annet
smeert alvast wat boterhammen, terwijl ik het schip gereed maak voor
vertrek. Voor het uitvaren uit de box pak ik een extra lange lijn,
die moet helpen de kop van het schip in de wind te houden, terwijl we
het schip langzaam naar achteren trekken. Dat lukt en omstreeks half
10 zitten we tussen de havenhoofden. Daarna varen we recht tegen
windkracht 4 – 5 in. Er is nogal wat buiswater, maar gelukkig
komt het niet over de kuip. De stuurautomaat doet zijn werk, en ik
hoef alleen maar te kijken of het goed gaat. Bij het eerste waypoint
aangekomen merk ik, dat we nu nog scherper tegen de wind in moeten.
Bovendien lopen hier hogere en langere golven die recht uit de
Bredningen op ons af komen. Het duurt nogal even voor we daar uit
zijn, maar we vorderen gestaag. Op de Bredningen zelf aangekomen
proberen we even de fok bij te zetten. Al gauw merk ik, dat we (om
hem vol te houden) jammerlijk van de koers af moeten, waar we (gezien
ons voornemen in de Kongebro haven te gaan liggen) geen zin in
hebben. Als je daar te laat komt, is er beslist geen plaats meer, dus
doorvaren! In de buurt van de Snaevringen krijgen we een knoop stroom
mee. En als we de fok op het laatste stukje kunnen bijzetten, gaan we
zelfs bijna 2 knopen harder! Zodoende liggen we om ongeveer 12.10 al
voor de wal. We pakken de fietsen en rijden naar het stadje in de
veronderstelling dat alle winkels al dicht zullen zijn. Maar dat is
niet zo. Er is markt, en er speelt een muziekgroepje op het plein, en
de winkels zijn allemaal open. Zodoende kunnen we nog wat nodige
inkopen doen voor het weekend en brengen we een bezoek aan het VVV,
waar we weten dat een internetcomputer voorhanden is. Ik controleer
de e-mail en constateer dat ik alleen maar spam heb binnengekregen,
zodat ik heel snel klaar ben. Nog een berichtje aan Reynold en we
rijden weer terug naar de boot. Daar aangekomen drinken we een borrel
en houden een siesta.
Vervolgens
gaan we in de kuip zitten kijken naar de boten die in de haven
tevergeefs een plaatsje proberen te vinden en daarna onverrichterzake
weer naar buiten varen. Het is natuurlijk een beetje twijfelachtig
vermaak, maar als er om vijf uur een Nederlandse schipper met een 15
(!) meter lange Hallberg Rassey om een ligplaats naar binnen vaart,
krijgt bij mij het vermaak toch de overhand! De boot kan in de haven
niet eens keren! Onnodig te zeggen, dat meneer een andere ligplek
zoeken moet ...
's
Avonds maken we nog een wandeling door de bossen vlak boven de haven.
De oever loopt hier namelijk zeer steil op en is dicht bebost. We
volgen een smal, slingerend pad omhoog langs meters diepe afgronden
en lijken diep in een woud verdwaald geraakt, als we op 20 meter
naast ons de asfaltweg naar Middelfart ontdekken. We volgen hem naar
de 13e eeuwse kerk, waar we morgen de dienst hopen bij te wonen. Op
het mededelingenbord lezen we, dat de kerkdienst om 10.30 zal
aanvangen. Ze zijn in elk geval niet matineus, die Middelfartse
christenen! Ik ben benieuwd of ik met mijn nieuw verworven kennis van
het Deens in staat zal zijn nu iets meer van de verkondiging mee te
nemen dan in vorige jaren het geval was. Het zal wel tegenvallen,
want er is een gigantisch verschil tussen de manier waarop de Denen
hun taal schrijven en de manier waarop ze hem uitspreken. Ze slikken
meer dan de helft in!
Terug
aan boord gaat Annet koken, wat in dit geval wil zeggen, dat ze de
vanmiddag gekochte 'frikadeller' bakt. Voor de rest bestaat de
maaltijd uit koude, al voor gebruik gerede producten. Niettemin
allemaal erg lekker! De maaltijd wordt afgesloten met een kommetje
Ymer, dat we vanmiddag bij de Aldi gekocht hebben.
Het
hangt een beetje af van het weer, maar wellicht blijven we hier ook
morgennacht liggen en gaan we morgenmiddag een stukje fietsen in de
omgeving. Voor de rest staan er wat ons betreft nog bezoeken aan de
steden Horssens en Vejle op de verlanglijst, maar ook dit is allemaal
weersafhankelijk!
We
brengen de avond lezend in de kuip door. Een van de weinig avonden
dat dat kan in deze vakantie! In een reclameblaadje over Fuenen lees
ik dat het woord 'sand' (zie het gedicht van Stub) als adjectief ook
'waar' of 'waarachtig' kan betekenen. Het toeristenblad gebruikt het
zinnetje 'Naturen er en sand perle' oftewel 'De natuur is een ware
parel' ... Kijk ... kennelijk zit er in het gedicht dus een dubbele
bodem via dat woordje 'sand'! Het gaat niet zozeer om 'zand' als wel
om 'waarheid' ... Grappig om daar op deze manier achter te komen!
zondag,
24 juli 2004
Middelfart
Als
ik om 7 uur even wakker word, merk ik dat het regent. Ik draai me dus
nog maar eens om. Voorlopig hoef ik nog niet op te staan. Tegen half
negen wordt dat anders. Ik had me voorgenomen om eerst nog even onder
de douche te gaan, zodat ik tegen 09.00 uur met een tasje en spullen
de kant van het toiletgebouw op loop. Daar blijkt dat ik nummertjes
moet trekken. Er zijn al tenminste twee wachtenden voor mij. Gelukkig
duurt het allemaal niet lang. Weldra kan ik gedouched en wel het pand
weer verlaten en maken Annet en ik ons op het ontbijt te gebruiken.
Omstreeks 10.15 lopen we naar de kerk aan de Algade. Het is tien
minuten lopen en als we bij de kerk komen zien we dat het plein al
vol staat met auto's. In de kerk gekomen zien we dat de
belangstelling voor de dienst ook aanzienlijk is. Veel meer
kerkgangers dan we in een normale Deense Lutherse dienst gewend zijn.
Al snel blijkt wat de reden is. Verschillende dames lopen in hun
netste kleren met op hun arm een baby die ook helemaal opgetut is.
Kennelijk is er dopen! De voorste banken dicht bij de preekstoel zijn
bezet door vrienden en kennissen van de verschillende doopouders. Als
de dienst begint schrijden deze laatsten met hun kroost voor de
dominee uit de kerk binnen. Gedurende de hele dienst blijft het een
beetje rommelig omdat een aantal kinderen van kerkgangers achter in
de kerk wordt beziggehouden aan een tafel met tekenspullen. Uiteraard
kan dat niet geruisloos en naarmate de tijd verstrijkt neemt het
volume van de kinderstemmen steeds meer toe. De dienst zelf is
behoorlijk standaard. Eerst vindt de doop plaats. Een meisje van een
jaar of 8 en drie babies worden gedoopt. Elk stel ouders en peters en
meters krijgt dezelfde vragen te horen, waarop tot een aantal keren
toe met 'ja' wordt geantwoord. Dan komt de eigenlijke doop en
tenslotte worden de doopouders gezamenlijk nog kortelings
toegesproken.
Vervolgens
begint de woorddienst. Er wordt gelezen uit de Romeinenbrief en een
gedeelte uit de Bergrede, waarna de preek gaat over de bezorgdheid:
Ziet naar de vogelen des hemels, hoe ze zaaien noch maaien, en toch
voedt uw hemelse Vader ze ... enzovoorts.
Helaas
draagt mijn nieuw verworven kennis van het Deens niet bij tot het
begrijpen van de preek. De gezangen kan ik nu wel veel beter volgen,
maar bij de preek blijft mijn begrip beperkt tot slechts enkele
woorden. Overigens kan ik ook daaraan al merken, dat de dominee (ook
hij is voorzien van zo'n prachtige 16e eeuwse kanten kraag, die
kennelijk tot zijn ambtskleding behoort!)
nogal
fors uitpakt. Hij praat tenminste over 'concentratiekampen,
atoombommen op Hiroshima en Nagasaki' en dergelijk zwaar geschut
meer, zodat ik wel vermoed welke kant het verhaal uit gaat. Voor de
rest wordt er tijdens de preek geen enkele keer gelachen, wat mij een
zeer ernstig manco van het geheel lijkt te zijn!
Na
de woorddienst wordt overgegaan tot de dienst van de tafel. Een deel
van de kerkgangers loopt naar voren om aan de communio deel te nemen,
de rest verlaat het kerkgebouw. Wij sluiten ons bij het laatste deel
aan en lopen langzaam terug naar de haven.
Onderweg
komen we langs de 'Lillebælt Skibs- og Bådsværft'
waar we op de heenweg al een spandoek hadden zien hangen met de tekst
'Open Hus'. We lopen er dus maar even heen. Buiten staan een man met
een kettingzaag een ruwe boomstam te bewerken. Vlak bij staan een
aantal reeds voltooide kunstwerken: een Viking met hangsnor en
gehoornde helm, een uil met twee hele grote ogen, en nog wat
onbestemde beeldhouwwerken. Wat het onderhavige stuk hout moet worden
is niet duidelijk. Het kan nog alle kanten op. Binnen in de
werkruimte zien we een aantal tafeltjes met producten van huisvlijt:
knipwerk, schilderijtjes, keramiek, van touw gevlochten vloermatten
en dergelijke. Het meest interessant is een tafeltje waarachter een
oude dame bezig is een 'Præstekragen' te stijven, eenzelfde
exemplaar als we zonet de dominee hebben zien dragen! De vrouw heeft
daartoe de kraag op een mal gespannen en stijft de rolletjes een voor
een met een soort schroevendraaier, waarvan ze er drie in gebruik
heeft. Terwijl er een gebruikt wordt, liggen de andere twee op een
gascomfoortje om weer warm te worden. Het is kennelijk al een heel
oud handwerk, maar de oude dame beheerst het tot in de puntjes! Het
stijven van een complete kraag duurt volgens haar zeggen ongeveer 5
kwartier. Daarna kan het ding (bij zorgvuldige behandeling) een
aantal maanden gebruikt worden, waarna de kraag opnieuw in de was gaat
en
opnieuw gesteven moet worden. Als het exemplaar dat ze onderhanden
heeft eindelijk klaar is, wordt hij in een vierkante doos gelegd
met een gazen hoes daar overheen gespannen. Zo kan de kraag drogen en
kan er toch geen rommel op vallen. Leuk om te zien hoe dit soort
antieke karweitjes gedaan wordt!
Als
we teruglopen naar de boot zie ik plotseling in de regenbuien de
Panacea op de Snævringen voorbij varen! Het is een heel
herkenbaar schip: twee voorstagen, redelijk hoge kajuit, bijboot,
Nederlandse vlag, donkerkleurige romp ... Kan niet missen. Ik roep
het schip nog wel aan, maar de afstand is te groot. De opvarenden
horen me niet.
Terug
aan boord vinden we een briefje van een buurman, waarin hij ons
verzoekt in een andere box te gaan liggen. De eigenaar van onze
huidige box komt vanmiddag terug en wil dan uiteraard zijn ligplaats
weer hebben. We gooien onmiddellijk los en varen naar de overkant van
de haven. Daar is een box leeg, waar wij precies in passen. Als we
goed en wel vast liggen, komen er nog twee of drie boten de haven
binnendrijven op zoek naar een ligplaats. We hadden dus ook niet
later moeten zijn! Als alle werkzaamheden verricht zijn, doe ik via
de marifoon nog een oproep naar de Panacea op kanaal 10 en kanaal 16,
maar er wordt niet op gereageerd. Kennelijk hebben ze de marifoon
niet bij staan.
Intussen
valt de regen bij bakken uit de lucht en gebruiken wij koffie en
daarna een borrel, terwijl ik dit verhaal invoer. Als het vanmiddag
droog wordt, gaan we nog een eindje fietsen. En anders gaan we alleen
maar luieren!
Na
de siesta maken we ons gereed om te gaan fietsen. Maar het regent bij
voortduring. Pas als het tegen 17.00 uur een beetje droger wordt,
besluiten we toch om weg te gaan. We kunnen onze plannen per slot
niet helemaal door het weer laten bepalen. We zijn nauwelijks in
Middelfart als de regen zodanig toeneemt, dat we ook de regenbroeken
moeten aantrekken. Zo fietsen we verder langs de Snævringen,
waar schitterende huizen staan met nog schitterender uitzicht op het
water en alle beweeg daar van boten en bootjes. In het plaatsje Strib
aangekomen
volgen we fietsroute 30 naar rechts en moeten we hard klimmen de
heuvels in. De regenpakken worden van buiten door de regen en van
binnen door onze transpiratie kletsnat gemaakt. Toch fietsen we
verder. Eindelijk begint het wat droger te worden en kunnen we in elk
geval de regenbroeken weer uittrekken. We vervolgen de route tot
Korsbjerg en rijden dan door naar Vejlby. Vandaar gaan we langs een
provinciale weg terug naar Middelfart. Als we daar zijn heeft Annet
eigenlijk geen zin meer om te koken en besluiten we naar een pizzeria
in het centrum te gaan. Het lijkt er eerst op dat ze geen tafeltje
meer vrij hebben, maar binnengekomen blijkt dat mee te vallen. We
bestellen elk een pizza, waarbij Annet een pilsje drinkt en ik een
groot glas sodavand met citroensmaak. En een groot glas is dan een
glas van 0,8 liter! Niettemin komt het helemaal op, want ik had door
het fietsen wel een beetje dorst gekregen.
Na
het eten rijden we weer naar de haven, alwaar we op het laatste
moment de havenmeester weten te onderscheppen zodat we aan hem onze
betalingsverplichtingen nog kunnen voldoen. In dit geval had dat niet
zozeer met integriteit te maken als wel met eigenbelang: als je niet
betaald hebt, komt hij de volgende morgen om 7 uur al op je boot
bonken om je alsnog te laten betalen. Dat weten we op deze manier
gelukkig te voorkomen.
Als
de regenwolken eindelijk zijn verdwenen, kunnen we in de kuip nog wat
van de avondzon genieten. Heerlijk!
Om
20.05 haal ik het Seewetterbericht binnen. Het luidt:
VORHERSAGEN
BIS MORGEN MITTAG:
BELTE
UND SUND:
SUEDWEST
4, SPAETER UMLAUFEND 3, SCHAUERBOEEN, SEE 0,5 METER.
AUSSICHTEN
BIS MORGEN MITTERNACHT:
BELTE
UND SUND :
WESTLICHE
WINDE 4.
Als
dit allemaal een beetje uitkomt, denken we morgen naar Vejle te
varen. We zouden een groot stuk moeten kunnen zeilen, en misschien
wel de hele reis. Van onze Duitse buurman horen we dat in de buurt
van Vejle de locatie Jyddinge zou moeten liggen, waar de eerste
Vikingkoningen zouden hebben geresideerd. Misschien is dat een
bezoekje waard. We zullen zien.
maandag,
26 juli 2004
Middelfart naar Vejle
Het
is 08.00 uur als de Palmtop afgaat. We zijn dan al bezig wakker te
worden. We ontbijten in de kuip. De zon schijnt enigszins en het is
vrijwel windstil. Het lijkt erop, dat de tocht naar Vejle op de motor
zal moeten gebeuren. Na het ontbijt maken we de boot gereed voor
vertrek. De fietsen worden weer opgeborgen, we tanken water, halen de
huik van het grootzeil, enzovoorts. Ik start de motor en maak daarna
de computer gereed. Losgooien en de haven uitvaren duurt maar even en
weldra zitten we op de Snævringen. Daar staat een dikke knoop
stroom tegen, zodat we maar amper 5 knopen kunnen volhouden. Weldra
kan de stuurautomaat ingeschakeld worden en deze zal het grootste
deel van de reis aan het roer staan. Pas in de geul bij Vejle neem ik
de zaak weer over. Er staat weinig tot geen wind. Zo nu en dan komt
er even wat meer en zet ik de fok bij. Maar het mag geen naam hebben.
Samen met een stel andere zeilboten varen we op de motor de
Snævringen uit. Het keerpunt in de route ligt bij het licht van
Trelde Næs, waarna we nog een dikke anderhalf uur de fjord in
moeten varen. De reis levert geen bijzonderheden op. Behalve dat ik
halverwege de Vejle Fjord opeens een melding krijg van de GPS dat er
sprake zou zijn van 'Poor GPS coverage' wat zoveel inhoudt dat er te
weinig satellieten beschikbaar zouden zijn om een positie te
berekenen. Dat is natuurlijk onzin, want er zijn er minstens 10! Maar
intussen betekent het wel, dat de route naar Vejle niet zichtbaar
gemaakt kan worden, dat Fugawi niet meer weet waar het schip zich
ergens bevindt en dat de stuurautomaat begint te klagen (= piepen)
dat hij onvoldoende informatie van de GPS krijgt. Ik vermoed, dat er
sprake is van een kleine storing in het antennesignaal en reset de
hele GPS. Gewoon uitzetten en weer aan. Dat blijkt voldoende te zijn.
De machine start gewoon op, zoekt alle nodige satellieten bij elkaar
en geeft weer gewoon een positie. Wat het probleem precies geweest
is? Geen idee!
Omstreeks
12.30 beginnen we aan de vaart door de betonde geul naar Vejle en om
13.00 uur liggen we voor de kant. Vlotter gegaan dan we gedacht
hadden.
We
lopen naar de havenmeester en betalen het liggeld voor de nacht.
Daarna pakken we de fietsen rijden naar het centrum van de stad. De
situatie lijkt een beetje op Kolding: een jachthaven vlak bij een
redelijk grote handelshaven met allerlei industrieen daar omheen.
Alleen is de afstand naar het centrum hier niet zo groot als daar. We
lopen door het voetgangersgebied en brengen een bezoek aan het
Økolariet oftewel het Ecolarium. Dat is een museum, waarin
informatie wordt gegeven over natuur, milieu en energie. Natuurlijk
spreekt de Deense brochure uitvoerig over de uitgebreide 'oplevelses'
(= ervaringen) die je daar kunt opdoen, want dat schijnt het toppunt
van Deens geluk te zijn: het opdoen van 'oplevelses' ... Maar het is
inderdaad ook wel een aardig museum, met een hoop video informatie
over van alles en nog wat het milieu, de natuur en onze leefomgeving
betreffende. Wat betreft het puntje 'energie' wordt vooral aandacht
besteed aan het huishouden en met name aan apparaten op dat gebied,
die zuinig zijn met energie. Wel is het een beetje jammer, dat in de
compleet uitgeruste keuken iemand staat, die verdacht veel op een
verkoper van dat soort keukens lijkt. Hij heeft nog net geen
verkoopstaatjes bij zich, maar voor de rest ... Maar ja ... waar
heeft de commercie en het grote geld in Europa eigenlijk niet
toegeslagen? Jan Peter zal het in elk geval niet keren tijdens zijn
voorzitterschap, dat is wel zeker!
Terugrijdend
richting boot zien we een grote supermarkt, waar we nog snel wat
brood en andere spullen kunnen inkopen. We hadden dat brood eerlijk
gezegd liever bij een echte bakker aangeschaft, maar het lijkt erop
dat de groothandel in Vejle de zaak heeft overgenomen. Hierna
fietsen we weer naar de haven en zitten daar nog wat in de kuip,
lezend en luierend.
Om
17.45 uur haal ik het Mittelfrist weerbericht binnen. Het luidt als
volgt:
VORHERSAGEN
VON MO, 26.07.2004 00 UTC:
WINDSTAERKE
BEAUFORT, WELLENHOEHE METER
BELTE/SUND
(55.5N 10.9E) WT: 16 C
DI
27. 00Z: W-NW 4 0.5 M //
DI
27. 12Z: W-NW 3 / 0.5 M //
MI
28. 00Z: N 3-4 / 0.5 M //
MI
28. 12Z: N 3 / 0.5 M //
DO
29. 00Z: N 4 / 0.5 M //
DO
29. 12Z: N-NE 5-6 / 6-7 0.5 M //
FR
30. 00Z: NE 4-5 / 0.5 M //
FR
30. 12Z: E 4 / 0.5 M //
SA
31. 00Z: E 4-5 / 0.5 M //
SA
31. 12Z: E 3-4 / 0.5 M //
WESTL.OSTSEE
WT: 16 C
DI
27. 00Z: NW 3-4 / 0.5 M //
DI
27. 12Z: NW 4 / 0.5 M //
MI
28. 00Z: N 4 / 0.5 M //
MI
28. 12Z: N 3 / 0.5 M //
DO
29. 00Z: NW-N 4-5 / 0.5 M //
DO
29. 12Z: N 5 / 6-7 1 M //
FR
30. 00Z: NE-E 5 / 1 M //
FR
30. 12Z: NE-E 4-5 / 1 M //
SA
31. 00Z: NE-E 5 / 6-7 1 M //
SA
31. 12Z: NE-E 4 / 0.5 M //
Na
bestudering van dit weerbericht en overwegend, dat we inmiddels aan
de tweede helft van onze vakantie zijn begonnen en dat we (gezien de
weersomstandigheden dit jaar) wat extra ruimte nodig hebben om weer
in Nederland terug te komen (we willen twee tot drie dagen extra
inplannen om desnoods via het Haren-Ruetenbrockkanaal te varen)
besluiten we morgen Vejle weer te verlaten en voorzichtig met de
terugreis naar Kiel en verder aan te vangen. Gezien dit weerbericht
zit het er dik in dat we deze week tenminste 1 of 2 dagen ergens
verwaaid zullen liggen, zodat we in elk geval niet verder noord
zullen gaan. Als havens voor morgen komen Erritsø, Skærbæk
of Middelfart in aanmerking.
dinsdag
27 juli 2004
Vejle naar Sottrupskov
Hoewel
we gisteren besloten hadden dat we vandaag om 07.00 uur zouden
opstaan, is dat wel heel erg vroeg. Het kost moeite om dit tijdstip
uit bed te komen. Toch doen we het en maken het schip gereed voor
vertrek. We maken de landvasten los en manoevreren het schip uit de
box. Daarna varen we eerst naar de dieselsteiger teneinde de tank op
te toppen. Dat gebeurt op eenzelfde manier als we indertijd in Assens
hebben meegemaakt: een geldautomaat op de wal moet van een aantal
bankbiljetten worden voorzien, waarna er aan de steiger getankt kan
worden. Dit keer gooien we 200 kronen in de machine en krijgen tot
onze verbazing voor 213 kronen diesel verstrekt. Kennelijk heeft de
vorige afnemer het volle pond niet gekregen en mogen wij het restant
van hem nog ontvangen. Nu ja ... we beschouwen het maar als een
kleine restitutie voor de 10 euro's die we in Assens aan een
dergelijke machine zijn kwijtgeraakt!
Hierna
start ik de motor en varen we de Vejle Fjord uit. Eerst door de
vaargeul, later door de fjord zelf. De wind is W kracht 4, de zon
schijnt en in de lucht bewegen zich talloze mooiweer wolken, kortom:
een schitterende dag. Omdat we al voor achten op het water zitten
hebben we in eerste instantie de fjord voor onszelf alleen. Er is
helemaal niemand te zien! Bij de uitgang van de fjord wordt dat
anders. Vooral in de richting van de Snævringen zijn ettelijke
zeilboten te zien, die of naar het oosten of naar het westen varen.
Als we de hoek van de Vejle Fjord gerond hebben zetten we de fok (die
we vanaf Vejle al bij hadden staan) strakker aan de wind. De
windkracht lijkt inmiddels toe te nemen tot onderin de 5, maar er is
geen enkele noodzaak tot reven. Met een snelheid van soms meer dan 7
knopen (kennelijk hebben we hier een knoop stroom mee) stuiven we
richting Middelfart. Het verloopt allemaal zo voorspoedig, dat we
rond 11 uur al bij de Kongebro zijn. Derhalve besluiten we door te
varen, tenminste tot Ærøsund en misschien wel verder. Op
motor en fok varen we de Snævringen door en komen zo rond 12.30
in de Bredningen. Daar zetten we het grootzeil bij en de motor uit en
zeilen naar Ærøsund. Op enige afstand zien we een
platbodem varen waarin we de Trijn van Leemput menen te herkennen. We
zijn schip en bemanning twee jaar geleden in Holtenau al eerder
tegengekomen. Helaas is het naambord van het schip zo klein, dat we
het ondanks onze nieuwe kijker niet echt kunnen lezen. Maar het
silhouet van het schip en de bemanning doet ons wel heel erg aan
genoemd schip denken. Pas ter hoogte van Ærøsund blijkt
dat het inderdaad de Trijn is. Via de
marifoon praten we even bij. De
Trijn is al voor de 9e week in de Oostzee. Voorzichtig maakt de
bemanning nu aanstalten weer terug te gaan naar Nederland. Als ze
horen dat wij nog maar dik twee weken bezig zijn, maken ze
meelijdende geluiden. Dat is nog maar kort! Ik meld, dat dat
hopenlijk volgend jaar anders zal zijn. Dan hoop ik in de VUT te zijn
en meer tijd te hebben om echt belangrijke dingen te doen! De Trijn
gaat met in de vakantie verworven kennissen ankeren in de Genner
Fjord, wij gaan (hebben we al varende besloten) verder naar
Sottrupskov Bro, waar we een ligplaats hopen te vinden en in het
restaurant te gaan eten. We wensen elkaar een goede verdere vakantie
en wie weet tot ziens!
Hierna
beginnen we met de oversteek van de Lille Bælt in de richting
van de Als Fjord. De snelheid komt eigenlijk het hele stuk (dat
anderhalf uur duurt) niet onder de 5 knopen. Heel goede snelheid voor
ons schip! Bij de Als Fjord aangekomen laten we het grootzeil zakken
en gaan op motor en fok verder. Om 18.00 uur liggen we in Sottrupskov
voor de kant. De eerste teleurstelling laat niet lang op zich
wachten. Bij het restaurant aangekomen treffen we een briefje aan,
waarop staat dat ze tegenwoordig niet alleen op 'mandag' maar ook op
'tirsdag' 'lukket' zijn. Dat betekent dat het of heel goed of heel
slecht gaat met de zaak, maar bovenal dat wij wederom zelf voor ons
eten zullen moeten zorgen. Gelukkig hebben we voldoende middelen aan
boord om dat te regelen, maar we hadden eigenlijk gehoopt op een
etentje in de Kro! Nu ja ... in Duitsland dan maar.
Even
nadat we hebben aangelegd, komt er een Duitse zeilboot naar de
steiger varen. Ik assisteer even bij het aanleggen en krijg even
later door een meisje van dezelfde boot de vraag voorgelegd of ik ook
vislijn voor haar heb, omdat ze krabbetjes wil vangen. Ik denk dat we
dat niet hebben, maar Annet tovert een rolletje uit onze spullen
tevoorschijn. Het meisje is helemaal gelukkig en bedankt ons uitvoerig.
Even later is ze druk bezig met krabben te vangen. Als ik informeer
hoe de vangst is, biedt ze me als tegenprestatie een grote
chocoladereep aan. Hoewel ik het serieus probeer, lukt het me niet om
het ding te weigeren, zodat ik haar op mijn beurt maar vriendelijk
bedank. De rest van de avond brengen we lezend en luierend door.
woensdag,
28 juli 2004
Sottrupskov naar Flensburg
Ik
sta om 08.00 uur op en haal het weerbericht binnen. Het luidt:
VORHERSAGEN
BIS HEUTE MITTERNACHT:
BELTE
UND SUND:
WEST
3 BIS 4, SPAETER SCHWACHWINDIG, STRICHWEISE DIESIG, SEE 0,5 M.
WESTLICHE
OSTSEE:
NORDWEST
3, ABENDS NORDOSTDREHEND, STRICHWEISE DIESIG, SEE 0,5 METER.
AUSSICHTEN
BIS MORGEN MITTAG:
BELTE
UND SUND :
SCHWACHWINDIG,
SPAETER NORDOST 3.
WESTLICHE
OSTSEE :
NORDOST
3.
Het
weer lijkt eindelijk wat rustiger te worden, maar helaas is de hemel
grauw en grijs en zal dat de hele dag zo blijven. Gisteren hebben we
besloten vandaag richting Flensburg te gaan. In Kappeln zijn we per
slot al eerder geweest en in Flensburg nog nooit. Ik heb een koers
uitgezet de fjord in en met een paar uur zouden we er moeten zijn.
We
vertrekken om 09.15 en stomen rustig door de Alssund naar
Soenderborg. We verwachten voor de brug te zullen moeten wachten,
maar dat blijkt erg mee te vallen. We hebben net de motor stationair
gezet als opeens de brug opengaat en we mogen doorvaren. Keurig!
Buiten gekomen schakel ik de stuurautomaat in en deze laat de boot
richting Flensburger Foerde varen. Het weer wordt echter geleidelijk
aan slechter. Niet alleen dat de lucht grauw en grijs is, er hangt
ook een merkwaardige mist boven de heuvels op het land. Als we
dichterbij komen merken we, dat het in feite een heel dunne miezerige
motregen is. Nauwelijks te voelen op je huid, maar wel zichtbaar op
mijn bril en ook merkbaar door de koude die hij met zich meebrengt.
Echt miserabel weer is het! En dat voor een dag die eigenlijk volop
zomers zou moeten zijn! Intussen vaart de boot gestaag door, en na
een heel aantal grote jachthavens te zijn gepasseerd, komen we
uiteindelijk bij het begin van de haven van Flensburg. Voor ons
voer
al geruime tijd een Deens zeiljacht. Nu ligt het stil, terwijl men
bezig is het grootzeil te bergen. Terwijl we voorbij stomen valt me
op, dat de motor niet wordt gestart. Ook als we al een aantal
scheepslengten verder zijn, blijft de boot heel stilletjes in het
water liggen. De mensen aan boord zwaaien ook niet om de aandacht te
trekken, maar ik besluit toch even een rondje te varen en ze te
vragen of ze hulp nodig hebben. Dat blijkt inderdaad het geval. Ze
krijgen de diesel niet aan de praat en nemen graag mijn aanbod aan
hen naar de haven te slepen. Een lijn wordt overgegooid, achter op
ons schip belegd en voorzichtig begin ik te trekken. Als we een
snelheid van 3,5 knopen hebben vind ik het eigenlijk wel snel genoeg
en rustig sukkelen we zo de haven binnen. De havenkom blijkt
behoorlijk lang te zijn en eindigt in een kade, vrijwel midden in de
stad. Links bevindt zich een heel aantal steigers, waaronder die van
een gastenhaven. Daar gooien we los en zoeken voor onszelf een
ligplaats. Ook de Denen slagen erin hun schip voor de kant te
krijgen.
Daarna
betalen we ons liggeld, bestellen 'Broetchen' voor morgenvroeg en
gaan de stad in op zoek naar een internetcafe, dat volgens een
foldertje bij de havenmeester aanwezig zou moeten zijn in de
Nicolaistrasse. Die straat bestaat ook echt, maar het duurt alleen
een hele poos voor we hem vinden. Onderweg eten we bij een Imbiss een
broodje Bockwurst en Bratwurst, terwijl de allochtone bediende klaagt
over de zomer, die meer regen dan zon met zich brengt. Hij vindt dat
we het Allah moeten klagen, dat dit zo slecht geregeld is!
Uiteindelijk
vinden we de Nicolaistrasse en ontdekken dat het internetcafe zich op
de derde verdieping bevindt, alleen te bereiken via een kleine
(maximaal 3 persoons) lift. We voelen ons of we een illegale
gokzolder gaan bezoeken. De deur gaat open en we bevinden ons in een
nette kantoorachtige ruimte, waarin een heel aantal computers staan.
We krijgen er een toegewezen en weldra hebben we onze
e-mailverplichtingen voldaan, de spam weggegooid en alle vragen
beantwoord. Het weer belooft volgens de weersites de komende dagen
heel rustig en ongeveer als vandaag te zijn, zij het dat de zon zich
veel meer zal laten zien. Nadat we de kosten (a 1 euro) hebben
voldaan, kunnen we het pand weer verlaten. Op de terugweg bespeuren
we een restaurant annex steakhouse, waar we vanavond de maaltijd
denken te gebruiken. Dan gaan we aan boord en nemen een (wel zeer
verlate!) siesta.
Hierna
leest Annet wat, terwijl ik me bezig houdt met het calibreren van
kaarten van de Duitse Wadden. Ik had die kaarten al veel eerder
ingescand en op de harde schijf gezet, maar nog niet in Fugawi
gecalibreerd. Vandaar dat ik dat nu maar even doe.
Omstreeks
19.00 begeven we ons naar het restaurant, en ontdekken dat we
eigenlijk mazzel hebben, dat we er zonder reservering terecht kunnen.
Het zit behoorlijk vol! We bestellen 'Rinderhuefte' en 'Steakteller'
en worden prompt en goed bediend! Ter afronding van de maaltijd komen
er een 'Nussknacker' en 'Flensburger Rumfruechte' en voelen ons
geheel voldaan.
Teruglopend
naar de boot besluiten we nog even een kijkje te gaan nemen in de
'Industriehaven', een jachthaven die veel dichter bij de Fjord
gesitueerd is. Uiteindelijk komen we echter (na een heel lange
wandeling, waarbij we de haven zelf niet eens bereiken, maar alleen
de masten achter de gebouwen omhoog zien steken!) tot de conclusie,
dat die haven als ligplaats voor watersporters volstrekt onbruikbaar
is: de afstand naar Flensburg is gewoon veel te groot!
De
rest van de avond brengen we lezen, drinkend en schrijvend door aan
boord. Morgen naar ...?
We
zien wel!
donderdag,
29 juli 2004
Flensburg naar Kappeln
Het
is nog voor achten als we wakker zijn. Ik besluit me meteen aan te
kleden en bij de havenmeester de bestelde broodjes te gaan ophalen.
Als ik daarmee terug ben, heeft Annet de koffie klaar en kunnen we
ontbijten. De broodjes zijn erg lekker en daardoor gesterkt maken we
het schip gereed voor vertrek. Ik zet een koers uit naar de
Schleimuende met het voornemen ter plaatse te kijken of we verder
gaan of niet. Vervolgens sturen we (geassisteerd door onze Duitse
buurman) de boot de box uit en starten we de toch door de Flensburger
Foerde. De zon schijnt alsof hij nooit weg is geweest en tovert de
haven van Flensburg om tot een zeer fotogeniek plaatje. Gisteren in
de druilende motregen zag het er aanzienlijk minder aantrekkelijk
uit! Ik maak een paar opnames. Intussen vaart de boot verder. In
Fugawi heb ik gezien, dat de hele tocht zo'n dikke 30 mijlen omvat en
dus een dikke zes uren in beslag zal nemen. De eerste mijlen gaan
heel rustig. Het water is vrijwel vlak en er is (behoudens een paar
kleine Marinevaartuigen) niemand op de Foerde te zien. Dat wordt
anders als we Holnis Enge bereiken (waar de Foerde een draai maakt
naar het oosten). Er duiken vooral Deense plezierjachten op. De
Deense watersporters zijn altijd veel matineuzer dan hun Duitse en
Nederlandse equivalenten. Waarschijnlijk komt dat omdat je in
Denemarken uiterlijk 14.00 in de haven moet liggen, als je nog een
fatsoenlijke ligplaats wilt hebben. Als we onder Dybbol langs varen
zien we opeens de Trijn de fjord indraaien. Het schip is nu niet te
missen: platbodem met bruine zeilen, en een witte kluiver, rubberen
bijbootje erachter, daarvan varen er hier niet zoveel. Het duurt
even, maar dan zien de opvarenden ons ook en we wisselen uitgebreide
armzwaaien uit.
Wij
stomen verder in de richting van de vuurtoren van Kalkgrund. Deze
toren dekt een ondiepte af, waar (behoudens een paar echt ondiepe
plekken) een minimale diepte is van een dikke twee meter. Ik vind dus
dat ons schip daar gemakkelijk overheen moet kunnen. Per slot varen
we ook dwars over uitlopers van het Vrouwenzand op het IJsselmeer,
dus dit moet ook kunnen. Toch is het een wat aparte ervaring om het
water (bij nadering van de ondiepte) opeens van donkerblauw te zien
veranderen in lichtgroen: een zeker teken, dat je in ondiep vaarwater
bent gekomen! Ondanks de lichte ongerustheid loopt het (zoals ook te
voorspellen was, gezien de plaatsbepaling middels Fugawi) goed af.
Ter hoogte van de visserijton aan de andere kant van de ondiepte
vinden we weer diep water om ons heen en zetten we koers naar de
Schleimuende. Inmiddels is de wind, die eerst Oost was, naar ZO
gedraaid, zodat we er nog steeds tegenin moeten. Pas als we na een
paar mijl nog meer kunnen afvallen, kunnen we tenminste de fok
bijzetten. Met een snelheid van een kleine zes knopen stuiven we zo
op de Schlei af.
Bij
de monding aangekomen (het is dan ongeveer 14.30 uur) is het daar een
drukte van belang. Een hele stroom zeiljachten wil naar binnen op de
manier van de kudde olifanten en het liefst op de zeilen, zonder dat
de motor zelfs maar standby staat. Daar doe ik liever niet aan mee:
ik draai de fok weg en vaar alleen op de motor de geul in. Het kost
even wat manoevreren om langzame meevaarders te passeren, maar weldra
wordt het vaarwater aanzienlijk overzichtelijker. Vooral bij de
afslag naar Maasholm wordt het veel rustiger: de meeste boten
verdwijnen in de richting van de marina aldaar. Wij varen door naar
Kappeln. Al snel zien we een hele serie lege boxen, waarvan we er een
proberen binnen te varen. Dat valt echter behoorlijk tegen. De wind
komt enigszins schuin van achteren in, en bij de eerste nadering houd
ik daar onvoldoende rekening mee. Alleen een volle kracht achteruit
kan ons bewaren voor een al te harde confrontatie met een metalen
meerpaal. Ik maak een stormrondje. De tweede nadering gaat
aanzienlijk beter. Annet gooit een achterlandvast om de bovenwindse
paal, ik de andere om de benedenwindse, terwijl intussen het schip
kalmpjes aan de box in blijft varen. Bij de steiger aangekomen stapt
Annet op de wal en maakt de bovenwindse lijn vast: het schip is
geparkeerd! Terwijl wij de laatste hand leggen aan het op lengte
bevestigen van alle landvasten, komen twee Duitse jachten
genabuurde boxen binnen rommelen. Het gaat duidelijk niet zo vlotjes
als bij ons, en ik verleen dan ook gauw enige assistentie. Eerst bij
de ene en dan bij de andere boot, wat de schipper van de eerste boot
de opmerking ontlokt: 'So helfen wir einander, aber wer hat Ihnen
geholfen?' Waarop ik branie terugroep: 'Niemand! Die Hollaender
muessen sich selber helfen!' Misschien had ik 'der liebe Gott' ter
sprake moeten brengen, maar op die gedachte kwam ik te laat.
Na
een drankje in de kuip en de betaling van het havengeld middels het
deponeren van een enveloppe met inhoud in een brievenbus, pakken we
de fietsen en rijden naar Kappeln. Eerst pinnen we wat geld en
daarna gaan we het uitgeven. Op een dorpspleintje voor de 'Landartzt
Kneipe' zijn tafels met stoelen en parasols neergezet. Hier kan men
bier drinken en Duitse 'Bratkartoffeln' eten. Annet bestelt
'Matjeshering Lord Nelson' met haring klaargemaakt op een wijze,
zoals de beroemde Engelse zeeheld het gewild zou hebben (waar heb ik
die uitdrukking eerder gehoord?) en ik neem een 'Schlemmerpfanne',
bestaande uit allerlei stukjes gegrild vlees overgoten met een
artisjokkensaus. Beiden nemen we bier. We krijgen waar voor ons geld:
zowel in kwaliteit als in hoeveelheid, terwijl de totale schade
(inclusief fooi) tot 30 euro beperkt blijft. Aan te bevelen!
We
rijden weer terug naar de boot, en maken ons op voor een avond in de
kuip. Ik type dit verslag in en herlees de eerder binnengehaalde
weerberichten. Voor vannacht luidt de verwachting:
VORHERSAGEN
BIS MORGEN FRUEH:
WESTLICHE
OSTSEE:
OST
BIS NORDOST 5, SPAEER SUEDOST ABNEHMEND 3, SEE 0,5 METER.
En
voor morgen overdag is de verwachting:
AUSSICHTEN
BIS MORGEN ABEND:
WESTLICHE
OSTSEE:
OESTLICHE
WINDE UM 4.
Merkwaardig
is echter, dat de Mittelfrist verwachting (van precies hetzelfde
weerstation!) als volgt luidt:
WESTL.OSTS.
WT: 16 C
FR
30. 00Z: E-SE 0-2 / 0.5 M //
FR
30. 12Z: E 0-2 / 0.5 M //
SA
31. 00Z: E-SE 2-3 / 0.5 M //
SA
31. 12Z: E-SE 3 / 0.5 M //
SO
01. 00Z: E 0-2 / 0.5 M //
SO
01. 12Z: N 0-2 / 0.5 M //
MO
02. 00Z: N-NE 2-3 / 0.5 M //
MO
02. 12Z: NW-N 2-3 / 0.5 M //
DI
03. 00Z: NW 3-4 / 0.5 M //
DI
03. 12Z: NW 3-4 / 0.5 M //
De
oostelijke winden rond kracht 4 zijn dus opeens 0-2 geworden.
We
zullen zien wie er gelijk krijgt. Maar wij denken in elk geval morgen
naar Kiel te gaan!
vrijdag,
30 juli 2004
Kappeln naar Gieselau
Omstreeks
08.00 uur staan we op en fietsen allereerst naar de supermarkt, die
hier niet ver vandaan is. We halen daar wat broodjes en beleg en
nemen vervolgens ons ontbijt. Daarna maken we de boot gereed voor
vertrek. Er staat vrijwel geen wind en het losmaken uit de box is dus
niet moeilijk. Even voor 9 varen we dus weer op de Schlei. We hebben
besloten eerst nog even in Maasholm langs te gaan. De dieseltank is
bijna leeg en in Maasholm is een pomp aan het water. Een 20 minuten
later liggen we daar voor de kant. We hebben mazzel. Een groot jacht
is juist afgetankt en we kunnen zo aanleggen. Het tanken en afrekenen
is ook al snel gebeurd, zodat we nog voor 10.00 uur in de
Schleimuende zijn. De wind is vrijwel pal O en ongeveer kracht 3. Ik
heb een koers naar Kiel gezet, die ons om het Sperrgebiet Schoenhagen
leidt. Dat is wel vier mijl langer, maar ik wil natuurlijk geen
ongenoegen met de Duitse autoriteiten. Als ik hoog aan de wind
probeer de uiterste ton van dat gebied te halen, zie ik echter twee
Duitse jachten pal over het gebied heenvaren. Dan doen wij dat
natuurlijk ook. Ik laat de boot afvallen en het blijkt, dat we op
motor en fok de koers naar Kiel precies kunnen volhouden, terwijl we
een snelheid van tegen de zes knopen halen. Dat is voldoende om even
na 12.00 in de Kieler Foerde te zijn. Dat blijkt inderdaad te
kloppen. Het is in de Foerde lager wal en dus behoorlijk onrustig
water, maar tegen 13.00 liggen we in Holtenau voor de kant. We pakken
de fietsen en rijden naar de bakker om daar broodjes en andere
lekkere dingen op te halen. Ook gaan we nog even bij de slager langs,
en kopen daar vier handgemaakte 'Frikadeller', een soort gekruide
gehaktballen, die wij erg lekker vinden. Terug aan boord maakt Annet
er alvast twee warm, die we met twee net gekochte broodjes opeten.
Beetje mosterd erbij, heerlijk! Intussen groeit het leger jachten dat
op de sluis ligt te wachten, gestaag. Als we klaar zijn met eten zien
we de eerste jachten uit de sluis komen en weldra wordt het licht wit
en mogen we van deze kant naar binnen. Ik start de motor, gooi los en
vaar met de meute mee de sluis in. We leggen aan achter een groot
Nederlands jacht en lopen daarbij nog een kras op van de
aanlegvlotten in de sluis. Balen! Om 14.30 gaan de sluisdeuren weer
open en starten we de tocht naar Gieselau. De zon schijnt zonder
ophouden en het is gloeiend heet in de kuip. Annet en ik sturen om
beurten, lezen en luieren wat en intussen vaart het schip verder over
het NOK. Het clubje schepen waar
wij bij varen, gaat bij Rendsburg de
haven binnen en wij zijn de enigen die doorvaren. Voor ons liggen nog
drie uren varen. Maar als ook dat doorstaan is, liggen we om 20.00 in
Gieselau voor de kant. Als we het kanaal invaren en langs de steigers
speuren naar een ligplaats, lijkt het al zeer tamelijk vol te zijn.
Gelukkig valt dat bij nader toezien mee. Maar als er tegen 22.00 uur
nog meer schepen arriveren, wordt het toch een beetje penibel.
Uiteindelijk vindt echter iedereen een ligplaats en na een avond
borrelen en lezen in de kuip, gaan we naar bed. Morgen denken we in
de omgeving van de sluis wat te gaan fietsen, en zondag verder naar
Otterndorf.
zaterdag
31 juli 2004
Gieselau
Omstreeks
8 uur worden we wakker en beginnen nadat we ons toilet gemaakt hebben
met het ontbijt.
We smeren broodjes voor onderweg en
staan al op het punt de fietsen te pakken, als er opeens een
onweersbuitje met regen en bliksem losbarst. We blijven dus nog maar
even waar we zijn en wachten op betere tijden. Ik gebruik de
wachttijd om dit verslag in te typen. Even later is het droog en
kunnen we weg. We fietsen eerst een heel stuk langs het
Nord-Ostsee-Kanal tot aan de Weiche Breiholz. Daar slaan we af en
rijden weldra door het bijbehorende dorpje met dezelfde naam.
Inmiddels realiseer ik me dat het woord 'Breiholz' natuurlijk niets
met breien te maken heeft, maar met pap! Een 'Breiholz' zal wellicht
zoiets zijn als een pap- of pollepel. Hoe dan ook: het is een gat van
niks, zij het dat er verdraaid grote huizen staan. Weldra
rijden we over allerlei landwegen in de richting van de Eider. Als we
aan de andere kant van de rivier zijn beland, zouden we eigenlijk in
de richting moeten rijden van een dorpje, dat op onze vaarkaart Huy
genoemd wordt. We vinden wel een bordje waar dat op staat, maar dat
voert ons alleen in een 'Sackgasse', waardoor we dus niet verder
kunnen. Een oude dame is bezig met een mesje het onkruid tussen de
tegels te verwijderen. Als ik haar aanspreek en vraag naar de locatie
van Huy, zegt ze dat dat op deze plek is, dat het maar een kleine
woongemeenschap is, en dat er verder geen dorpje met die naam
bestaat. Als ik echter vraag naar het 'Prinzenmoor' weet ze (samen
met haar man, die inmiddels ook is komen opdagen) aan te geven hoe we
moeten rijden. Overigens zijn we er daarmee nog niet vanaf, want ze
willen nog wel even weten waar we vandaan komen en hoe we hier
gekomen zijn en of die fietsjes van ons wel bevallen en vele andere
dingen meer. Je kunt duidelijk merken, dat er zelden of nooit
vreemdelingen in Huy verzeild raken, en ze willen deze kans dus wel
waarnemen! Weldra lukt het ons om ons uit hun vragen los te scheuren
en vervolgen we de reis. Via een grote omweg (we nemen namelijk weer
de fiets- en niet de locale route) komen we uiteindelijk in
Prinzenmoor terecht en vandaar in Lexfaehre, een brug met een sluis
in de Eider. Vandaar is het nog een paar kilometer via een zeer
lastig grintpad naar het kanaal van Gieselau. En eerder dan we
gedacht hadden zijn we weer bij de boot terug. Inmiddels is de zon
zeer hard gaan schijnen en besluiten we na een pilsje maar een siesta
te houden. Ook daarna is de zon nog niet te harden heet, zodat we
(wederom met een pilsje) aan de andere kant van het kanaal in het
gras in de schaduw gaan zitten lezen. Omstreeks 18.30 haal ik het
Mittelfrist weerbericht voor de Noordzee binnen. Het luidt als volgt:
DT.BUCHT
(54.7N 5.7E) WT: 17 C
SO
01. 00Z: N 2-3 / 0.5 M //
SO
01. 12Z: N 2-3 / 0.5 M //
MO
02. 00Z: N 2-3 / 0.5 M //
MO
02. 12Z: NE 2-3 / 0.5 M //
DI
03. 00Z: E 3-4 / 0.5 M //
DI
03. 12Z: E-SE 4-5 / 0.5 M //
MI
04. 00Z: SE-S 3-4 / 0.5 M //
MI
04. 12Z: NW 3 / 0.5 M //
DO
05. 00Z: N 0-2 / 0.5 M //
DO
05. 12Z: S 2-3 / 0.5 M //
Dat betekent dat we zonder verdere
moeilijkheden richting Nederland kunnen varen. Op geen van de rivieren
zouden we met deze weersomstandigheden problemen moeten krijgen.
Hierna pakken we de fietsen en rijden
naar de veerpont Oldenbuettel. Daar steken we over en fietsen naar
een Gasthaus dat niet veel verderop ligt. We zijn daar al eens eerder
geweest en weten dat je er lekker kunt eten. Ik bestel een
'Seelachsfilet', terwijl Annet een 'Spiessbraten' krijgt. Strikt
genomen valt de 'Seelachs' mij wat tegen. Het blijkt een gepaneerd
stukje visfilet te zijn, dat in niets op een stuk zalm lijkt. Ik had
eerlijk gezegd een roze gekleurde moot zalm verwacht, maar wordt
daarin dus nogal teleurgesteld. De kwaliteit is prima, maar voor
hetzelfde geld heb ik wijting gehad in plaats van zalm ... Wel een
beetje jammer dus. De 'Spiessbraten' van Annet blijkt te bestaan uit
twee dikke moten varkensvlees en dus niets te maken te hebben met
stukjes vlees aan een spies, zoals je misschien uit de naam had
kunnen afleiden. Kortom: het is allemaal een beetje anders dan we ons
hadden voorgesteld, zij het dat het wel te eten is. Volgende keer
misschien toch wat conservatiever bestellen! Het bier en de
'Bratkartoffeln' smaken echter voortreffelijk.
Na de maaltijd fietsen we weer terug,
en zijn tegen 20.30 weer aan boord. Daar lezen we nog wat, zittend in
de kuip. Ik ben inmiddels begonnen in een boek van een zekere Fatima
Mernissi, een Marokkaanse mevrouw, die sociologie geeft aan de
universiteit van Rabat. Ze beschrijft in het boek 'Het verboden
dakterras' haar jeugd als klein meisje, opgegroeid in een harem in
het vooroorlogse Marokko. Het is een enerzijds onthutsend, anderzijds
verhelderend boek als het gaat om begrip voor de kloof die er (nog
steeds!) bestaat tussen de cultuur van de islam en die van de
westerse wereld. Op allerlei manieren weet Mernissi (al verhalend en
haast babbelend vertellend) duidelijk te maken, dat de
gedachtenwereld van moslims compleet anders is dan die van
westerlingen en dat er sprake is van een diep geworteld wantrouwen
tegen en een fundamenteel onbegrip voor alles wat met westerse
manieren van denken en doen te maken heeft. Anderzijds helpt het boek
aanzienlijk in het begrijpen van wat moslims bezighoudt en beweegt!
Zo legt Mernissi uit wat woorden als 'harem' en 'halal' betekenen. En
hoe belangrijk de 'hoedoed' (de heilige grenzen voor het menselijk
handelen) zijn. Een eyeopener vond ik haar opmerkingen over het woord
'qaida' dat in dezelfde sfeer thuishoort. Een 'qaida' is een soort
van onzichtbare regel, volgens welke je je moet gedragen. Het woord
kan verschillende betekenissen hebben: een wiskundige wet, een
rechtssysteem, maar ook de fundering van een gebouw, of een gebruik
of een gedragscode. Nooit had ik enig idee wat iemand als Osama in
vredesnaam zou kunnen bewegen, maar met de uitleg van mevrouw
Mernissi begin ik er vaag iets van te begrijpen!
Tot slot van de dag kijken we in het
getijdenboekje voor de Duitse Noordzeekust en komen tot de conclusie,
dat we morgen om 09.00 uur Gieselau zullen moeten verlaten, willen we
op tijd richting Otterndorf kunnen varen.
zondag, 1 augustus 2004
Gieselau naar Lintig
Omstreeks 08.30 vertrekken we. Het kost
nog behoorlijk veel moeite om het schip van de aanlegplaats af tussen
de andere schepen en het remmingswerk door naar het open vaarwater te
krijgen. Onze achterburen hebben dubbel aangelegd, dus daar is al
heel weinig ruimte. Maar met wat rustig duw- en trekwerk lukt het
achteruitvarend uiteindelijk prima. Daarna keren we de boot en zijn
we onderweg. Zoals altijd valt de afstand Gieselau –
Brunsbuettel toch weer wat tegen. Het is echt een dikke drie uur
varen. Niettemin is het een mooie tocht: de zon schijnt stralend, een
zacht windje blaast over het kanaal en de voorspellingen over de wind
op de Elbe vallen alleszins mee: N – NO 0 – 2!
Als we in Brunsbuettel aankomen (zo
rond 12.30) zien we het witte licht branden op de linkersluis. We
zouden dus zo naar binnen kunnen varen. Dat willen we echter niet,
want dan zouden we om 13.00 uur al op de Elbe zitten en we willen pas
om 13.30 daar zijn. Hebben we (hopenlijk) iets minder stroom tegen.
Bovendien heb ik bij het vet bijdraaien gezien, dat de V-snaar een
beetje erg slingert. Die moet dus strakker worden gezet. Daarom
leggen we de boot bij d