Zeilvakantie 2005 - Denemarken
Vrijdag 22 juli 2005 - Monnickendam
Nadat Annet en ik 's middags de laatste zaken aan boord hebben gebracht, halen we om 19.30 Jacco op en rijden daarna naar Purmerend. Daar pikken we Patrick en Joyce op, die onze auto de eerste 2 en een halve week zullen gebruiken. Dan rijden we naar Monnickendam en maken het schip gereed voor vertrek naar zee. Joyce en Patrick verdwijnen weer en wij besluiten na een borrel om te gaan slapen. Morgen hopen we om 08.00 uur te vertrekken, zodat we enigszins bijtijds in Friesland kunnen komen.
Zaterdag 23 juli 2005 - Naar
Uitwellingerga
Om 08.30 vertrekken we. De overtocht wordt zoals gebruikelijk vrijwel geheel op de motor gedaan, zij het dat nu en dan de fok bij kan staan. De wind is W-ZW kracht 3 en dus eigenlijk niet echt de moeite waard. Tenminste niet als je wilt opschieten. Het naviduct bij Enkhuizen wordt vlot bediend, en we hebben daar ook nauwelijks oponthoud. Eveneens zoals gebruikelijk is het stukje naar Staveren weer wat ruwer dan het gedeelte over het Markermeer. Maar het blijft allemaal binnen heel redelijke grenzen. Omstreeks 14.00 zijn we bij de sluis van Staveren, alwaar we na een heel korte wachtperiode achter het remmingswerk kunnen worden geschut. We hebben mazzel. Na ons gaat er nog maar één andere boot de sluis in. De rest moet een schutting wachten. Omdat de hele wallekant in Staveren bezet is besluiten we door te varen naar Uitwellingerga. Vanwege onze staande mast moeten we derhalve bij een aantal bruggen even wachten, maar het loopt nergens de spuigaten uit. Omstreeks 18.00 uur komen we ter plaatse om vast te stellen, dat de hele loswal in gebruik is door andere schepen. Van arrenmoede besluiten we aan te leggen aan de vervallen steigers van een voormalige zeilschool. Als we daarmee bijna gereed zijn zien we een jacht losmaken van de wal en wegvaren richting Prinses Margrietkanaal. Dat is mazzel! Binnen de kortste keren liggen we op onze oude vertrouwde plaats. Na de maaltijd komt de havenmeester langs, die ons 9 euro vraagt voor de nacht. Dat vinden we wel een beetje schunnig veel eigenlijk, want behalve een ligplaats heb je verder nauwelijks iets. Voor het toilet moet je zelf het wc papier meenemen en voor een douche moet je nog een euro extra dokken! We zullen erover klagen bij de bevoegde instanties. De mast ligt in omstreeks een uur plat en is gereed voor de lange overtocht. We gaan naar bed en zijn van plan morgen niet al te laat te vertrekken.
Zondag 24 juli 2005 - Naar Delfzijl
Om ongeveer 08.45 vertrekken we richting Groningen. Het water is vlak, geen wind, geen golfslag. We schieten lekker op. Tot onze verrassing blijkt de keersluis van Terherne gesloten te zijn: de deuren zijn dicht en de lichten staan op rood. Dat hebben we nog niet eerder meegemaakt. Het blijkt gelukkig slechts van korte duur te zijn. De sluiswachter moest kennelijk even doorgang krijgen naar zijn wachthokje midden op de keersluis. De Fonejachtbrug blijkt vervangen te gaan worden door een iets hoger exemplaar, dat bovendien een bredere brugopening heeft. De werkzaamheden gaan op zondag uiteraard niet door, maar we moeten wel even gas terugnemen om de bouwinstallaties niet te hinderen. Via het Bergumermeer en Stroobos komen we bij de sluis van Gaarkeuken. We hoeven nauwelijks te wachten en kunnen aansluiten bij twee vrachtschepen. Vervolgens stomen we op naar Groningen, waar we voor de Oostersluis enige tijd moeten wachten. Ook hier varen twee vrachtschepen in, en kunnen wij weer mee. Tegen 18.00 uur varen we het Eemskanaal op en bereiken zo Delfzijl. We gaan bij Neptunus (de zeilvereniging) liggen, betalen ons havengeld en tracteren onszelf op patat met mayonaise. Vet, maar wel lekker. Voor morgen hoeven we niet vroeg op, want het is pas om 10.30 laag water bij Emden en dat is ongeveer het tijdstip dat we willen vertrekken.
Maandag 25 juli 2005 - Naar het
Küstenkanal
Nadat we inkopen bij Albert Heyn hebben gedaan en een setje zekeringen aangeschaft voor de omvormer, waarvan twee 35 A zekeringen het bleken te hebben begeven, gebruiken we ons ontbijt. Dan tanken we het schip af en leggen het nog voor een uurtje in de box. Ik voer een heel gesprek met een Duitser over ankerlieren, waarvan ik er mogelijk één wil aanschaffen voor onze boot. Er blijken veel aspecten aan het onderwerp en de Duitser behandelt ze allemaal heel grondig! Dan is het bijna tijd van vertrek en ik moet het gesprek afbreken. Om 10.30 verlaten we de haven van Delfzijl en varen we de Eems op. Er blijkt al een klein beetje stroom mee te lopen en tot aan de haven van Emden lopen we een dikke zeven knopen. Om kwart voor twaalf zijn we ter plaatse, een dik uur dus na LW aldaar. Dat betekent dat we het goede venster voor het opvaren van de rivier te pakken hebben. In de snelheid is dat te merken. We lopen weldra 8 en zelfs 9 knopen! En dat gedurende bijna de complete reis naar Herbrum. Alleen het laatste uur zakt de snelheid weer naar 8 knopen of iets minder. Het resultaat is er naar: om 15.00 al arriveren we in Herbrum. De reis is gemaakt in vier en een half uur! Een record voor ons.
Helaas is het optreden van de sluismeester van Herbrum nog geen steek veranderd. Hij laat ons, samen met twee andere bootjes die al aanwezig waren, ijskoud tot 16.30 wachten voor we eindelijk door de sluis mogen. Daarna verziekt hij de verhoudingen nog verder, door vanuit het raam van zijn sluiswachtershuisje onbegrijpelijke dingen naar mij te roepen. Achteraf blijkt dat hij vindt, dat de afstand van ons schip tot onze voorganger te klein was, en dat ik of verder achteruit of naar de overkant van de sluiskolk moest gaan. Ik heb een aantal verwoede pogingen gedaan om dat laatste voor elkaar te krijgen, maar dat bleek geheel onmogelijk. De manoevreerruimte is zo klein, dat de opdracht onuitvoerbaar was. Vervolgens kijk ik op en blijkt de schutting al voltrokken te zijn. De sluismeester liet mij daarmee in complete verwarring en woede achter. Waarom al die stennis aan de hand gehaald als de schutting toch zonder problemen kan verlopen? Ik neem mij heilig voor mij voortaan van idiote aanwijzingen van Duitse sluismeesters nooit meer iets aan te trekken! De schutting in Boellingerfaehr gaat daarentegen voorspoedig en vlot. Helaas lijkt het daarna in Doerpen fout te gaan. Er liggen drie binnenvaartschepen voor de kant, terwijl een vierde bezig is geschut te worden. De Nederlandse schippers die voor mij varen, staan ons echter toe hen te passeren, zodat we met het eerste schip mee geschut kunnen worden. Dat lukt en zo komen we om 18.30 uit de sluis. Naar Oldenburg blijkt te ver. We overnachten aan een loswal even verder dan de afslag naar het Elisabeth Fehnkanaal, maar erg veel nachtrust wordt ons niet gegund. Midden in de nacht word ik wakker door het geronk van een motor en het felle licht van een grote schijnwerper. Het blijkt dat een binnenvaarder bezig is aan de loswal aan te leggen omdat hij kennelijk morgen zijn lading moet lossen. Gelukkig hoeven we ons schip niet te verhalen, omdat we al helemaal op het uiterste eindje van de loswal waren gaan liggen, teneinde zo min mogelijk last te veroorzaken. Maar een rustige nacht is toch anders!
Dinsdag 26 juli 2005 - Naar Elsfleth
Omdat we pas om 07.00 uur wegvaren van de loswal zijn we te laat voor HW Oldenburg. Dat is om 08.00 uur en we zijn pas om 10.00 uur ter plaatse. Derhalve besluiten we door te varen naar Elsfleth en daar aan de drijvende steiger te gaan liggen. Dat blijkt een goede keus te zijn. De havenmeester ter plaatse is zeer hulpvaardig en wijst ons hoe we electriciteit aan boord kunnen krijgen. Tevens wijst hij ons toilet en douche, die beiden gratis zijn. Het liggeld blijkt met 9 euro net zo hoog als in Uitwellingerga, maar de service is dus wel aanzienlijk veel beter dan daar! Nadeel van de ligplaats is, dat hij aan het vaarwater naar Oldenburg ligt en dat er nogal wat grote schepen voorbij komen stomen. Veel schippers houden rekening met de kleine bootjes van de watersporters die daar langs de kant liggen en minderen vaart. Maar er zijn ook horken van schippers, die grote golven trekkend langs komen stuiven, waarbij ze aan de drijvende steigers woest dansende plezierjachten achterlaten! Je kunt daar desnoods via kanaal 73 wel wat van zeggen, maar ik vrees, dat de mentaliteit van Duitse vrachtvaarders (althans van een aantal van hen!) heel anders is dan die van hun Nederlandse collega's.
Het dorpje zelf is heel aardig om even te bekijken. 's Avonds eten we in een plaatselijke Döner-kebab tent en zijn daarover zeer tevreden. Omstreeks 21.30 herinnert de havenmeester ons nog even aan de olielamp die als ankerlicht gevoerd moet worden omdat we immers aan een vaarwater afgemeerd liggen. Wij voorzien ons schip dus van die voorziening. En we hebben daarna een heerlijk rustige nacht!
Woensdag 27 juli 2005 - Naar
Otterndorf
Een uur na HW Elsfleth (zijnde 09.00 uur) vertrekken we richting Bremerhaven. We ontbijten met de broodjes die we bij de warme bakker hebben aangeschaft en merken dat we ook deze keer in het goede getij-venster zitten om de overtocht te maken. We stuiven over de Weser en zijn omstreeks 11.30 tussen de havenhoofden! Eveneens een record tijd voor ons doen. Als we op de drijvende steiger in het stadje aanvaren, waar we even willen aanleggen om wat kleine inkopen te doen, meen ik al onze oude bekenden uit Bergum voor de kant te zien liggen. Inderdaad komt onze kennis even later ons landvastje aannemen. Hij is met zijn vrouw al een twee weken onderweg, maar moet wegens famlieomstandigheden onvoorzien weer terug naar huis. Een treurige aangelegenheid, die wij jaren geleden zelf ook al eens hebben meegemaakt. We wensen ze een goede reis en sterkte bij alle verwikkelingen. Na onze inkopen, varen we om 12.30 over een bijna leeggelopen Geeste naar de keersluis, alwaar we om 13.05 aankomen. Gelukkig staat de sluis naar onze kant open en kunnen we zo invaren. In amper 10 minuten zijn we geschut en kunnen we de reis naar Lintig en Otterndorf beginnen. De Geeste is prachtig als vanouds, maar helaas ook nogal regenachtig. Op het Hadelner Kanal is het weer wat beter, maar de waterstand is kennelijk nogal aan de lage kant. Een aantal keren lijken we met het roer even de bodem aan te tikken, wat een merkwaardige beweging en bijbehorend geluid veroorzaakt. Noodgedwongen verminderen we onze snelheid. Zodoende zijn we pas om 15.30 in de sluis van Lintig. Daarna echter kunnen we beter opschieten. De rest van het kanaal is kennelijk dieper en de snelheid kan daarom wat hoger liggen. Zodoende zijn we tegen 20.00 uur in Otterndorf, alwaar de ligplaatsen alle bezet zijn met voornamelijk Duitse boten. Er zit dus niets anders op dan aan te leggen bij een Duitse motorboot. De eigenaar is daar niet blij mee en probeert me op verschillende manieren af te wimpelen. Zo wijst hij op de drijvende steiger vlak voor de sluis, die nog vrijwel helemaal leeg is. Daar kan ik volgens hem mooi liggen. Ik repliceer echter, dat ik daar helemaal geen zin in heb, omdat ik van een vorig jaar nog weet dat je voor die ligplaats moet betalen, terwijl de ligplaats naast zijn boot gratis is. Dat blijkt een afdoende argument en zonder verder gemor kunnen we de lijnen vastmaken. Een later komend Duits motorjacht wordt door een achterbuurman echter wel degelijk afgepoeierd en gaat van arrenmoede maar aan de betaalsteiger liggen. Duitsers zijn niet altijd erg vriendelijk voor mede-watersporters! Na een korte wandeling naar de sluis en een borrel in de kuip gaan we niet al te laat naar bed.
Donderdag, 28 juli 2005 - Naar
Gieselau
De volgende morgen worden we pas om 09.00 uur wakker! Het is werkelijk onvoorstelbaar stil, zodat de slaap door niets gestoord werd. Tijdens de voorbereidingen voor het ontbijt vraagt de buurman ons het schip even te verleggen naar een inmiddels vrijgekomen plek langs de wal. Hij wil namelijk op tijd naar Bederkesa om het slechte weer dat voor vanmiddag voorspeld is voor te blijven. We zijn hem uiteraard ter wille. Daarna begint de sluismeester de kolk gereed te maken en even later varen we met vier andere schepen naar binnen. Na de schutting kunnen we verder naar de haven en schuiven daar in een lege box, teneinde de mast te gaan zetten. Eerst nemen we ons ontbijt en daarna gaan we aan het werk. De nieuwe bok bewijst voor de tweede keer zijn diensten en blijkt voortreffelijk te voldoen. Ook het monteren van de verstaging verloopt afgezien van een paar kleinigheden heel snel en tegen 12.00 uur is ons schip weer gereed voor vertrek naar zee. Dat vertrek moet echter nog even wachten, omdat ANDREA nog helemaal vast ligt in de modder en we pas één tot anderhalf uur na LW uit de haven kunnen vertrekken. Jacco en ik maken daarom een fietstochtje naar Otterndorf om een ijsje te kopen bij een ijswinkel, die we daar bij een eerder bezoek hadden aangetroffen. Het ijs is nog steeds voortreffelijk. Daarna rijden we weer terug langs een andere weg en komen tot de ontdekking, dat een dikke kilometer bij de haven vandaan een heel strand op touw is gezet, compleet met camping, speelplaatsten, parkeerplaatsen, strandstoelen, vlaggen, Schnellimbisse en dergelijke, zelfs voorzien van een toegangscontroleur, die vaststelt of iedereen wel zijn toegangsbewijs van één euro per persoon voorhanden heeft. Dat laatste vinden we ronduit belachelijk en we menen zeker te weten, dat we iets dergelijks in Nederland nog nooit hebben meegemaakt: een toegangsbewijs kopen voor het strand?!!
We rijden terug naar de haven en zetten onze fietsen weer aan boord. Weldra is het 16.00 en kunnen we uit de haven vertrekken. Met de dieptemeter constant bij varen we langs de prikken naar de Elbe. Zwemmers staan te kijken op de drooggevallen plaat net buiten de bakens. De hele geul door hebben we telkens 2 meter water onder het schip, ruim voldoende voor ons om te passeren. Anderhalf uur later liggen we op de Wartestelle voor de sluizen van Brunsbuettel. Daar worden we om 18.00 uur geschut, zodat we de vaart over het NOK kunnen beginnen. We besluiten na enig overleg te proberen om Gieselau te halen. Dat zou net omstreeks 21.30 te bereiken moeten zijn. We hopen maar dat we dan nog een ligplaats zullen kunnen bemachtigen en anders zal een Duitse schipper langszij liggen moeten gedogen. Na een vaart van een kleine drie uur arriveren we ter plaatse. Het begint al donker te worden. Nevels stijgen op van het water en tussen de bossen aan weerskanten van het Gieselau kanaal is het moeilijk de schepen voor de kant te zien liggen. Als we dichterbij komen zien we dat de meeste schepen inmiddels al met twee of drie dik tegen de kant liggen. Dat zal wel een probleem worden. Ik neem gas terug en laat de boot rustig door het kanaal uitdrijven. Intussen ontwaar ik aan bakboordswal een tweetal motorjachten die achter elkaar langs de kant afgemeerd liggen. Beiden liggen daar nog helemaal alleen en hebben geen buurman naast zich. Het achterste jacht ziet er vrijwel verlaten uit, maar ik denk dat dat juist des te beter is. Als er geen schipper aan boord is kan hij ook niet protesteren als wij bij hem aanleggen. Ik draai de boeg in de richting van het NOK en drijf langzaam langszij. Als ik mijn achterlijn op het andere schip wil beleggen, gaat het tentdoek open en verschijnt een Deen met een warrige haardos en omgeven door een wolk van tabaksrook. Kennelijk zaten ze beneden al te smoken en te pimpelen, zoals dat echte Denen betaamt. De man doet echter tot beschaming van onze wantrouwende voorgevoelens helemaal niet moeilijk. Zonder een woord van protest neemt hij onze landvast aan en legt hem rond een kikker. In twee minuten liggen we afgemeerd.
Nadat we nog een borrel en wat nootjes in de kuip hebben verorberd besluiten we naar bed te gaan. Het is morgen nog vijf uur varen naar Kiel en we willen daar niet te laat aankomen. Het is buiten doodstil en ik heb hoge verwachtingen van het slaapcomfort dat we hier in Gieselau zullen aantreffen. Van vorige keren weet ik nog, dat je hier voortreffelijk kunt slapen. Dit keer echter gaat het anders.
Vrijdag, 29 juli 2005 - Naar Holtenau
Om twee uur 's nachts word ik wakker van een heftig bewegen van de boot, krakende landvasten en zelfs een stotend geluid, waarmee ons schip kennelijk tegen de boot van de buurman wordt geworpen. Dat is heel vervelend! Eerdere jaren hadden we al vastgesteld, dat er in het Gieselaukanaal nogal wat zuiging ontstaat als grote schepen in het NOK passeren. Zo'n schip zuigt eerst tonnen water uit Gieselau in het NOK en diezelfde hoeveelheid spoelt daarna weer naar binnen. Dat brengt gigantische waterverplaatsingen met zich mee en dat merk je doordat bij Gieselau afgemeerde schepen soms wel dertig centimeter dalen en weer stijgen. Bovendien worden de schepen daarbij eerst naar voren en daarna weer naar achteren gegooid. Als je voor de kant ligt en goed afgemeerd bent, is dat allemaal niet zo'n probleem. Maar als je aangemeerd bent aan een ander schip, is er veel meer speling op de landvasten. Je schip beweegt dan gewoon veel meer. Hoe dat zij: tot omstreeks drie uur lig ik wakker van de schepen die in het NOK voortdurend voorbijvaren. Heel naar dus ... en goed om voor een volgende keer te onthouden: Gieselau is prima om te liggen, maar dan moet je wel ruim op tijd zijn om een goede ligplaats te kunnen bemachtigen!
Om zeven uur is het weer een drukte van belang. De helft van de afgemeerden wil zo snel mogelijk verder met hun reis, hetzij naar Kiel, hetzij naar Brunsbüttel. Ook wij besluiten maar zo snel mogelijk te vertrekken. Ik start de motor, we gooien los en we zijn weg. Het weer is overigens prachtig. Stralende zon, beetje nevel op het water, het belooft een mooie dag te worden.
Gestaag stomen we de kilometerraaien voorbij en tegen 12 uur bereiken we Holtenau.Helaas moeten we een dik half uur wachten voor de sluiskolk gereed is om ons te ontvangen. Terwijl een hele meute vooral Nederlandse schepen de terugtocht naar het vaderland aanvangt, stomen wij de sluis binnen. Tegen 13.00 uur kunnen we de Kieler Foerde op en draaien onmiddellijk naar de bunkerboot, die wij verrassend genoeg voor de kant zien liggen. We tanken zowel in de tank als in de cans en zijn daarna helemaal opgetopt. We leggen de boot aan op de vertrouwde plek in het haventje van Holtenau en zijn daarbij één van de eersten. Als het schip goed en wel aangemeerd ligt, maken we de fietsen gereed. Annet en ik gaan de sleutels halen voor het toiletgebouw en pinnen daarna geld bij een naburige bank. Dan rijden we naar Tiessen en doen onze jaarlijkse bestelling, bestaande uit spiritualiën, kaas en aftershave. O ja, en natuurlijk Toblerone chocolade. Vervolgens rijden we terug naar de boot en gaan Jacco en ik per fiets naar het centrum van Kiel om een internetcafe te bezoeken, een treinkaartje voor Jacco aan te schaffen en op zoek te gaan naar de auto-zekeringen van 35 A. Alles lukt wonderwel. We onderhouden het contact per e-mail met het thuisfront en weten zelfs de 35 A zekeringen te vinden: 4 stuks voor 80 eurocent! Daar hebben we bij benzinestations een veelvoud voor betaald! Ook het kaartje voor Jacco wordt aangekocht en zijn trein zal morgen rond 10.20 vertrekken. Dan fietsen we weer terug naar Holtenau. Dat verloopt minder voorspoedig dan de heenreis. De kettingen van de fietsen blijken nogal te zijn uitgerekt, waardoor ze de neiging hebben van de tandwielen te lopen. Als dat bij mij gebeurt is het leed nog te overzien. Er is voldoende ruimte om de ketting weer om het achtertandrad te leggen. Maar bij Jacco loopt het minder voorspoedig. De ketting loopt van het tandrad op het dikke gedeelte van de as en staat daardoor snaarstrak. Geen verwrikken aan! De enige oplossing is de moeren van de as los te draaien en het wiel iets naar voren te duwen, waardoor er zoveel speling kan ontstaan dat het ding weer enigszins handelbaar wordt. Om beurten dragen Jacco en ik zijn vastgelopen fiets naar de veerpont. Als we aan de overkant zijn fiets ik naar de boot en haal de benodigde steeksleutel. Vervolgens wordt er op straat een reparatie verricht, die tot een goed resultaat leidt. Het geheel werkt weer. Ook mijn ketting wordt opgespannen, zodat we weldra terug zijn bij de boot op twee fietsen die in een betere conditie verkeren dan toen we vertrokken. Inmiddels is Annet begonnen met het eten klaar maken en zodoende kunnen we al snel aanschuiven. Het weer is echter zo drukkend geworden dat we besluiten in de kuip te eten.
Hierna lossen we het probleem van de waterlekkage op. Als sinds dagen vinden we aan bakboord in het onderschip een beetje water. Niet in een hoeveelheid om je zorgen over te maken, maar toch wel zoveel en zo regelmatig, dat het tot onrust leidt. Waar komt dit vandaan? We opperen verschillende mogelijkheden. Van de motor kan het water niet komen, dan zouden de hoeveelheden veel groter moeten zijn. Ook een lekke afsluiter moet worden uitgesloten. Ook daarvoor zijn de hoeveelheden te gering. Dan komen we tot de conclusie dat het de afvoerslang van het aanrecht moet zijn. Mogelijk lekt de kolom water die in de buis staat na het openen van de afsluiter, na sluiting van de klep langzaam naar het onderschip weg. Vreemd is echter, dat dat water vrij schoon en helder is. Geen zeep- of voedselresten zijn er in aan te treffen, wat je wel zou verwachten als het van een afvoer afkomstig zou zijn. Dan bezien we de mogelijkheid dat het aan de wateraanvoerleiding zou kunnen liggen. Mogelijk is de slangbeugel van de waterslang niet strak genoeg aangedraaid. En inderdaad: als Annet dat probeert te testen rukt ze de hele slang zo van de kraan af! Ik probeer het beugeltje strakker aan te draaien, maar dat blijkt niet mogelijk. Het ding is lam geworden. Ook het verdikken van de aanvoerslang met watervast tape mag niet baten. Als we voor test water pompen, voel ik het vocht langs alle kanten uit de slang druppelen. Dat is de oorzaak! Probleem geïdentificeerd! De oplossing volgt morgen, want deze avond kunnen we geen nieuwe slangbeugel meer kopen.
Hierna luieren we wat in de kuip en genieten van het warme avondweer. In de haven zijn allerlei jongelui druk bezig met vlotten en bootjes. Het zijn gasten van een stel charterschepen, die hier de bemanningswisseling voor het weekend regelen. Morgen zullen de schepen wel vertrekken, maar vanavond heerst er een gezellige, hoewel soms wel erg luidruchtige drukte.
Zaterdag, 30 juli 2005 - Holtenau
We staan om ongeveer 07.00 uur op. We hebben goed geslapen, alleen zijn we rond 5.00 uur wakker geworden van de nogal ruwe doorvaart van de loodsboot, die zodanige boeg- en hekgolven verspreidde, dat wij en alle andere aangemeerde schepen ongeveer 10 minuten lang lagen te kojangen. Maar goed: voor de rest was de nachtrust ongestoord. Vandaag zal Jacco weer naar Nederland terugkeren en zullen Edward en Johan bij ons komen. We beginnen met het uitzwaaien van Jacco. Hij stapt bepakt en bezakt in de bus naar het station, terwijl Annet en ik per fiets diezelfde kant uit rijden. Helaas moeten we bij het pontje nogal even wachten voor we overgezet kunnen worden. Bovendien gaat het onderweg steeds harder regenen, zodat we moeten stoppen om onze regenbroeken aan te trekken. Met nog wat stoplichten tegen komen we daardoor nog maar net op tijd om Jacco in de trein te zien zitten en na een paar minuten te zien vertrekken. Nu ja, we hadden hem vooraf al een goede reis toegewenst. Daarna lopen we het overdekte winkelcentrum Sophiehof binnen en gaan op zoek naar een aantal benodigdheden, waaronder een slangbeugel en een halogeenlampje. Het eerste vinden we, het tweede helaas niet. We zoeken onze fietsen weer op en rijden terug richting Holtenau. Onderweg stoppen we bij een internetcafe en schrijven daar een mailtje aan Reynold. In een naburige Aldi doen we nog wat inkopen en fietsen daarna weer terug naar de boot. Aldaar nemen we eerst een korte siësta en maken daarna het schip gereed voor de ontvangst van Edward en Johan. We krijgen een sms dat ze een uur later zullen aankomen dan gepland, vanwege treinvertragingen, en eigenlijk komt dat wel goed uit. Tegen 18.00 uur nemen we de bus en rijden naar het station. Als we naar spoor 2 lopen, zien we de jongens al staan. Gezamenlijk gaan we naar de bushalte en stappen in lijn 62 die ons weer terug brengt naar de haven. We gebruiken de avondmaaltijd en de rest van de avond brengen we door met zwanen voeren, praten en het binnenhalen van de weerberichten. Die zien er niet zo heel best uit. Het bericht luidt:
VORHERSAGEN FUER DIE KUESTENGEBIETE GUELTIG BIS MORGEN FRUEH:
OSTSEEKUESTE:
FLENSBURG
BIS FEHMARN: 4 BIS 5, SPAETER SUEDWEST 5 BIS 6, SCHAUER- UND
GEWITTERBOEEN,
DIESIG.
We zullen moeten zien wat daar in de praktijk van terecht komt, maar het lijkt er op, dat we nog niet zo snel richting Denemarken zullen kunnen vertrekken.
Zondag, 31 juli 2005 - Naar Laboe
We staan omstreeks 08.00 uur op en nemen ons ontbijt. Daarna maken we ons gereed om naar de kerk te gaan. Die bevindt zich op ongeveer een kwartier lopen vanaf de haven. Voorganger is Pastor Christen, een dominee dus met een wel zeer toepasselijke naam. Hij preekt over 1 Korinthe 13 en houdt daarover een heel begrijpelijk en aansprekend verhaal. De liederenkeus is wat traditioneel misschien, maar een kniesoor die daarop let. Grappig is wel, dat van een aantal liederen alle verzen worden gezongen in plaats van (zoals in Nederland gebruikelijk) alleen een selectie. Na de dienst lopen we de heuvel af, terug naar de haven en bespreken de mogelijkheden om Holtenau te verlaten. De wind is inmiddels Z tot ZW en onze ligplaats bevindt zich nu aan lagerwal. Dat merken we door de hoge golven, waarop ons schip ligt te deinen. Ik haal de Mittelfrist Wettervorhersage van 12.35 binnen. Die geeft de volgende voorspelling:
VORHERSAGEN
VON SO, 31.07.2005 00 UTC:
WINDSTAERKE
BEAUFORT, WELLENHOEHE METER
WESTLICHE
OSTSEE (54.7N 12.4E) WT: 18 C
MO
01. 00Z: S-SW 7-8 / 9-10 2 M //
MO
01. 12Z: W 5-6 / 7 1.5 M //
DI
02. 00Z: W 5 / 1 M //
DI
02. 12Z: W 4-5 / 1 M //
MI
03. 00Z: W 3-4 / 0.5 M //
MI
03. 12Z: SW-W 3-4 0.5 M //
DO
04. 00Z: W 3-4 / 0.5 M //
DO
04. 12Z: SW-W 3-4 / 0.5 M //
FR
05. 00Z: SW-W 4-5 / 1 M //
FR
05. 12Z: W 4-5 / 0.5 M //
Dat ziet er dus al wel heel somber uit. We zullen hopen, dat de soep niet zó heet gegeten zal worden, maar we vrezen het ergste. We besluiten in elk geval uit Holtenau weg te gaan en maken het schip daarvoor gereed. Het heeft wel wat voeten in de aarde voor we kans zien heelhuids uit de haven te vertrekken. De wind duwt het schip telkens weer terug naar de steiger, maar uiteindelijk lukt het om achteruit varend veilig weg te komen. We keren de boot en zetten koers naar de Friedrichsorter Enge. De wind is Z/ZW 5 en de kopjes zijn overal op het water te zien. Ter hoogte van de Enge kijk ik achterom en zie stapels zwarte wolken naderen. We hadden een GPS koers uitgezet naar Schilksee, maar dit weerbeeld ziende besluit ik het vaarwater over te steken en in Laboe binnen te lopen. Als we in de nieuwe jachthaven aldaar veilig in een box liggen breekt een noodweer los. De regen komt bij bakken uit de hemel en de wind huilt in de verstaging. Op de kale mast alleen helt het schip, alsof het onder zeil is. Van de groene markeringsmast van de Friedrichsorter Enge (op amper een kilometer afstand) is niets meer te zien. Ik heb medelijden met de schepen die nu nog buiten zijn! Maar het noodweer verdwijnt weer even snel als het gekomen is. We lopen naar de havenmeester om een ligplaats te regelen en krijgen daar te horen, dat we aan een verkeerde steiger liggen. Die is voor 15 meter jachten en wij moeten met onze 9 meter naar een steiger voor 12 meter jachten. We krijgen de stellige indruk, dat wij te klein zijn voor deze haven en besluiten dan ook spontaan naar de oude haven van Laboe te gaan. Die ligt in de zelfde havenkom, maar dan aan de noordzijde. Daar vinden we weldra een box, die bij ons formaat past en we krijgen van de havenmeester ook een bijpassende prijs te horen, die duidelijk lager ligt dan die in de genabuurde haven.
We doen een spelletje yahzee en zitten een aantal donkere luchten en bijbehorende regenbuien uit. Het weer begint ons een beetje in de steek te laten. We zullen zien hoe het morgen verder gaat! Met de stroom van de wal kunnen we 's avonds een eerste DVD van The Godfather bekijken op de computer. Klassieke film en goed gespeeld!
Maandag, 1 augustus 2005 - Naar
Mommark
We staan niet al te laat op. Omstreeks 08.30 uur. De wind is minder hard dan verwacht. Ook vannacht heeft het zeker geen 7 of 8, laat staan 9 of 10 gewaaid! Als ik op de steiger ga kijken, denk ik dat het amper windkracht 4 is. De weerberichten van 8.20 bevestigen dat. Bij Holtenau is het 4, en bij Leuchtturm Kiel is het 5, allebei uit het westen. Lijkt mij een uitstekende gelegenheid om naar Mommark te gaan! Maar eerst gaan we boodschappen doen in de locale supermarkt. Met zijn vieren wandelen we naar het dorpje en vragen een mede-vakantieganger waar we de winkel kunnen vinden. Het blijkt in de richting van het dorpje te zijn, en dan 'da irgendwo hoch' ... Natuurlijk nemen we de verkeerde straat omhoog en moeten zodoende nog een half uur ronddwalen voordat we ontdekken dat de supermarkt zich slechts op enkele honderden meters bevindt van de plek waar wij hem jaren geleden hadden aangetroffen. Nieuw filiaal gebouwd kennelijk. Nu ja ... Ik ga haastig terug naar de boot, want ik wil de Mittelfrist berichten voor de Oostzee hebben. Hoewel de computer onmiddellijk na de ontvangst van het bericht crasht, zonder dat ik het heb kunnen bewaren, is wel duidelijk dat de windkrachten van de melding van gisteravond nergens meer op slaan. Voor de westelijke Oostzee wordt windkracht 5 aangegeven, zoals ik ook al op het kantoor van de havenmeester had zien aangekondigd. We gaan dus naar Mommark. Ik maak de computer en de GPS gereed, wat na enkele crashes van XP eindelijk lukt. Ik vraag me maar niet af wat de oorzaak is van het steeds weer in elkaar zakken van XP ... Gewoon opnieuw starten en nog eens proberen is meestal voldoende om de zaak weer aan de praat te krijgen. Natuurlijk eigenlijk te zot voor woorden voor een compleet operating system, maar toe maar ...
Annet en de jongens komen terug van de inkopen en we maken het schip gereed voor vertrek naar zee: we steken een rif en trekken de lifelines aan. Omstreeks 11.45 bevinden we ons tussen de havenhoofden en ik steek de vaargeul recht in de wind over, waarna we het grootzeil zetten, afvallen naar het noorden en de rolfok bijzetten. Zelfs in de Foerde (waar de wind nog afgeschermd is!) halen we een snelheid van een dikke 5 knopen! Ik stuur op de koers die de GPS aangeeft en weldra zijn we boven het Stollergrund. Hier blijkt de kracht van de wind inderdaad een dikke 5 te zijn. Er staan rollers door vanuit de Eckernforder Foerde en overal staan witte koppen op het water. Edward stuurt een poosje en daarna neem ik het weer over. De stuurautomaat weigert helaas dienst te doen. Geen idee waarom het ding het af laat weten, maar de golfslag is ook dermate hevig, dat ik het sturen ook maar beter met de hand kan doen. Als er donkere wolken overkomen, zit daar (behalve regen) meestal ook een flinke bak wind in, zodat ik behoorlijk wat moeite moet doen om het schip op koers te houden en de windkracht zo goed mogelijk in snelheid om te zetten. Dat lukt aardig. De gemiddelde snelheid komt uit op een dikke 6 knopen. Dat is sneller dan op de motor! Niettemin duurt het de hele middag voor we eindelijk in de buurt van Mommark beginnen te komen. De rollers die vanuit de zijarm van Kalkgrund doorzetten, zijn net als vorige jaren groter dan die uit de Eckernforder Foerde. Maar omdat we er niet tegenin hoeven, valt het allemaal wel een beetje mee. Voorbij de punt van Gamle Poel, het vuurtorentje op de hoek van Als, wordt het water eindelijk rustiger en kunnen we kalm naar de haven zeilen. We steken er eerst voorbij, draaien dan de fok weg en loeven vervolgens op naar de vaargeul naar de haven. Die koers is recht in de wind, zodat we het grootzeil kunnen laten zakken. In de haven krijgen we van de havenmeester het aanbod de boot langs de steiger te leggen. Er zijn zo weinig schepen, dat dat makkelijk kan. Het aanbod wordt in dank aanvaard. Annet maakt het eten klaar en na een borrel schuiven we aan tafel. Na het eten gaat Edward nog wat hardlopen als training voor de Dam-tot-Dam loop in september. Annet fietst voor morele ondersteuning met hem mee. Morgen gaan we (ijs en weder dienende) naar Faaborg!
Dinsdag 2 augustus 2005 - Naar Faaborg
Als ik om 7 uur (!) wakker word ligt de boot lichtjes te schommelen. Dat verbaast me wat, omdat we immers niet tussen de palen in een box, maar voor de kant liggen. Dan zou een boot toch eigenlijk stil moeten liggen. Het blijkt dat de wind gedraaid is naar het NW. Daardoor lopen de (niet al te hoge) golven recht te haven in, wat de ongewone beweging veroorzaakt. Bovendien is het water een halve meter gestegen vergeleken met gisteren, waardoor de stootwillen niet meer op de goede hoogte hangen. Gelukkig heeft dat geen schade opgeleverd, want de boot is op eerbiedige afstand van de steiger gebleven. Ik kleed me aan en hang allereerst de stootwillen op de goede hoogte. Daarna stap ik op de wal en maak een paar foto's van zwaluwen, die in rijtjes op onze railing en landvasten zitten. Kennelijk zitten hier nogal wat van die diertjes, want de lucht boven de haven krioelt van de rondzwermende en luid piepende vogeltjes. Ik heb gezien, dat er zelfs boven de ingang van het herentoilet een klein zwaluwennest is gebouwd, waarin jongen zitten. Ook de al uitgevlogen jongen worden nog steeds door de ouders gevoed en het verschil tussen beide generaties is duidelijk te zien: de jongen sperren voortdurend hun bekjes wijd open om voedsel te ontvangen! Als Annet en de jongens ook wakker zijn beginnen we het schip gereed te maken voor vertrek. We wachten nog even aankomst en vertrek van de veerboot af en maken dan los. Ik heb de waypoints voor de reis naar Faaborg in de GPS gezet, zodat we daarop kunnen sturen. In het begin is er niet zoveel wind, maar later trekt het toch nog wel een beetje aan. We maken snelheden van tussen de 3 en de 5 knopen. Helemaal niet slecht, hoewel natuurlijk wel een beetje langzaam vergeleken met gisteren, toen we tot 7 knopen haalden! De reis bestaat eigenlijk in één lang rak dwars over de Kleine Belt en wat kortere stukjes door de vaargeulen naar Faaborg. Omstreeks 12.10 komen we daar aan. De haven heeft nog ligplaatsen zat, zodat het niet moeilijk is in een box terecht te komen, hoewel het niet eenvoudig is daarna ANDREA's Nederlandse vlag tussen al die Deense vlaggen nog te ontdekken. Na het vastmaken haal ik de weerberichten voor de komende dagen binnen. Ze luiden als volgt:
MITTELFRIST
- SEEWETTERBERICHT FUER DIE OSTSEE
HERAUSGEGEBEN
VOM SEEWETTERDIENST HAMBURG
02.08.2005,
06 UTC
VORHERSAGEN
VON DI, 02.08.2005 00 UTC:
WINDSTAERKE
BEAUFORT, WELLENHOEHE METER
BELTE/SUND
(55.5N 10.9E) WT: 18 C
MI
03. 00Z: W 3 / 0.5 M //
MI
03. 12Z: SW 3-4 / 0.5 M //
DO
04. 00Z: W 4-5 / 0.5 M //
DO
04. 12Z: W 4-5 / 6 0.5 M //
FR
05. 00Z: SW-W 4 / 0.5 M //
FR
05. 12Z: W 4-5 / 6-7 0.5 M //
SA
06. 00Z: W-NW 4-5 / 0.5 M //
SA
06. 12Z: W 4-5 / 7 0.5 M //
SO
07. 00Z: W 4-5 / 0.5 M //
SO
07. 12Z: NW-N 4-5 / 7-8 0.5 M //
Dat zou betekenen, dat we morgen met ZW naar Haderslev kunnen en donderdag met W wind naar Middelfart of in elk geval in die richting. We denken vandaag hier wat dingen te bekijken en zullen wel zien hoe het daarna verder gaat. Hierna gaan de jongens lopend het stadje bekijken, terwijl Annet en ik een siesta ondernemen. Omstreeks 15.30 zijn we wakker, pakken de fietsen en rijden naar de locale VVV, alwaar we een kaartje van Faaborg en omgeving bekomen. We zoeken uit waar de bibliotheek is en fietsen daarheen. Je kunt daar bij de balie gratis inloggegevens krijgen om een internetverbinding op te zetten. Gedurende een uur kun je dan surfen en mailen wat je wilt. We bekijken de mailbox en beantwoorden mailtjes. Ook stuur ik een bericht naar Joyce over onze huidige verblijfplaats. Daarna fietsen we terug naar het VVV en informeren nog naar de stadsrondwandeling, die we vanavond met de jongens willen bijwonen. Het blijkt dat ook in de eerste week van augustus dergelijke wandelingen onder leiding van een nachtwaker plaatsvinden. Dan gaan we terug naar de boot. Tegen 19.30 maken we ons gereed om te gaan eten. De jongens hebben ons uitgenodigd in een restaurantje bij de haven te gaan eten. Het blijkt een schippersrestaurant te zijn, alwaar we ieder een voorgerecht, een hoofd- en een nagerecht bestellen. de bediening laat qua snelheid iets te wensen over, maar de kwaliteit van de gerechten is voortreffelijk. Het is 21.00 uur als we gereed zijn met de maaltijd. We betalen en lopen naar de klokketoren alwaar de nachtwacht zijn wandeling zal beginnen. Als we komen aanlopen, horen we hem al zingend naderbij komen. Zoals we inmiddels weten zingt hij een lied uit het Danske Salmbog, waarin onder andere om bewaring voor allen wordt gebeden. Helaas is ook dit keer de uitleg van betrokkene alleen in het Deens. Ik kan de hoofdlijnen redelijk goed volgen, maar de jongens balen een beetje, dat de uitleg niet in een A4tje voor toeristen wordt bijgeleverd. Misschien maar eens naar het VVV van Faaborg mailen. Ik maak wat foto's en als de wandeling is afgelopen is het inmiddels echt donker. We gaan aan boord en maken ons gereed voor de nacht. Ik vrees dat het al middernacht is als we eindelijk gaan slapen.
Woensdag, 3 augustus 2005 - Naar
Haderslev
De volgende morgen zijn we tegen 08.00 uur wakker. Annet gaat brood kopen. Ik sta onmiddellijk op en haal de weerberichten binnen. Ze luiden als volgt:
SEEWETTERBERICHT
FUER NORD- UND OSTSEE
HERAUSGEGEBEN
VOM SEEWETTERDIENST HAMBURG
03.08.2005,
06 UTC:
VORHERSAGEN BIS HEUTE MITTERNACHT
BELTE
UND SUND:
WEST
3, VORUEBERGEHEND SUEDWESTDREHEND, SPAETER WEST 5, SEE 0,5
METER.
Inderdaad is de wind momenteel zuidwest, bijna zuid en wekt hij de indruk niet meer dan kracht 3 te zijn. Ik heb de koers naar Haderslev al in de computer en de GPS gezet en tegen 09.00 uur steken we na het ontbijt van wal.
Het eerste stuk tot aan de koersverandering naar Lyoe varen we alleen op de motor. Daarna kan de fok bij. Dat wordt de constellatie waarin we naar Haderslev varen: motor aan, fok bij. De windkracht is vooral in het begin niet hoger dan 3 en dat betekent dat we met onze boot alleen maar kunnen dobberen op een snelheid van maximaal 3 knopen. Dan duurt de reis ons veel te lang. We willen omstreeks 15.00 uur in Haderslev zijn en dan zullen we toch minimaal 6 knopen moeten halen. Deze berekening blijkt te kloppen. De lucht blijft grauw en grijs, nu en dan komt een klein zonnestraaltje erdoorheen, en de wind blijft voortdurend in de ZW hoek zitten, hoewel de kracht vooral onder de kust van Jutland geleidelijk aan toeneemt, zodat we bij Aaroe de indruk hebben, dat de windkracht 4+ begint te worden. Dan draaien we echter de fok weg en varen op de motor de fjord binnen. Aangekomen in Haderslev draaien we een box in en leggen het schip vast. We inspecteren de wal en het blijkt, dat de faciliteiten redelijk zijn. De prijs van het liggeld weten we pas als de havenmeester zal zijn gearriveerd, want op dat moment is hij er niet.
We drinken een borrel en Edward gaat weer hardlopen in het kader van zijn training voor de Dam tot Dam loop. Johan fietst dit keer als begeleider met hem mee. Hierna gaat Annet douchen en type ik dit verslag in. We zijn van plan morgen naar Erritsoe bij Fredericia te varen. Ik heb inmiddels de waypoints in de computer en de GPS gezet. Het blijkt een tocht te zijn van een kleine 30 mijl. Volgens de berichten zou de wind dan W 5 moeten zijn, met misschien uitschieters naar 6. Na aankomst zouden Johan en Edward nog wat tijd hebben om de terugreis naar Kiel te regelen. Vanaf Kiel hebben ze voor a.s. zaterdag een retour geboekt naar Nederland. Maar wellicht levert het kaartje naar Kiel nog problemen op. Vandaar dat Edward graag wat eerder in Fredericia zou willen zijn. We zullen zien. Als ik dit verslag om 16.10 intype, begint het te regenen. Om 18.00 gaan we aan tafel. We eten aardappelen met bloemkool en barbecueworstjes. Heel lekker. Het dessert halen we bij de plaatselijke ijswinkel. Het vergt wel een wandeling naar het centrum van Haderslev. Van vorige jaren weten we dat je hier een speciale ijsco kunt krijgen, bestaande uit bolletjes schepijs, softijs, bavarois, een negerzoen, het geheel overgoten met puddingsaus. Het speciale ijsje blijkt nog steeds geserveerd te worden en we bestellen er elk één. Op de terugweg naar de boot blijkt de supermarkt nog open te zijn. Het ding sluit pas om 20.00 uur! Vandaar dat Annet en ik er nog maar wat inkopen doen. Brood voor morgen en de ingrediënten voor zelfgemaakt smörrebroed: vleeswaren, saus, tuinkers, tomaten, augurken en dergelijke. Als we weer bij de boot zijn, begint het wederom te regenen. Vandaar dat we de volgende dvdschijf van de Godfather maar starten. Tegen 23.00 uur gaan we naar bed.
Donderdag, 4 augustus 2005 - Naar
Erritsoe
De volgende morgen sta ik al om 07.00 uur op en begin alvast de boot gereed te maken voor vertrek. Om 08.05 haal ik het weerbericht binnen:
BELTE
UND SUND:
WEST
5, STRICHWEISE 6, SCHAUERBOEEN, SEE 1 BIS 1,5 METER.
Ik steek dus alvast een rif in het grootzeil. De windkracht valt op dit moment echter nog wel mee. Hoewel we besluiten onderweg al varende te eten, zijn we toch nog net even te laat met vertrekken. Om half negen komt de havenmeester nog langs om het liggeld voor de afgelopen nacht te incasseren: 90 kronen. Plus informatie over Haderslev en een sticker op de preekstoel. Beetje mosterd na de maaltijd dus eigenlijk. We maken het schip los en trekken het voorzichtig de box uit. Dat is een beetje lastig, want zowel de wind als de stroom proberen het schip dwars weg te duwen. Niettemin lukt het zonder problemen uit de box weg te komen. Dan begint de lange terugreis naar de Kleine Belt. De fjord is een dikke 6 mijl lang en het duurt dus meer dan een uur voor we weer op open water zijn. Als we ter plaatse zijn, waait het windkracht 4 uit het westen. We zetten het grootzeil en richten de steven naar het noorden. Als we het eiland Braendsoe voorbij zijn kunnen we iets meer afvallen. De snelheid ligt rond de 5 knopen. In vlagen waait het bijna windkracht 5, maar over het algemeen is de windkracht minder dan dat. Tegen 12.00 uur zijn we bij de Snaevringen. Daar is de wind zoals gebruikelijk behoorlijk vlagerig. Terwijl we scherp aan de wind in het vaarwater zeilen komt ons de coaster Eemsborg van de rederij Wagenborgen tegemoet. Ik steek mijn hand op richting stuurhut en ziedaar: de stuurhut gaat open en iemand komt bij de railing uitgebreid staan zwaaien. Leuk! Intussen moet ik een aantal keren scherp oploeven om al te hevige windvlagen te pareren. Als we het eilandje Faenoe kalv voorbij zijn halen we het grootzeil weg en gaan alleen op de fok verder. Als ik echter achter mij een nogal hevige bui met wind en regen zie aankomen, draaien we ook de fok weg en gaan alleen op de motor verder. De tocht door de Snaevringen neemt nogal wat tijd in beslag omdat we de stroom pal tegen hebben. Op bepaalde gedeeltes halen we nog maar 3 van de 6 knopen, zodat we een dikke 3 knopen stroom tegen hebben. Omdat wind en stroom tegen elkaar inlopen, ontstaan er hier en daar ook merkwaardig gevormde zeeën met stroomrafelingen en draaikolken. Lastig sturen. Maar de motor blijft trouw zijn werk doen en omstreeks 14.00 liggen we vast in een box in de haven van Erritsoe. Na het eten van zelfgemaakt smörrebröd gaan Edward en Johan naar het station voor de aankoop van de enkele reis Kiel voor a.s. zaterdag. Annet en ik ondernemen een verlate siësta.
Als Edward en Johan terug zijn bekijken we een derde dvd van de Godfather, en daarna gaan we eten. Annet en ik verkennen op de fiets het plaatsje en betalen het liggeld voor twee dagen aan de havenmeester. Morgen blijven we hier namelijk gewoon liggen en zaterdag gaan Edward en Johan weer per trein terug naar Nederland.
Vrijdag, 5 augustus 2005 - Erritsoe
We slapen uit tot 08.00 uur en gaan dan op de fiets brood kopen bij een bakker in Fredericia. Het regent nogal vandaag en dat blijft eigenlijk de hele dag zo. Wel vervelend natuurlijk, maar aan de andere kant was het tijdens een zeildag lastiger geweest dan nu. Niettemin brengen we het grootste deel van deze dag aan boord door. Na het middageten (bestaande uit poelserbroodjes met worst, saus en gedroogde uitjes) gaan we lopend de vestingwerken van Fredericia bekijken. Het is net even droog en we kunnen van die gelegenheid gebruik maken. Niettemin nemen we paraplu's mee, want het weer blijft onbetrouwbaar. De vestingwerken zien we indrukwekkend uit: grote met gras overgroeide zandwallen, bastions, vuurbanketten met ouderwetse kanonnen en vanaf de 19e eeuwse watertoren een schitterend uitzicht over het geheel van Fredericia. Helaas kunnen we jachthaven niet zien, omdat deze net achter allerlei industrieterreinen verscholen ligt. Op de terugweg naar de boot lopen we door het winkelgebied van Fredericia. Dat is groter dan je zou denken. Edward biedt ons een kopje cappucino aan, wat we in een soort Deens koffiehuis nuttigen. Behalve koffie worden er ook allerlei rauwkostschotels geserveerd met hetzij gewoon, hetzij pizza-achtig brood. Er is grote belangstelling voor, hoewel het mij niet echt lekker lijkt. Als we bijna bij de boot zijn, begint het weer te hozen van de regen. De paraplu's bewijzen hun nut, zodat we nog enigszins droog in de boot aankomen.
's Avonds eten we gehaktballen met aardappelen en broccoli. Als dessert yoghurt en ymer, een soort Deense yoghurt. Hierna bekijken we gezamenlijk de eerste dvd van Harry Potter, getiteld “The Philosophers Stone”. Leuk verhaal, prachtig en humoristisch in beeld gebracht. Dan pakken de jongens de tassen in voor morgenvroeg en gaan we naar bed.
Zaterdag, 6 augustus 2005 - Naar
Middelfart
De volgende dag zijn Annet en ik om 06.30 wakker en gaan per fiets naar de bakker om brood te kopen, zowel voor onszelf als voor het lunchpakket van Edward en Johan. Na het ontbijt maken we ons gereed om naar de bushalte te gaan. We hebben uitgevonden dat er een halte is op honderd meter van de jachthaven, en dat de bussen die daar langs komen rechtstreeks naar het station ('Banegaard' in het Deens) rijden. Als we bij de weg komen, zien we echter, dat de rijbaan naar Fredericia is afgesloten voor alle verkeer en dat alle verkeer over de andere rijbaan wordt geleid. Al gauw blijkt waarom dat het geval is: er wordt een wielerwedstrijd gehouden. Kennelijk is het een tijdrit, want de wielrenners komen één voor één apart langs rijden. Omdat op de bushalte aan onze kant niets vermeld staat over een omleiding van de buslijn, gaan we ervan uit dat de bussen normaal zullen verschijnen. Toch duurt het wel een beetje erg lang voor ze komen voorrijden. Als er vijf voor acht nog geen bus is, loop ik naar de overkant van de weg om een aldaar zittende Deen te vragen of er misschien toch een omleiding is. De man spreekt noch Engels, noch Duits en probeert in stotterend Deens mij iets duidelijk te maken. Daarbij wijst hij op een papier dat op het bushokje is geplakt. En ja hoor ... er is dus toch een omlegging van de buslijn! Achterlijk om dat alleen op het ene bushokje te melden en niet op het andere! De afstand naar het station is een klein half uur lopen en de trein gaat om 08.28! Dat wordt niet alleen lopen, maar zelfs hardlopen. Ik neem een rugzak van Edward over en we besluiten te gaan speedmarsen: één minuut gewoon lopen, één minuut hardlopen. Dat blijkt effectief. Het zweet gutst ons bij aankomst van het aangezicht, maar we zijn om 08.20 bij het station. Ook Annet en Johan konden het tempo net bijhouden en we arriveren dus ruim op tijd op het perron. Daar blijkt de trein (zoals we ook in Nederland gewend zijn) een dikke drie minuten te laat te zijn, en ook te laat te vertrekken, zodat we het wellicht ook zonder hardlopen nog wel gehaald zouden hebben. Na het vertrek van de trein wandelen Annet en ik terug naar de haven. De wedstrijd loopt kennelijk op zijn eind en als we bij de haven zijn, zien we de eerste bussen weer gewoon rijden. Nou ja ... zal wel typisch Deens zijn, dit soort 'last minute' wijzigingen in het dienstrooster.
Bij de boot aangekomen maken we alles gereed voor vertrek naar Middelfart. Een afstand van nog geen 3 mijl, die dus binnen een half uur overbrugd zou moeten zijn. Als we buiten de haven zijn, zetten we de fok bij en inderdaad zijn we in net 20 minuten voor de nieuwe jachthaven van Middelfart. De lucht is blauw en er staat een windkracht 4 uit het westen. Helaas komen er ook regelmatig regenwolken, maar de buitjes zijn meestal ook snel weer voorbij. In de haven aangekomen vinden we met enige moeite een lege box en weten ondanks wegwaaien door de wind heelhuids tussen de palen te komen. Het havengeld bedraagt volgens een bord bij de ingang 85 DK, wat voor Deense begrippen niet veel is. Maar we merken al snel dat er voor alle overige diensten (zoals toiletgebruik, stroomvoorziening, douches e.d.) telkens apart betaald moet worden via een chipkaart, die bij een automaat gekocht kan worden: 50 DK onderpand en daarna nog een extra bedrag om de diensten mee te betalen. Wel is het een goede regeling dat na afloop het restantbedrag terugontvangen kan worden bij dezelfde automaat. In het gebouw bij de haven (genaamd 'Kulturøen') is ook de bibliotheek van Middelfart gevestigd en deze blijkt gratis internetverbindingen te verstrekken aan welke gebruiker dat maar wil. Dat geeft ons de mogelijkheid even de mail bij te werken en wat weerberichten op te halen. Conclusie: het weertype zal de komende dagen vrijwel onveranderd zijn. We zitten in de baan van de depressies en na een aantal dagen redelijk droog weer, zal er weer een front overkomen met wind en regen en narigheid. We beginnen steeds meer over te hellen tot de gedachte, dat we deze vakantie beter eerder kunnen afbreken dan de volle vijf weken door te modderen in een weertype dat toch niet echt veel beter zal worden. We zullen morgen en overmorgen nog afwachten en gaan dan waarschijnlijk langzaamaan weer richting Kiel ... Jammer maar het is niet anders.
Na een kop koffie gaan we het stadje in. Er blijken havenfeesten te worden gehouden. Overal staan biertenten en kan men 'pølser'-broodjes en bier kopen tegen prijzen die mij niet echt enthousiast maken. Denemarken is toch tamelijk duur in dit soort dingen. Maar gezellig is het wel: overal spelen bandjes en de straten zijn vol winkelende en feestvierende mensen. Annet en ik kopen wat spullen die we nodig hebben en gaan daarna terug naar de boot voor een siësta. De middag gebruiken we om de feesttenten te bekijken en daarna de boot weer een beetje op orde te brengen. Vlak bij de haven is een podium opgetuigd waar kinderen een musical opvoeren met nogal sprookjesachtige inhoud. Er zit tenminste een heks in, en bomen, die bewegen en praten kunnen. Alles in het Deens en voor ons dus niet echt te volgen. Het kinderkoor, bestaande uit kinderen in de lagere schoolleeftijd, zingt uit volle borst de liedjes. Leuk om te zien en te horen!
Om 17.45 haal ik het Mittelfrist weerbericht binnen voor de Oostzee. Het luidt als volgt:
MITTELFRIST
SEEWETTERBERICHT OSTSEE
VORHERSAGEN
VON SA, 06.08.2005 00 UTC:
WINDSTAERKE
BEAUFORT WELLENHOEHE METER
KATTEGAT
(56.5N 10.8E) WT: 18 C
SO
07. 00Z: W 5 / 6 0.5 M //
SO
07. 12Z: W-NW 2-3 / 0.5 M //
MO
08. 00Z: NW 5 / 0.5 M //
MO
08. 12Z: W 5 / 6-7 1 M/
DI
09. 00Z: W 4 / 0.5 M //
DI
09. 12Z: NW-N 3-4 / 0.5 M //
MI
10. 00Z: NW 5-6 / 6-7 1 M //
MI
10. 12Z: NW-N 6-7 / 7-8 1.5 M //
DO
11. 00Z: NW 5-6 / 6-7 1 M //
DO
11. 12Z: NW-N 5 / 6-7 1 M //
BELTE&SUND
(55.5N 10.9E) WT: 18 C
SO
07. 00Z: W 5 / 6-7 1 M //
SO
07. 12Z: W-NW 4 / 0.5 M //
MO
08. 00Z: SW 4 / 0.5 M //
MO
08. 12Z: W 4 / 0.5 M //
DI
09. 00Z: W 3 / 0.5 M //
DI
09. 12Z: NW-N 2-3 / 0.5 M //
MI
10. 00Z: NW 4 / 0.5 M //
MI
10. 12Z: NW 4-5 / 7 0.5 M //
DO
11. 00Z: W-NW 4-5 / 0.5 M//
DO
11. 12Z: NW 4 / 0.5 M //
Omdat de Snaevringen en het gebied ten noorden van Fuenen een beetje op de grens liggen van Belte und Sund enerzijds en Kattegat anderzijds is niet precies duidelijk wat voor weer we nu exact te verwachten hebben. We besluiten eerst maar af te wachten. Tijd genoeg.
Na het eten lopen we nog even naar de biertent bij de oude haven. Daar is een jazzband van oude heren bezig een soort jamsessie te houden. De tent zit barstensvol mensen, die roken en drinken en kennelijk veel plezier hebben. Wij houden het na een paar minuten voor gezien en lopen terug naar de boot. De avond brengen we lezend en luierend door.
Zondag, 7 augustus 2005 - Middelfart
Als we wakker worden omstreeks 08.30 schijnt de zon. Het waait niet echt hard. We ontbijten op ons gemak. De kerkdienst in de oude kerk van Middelfart begint pas om 10.30 uur. Het blijkt wederom (net als vorige jaar) dopen te zijn. Dit keer kunnen we de tekst van de liturgie in het psalmboek vinden en zijn zo in staat de dienst beter te volgen. Er worden twee kinderen gedoopt en de respectieve peters houden ze ten doop. De peter geeft daarbij antwoord op een hele serie vragen, die alle de geloofsbelijdenis betreffen, waarna de dominee de tekst uitspreekt 'Jig doeber dig' ... Daarna vindt de schriftlezing plaats en houdt de dominee een preek over de Farizeeër en de tollenaar. Helaas strekt mijn kennis van het Deens nog steeds niet zover, dat ik de preek ook maar in de verte kan weergeven. Maar ik kan me wel een beetje voorstellen hoe hij het verhaal in elkaar zal hebben gestoken. Het gezang komt grotendeels van een koortje, dat bij het orgel op de galerij staat te zingen. Kennelijk wordt van het gezang van de gemeente niet zoveel verwacht. Er zitten weliswaar veel mensen in de kerk, maar die komen daar blijkbaar niet regelmatig. Een ondersteunend koor is dan nooit weg. Na de dienst vindt de communio plaats en net als vorig jaar verlaten wij dan het kerkgebouw. Dat is heel gebruikelijk. Ook inboorlingen doen dat. Als we naar de haven lopen besluiten we voorlopig nog maar even te blijven liggen. De zon schijnt en er staat niet zo heel veel wind. Morgen kunnen we dan wellicht naar Bogense gaan en de ronde om Fuenen met de klok mee maken, in plaats van er tegenin. Volgens de weerberichten zou dat wel moeten kunnen. En anders blijven we ook elders gewoon wat langer liggen.
In de buurt van de haven staat een heel podium opgetuigd, met dikke rijen tuinstoelen ervoor. Kennelijk zal er vanmiddag of vanavond een uitvoering worden gegeven. Misschien wel aardig om dat van een afstandje mee te maken. Vanmiddag om 12.35 kan ik dan nog de Mittelfrist binnenhalen. Mocht daar aanleiding toe zijn, dan kunnen we altijd nog onmiddellijk naar Bogense vertrekken.
Het bericht luidt:
MITTELFRIST SONNTAG, DEN 7. AUG. 2005
KATTEGAT
WT: 17 C
MO
08. 00Z: SW-W 3 / 0.5 M //
MO
08. 12Z: S 4-5 / 0.5 M //
DI
09. 00Z: E-SE 4 / 0.5 M //
DI
09. 12Z: NW-N 5 / 0.5 M //
MI
10. 00Z: NW-N 6 / 7-8 1.5 M //
MI
10. 12Z: NW-N 7 / 8-9 2.5 M //
DO
11. 00Z: NW-N 5-6 / 7 1.5 M //
DO
11. 12Z: NW-N 4-5 / 1 M //
FR
12. 00Z: NW 4-5 / 0.5 M//
FR
12. 12Z: NW-N 4 / 0.5 M //
BELTE/SUND
(55.5N 10.9E) WT: 18 C
MO
08. 00Z: SW-W 3-4 / 0.5 M //
MO
08. 12Z: S 4 / 0.5 M //
DI
09. 00Z: S 0-2 / 0.5 M //
DI
09. 12Z: N 3-4 / 0.5 M //
MI
10. 00Z: NW 4-5 / 0.5 M //
MI
10. 12Z: NW-N 5-6 / 8-9 0.5 M //
DO
11. 00Z: W-NW 4-5 / 7 0.5 M //
DO
11. 12Z: NW 5 / 6 0.5 M //
FR
12. 00Z: W-NW 4 / 0.5 M //
FR
12. 12Z: W-NW 3-4 / 0.5 M //
Hoewel het dus niet zeker is of Noord-Fuenen nu tot het (zuidelijke) Kattegat of tot de (noordelijke) Belte en Sunt regio behoort, lijkt het erop dat het weer maandag stabiel genoeg is om naar Kerteminde te varen. Mochten we ons vergissen, dan hebben we in het begin van de reis altijd Bogense nog als uitwijkhaven.
Na een borrel en de maaltijd gaan we lezen in de kuip. Omstreeks 20.15 nemen we even een kijkje bij de sprookjesmusical die op het podium wordt gespeeld. De titel luidt: “Det nye Kongerige”, wat wel 'Het nieuwe Koninkrijk' zal betekenen, hoewel het geen religieuze bijbetekenis lijkt te hebben. Omdat we het Deens toch niet echt verstaan, laten we het gebeuren zich verder zonder ons voltrekken. Tegen 22.00 echter lopen we weer naar de waterkant, want volgens het programma zullen nu “700 baode soesaettes og danner et lyshav i sommernatten”: 700 bootjes zullen worden te water gelaten en een zee van licht creëren in de zomernacht. Die zee van licht blijkt een beetje overdreven, maar het is inderdaad een grappig gezicht om honderden lichtjes te zien pinkelen op het langzaam voorstromende water van de Snaevringen. De bootjes zelf stellen niet zo heel veel voor: ze zijn uit karton gevouwen en het licht wordt verschaft door een klont stearine met een grote pit erin. Maar zoals gezegd: het effect is heel aardig.
Hierna gaan we naar bed. Het havenfeest lijkt ondanks de zeer actieve biertent ook een beetje op een eind te lopen.
Maandag, 8 augustus 2005 - Naar
Kerteminde
De volgende morgen staan we om 08.00 uur precies op. Dat blijkt maar net voldoende op tijd om de weerberichten binnen te halen. Die luiden als volgt:
KATTEGAT:
UMLAUFEND
2 BIS 3, SCHAUERBOEEN, SEE 0,5 METER.
BELTE
UND SUND:
UMLAUFEND
2 BIS 3, SUEDDREHEND, SCHAUERBOEEN,
STRICHWEISE
DIESIG, FRUEHNEBELFELDER, SEE 0,5 METER.
De “Schauerboeen” blijven ons gelukkig bespaard, maar voor de rest klopt het weerbericht aardig. De hele reis naar Kerteminde rond de punt van Fuenen doen we op de motor met maximaal nu en dan de fok even bij. Niettemin verloopt alles voorspoedig en zijn we omstreeks 17.00 ter plaatse. Er zijn lege boxen zat, zodat het aanleggen geen problemen oplevert. We doen inkopen en betalen het havengeld, om te ontdekken, dat Kerteminde met 110 kronen de duurste haven tot nu toe is. Dat wordt in faciliteiten niet echt uitgedrukt, helaas. Alles bevindt zich op grote afstand van de steiger en voor het gebruik van electriciteit moet een extra bedrag van 10 kronen worden betaald, anderhalve euro ongeveer ... Een regelrechte schande als je bedenkt, dat we maar voor enkele oere aan stroom verbruiken. Maar dat is in meer (ook Nederlandse) havens een punt van kritiek. Ik ben merkwaardigerwijs nogal vermoeid en ga dus al om 21.00 uur naar bed.
Dinsdag 9 augustus 2005 - Naar
Lundeborg
Deze morgen worden we om 07.30 wakker en heb ik dus tijd genoeg om het weerbericht binnen te halen. Het luidt:
BELTE
UND SUND:
UMLAUFEND
2, SPAETER NORDWEST BIS WEST 5 BIS 6, EINZELNE
SCHAUERBOEEN,
ZEITWEISE DIESIG, SEE 0,5 METER
Dat betekent dat we op de motor gemakkelijk naar Lundeborg kunnen varen. Dat is een haventje waar we nog nooit geweest zijn. Volgens de pilot is het in de zomermaanden vaak overvol, maar omdat de zomermaanden nu duidelijk voorbij zijn (augustus heeft dit jaar meer van de herfst dan van de zomer!) hebben we goede hoop dat we er wel terecht zullen kunnen.
We kopen brood bij de bakker en ik ga nog even bij de botenreparateur langs. De waterpomp van de dieselmotor begint weer water te lekken en moet mogelijk vervangen worden. Dat is wel een beetje sneu, want het ding zit er pas sinds 1999 in. Om nu elke zes jaar een waterpomp te vervangen, lijkt mij een beetje veel van het goede. Niettemin moet er wel iets gebeuren, want het zout zit dik op de wand van het motorruim! En na elke reis staat er een plasje water onder de luiken. De baas van het bedrijf zegt dat het misschien alleen een lekke kering is, en dat het probleem misschien ook met de vervanging van dat (veel goedkopere!) onderdeel is op te lossen. Dat zullen we dan maar proberen. Hij kan de pomp wel bestellen, maar dan is hij er pas morgen en we willen echt niet langer in Kerteminde blijven. Daarom maken we het schip gereed voor vertrek naar zee en varen omstreeks 09.00 uur af tesamen met een heel stel andere zeiljachten. Ieder vaart op de motor, want er staat geen zuchtje wind. Wel is er nogal wat mist. Het zicht is beperkt tot een kilometer of twee en zelfs de hoge brug over de Grote Belt kunnen we van hieraf niet zien! Toch is het niet echt nodig om de radar bij te zetten. Het zicht is ruim genoeg om aanvaringen te voorkomen. Ik stoom met de andere schepen op en zet weldra Andrea op de stuurautomaat. Zodoende kan ik me beperken tot het waarnemen van contacten en het verkennen van het land. We beslissen dat we niet onder de officiele brugdoorgang zullen varen, maar door een zelfgekozen onderdoorgang. Dat bezorgt Annet nog enige hartkloppingen omdat ze op het laatste moment denkt dat we er niet onderdoor zouden kunnen. Dat is onzin natuurlijk en er blijkt dan ook minstens nog twee meter ruimte over te zijn! Daarna varen we het laatste stuk over de zonovergoten Grote Belt naar Lundeborg. Tegen dat we daar zijn verschijnen er donkere regenwolken boven Fuenen en haast een aantal boten zich nog voor ons naar de haven. Toch blijkt er bij binnenkomst voldoende ruimte te zijn om Andrea aan te leggen aan de binnenkant van de havenpier. Dat houdt wel in dat we nevenaanleg zullen moeten gedogen, maar daar zitten we niet zo mee. We kunnen de fietsen gemakkelijk op de wal krijgen en dat was eigenlijk de belangrijkste eis. Als het weer morgen (zoals de weerberichten voorspellen) inderdaad te slecht blijkt om te varen, dan kunnen we als alternatief per fiets Fuenen aan deze kant gaan verkennen. Hier zijn we namelijk nog nooit geweest.
Als we aanleggen begint het te regenen en vlot werken we de zaken dan ook af. Daarna een siësta en vervolgens gaan we de nieuwe haven verkennen. Er blijkt een brandstofpomp aan de haven te zijn. Dat is behoorlijk uniek, want de meeste Deense havens hebben dat niet. Voor vertrek kunnen we de tank dus eerst nog helemaal optoppen.
We pakken de fietsen en gaan de omgeving bekijken. We kiezen een stukje van route 50 in de richting van Nyborg. We rijden eerst richting Hessellager waar een schitterend kasteeltje (Hessellagergaard) blijkt te staan, dat we even op de foto zetten. Datzelfde doen we met een bord waarop een voor ons besef nogal merkwaardige plaatsnaam staat aangegeven. Daarna zien we een Spar en informeren aldaar naar telefoonkaarten voor gebruik in een telefooncel. Die blijken nauwelijks te krijgen. De mobiele telefoon is inmiddels zo algemeen geworden, dat telefooncellen eigenlijk geen nut meer hebben. De mevrouw die ons bedient weet echter een zaak even verderop in het dorp, die ze nog wel zou moeten verkopen. Dat blijkt inderdaad het geval te zijn. We kopen twee kaarten van 30 kronen elk voor gebruik in een telefooncel, zodat daarmee familieleden gebeld kunnen worden. We doen dat liever niet per mobiele telefoon, omdat de tarieven van dat soort telefoontjes tegelijk ondoorzichtig en peperduur zijn. Men durft soms een euro of meer per minuut te vragen! En de rekening komt pas achteraf, zodat het erg moeilijk is om dit soort uitgaven in de hand te houden. Beter van niet dus, om met dhr. G. de Vader (Erik van Muiswinkel) te spreken.
Als we de winkel verlaten begint het te regenen. We vervolgen de rit richting het zuiden en nemen weldra een afslag terug naar Lundeborg. De naam van de weg is “Stenemurevej” en ik ben dan ook erg teleurgesteld, als ik in eerste instantie geen enkele stenen muur kan ontdekken. Maar het komt goed, want even later zie ik een van zwerfkeien gebouwde muur als afscheiding van een stuk akkerland. De Denen blijken bij het geven van hun geografische benamingen dus heel praktisch tewerk te gaan en dat mag ik graag zien. Weldra zijn we weer bij de haven en bergen we de fietsen weer op. De havenmeester komt langs en we mogen 90 kronen betalen. Een alleszins redelijke prijs, omdat electriciteit erbij inbegrepen is. Daar kunnen ze in Kerteminde een voorbeeld aan nemen! Na een borrel in de kuip lopen we naar het visrestaurant aan de andere kant van de haven alwaar we beiden een schotel met 'Torskefisk' (kabeljauw) overgoten met 'Fadoel' tot ons nemen. Heerlijk! Vervolgens besteedt Annet in een naburige telefooncel de eerste telefoonkaart aan een gesprek met Joyce. We bekijken daarna nog even de weersverwachting op het bekendmakingsbord van de havenmeester en zien, dat daar al even baarlijke onzin over Belte en Sund wordt verteld als we van de Wetterdienst Hamburg hebben gehoord: windkracht 5 tot 6 uit het westen zou er vanavond moeten waaien, terwijl een kind kan waarnemen, dat er gewoon geen zuchtje wind staat. Maar als ik om 20.05 het weerbericht voor Belte en Sund binnenhaal, blijft de Wetterdienst keihard volhouden:
BELTE
UND SUND:
NORDWEST
BIS WEST 4, ZUNEHMEND 6, EINZELNE SCHAUERBOEEN, SEE 1 METER.
Dat W 4 kan er bij mij nog wel in, omdat dat immers morgen pas zou moeten komen, maar die 6 die er dan toch nog weer bijgepropt wordt lijkt mij baarlijke nonsens te zijn. Maar goed ... ze zullen wel denken: als je het maar lang genoeg volhoudt, wordt het vanzelf een keer waar! En dat is natuurlijk ook zo. We zullen zien ...
Hierna type ik dit verslag in en brengen we een rustige avond door in de kuip en later in de kajuit. Morgen proberen we een box in de haven te pakken te krijgen en gaan we de rest van de dag fietsen. Overmorgen pas weer verder.
Woensdag, 10 augustus 2005 - Lundeborg
De hele nacht blijft het rustig, maar als we 's morgens wakker worden begint de wind wat aan te trekken. Kennelijk zullen de voorspellingen over Belte en Sund nu eindelijk gaan uitkomen. Zoals ik al dacht: als je maar lang genoeg wacht ... Als Annet gedouched en wij ontbeten hebben, maken we de fietsen gereed om de omgeving wat te verkennen. We hebben een route opgeduikeld uit een brochure die we al eerder over Fuenen te pakken hebben gekregen en het blijkt dat we daarmee uitstekend een rondje in dit gedeelte van het eiland kunnen maken. Helaas regent het wel. Weliswaar nu en dan, maar het wordt toch behoorlijk nat. Toch besluiten we te gaan. In de weersverwachting die bij het havenkantoor staat aangeplakt wordt namelijk gemeld, dat het de hele dag dit weertype zal zijn. Dan kunnen we net zo goed meteen de tocht gaan maken. We fietsen de heuvel op richting Oure en genieten van het schitterende Deense platteland. Rustige landelijke wegen, uitgestrekte akkers, maar wel alles heel erg nat. Het koren en de andere gewassen zien er dan ook niet goed uit. Op veel velden begint er al een enigszins donkere waas over de planten te komen, alsof het weer er een beetje in begint te zitten. En ik neem aan, dat talloze Deense boeren zich zitten te verbijten voor een paar dagen mooi, stralend zonneweer. Anders zou de complete oogst wel eens helemaal mis kunnen lopen. Wat ons betreft hebben ze gelijk: wij zien liever ook wat rustiger en normaler weer dan de herfsttonelen die zich nu afspelen. Vooral als we tegen de wind heuvelop moeten (zoals een aantal keren bij deze route) valt er menig zweetdruppeltje. Halverwege de tocht zien we een verlaten maar droog bushokje, alwaar we een korte rustpauze inlassen. We drinken en eten wat en gaan dan getroost verder. Tegen 14.00 uur zijn we weer terug bij de boot. Annet belt met een telefoonkaart nog even naar Riekje en daarna ondernemen we een siësta. Daarop lopen we even het dorp in en kopen een ijsje. We kijken op het strandje ten noorden van de haven en zien een aantal zeilboten de haven binnenlopen. De meeste watersporters blijven vandaag echter rustig voor de kant liggen. Het waait dan ook een dikke 6 uit het Westen. Het blijkt ons dat in de middag de regen achterwege blijft. Des te beter. Voor morgen wordt hetzelfde weer voorspeld. We denken dan al vroeg richting Svendborg te gaan. Onder beschutting van het land zou het daar een beetje dragelijk moeten zijn en kunnen we voorzichtig verder naar het westen teneinde de sprong naar Kiel te kunnen wagen zodra het weer wat kalmer wordt.
Bij de groenteman die zijn waren op de haven heeft uitgestald, hebben we gisteren wat doperwten gekocht. Die worden nu gedopt en dienen als groente bij de avondmaaltijd. Na het eten controleren we de landvasten nog eens extra. De windstoten zijn nu zo hard, dat het schip zelfs op de kale mast helt, terwijl hij toch echt gewoon in de box ligt. Voor de zekerheid doe ik een extra lijn aan de landvast stuurboord achter, die de volle kracht van de wind bijna voortdurend moet doorstaan. Daarna gaan we de tweede DVD van Harry Potter bekijken. Als dat om half 11 is afgelopen, gaan we slapen, terwijl het schip deint alsof we op zee zijn.
Donderdag 11 augustus 2005 - Naar
Svendborg
De volgende morgen zijn we om even voor 08.00 uur wakker en haal ik de weerberichten binnen. Ze luiden voor Belte en Sond:
BELTE
UND SUND:
WEST
5 BIS 6, SCHAUERBOEEN, STRICHWEISE DIESIG, SEE 1 METER.
Op het havenkantoor wordt voor vandaag dezelfde windkracht afgegeven, zij het uit richtingen tussen W en NW. Omdat er voor morgen gepraat wordt over W en ZW besluiten we vandaag maar te gaan, ondanks dat we windkracht 6 eigenlijk wat teveel vinden. Er staat tegenover dat we onder de hoge wal zitten, zodat het nog wel te doen zou moeten zijn.
Na het ontbijt maken we het schip gereed voor vertrek. De landvasten worden voorzichtig ingenomen en terwijl de motor al draait trek ik het schip de box uit, terwijl Annet het voorschip met een lijn in de goede positie houdt. Buiten de haven geef ik de stuurautomaat het roer in handen en zetten we de fok. Eerst helemaal, maar na de eerste wel wat erg hevige windvlagen, rollen we de helft ervan weer weg. Zo voortstomend op motor en halve fok, kunnen we net de koers halen die ons naar het waypoint bij de ingang van de Svendborg Sund brengt. Vooral op het gedeelte na Elsehoved komt er nu en dan behoorlijk wat buiswater over, maar we weten toch een snelheid van dik 6 knopen vol te houden. Zodoende zijn we om 10.15 bij het keerpunt naar Svendborg. De twee mijl naar binnen verlopen tot mijn verrassing rustig. Het zeetje is nog niet zo heftig, dat we er tegenin moeten boxen. Rustig gaat Andrea op en neer terwijl we met 5 knopen naar binnen varen. Dan volgt de tocht door de Svendborg Sund, die altijd langer en bochtiger blijkt dan je oorspronkelijk gedacht had. We varen de handelshaven voorbij om te proberen bij de 'Lystboadehavn' een box te vinden. Die vinden we inderdaad, maar als we na enig wurmen in de box liggen, zien we dat het groene bordje de datum 11-08-05 bevat, wat betekent dat de eigenaar er vanaf vandaag zelf weer aanspraak op wil maken. We proberen nog aan de overkant in de haven in een andere box te gaan liggen, maar die blijkt ondanks enig aandringen te klein voor Andrea. Het schip blijft op een derde tussen de palen steken. Helaas ... geen plaats hier. We varen naar de handelshaven. Als we daar aankomen zien we recht vooruit tussen twee pakketjes grotere schepen een stuk lege drijvende steiger, waar volgens mijn schatting Andrea net in zou moeten passen. Dat blijkt het geval. Hoewel er bijna een schoenlepel nodig is. Achter ons ligt op 20 centimeter afstand een Engelsman en voor ons op 20 centimeter een Duitser, maar we liggen vast en we raken ze geen van beiden!
Omdat het net 12.30 is lopen we naar een ons bekend vis- en patatstalletje en eten daar patat en drinken wat party-bier. Dan de siësta en vervolgens een korte wandeling door Svendborg. Terug op de haven zien we dat er steeds meer boten binnenkomen, allemaal volgeladen met zeilers die klagen over het slechte weer en zich afvragen wanneer het eindelijk eens beter zal worden. Ook naast ons schip wordt een klein zeilbootje neergelegd van twee Duitsers. We zijn daar niet rouwig om, want de kans dat er nu nog een heel pak andere schepen bij komt is vrij klein. Het schip van onze tijdelijke buurman is daar veels te klein voor.
Bij de weerberichten van 17.05 vernemen we dat voor morgenvroeg in Belte en Sund W5 wordt afgegegeven. Eigenlijk niet wat we willen, maar ik overweeg toch om te proberen dan naar Soeby te komen. Mocht dat onmogelijk zijn, dan kunnen we ook hier nog een dag blijven liggen. Voor het weekend (zaterdag of zondag) verwacht men zuidelijke winden kracht 2 of 3, wat weliswaar niet optimaal is, maar wel de mogelijkheid biedt om richting Kiel te varen. We zullen zien.
's Avonds pakken we de fietsen en gaan we op zoek naar de Chinees die we jaren geleden bij de 'Lystboadehavn' hadden gevonden. Hij blijkt er inmiddels niet meer te zijn. In zijn plaats is een nogal pretentieus restaurant gekomen met prijzen, die ons veels te hoog lijken. We rijden dus terug en gaan op zoek naar een eenvoudiger eethuis. Nog niet eens zover daar vandaan vinden we een andere Deense Chinees met de niet bijster originele naam Shang Hai. Daar gaan we naar binnen. We kiezen een menu dat uit zes schotels bestaat volgens de menukaart, maar dat in feite bij vier schotels blijft steken omdat je in twee gevallen een keuze blijkt te moeten maken voor óf de ene óf de andere vleessoort. Niettemin is het allemaal best lekker. De prijs is voor een Chinees (althans naar Nederlandse begrippen) ongekend hoog: een dikke 400 kronen, wat neerkomt op zo'n 60 euro! Nu ja ... het is slecht weer en de Chinees heeft ook een opkikkertje nodig zullen we maar denken. We gaan terug naar de boot, bekijken een dvd van de Kameleon (inderdaad ... heel oubollig en stereotiep, zoals alle verhalen van Hotze de Roos, maar precies passend bij de weersomstandigheden van nu) en terwijl de wind de boot aan zijn landvasten doet rukken, zien wij een tornado over Friesland trekken.
Vrijdag, 12 augustus 2005 - Naar Soeby
Omstreeks 08.00 uur zijn we wakker en haal ik het weerbericht binnen. Het luidt als volgt:
BELTE
UND SUND:
WEST
6, ETWAS ABNEHMEND, EINZELZNE SCHAUERBOEEN, SEE 0,5 BIS
1,5
METER.
Het weer ziet er in de haven ook redelijk uit. Geen buien in elk geval. De buurman (een Duitser uit Strande, bij Kiel) ziet er ook wel heil in. Hij heeft er genoeg van en wil via Marstal naar Kiel. Daarop besluiten wij ook te vertrekken en wel naar Soeby. Dat is een plaatsje op de noordoostkust van Aeroe, dat we bij dit soort weer al eens eerder als springplank naar Kiel hebben gebruikt. We maken het schip dus gereed voor vertrek naar zee en maken los, zodra de buurman vertrokken is. Intussen hebben we al wat bolletjes bij de bakker gekocht, alsmede iets voor bij de koffie vanavond. Het eerste deel van de reis (ongeveer tot aan de haven van Rantzausminde) gaat voorspoedig. We halen 6 knopen per uur en de golven zijn vriendelijk. Ongeveer 20 tot 30 centimeter hoog. Dat wordt na genoemde haven rap anders. We moeten dan pal tegen de westenwind in en de golven lopen al een tijdje. Ze zijn één tot anderhalve meter hoog en Andrea buist als een gek. Hele bakken water komen over en besproeien mijn bril, waardoor ik op slag vrijwel niets meer kan zien. Ik heb stapels keukenpapier nodig om mijn bril telkens weer schoon en droog te vegen. Annet reikt mij voortdurend nieuwe vellen papier aan en gooit de gebruikte natte proppen gewoon in de wasbak. Ze gaat liever niet de kajuit binnen uit vrees dan zeeziek te worden. Erger is dat de snelheid van het schip afneemt tot 2 a 3 knopen, waardoor de reistijd aanzienlijk verlengt lijkt te worden. Een aantal jachten vaart met ons op en haalt ons weldra in. Ik veronderstel dat dat komt doordat onze stalen boot zwaarder is en daardoor meer in de golven duikt. Gevolg is dat we pas om 12.30 bij het laatste waypoint voor Soeby zijn. Tevens zie ik de omgeving door mijn natgeslagen bril zo vaag, dat ik verschillende keren bij Annet moet informeren of we volgens de computer echt wel op de juiste koers varen. Ik kan de eilandjes in de omgeving en de bijbehorende tonnen niet goed meer onderscheiden. Maar alles blijkt in orde. Zelfs de groene ton boven de ondiepte boven Dryoe zie ik tijdig en we kunnen de laatste slag naar Soeby aanvangen. Dan echter hoor ik gepiep in de kuip. Dat is een slecht teken. Het zou de GPS kunnen zijn om te melden dat we een waypoint genaderd zijn, ware het niet, dat daar geen sprake van kan zijn. Het vorige waypoint hebben we al gehad en het volgende duurt nog een klein uur! Dat betekent dat het de piezo-pieper van de motor moet zijn. En die piept alleen als de koelwatertemperatuur van de motor te hoog of de hoeveelheid motorolie te laag is! Allebei nogal fatale foutmeldingen! Volgens de meter is de temperatuur van het koelwater echter in orde en vanmorgen heb ik het oliepeil nog gecontroleerd en ook dat was in orde. We besluiten om de motor te ontlasten door de fok bij te zetten. Als we de fok echter een paar slagen hebben uitgedraaid, zie ik dat er een scheur is ontstaan op een naad van het voorzeil. Dat betekent dat de fok onbruikbaar is. Onmiddellijk rollen we het ding weer op. Dat is geen oplossing! We zullen iets anders moeten verzinnen. Als ik buitenboord kijk naar het straaltje koelwater dat uit de overloop komt, zie ik dat het maar een miezerig straaltje is. Dat zou nog uit de harde westenwind (kracht 6) verklaard kunnen worden. Daarbij echter meen ik, dat er een wat donkere kleur in het koelwater is waar te nemen, en dat zou kunnen betekenen dat er wat verlopen olie in zit, wat weer op een dreigend olietekort in de motor zou kunnen wijzen. Hoewel het oliecontrolelampje niet brandt, besluit ik toch al varende de olie aan te vullen. Dan heb ik dat in elk geval gedaan! De luiken worden verwijderd en de klep van de motorkamer omhoog gehaald. Intussen vaart ANDREA (surfend over de dwars inkomende golven en sprongen van een een meter of meer makend!) op de automaat. Ik draai de olievuldop los met de waterpomptang, die Annet uit de gereedschapsmap in de kajuit heeft gehaald, en probeer een kannetje olie rechtstreeks in het gat te gieten. Dat is niet zo'n briljant idee. Het inwendige van de motor staat onder druk en de ingegoten olie wordt dus rechtstreeks teruggeblazen in mijn gezicht en over mijn bril. Ik zie geen hand voor ogen meer. Op de tast grijp ik de trechter uit het onderschip en duw die in de opening. Met weinig hoop op succes giet ik de inhoud van de can in de trechter en ziedaar ... de olie loopt vlot naar binnen. Daarna draai ik (eveneens op de tast) de dop weer in de opening en zet hem aan met de waterpomptang. Ik wil niet meemaken, dat het ding halverwege los trilt of zo. Intussen blijft de piezopieper piepen als tevoren. Is er toch nog iets anders mis? Ik weet het niet. Twee of drie jaar geleden hadden we een dergelijke foutmelding en toen bleek er iets mis te zijn met de piezopieper zelf! Daarbij bleek dat het ding ook dan als een gek begint te piepen. Ik zal maar hopen dat dat nu ook het geval is. Anders hebben we een uitdaging! Als de motor nu afslaat is met deze harde W wind de eerstvolgende stop Marstal of zo ... Even afgedacht van alle ondieptes tussen hier en daar ... Dat wil ik liever niet meemaken! Zachtjes biddend varen we verder en de motor blijft rustig zijn werk doen. Om 13.30 zijn we tussen de havenhoofden en is het leed vrijwel geleden. We krijgen enige assistentie bij het binnenvaren van een box en daarna is het rust aan boord. Annet heeft tijdens het laatste stuk naar Soeby al aan de vissen moeten offeren en gaat nu uitgeteld op bed liggen en trekt een deken dicht over zich heen. Ik nuttig een bolletje met kaas en een glas bier annex een jonge. Daarna ga ook ik even onder zeil. Als we omstreeks 15.00 uur weer in het land der levenden zijn, gaan we eerst onder de douche. Annet om zich weer wat frisser te voelen na de zeeziekte en ik om de olie uit mijn gezicht en haren te wassen. Het blijkt dat er per douche 10 kronen moeten worden betaald, terwijl wij maar één dergelijk muntstuk hebben. We besluiten derhalve gezamelijk onder de douche te gaan in de damesafdeling. Gelukkig is het niet druk bij de douches, zodat andere dames zich daar niet aan kunnen storen. Weer schoon en opgefrist gaan we terug naar de boot en besluiten in elk geval morgen te blijven liggen. Tenzij het weer opeens heel erg rustig wordt. De beslissing om vandaag uit Svendborg te vertrekken was achteraf gezien in elk geval een verkeerde! We zullen nu helaas de waterpomp los moeten halen en repareren. Lang doorvaren met een half kapot onderdeel kan echt niet meer! Bovendien zullen we de gescheurde naad van de fok moeten herstellen. Anders kunnen we het hele voorzeil niet meer gebruiken.
Nu ja ... we hebben nog een twee weken te gaan, dus tijd hebben we hopenlijk genoeg!
Na een korte rustperiode voelt Annet zich weer voldoende hersteld om de versleten naad van de fok te herstellen. We halen het zeil van het voorstagprofiel en duwen de 20 vierkante meter dacron in de kajuit, die daarmee vrijwel geheel vol is. De kapotte naad is gauw gevonden en met polyesterdraad wordt de opengesprongen naad weer dicht gemaakt. Het kost nogal wat moeite om de naald met de hand door de stugge stof te krijgen, vooral op de plaatsen waar hij dubbel ligt. Maar het lukt allemaal. Hierna gaan we naar het 'Øens Grill & Spisehus', vlak aan de haven, alwaar we genieten van een buffet met vis en Danske Bøf. Dat laatste wordt uitgesproken als Boeuf en staat voor biefstuk, maar blijkt een wijdse benaming voor 'Duitse Biefstuk': een biefstuk tartaar met uienringen erop. De smaak van beide producten blijkt hetzelfde. Daarnaast worden er 'krydde Kartofler' en 'wrinkle fries' geserveerd, gerechten die zeer in mijn smaak vallen. We drinken er natuurlijk de onvermijdelijke 'Fadøl' bij. Over het geheel zijn we zeer tevreden. Als we om 20.30 weer aan boord zijn, kijken we nog naar een eerste aflevering van 'Pride and Prejudice', een uitstekende verfilming van het gelijknamige boek van Jane Austen. Daarna gaan we slapen.
Vrijdag, 13 augustus 2005 - Soeby
Om 08.05 haal ik de Wetterberichte binnen die gelden tot middernacht. Voor ons huidige zeegebied luiden ze:
BELTE
UND SUND:
WESTLICHE
WINDE 5, ABENDS ABNEHMEND 3, RUECKDREHEND, SEE 1
METER.
WESTLICHE
OSTSEE:
WESTLICHE
WINDE 5 BIS 6, ABENDS ABNEHMEND SEE 1 METER.
We hadden al besloten vandaag te blijven liggen en deze berichten veranderen ons voornemen niet. De fok is inmiddels gerepareerd en weer aangeslagen, maar de waterpomp moet nog onderhanden worden genomen. Ik ga op zoek naar de oude waterpomp, die we bij de waarloze spullen hebben liggen en zie dat daar nog een bruikbare oliekering in zit. Die weet ik onbeschadigd los te krijgen, zodat ik nu in elk geval de benodigde twee oliekeringen heb om de waterpomp te herstellen. Tenminste: als het lukt om de bestaande keringen los te krijgen. Dat zal mogelijk nog een hele klus worden, maar dat zien we vanmiddag wel. Voor vanmorgen hebben we een fietstocht over Ærø gepland, hoewel de lucht er donker uitziet en het nu en dan een beetje motregent. Nu ja ... als het droog is gaan we weg. In de tussentijd type ik dit verslag in.
Omstreeks 10.00 uur pakken we de fietsen en rijden richting Marstal. Niet dat we de hele route willen rijden, maar een klein stukje ervan toch wel. Bij zee aangekomen zien we dat de windkracht op dat moment ongeveer 4 is. Maar de wind is behoorlijk koud. Bovendien komt er zo nu en dan een regenbuitje uit de lucht. Gelukkig niet terwijl wij aan het fietsen zijn. We rijden langs landerijen vol met graan, klaar om geoogst te worden, maar kennelijk nog te nat om dat feitelijk te doen. Ook zien we een veld vol met verdroogde doperwten, waarvan we ons afvragen of dat nu de bedoeling is, of dat de boer de zaak maar op zijn beloop heeft gelaten. Als we een boon openmaken zien we allemaal oranjekleurige erwten gedroogd en wel in de dop zitten. Ziet er op zich bruikbaar uit. Als we terug zijn op de boot, eten we wat en ondernemen daarna een siësta. Omstreeks 14.00 uur ben ik weer wakker en besluit mijn aandacht aan de waterpomp te schenken. Ik draai de buitenboordafsluiter dicht, zodat er geen buitenboordwater meer in het koelsysteem kan komen, en draai daarna voorzichtig de slangbeugel van de slang naar de waterpomp los. Het afstromende water vang ik op in een plastic bekertje. In totaal komt er ongeveer een halve liter water af. Daarna kan de demontage vervolgd worden. Al gauw merk ik dat één bevestigingsmoer van de waterpomp niet echt goed vast zit. Een zwart oliespoor doet vermoeden dat daar tamelijk wat olie door is weggelekt. Dat zou een verklaring voor de storingspiep van gisteren kunnen zijn. Ik neem de hele waterpomp van de motor af en bekijk het inwendige. Daar zitten eigenlijk geen onderhoudsgevoelige onderdelen aan. De keringen zitten achter een lager dat zodanig om de as geklemd is, dat het alleen met hydrauliek verwijderd kan worden. Bovendien blijkt het rubber pakkingsringetje tussen motor en waterpomp kapot te zijn. Ik tref er nog maar een derde deel van aan. Dat zal in elk geval vervangen moeten worden. Ik stop het hele spul in een plastic tas en samen met Annet ga ik naar een bootshop die ik vanmorgen aan de haven heb aangetroffen. We worden door het eigenaarsechtpaar zelf geholpen. De man is technicus en spreekt alleen Deens, de vrouw weet niets van techniek maar spreekt wel redelijk Engels. Zij doet dus dienst als tolk. Na een hoop gepraat weten we duidelijk te maken waar het om gaat. De waterpomp blijkt inderdaad niet onderhoudbaar te zijn en moet gewoon vervangen worden. Ze kunnen het ding bestellen, maar dan is het apparaat pas volgende week dinsdag hier. Dat is ons te laat. Morgen zou er minder wind staan en dan willen we eigenlijk weg. De man stelt voor de kapotte rubber keerring waarvoor hij geen vervangend exemplaar heeft, te vervangen door een vloeibare siliconen pakking. Hij brengt de zaak aan en monteert alles weer voor het luttele bedrag van 70 kronen. We geven hem 100 kronen en een fles wijn. Beide partijen zeer tevreden. De waterpomp lekt nog steeds water en moet vervangen worden, maar er kan nog makkelijk 10 tot 20 uur mee gevaren worden. In Maasholm zouden ze een vervangend exemplaar moeten hebben. Per slot komt dit ding daar ook vandaan!
De weerberichten voor de Duitse Noord- en Oostzeekust geeft aan:
OSTSEE:
FLENSBURG
BIS FEHMARN:
WEST
UM 5, ABNEHMEND 3, SUEDDREHEND, GUTE SICHT, SPAETER
DIESIG.
Dat betekent dat we morgen eerst naar de kerk kunnen en daarna afreizen naar Maasholm. 's Avonds kijken we nog naar een volgende aflevering van 'Pride and Prejudice' en tegen 23.00 gaan we naar bed.
Zondag, 14 augustus 2005 - Naar
Kappeln
Als we de volgende morgen tegen 08.00 uur wakker worden staat er geen wind en schijnt zelfs even de zon. De weerberichten die ik binnenhaal voorspellen:
BELTE
UND SUND:
UMLAUFEND
2 BIS 3, SCHAUERBOEEN, STRICHWEISE DIESIG, SEE 0,5
METER
WESTLICHE
OSTSEE:
SUEDLICHE
WINDE 2 BIS 3, LANGSAM OST- BIS NORDOSTDREHEND,
SCHAUERBOEEN,
STRICHWEISE DIESIG, SEE 0,5 METER.
Dat betekent dat we alle tijd hebben om vandaag van Soeby naar Maasholm te varen. Eerst kunnen we zelfs nog de dienst meemaken in de kerk van Soeby. Dat doen we dan ook. Nadat we in de haven de verplaatsing hebben gevolgd van een grote coaster, die daarbij moet manoevreren als een klein jacht, pakken we de fietsen en rijden we naar de kerk. We zijn wat te vroeg en lopen daarom eerst een rondje over het kerkhof. Volgens de Middeleeuwse theologen hoort de “meditatio mortis” beslist tot het christelijke leven en als voorbereiding op een kerkdienst kan dat dus nooit verkeerd zijn. Ook op dit kerkhof worden vele doden herinnerd met het beroep dat ze bij leven hebben uitgeoefend. De meesten hebben een compleet en kennelijk gewaardeerd leven gehad, zodat het verdriet over hun verscheiden niet alleen maar rampzalig zal zijn geweest. Maar er is ook het graf van een jongen, die in 1951 is geboren en in 1975 al is overleden 'onschuldig aan een verkeersongeluk'. Tragisch!
In de kerk treffen we behalve de vrouwelijke dominee, de vrouwelijke ouderling en een (mannelijke) organist nog omstreeks 8 kerkgangers aan, zodat wij het tiental vol maken. De dienst verloopt volgens de officiële Lutherse liturgie, waarvan een exemplaar bij het psalmboek wordt verstrekt. Zodoende kunnen we de gang van zaken redelijk goed volgen. De liederen die gezongen worden leveren qua wijs ook niet al te veel problemen op. De uitspraak van de Deense woorden echter vormt voor ons nog steeds een (zij het kleiner wordend) raadsel. Niettemin zijn veel zinnen en uitdrukkingen goed te begrijpen. De dominee leest het verhaal van de genezing van de doofstomme, met als kernwoord 'Effatha', 'Wordt geopend'. Die uitdrukking horen we in de preek een aantal keren genoemd, maar voor de rest zijn we de Deense taal onvoldoende machtig om er meer van mee te nemen.
Na de dienst krijgen we een hand van de domineese en een 'God Søndag' toegewenst. We rijden terug naar de haven en maken het schip gereed voor vertrek. Ik gooi een can diesel in de tank, zet de computer aan, start de GPS en zet de koerslijn op de plastic hoes van de papieren kaart. De koers is al geupload naar de GPS zodat we daar op kunnen sturen. Dan start ik de motor en trekken we het schip voorzichtig de box uit. Het achterschip tegen de wind in, de steven valt af, en we zijn weg. Tot aan de hoek van Ærø kunnen we halve wind varen. Nadat we de koers naar Maasholm hebben ingezet, wordt dat aan de wind, omdat de windrichting Z tot ZO is. Eerst staan er nog wat rollers door, maar gaandeweg wordt dat steeds minder. Op motor en fok loopt het schip een dikke 5 knopen, zodat de GPS voorspelt dat we tegen 16.00 uur bij de Schlei aanwezig zullen zijn. De zon, die zich in het begin nog even liet zien, laat weldra verstek gaan. De lucht is donker en grauw, de wind zwak (2 tot 3 Beaufort) en de horizon wazig, omdat ook het zicht te wensen over laat. Wel kunnen we op het computerscherm precies zien wanneer we ons rondje Fuenen officieel hebben voltooid. Omstreeks 15.00 uur naderen we de monding van de Schlei. Dwars in ons pad ligt echter een groot schip, dat ik al eerder heb zien liggen. Het blijkt een schip van de 'Küstenwache' te zijn met aan boord leden van de 'Bundespolizei'. Beide feiten staan met grote letters op de zijkant van het schip vermeld. Als we dichterbij komen zien we dat een rubberboot met buitenboordmotor te water wordt gelaten en dat het ding met grote snelheid op een Nederlands zeilschip afstuift. Kennelijk worden deze zeilers gecontroleerd! Ik maak er wat foto's van, want dit heb ik in 9 jaar zeilen op de Oostzee nog nooit meegemaakt! Tegen Annette maak ik al de opmerking dat ze ook onze papieren maar vast moet pakken, hoewel ik niet echt geloof dat ook wij aan een onderzoek zullen worden onderworpen. Maar dat blijkt een vergissing. Nadat ze het resultaat van hun onderzoek aan het moederschip hebben afgeleverd (de papieren worden in een soort visnetje opgepikt, kennelijk ter verdere controle!) stuift de rubberboot gedecideerd op de ANDREA af. Als de mannen (drie in getal) achter mij varen, vraag ik of ik de motor standby moet zetten. Dat blijkt het geval en de rubberboot komt langszij. De mannen vragen aan boord te mogen komen voor een routinecontrole en uiteraard krijgen ze daarvoor toestemming. Het kost enige moeite maar twee man klauteren aan boord en zitten weldra in de kuip. We krijgen een hand en moeten onze paspoorten laten zien. Het gaat om een Schengencontrole. Denemarken hoort daar immers niet bij en de buitengrenzen moeten nu eenmaal goed bewaakt worden, omdat de binnen grenzen helemaal open zijn. Alle begrip daarvoor. Op Schiphol moesten de Marechaussees, bij wie ik de laatste vier jaar gewerkt heb, precies dezelfde taak vervullen. Er wordt naar het identificatienummer van het schip gevraagd en ik geef het internationale callsign. Dat schijnt voldoende te zijn. Verder nog de thuishaven, de haven van vertrek en de geplande aankomsthaven en het onderzoek is geschied. De mannen nemen vriendelijk afscheid, nadat ik nog de aanwijzing heb gekregen, dat ik het gastlandvlaggetje wel mag veranderen in dat der Bundesrepublik, terwijl ik de kegel (voor het varen op de motor onder zeil) wel wat hoger in de verstaging mag hangen. Ik voer beide aanwijzing maar zo snel mogelijk uit, terwijl de mannen wegstuiven naar het moederschip en daarna een volgend slachtoffer gaan bezoeken. Ik heb wat foto's van de visitatie gemaakt en Annet wat video-opnames, omdat dit toch wel een uitzonderlijk gebeuren is. Omstreeks 16.00 zijn we voor de Schleimonding, we besluiten Maasholm rechts te laten liggen en een uurtje later liggen we in de box in Kappeln. Onze buurman ter plaatse is verbaasd over de controle die we op zee hebben gehad en zegt dat dit de laatste tijd wel vaker is gebeurd. Er schijnen zelfs gevallen bekend, waarin zeilers tot drie keer toe werden gecontroleerd, door de douane, de belasting en de politie. Ik kan me dat nauwelijks voorstellen, maar hij zegt dat het waar is. Verder informeer ik naar de mogelijkheid om een waterpomp te bemachtigen, en dat is volgens hem helemaal geen probleem. Vlak bij zit een bedrijf gespecialiseerd in bootsmotoren en daar zou ik morgen het gewenste moeten kunnen krijgen. We zullen zien.
Om 17.30 zoeken we de havenmeester op om het liggeld te betalen en daarna gaan we het stadje in om een eetgelegenheid op te zoeken. Ik herinner me met genoegen een restaurant dat we hier eerder bezocht hebben, en daar zou ik wel weer willen dineren! En inderdaad vinden we het restaurant. Het behoort bij het hotel Aurora en staat bekend onder de naar 'Landarztkneipe', omdat er jaren geleden een televisieprogramma onder die naam op die locatie gedraaid is. We mogen plaatsnemen aan de uit dat programma beroemde 'Stammtisch'. Daarbij bestel ik een 'Scholle mit Speckwürfeln' en Annet een 'Schlemmerpfanne'. Beide gerechten zijn uitstekend verzorgd en erg lekker. We drinken er bier bij. Terug aan boord bekijken we een aflevering van 'Pride and Prejudice' en gaan dan slapen.
Maandag,
15 augustus 2005 - Kappeln
De volgende morgen gaan we na het ontbijt naar de reparatieshop waar we jaren geleden al eens een zinkanode voor de Bukhdiesel hebben gekocht. We zagen toen dat dit bedrijf Bukh-dealer is en hopen hier terecht te kunnen voor een nieuwe waterpomp. Het blijkt dat de oude waterpomp te reviseren is, maar dat dat in het ergste geval (als namelijk alle onderdelen vernieuwd moeten worden) nog meer kost dan een nieuwe. Daarom koop ik maar een nieuwe en neem de oude mee naar huis, alwaar ik het ding mogelijk zelf wel kan reviseren tegen veel lagere kosten. Dan hebben we een reserve-waterpomp voor toekomstige problemen van dezelfde aard. Tegelijk vraag ik aan de monteur wat de oorzaak kan zijn van het door ons geconstateerde verschijnsel dat de diesel de laatste weken steeds langer nodig heeft om te starten, terwijl er daarna een dikke wolk zwarte rook opstijgt. Het blijkt, dat dat veroorzaakt kan worden door compressieproblemen en dat na zoveel jaar ongecontroleerd draaien (ongeveer 25 jaar!) de cylinderkop wel eens gereviseerd mag worden. Dat gaat 750 euro kosten. Niettemin zit ik al jaren te denken, dat de diesel wel eens een grote beurt mag hebben, zodat we besluiten de klus maar te laten uitvoeren. De monteur komt dezelfde middag nog om de kop te demonteren en neemt hem mee naar de werkplaats voor verder onderhoud. Tevens zal men dan het thermostaathuis verwijderen, dat ik al jaren lang niet meer los heb kunnen krijgen, hoewel eigenlijk de thermostaat hoognodig vervangen of schoongemaakt moet worden. Al die jaren varen we dus met een thermostaat die wijd open staat, wat vooral bij lagere toerentallen heel vervelend is. De motor blijft dan namelijk te koud. Al deze problemen kunnen nu in één keer opgelost worden en we zijn benieuwd naar het resultaat. Morgen zal de gereviseerde kop weer gemonteerd worden.
Hierna besluiten Annet en ik een stuk te gaan fietsen. Het is de eerste zomerse en zonnige dag sinds tijden en we rijden langs de Schlei in de richting van Lindaunis. Daar is volgens de monteur een spoorbrug, die ook door het gewone verkeer gebruikt mag worden en vanaf dat punt kun je via een landweggetje vlak langs de Schlei weer terug rijden naar Kappeln. Het wordt inderdaad een prachtige tocht, hoewel het soms een beetje moeilijk is om de weg te vinden. De bewegwijzering is niet zo zorgvuldig als we in Nederland gewend zijn. Op de terugweg steken we bij Arnis de Schlei over met een kabelpont en rijden daarna naar de boot. Daar kleden we ons om en begeven ons weer naar de 'Landartztkneipe', dit keer om van het 'Nordische Fischbuffet' te genieten. Je mag net zoveel verschillende soorten vis en toebehoren eten als je wilt en daarvan maken graag gebruik. Ook deze maaltijd wordt met bier overgoten en als dessert eten we 'Rote Grütze mit Vanillasoße', wat volgens mij de Duitse equivalent is van het Deens 'Rødgrød med Fløde'. Het blijkt verrassend lekker!
Ook deze avond zien we aflevering van 'Pride' en gaan daarna vergenoegd naar bed.
Dinsdag,
16 augustus 2005 - Kappeln
Na opstaan, toilet en ontbijt pakken we de fietsen en rijden we Kappeln in. We moeten wat boodschappen doen. Ik koop een computertijdschrift, we bezoeken een bibliotheek voor een internetsessie en daarna halen we nog wat broodjes bij de bakker. Terug aan boord ondernemen we een korte siësta en wachten dan op de monteur, die vandaag de kop van de diesel weer zou komen inbouwen. Helaas belt betrokkene om 14.30 op dat hij het vandaag niet redt en dat het pas morgen wordt. Natuurlijk kunnen we niets anders doen dan ons daar bij neerleggen, maar vervelend is het wel. We zullen hopen dat de hele operatie goed afloopt. Wij maken van de gelegenheid gebruik om nog een fietstochtje in de omgeving te maken. We rijden eerst naar het VVV, dat zorgvuldig verstopt blijkt te zitten in een ouderwetse stellingmolen (naar Hollandse wijze gebouwd) en kopen daar een paar routekaarten. Daarmee gewapend maken we een tocht naar Olpenitz, de marinebasis aan de Oostzeekust bij de Schleimonding. Aan het begin van de tocht bekijken we de ouderwetse haringfuiken in de Schlei bij Kappeln. Vervolgens fietsen we naar Olpenitz, bezien het strand aldaar en rijden dan verder naar het zuiden, waarna we met een grote boog weer terug gaan richting Kappeln. We steken wederom over met de veerpont en komen langs een andere weg dan gisteren weer bij de boot terug. Bij onze inkopen vanmorgen hadden we een zestal kleine varkenscoteletten gekocht. Die worden nu gebraden en tesamen met een blikje mais en wat Kartoffelsalat vormen ze een uitstekende maaltijd. Daarna bezien we de laatste aflevering van 'Pride and Prejudice' en beleven mee hoe Elisabeth Bennett toch nog goed terecht komt. En alle andere hoofdpersonen in het verhaal trouwens ook. Een typisch romantisch verhaal, dat duidelijk de overgang markeert tussen een maatschappij waarin de levensrollen bepaald werden door positie en afkomst en één waarin de eigen capaciteiten, voorkeuren en keuzes als doorslaggevend worden beschouwd. Vandaag beleven we weer een heel aantal negatieve bij-effecten van die verandering, maar uiteraard was de voorafgaande situatie ook verre van acceptabel! Maar dat is meer iets voor mijn masterscriptie ... ;-)
Hierna lezen we nog wat en gaan dan naar bed.
Woensdag,
17 augustus 2005 - Naar Holtenau
We staan omstreeks 07.30 op, een teken dat we hier eigenlijk wel lang genoeg geweest zijn. Vanmorgen zou de monteur moeten komen tussen 09.00 en 10.00 uur. Om te voorkomen dat we hem mislopen, doet Annet de inkopen vanmorgen op haar eentje. Ik blijf in de boot om betrokkene op te vangen en type intussen dit verslag in. We zullen hopen dat de man het monteren net zo snel voor elkaar krijgt als het demonteren. Dan zou hij met maximaal 2 uren helemaal gereed moeten zijn! De weersverwachting is in elk geval prima:
WESTLICHE
OSTSEE:
WEST
BIS NORDWEST 3, SPAETER SCHWACHWINDIG, ANFANGS
STRICHWEISE
DIESIG, SEE 0,5 METER.
Natuurlijk kunnen we met een dergelijke verwachting niet zeilen, maar die laatste 15 mijl naar Kiel zijn op de motor ook wel zo snel afgelegd en bij de vlakke zee die voor vanmiddag te verwachten is, zou dat snel genoeg moeten gaan. Omstreeks 09.00 uur komt de monteur opdagen. Hij is in elk geval een man van de klok. Het duurt tot 11.00 uur voor hij de hele zaak weer in elkaar heeft zitten, zoals ik al had gepland. Het starten van de motor neemt enige tijd in beslag. Er zit (uiteraard) wat lucht in het brandstofleidingsysteem en het blijkt dat de signaaldraden van de thermostaat niet willekeurig kunnen worden aangesloten (zoals de monteur dacht) maar dat onderscheid tussen plus en min gemaakt moet worden. Als deze probleempjes zijn opgelost draait de motor weer als een zonnetje. Alleen bezorgt de temperatuurmeter van het koelwater me wat rillingen. Toen we zonder thermostaat voeren, bleef de temperatuur altijd laag genoeg om je er geen zorgen over te maken. Nu echter loopt de temperatuur snel op om pas daarna iets te zakken. Maar zoals de monteur me geruststelt: dat is de normale werking van de thermostaat.
Als we om 11.30 bij het reparatiebedrijf aankomen om de rekening te betalen blijkt de boekhouding nog een half uur nodig te hebben om de zaak te regelen. Dat is jammer. Nu moeten we wachten. Aan boord ontdekken we echter dat het bunkerstation in Maasholm volgens onze gegevens pas om 13.00 uur open gaat. We hoeven ons dus niet te haasten. Ik type dit verslag in en we maken het schip verder gereed voor vertrek. Tegen 12.30 betalen we de rekening (die 750 euro bedraagt) en daarna varen we richting Maasholm. Het blijkt dat het bunkerstation aldaar alleen 's morgens geopend is van 07.30 – 11.30 en daarna niet meer. Belachelijk natuurlijk. Maar helaas niets aan te doen. We hebben nog 20 liter in de tank, wat weliswaar voldoende zou moeten zijn om naar Kiel te varen, maar wat toch wel een beetje krap is. Bovendien weten we niet of we in Kiel bij de bunkerboot wel terecht kunnen. Als we een beetje te laat zijn hebben de mannen 'Feierabend' en moeten we morgen wellicht allerlei kunsten uithalen om toch nog wat diesel te krijgen. Daarom varen we eerst naar Damp. Dat ligt op 5 mijl ten zuiden van Maasholm, vlak aan de Oostzee. Het is een haven omzoomd met grote appartementsgebouwen, geheel ingericht op strandvakanties voor duizenden Duitsers tegelijk. Ik moet er niet aan denken daar mijn vakantie door te moeten brengen, maar ze hebben wel een dieselpomp aan het water. En inderdaad: we hebben mazzel. Als we er om 14.20 aanleggen, blijkt de pomp net geopend te zijn van 14.00 – 16.00. De havenmeester is vlot en vrolijk bereid ons van dienst te zijn en even later zitten de hoofdtank en alle vijf tien liter cans allemaal vol met diesel. Hierna varen we naar Kiel, alwaar we omstreeks 17.30 uur in Holtenau aanleggen.
Onmiddellijk haalt Annet de fiets tevoorschijn en rijdt naar de slager voor het verkrijgen van enige vleeswaren, zoals (Duitse!) 'Frikadeller' en grove 'Leberwurst'. Ik breng onze 'terugreis-bestelling' bij Tiessen en zie toch mijn schrik dat een foto van de oude baas met rouwband op de toonbank staat. Bij navraag blijkt de oude heer inderdaad overleden. Hij zal morgen worden begraven. Wij zullen daar helaas niet bij aanwezig kunnen zijn, omdat we van plan zijn door te varen naar Gieselau.
's Avonds krijgen we op de steiger nog bezoek van de Duitse 'Polizei', die ten overvloede informeert naar haven van herkomst en haven van bestemming van ANDREA. Ze zijn tevreden met het antwoord, dat we uit Maasholm komen en naar Delfzijl onderweg zijn. Kennelijk is ook dit een soort Schengencontrole, die dit jaar blijkbaar extra streng ter hand wordt genomen.
We meten de hoeveelheid brandstof in de tank en komen tot de voorzichtige conclusie, dat de motor de afgelopen twee en een half uur zo'n twee liter per uur heeft gebruikt. Dat is weer de oude waarde! Kennelijk heeft de revisie van de kop goed gewerkt!
Toch bel ik mijn broer Kees nog even over het aandraaien van de cylinderkop van de motor. Dat moet volgens voorschrift van de reparateur na ca. 20 draaiuren geschieden. Op mijn vraag zegt Kees dat daarvoor beslist een momentensleutel nodig is. Je kunt dat niet even uit de losse hand doen. Dan zul je ongetwijfeld de ene moer te stijf en de andere niet stijf genoeg aandraaien. Bovendien is 100 Newton een forse kracht, die je niet zomaar met een huis- tuin- en keukensleuteltje kunt leveren. Hoe dan ook: we zouden in Bremerhaven aan een dergelijke sleutel moeten zien te komen en daarmee de kop aandraaien. Pas na het telefoongesprek bedenk ik dat dan wellicht ook de kleppen weer opnieuw gesteld moeten worden. Morgen nog maar even met Kees opnemen.
Donderdag
18 augustus 2005 - Naar Gieselau
We staan tegen 07.30 op en nemen ons ontbijt. Dan bel ik Kees op zijn mobiel. Dat kleppenstellen acht hij niet zo vreselijk noodzakelijk. Het gaat tenslotte maar om een minieme verandering van positie van de kop. Als het al een verandering is. Bovendien oppert hij de mogelijkheid dat we het natrekken van de kop pas in Groningen doen met een van hem geleende momentensleutel. Dan heeft de motor weliswaar zo'n 40 in plaats van 20 draaiuren gehad, maar dat zou toch niet zo'n onoverkomelijke ramp moeten zijn. Als we in Groningen zijn, bellen we nog wel even over de kwestie. Dat lijkt ons een betere oplossing dan op zaterdag te gaan proberen in Bremerhaven een dieselmonteur te pakken te krijgen die voor ons de kop gaat natrekken. Het wordt waarschijnlijk een zware kluif om zo'n man sowieso te vinden en vervolgens draait hij je waarschijnlijk een poot uit.
Dan maken we nog een korte wandeling naar de Dankeskirche boven op de heuvel bij Holtenau. Daar zal vanaf 09.30 de begrafenis van Günter Tiessen plaatsvinden, de man bij wie we de afgelopen 9 jaren bijna steeds onze scheepsinkopen hebben gedaan. Een gedenkwaardige figuur. Van de begrafenis zelf zien we niet veel. Waarschijnlijk zit iedereen al in de kerk. Buiten zitten alleen een paar lieden van de begrafenisonderneming op een bankje en staan er wat auto's met bloemstukken. Dan lopen we weer naar beneden en halen onze bestelling voor de terugreis op. Ik moet een papier ondertekenen waarin staat dat Delfzijl de eerstvolgende buitenlandse haven is die ik zal aanlopen. We betalen en ik mag de spullen meenemen. Als we de winkel verlaten zie ik nog een klein rubberbootje met het opschrift 'POLIZEI' voorbijkomen. De controle lijkt dit jaar op het belachelijke af te zijn toegenomen. Mogelijk worden we zelfs bij Gieselau nog gecontroleerd! Ik weet niet of ik al die overdreven controle's allemaal wel zo leuk en nuttig vind. Voor je het weet zit je in een soort politie-staat ... en wat gebeurt er met al die zo driftig verzamelde gegevens over onze verschillende verblijfplaatsen in de vakantie? Nu ja ... het zal wel bij het tijdsgewricht horen.
Als we teruglopen zien we dat de sluis nog open staat richting Brunsbüttel. We haasten ons niet omdat ik veronderstel dat de deuren dicht zullen zijn als wij bij het schip zijn aangekomen. Dat blijkt echter niet het geval. Ik start de motor en kom tot de niet zo leuke ontdekking, dat dat bijna niet lukt! Ondanks dat ik het gas vol open zet blijft de motor minuten lang heel traag draaien onder het produceren van hele wolken blauwe rook. Pas heel langzaam komt hij op de normale toeren en als ik dan te snel gas terugneem, slaat hij weer af en kan ik overnieuw beginnen. Eindelijk echter heb ik het ding normaal aan het draaien hoewel deze methode natuurlijk nooit de bedoeling kan zijn! Daar zal ik nader naar moeten laten kijken! We gooien los en ik ben nu helemaal overtuigd, dat we nog wel een uur op de volgende schutting zullen moeten wachten. Maar nee, de sluis staat nog steeds wijd open en we kunnen zo naar binnen. We leggen aan naast een groot Duits zeiljacht, ik betaal mijn 'Kanalgebühren' en na een 20 minuten mogen we verder: richting Gieselau. De zon schijnt en het is warm. Er staat een zacht windje (kracht 2 ongeveer, max 3) uit ZO tot O. Langzaam lopen we uit op de meeste andere boten. Nu en dan worden we ingehaald door een Duits jachtje, dat de fok heeft bijstaan. Als er geen wind is, ga ik hem voorbij, als er wel wind is, komt hij weer voorop. Dat duurt tot Gieselau. Daar draai ik het kanaal in en vaart hij verder richting Brunsbüttel. Als we aanleggen komt een Nederlands echtpaar ons assisteren. Ze varen op een stalen jacht DOLPHIN, waarop Den Oever als thuishaven vermeld staat. Ze zijn dit jaar in Polen en Zweden geweest en al vanaf eind april onderweg! Polen heeft hun voorkeur niet meer. De bureaucratie hebben ze als zeer groot ervaren. Je moet van haven tot haven opgeven waar je heen wilt en je wordt bij elke volgende haven door de autoriteiten weer opgewacht. Kennelijk nog een restant van de communistische controle-maatschappij. Het zal naar hun beleving wel een aantal generaties duren voor dit gedrag meer aangepast is aan wat wij van een westerse overheid verwachten. Al vertellend komen we erachter, dat we onze tijdelijke voorbuurman al eerder hebben ontmoet. Vorig jaar namelijk in de sluis van Otterndorf. Daar was hij als assistent aanwezig van een Noor, die met zijn pas gekochte motorboot van Nederland naar Noorwegen voer. De wereld blijkt dus maar klein.
's Avonds pakken Annet en ik de fietsen en rijden we via de pont over het NOK naar het Gasthaus waar we al een aantal keren eerder hebben gegeten. Ook dit keer is de maaltijd voortreffelijk. Daarna rijden we weer terug over de verlaten landwegen naar de Gieselau sluis. Het is prachtig weer en de ondergaande zon is adembenemend om te zien.
Als we terug zijn bij de boot is het al donker. We worden door de voorburen uitgenodigd voor een kop koffie. Tegelijk kunnen we daarbij hun boot bekijken. Dat is zeker de moeite waard, want het is een 40 voets Van der Stad, door de eigenaar zelf als casco gebouwd en ingetimmerd. Hij heeft daar ettelijke jaren over gedaan, maar het resultaat mag er dan ook zijn. Verder wisselen we de bekende zeilersverhalen en -ervaringen uit en zijn (als elke keer in dit soort gevallen) verrast over de herkenbaarheid van één en ander. Omstreeks 22.30 keren we terug naar ANDREA. We zullen morgen vroeg op moeten om op tijd in Brunsbüttel te zijn.
Vrijdag,
19 augustus 2005 - Naar Lintig
Nadat ik 's nachts een aantal keren wakker ben geworden van voorbijkomende schepen in het NOK (het water wordt dan uit het Gieselau kanaal weggezogen, waardoor de boot aan zijn landvasten ligt te rukken) staan we vroeg op: 06.30 uur. We hebben uitgerekend, dat we omstreeks 11.30 voor de sluis is Brunsbüttel willen liggen en dat betekent dat we uiterlijk 07.00 uur weg moeten. De voorburen zijn ook al wakker en assisteren bij het losmaken. Dat heeft nog wel wat voeten in de aarde, want bij het starten van de motor produceert deze weer massa's blauwe rook en duurt het misschien wel een minuut voor hij op toeren is! Dat is niet wat we van de zojuist gereviseerde motor verwachten! We zullen hopen dat dat in de toekomst beter gaat! We nemen afscheid en zijn onderweg. De reis verloopt voorspoedig. Als we tegen 11.15 komen aanvaren, gaat er juist een kleine binnenvaarder de jachtensluis in. Ik maak nog een wachtrondje voor de sluis en krijg daarna als laatste wit licht, waarna we kunnen aanleggen aan stuurboordskant. Het schutten begint onmiddellijk daarna en om 11.30 zijn we op de Elbe. Daar staat dan nog een forse vloedstroom, waar ANDREA tegenin moet tornen. Gelukkig is de wind ZO, kracht 3, zodat we de fok mee kunnen laten trekken. Dat levert een gemiddelde snelheid op van zo'n 4 knopen. Daardoor zijn we om 14.00 in Otterndorf, precies als het daar hoog water is. Dat betekent dat we minstens 2 uur de tijd hebben om de mast te strijken. We regelen dat in een dik uur, zodat we daarna nog een uur in ledigheid moeten doorbrengen tot 16.30 het schutten begint. Ook dat gaat redelijk snel en tegen 17.00 kunnen we aan de reis naar Bederkesa – Lintig beginnen. We varen in een optocht van vier schepen. Voorop gaat een Nederlands jacht uit Lelystad (LOKI genaamd), waarvan de eigenaar de reis kennelijk voor de eerste keer maakt. Bij de hoek van het Hadelner kanaal waar het vaarwater een bocht naar het zuiden maakt, houdt hij onvoldoende afstand tot de wal en loopt hij stevig vast in de modder. De andere boten stuiven hem daarop voorbij. Onder het passeren meld ik hem, dat hij meer bakboordswal moet aanhouden en dat hij dan wel los komt. Dat blijkt ook zo te zijn, want even later zie ik hem in de optocht van schepen weer aansluiten. Als we om 20.00 uur in Bederkesa zijn, leggen alle drie andere schepen aldaar aan. Ons trekt dat niet. De wal ligt vol met geïllumineerde en gepavoiseerde schepen en er is kennelijk een havenfeest gaande. De luidruchtigheid en het hoge biergehalte van dergelijke festijnen kennende lijkt de aanlegplaats na de sluis van Lintig ons een veel betere (en rustiger!) keus. Aldus doen we. Tegen 21.00 uur liggen we voor de kant, juist op tijd om voor een 'Gewitterböe' in de kajuit te kunnen schuilen. Tegen 22.00 uur gaan we naar bed. Ook morgen zullen we weer redelijk vroeg uit de veren moeten.
Zaterdag,
20 augustus 2005 - Naar Oldenburg
Ook dit keer zijn er weer (lichte) startproblemen. Een hoop blauwe rook en het duurt een halve minuut voor de motor op toeren is. Minder mooi is, dat de alarmpieper ook afgaat, hoewel we met geen mogelijkheid kunnen ontdekken wat er aan de motor mis zou kunnen zijn: olie is voldoende aanwezig, de waterpomp werkt, de temperatuurmeter staat in het groen ... Ik kan alleen maar concluderen dat de piezopieper het kennelijk begeven heeft of op het punt staat dat te doen. We hebben een paar jaar geleden op de Elbe al ervaren, dat het ding ook dan een signaal begint af te geven, kennelijk om de eigenaar te waarschuwen dat hij op de pieper niet meer vertrouwen kan. Dat is misschien wel goedbedoeld van de bouwers maar het is een zenuwslopend signaal, dat echter gelukkig steeds zachter wordt, totdat het halverwege de tocht over de Geeste helemaal stopt. Later blijkt dat de pieper het ook in normale gevallen (zoals bij het stoppen van de motor) niet meer doet. het ding zal dus vervangen moeten worden.
Inmiddels zijn we met de motor ongeveer bij de 20 bedrijfsuren aangekomen en zullen de moeren van de gereviseerde kop moeten worden nagetrokken. Het lukt echter niet op zaterdag een monteur of andere deskundige voor dat klusje te krijgen, hoewel ik in een watersportshop in Bremerhaven een mogelijke kandidaat zelfs 100 euro in het vooruitzicht stel voor een karweitje, dat waarschijnlijk amper een kwartiertje in beslag neemt. Derhalve besluiten we verder te varen naar Oldenburg en aldaar mijn broer Kees te bellen voor verder overleg.
De reis over de Weser verloopt vlot. Ook hier is het behoorlijk mistig, maar er is voldoende zicht om veilig te kunnen varen. Het water is vlak en veel beroepsverkeer is er niet. Onderweg lukt het me om met een waarloos stuk verstagingsdraad een hulpantenne te maken, waarop we ook met gestreken mast de weerberichten kunnen ontvangen! Ik knoop de draad middels stukjes touw aan beide uiteinden tussen de radarmast en de zeerailing en klik de klem van de coaxkabel op de staaldraad vast. Als ik de radio op 147.3 zet en het radioprogramma op de computer start, blijkt het keurig te werken. Ik krijg de weerberichten van Pinneberg uitstekend binnen! Dat is een belangrijke verbetering. Tot heden waren we bij gestreken mast altijd van weerberichten verstoken. Nu echter kunnen we ook met de mast omlaag op de hoogte blijven van wat ons op het weer gebied te wachten staat.
Om 14.45 zijn we in Oldenburg en lopen eerst het centrum in. Daar kopen we wat broodjes en een 'Obstkuchen' met kersen. In het antiquariaat bij de haven koop ik de Duitse uitgave van Anna Karenina en daarna bel ik Kees. We spreken af, dat hij morgen met zijn vrouw langs komt aan de andere kant van de sluis om de klus te klaren. Mocht hij het niet kunnen vinden, dan praten we hem via de mobiele telefoon naar de ontmoetingsplek.
's Avonds gaan Annet en ik eten in Oldenburg in de ons goed bekende 'kebab-tent', alwaar men ook uitstekend Oldenburgs bier schenkt. We zijn zeer tevreden. Daarna maken we nog een korte wandeling door avondlijk Oldenburg. Het blijkt dat een boekhandel nog open is wegens totale uitverkoop. Ik schaf er een bundel aan met de Duitse vertaling van twee boeken van Kierkegaard 'Begrebet Angest' en 'Sygdommen til Døden'. Tevens een boek met een portret van Heinz Lippmann, een in de 60er jaren uit de voormalige DDR gevluchte topman, die tijdelijk plaatsvervanger was van Erich Honecker. Beide boeken samen voor nog geen 20 euro. Geen geld dus.
Zondag
21 augustus 2005 - Naar Surwold
We staan om 08.00 uur op. Na het ontbijt maken we de boot om 08.30 los en varen we langzaam naar de sluis. Toch blijken we nog 20 minuten te vroeg te zijn. De sluis wordt pas vanaf 09.00 uur bediend op zondag en we maken daarom even vast aan een binnenvaarder die in de havenkom voor de kant ligt. Nadat de sluis geopend is en een binnenvaartschip is uitgevaren, mogen wij naar binnen. Inmiddels zijn er zo'n zes plezierjachtjes verzameld en we kunnen allemaal mee. Zodra we de zes meter gestegen zijn en de sluisdeur aan de andere kant open gaat, varen we naar buiten en gaan onmiddellijk aan stuurboordswal liggen bij de aanlegplaats voor de sluis. Hier willen we wachten tot Kees en Tineke langs komen. Dat duurt nogal even. Het is kennelijk een beetje lastig te vinden. Uiteindelijk lukt het en om 11.00 zitten we aan de koffie met 'Kuchen'. Daarna trekt Kees zijn werkjas aan en maken we het motorluik open. Vijf van de tien aan te halen moeren zijn zonder meer bereikbaar, maar de andere vijf zitten onder het klepdeksel, dat dus verwijderd moet worden. Helaas blijkt een aantal van die vijf ook nog onder het mechanisme van tuimelaars en tuimelas te zitten, dat dus ook moet worden losgemaakt. Niettemin lukt dat allemaal na enig aandringen en blijkt het na de montage niet nodig om de kleppen nog eens te stellen. We starten de motor en hij loopt direct zonder problemen. Ik geef de kapotte piezo-pieper aan Kees mee. Hij zal kijken of hij aan een vervangend exemplaar kan komen. Dinsdag halen we die in Groningen dan wel even op. Als dank voor zijn moeite krijgt Kees een fles 'Famous Grouse' afkomstig van Tiessen. Dan gaan we eten, en na vertrek van Kees en Tineke varen we met zes knopen naar Surwold, alwaar we 19.15 aankomen. Er blijkt genoeg ruimte voor ANDREA om aan te leggen en terwijl we in de kuip zitten te lezen (de eerste keer dat dat in deze vakantie echt kan, omdat het nu eindelijk eens niet regent of te koud is!) komt de havenmeester langs. Hij krijgt zijn zeven euro en wij een sleutel van het hek, waardoor we het terrein van de haven ook kunnen verlaten zonder onszelf buiten te sluiten. Na een korte wandeling brengen we de rest van de avond in de kuip door bij het licht van waxines en een olielamp. Heerlijk!
Maandag
22 augustus 2005 - Naar Delfzijl
Wederom staan we tegen 08.00 uur op. Als eerste haal ik het weerbericht binnen om te kijken of we veilig de Eems over kunnen. Dat blijkt mogelijk:
IJSSELMEER:
WESTLICHE
WINDE 2, ANFANGS NEBELFELDER, SEE UNTER 0,5 METER.
DEUTSCHE
BUCHT:
NORDWEST
2 BIS 3, WESTTEIL ZEITWEISE UMLAUFEND, STRICHWEISE
Hoewel Eems en Dollard in geen van beide 'Vorhersagegebieten' liggen, gaan we ervan uit dat de weersomstandigheden ter plaatse zich wel navenant zullen gedragen. Dat betekent dat er zo weinig wind zal staan, dat de overtocht geen probleem zou moeten zijn.
Hierna maken we ons op voor het ontbijt. We halen broodjes bij de benzinepomp en lopen terug naar de boot. Na het ontbijt rommelen we wat tot het omstreeks 09.30 is. Dan gooien we los en vertrekken we. Het starten van de diesel gaat ietsje sneller dan de vorige keren, hoewel het nog steeds niet is wat het zou moeten zijn. Als we het Kuestenkanal opvaren zien we voor ons een zwaar geladen vrachtschip voortploegen. Snel hebben we het ingehaald en na enige twijfel passeren we het schip ook. Het is de Atlantis uit Papenburg. De inhaal-actie had natuurlijk geen zin, want voor de sluis van Doerpen moeten we toch weer op hem wachten. Hij mag eerst naar binnen en daarna mogen wij van de (Nederlands sprekende!) sluismeester invaren. In de sluis maken we een praatje met de schipper. Hij wil naar Papenburg en heeft daarbij alle tijd, want het is toch nog te vroeg voor het getij. Hij wil ons op het stuk naar Boellingerfaehr ook wel eerst voorbij laten gaan, dan komen we elkaar voor de sluis wel weer tegen. En dat is ook zo. Als wij al omstreeks een kwartier hebben liggen dobberen voor de sluis, komt eindelijk de Atlantis aan stomen en mogen wij weer achter hem de sluis in. Naar Herbrum besluit ik dan ook maar achter de Atlantis te blijven. Dat levert ook dit keer weer een snelle sluispassage op. Zodoende zijn we om 13.30 op de Eems. Eigenlijk een kleine drie uur voor HW Herbrum! Dat is twee uur vroeger dan we ooit eerder gedaan hebben. Het eerste stuk tot en met Leer hebben we dan ook stroom tegen. Ik probeer zoveel mogelijk de binnenbochten te nemen, en dat resulteert in een snelheid tussen de 4,8 en 5,5 knopen. Niet slecht. We leveren dus maximaal een dikke knoop aan snelheid in. Vanaf Leer beginnen we de normale snelheid van 6 knopen te varen en weldra halen we zelfs 7 tot 8 knopen! Als we uiteindelijk om 18.10 voor Emden zijn (een uur eerder dan gepland!) halen we bij tijden zelfs snelheden van 10 knopen! Dat betekent 4 knopen stroom mee! Zodoende zijn we om 19.00 uur tussen de havenhoofden en liggen we een klein half uur later aangemeerd in een box bij Neptunus. D.w.z. bij de zeilvereniging met die naam. Onderweg hebben we al gegeten en we maken dan ook snel een wandeling over de haven om te kijken of we de Dolphin of de Witte Beer misschien zien liggen. Die hadden beiden ook het plan naar Delfzijl te gaan. Geen van beiden treffen we aan. Maar als we over de steiger teruglopen, zien we een klein bootje met een wit stoomlicht in de richting van de haven varen. Na enige twijfel komt vast te staan dat het de Witte Beer is. We wachten ze op en helpen ze met afmeren. Daarna drinken we een borrel in de kuip bij Frans en Annet van Klaren. Zij zeggen nog vroeger dan wij uit Herbrum te zijn vertrokken. Al om 12.00 uur waren ze op de Eems, toen het nog afgaand water was. Zelfs hebben ze de omslag van eb naar vloed meegemaakt in de vorm van een toch wel enige schrik aanjagende getijdegolf! Een soort tsunami in het klein. Het schip kon de golf gemakkelijk nemen, maar het was toch wel een enerverende ervaring. Ik vertel wat verhalen over wat ik over dit natuurverschijnsel heb gelezen. Er schijnt in Frankrijk in de Loire een getijdegolf voor te komen van wel ettelijke meters hoog, die in het verleden behoorlijk wat schade kon aanrichten. En er zijn nog wel meer verhalen bekend over dit fenomeen. Ik heb het zelf echter nog nooit mogen meemaken. Onmiddellijk daarna ervoeren Frans en Annet een tegenstroom van 4 knopen, zodat ze over een afstand van een paar kilometer wel een uur deden. Daarom besloten ze voor de sluis bij Papenburg te wachten op het keren van het tij. En daar moeten wij ze dus voorbij gevaren zijn zonder ze te zien. Zodoende kon het gebeuren dat zij anderhalf uur eerder dan wij vertrokken uit Herbrum en wij toch een uur eerder in Delfzijl aankwamen.
Hierna keren we terug naar onze eigen boot en kruipen maar snel in bed. We zijn toch wel behoorlijk moe van de vaartocht van ongeveer 10 uren.
Dinsdag
23 augustus 2005 - Naar Bergum
Omstreeks 08.00 uur staan we op en doen eerst boodschappen in Delfzijl. We halen broodjes en andere etenswaren, waaronder een zestal blikjes bier, omdat we totaal door de voorraad van dit levensnoodzakelijke vocht heen waren. Terug aan boord eten we een croisantje met ham en kaas, betalen de havenmeester en maken het schip dan gereed voor vertrek. We tanken dit keer niet aan de tanksteiger, omdat Delfzijl aan het spuien is en er dus een hinderlijke en lastige dwarsstroom staat in de haven, waardoor het erg moeilijk is om bij de pomp aan te leggen. Binnen de zeesluis is er echter een bunkerschip, waar we zonder problemen kunnen aanleggen. We gaan door de zeesluis, die toevallig net open staat als wij komen aanvaren en na het tanken stomen we op naar Groningen. We moeten daarbij een halve knoop snelheid inleveren, omdat het spuien in het Eemskanaal een stroom naar buiten oplevert. Onderweg maken we met Kees de telefonische afspraak, dat we buiten de Oostersluis zullen aanleggen en dan met de fiets naar hem toe zullen komen. Dat lukt allemaal. Helaas valt er wel een forse regenbui op het moment dat wij door Groningen fietsen, maar voor de rest gaat alles voorspoedig. We krijgen van Kees een piezopieper, die normaal gebruikt wordt om een automobilist eraan te herinneren dat hij bij het uitstappen het licht van de auto heeft laten branden. Dat ding zou ook gebruikt moeten kunnen worden als alarmsignaal voor de diesel aan boord van ANDREA. Verder heeft hij een stukje slang voor ons, dat onder het klepdeksel van de diesel moet dienen om de overdrukslang, die stuk is, te vervangen. Met deze spullen gaan we terug naar het schip. Ik monteer de pieper, die tot volle tevredenheid werkt en we maken los om naar Bergum te varen. De tocht daarheen verloopt voorspoedig. Wel is de wind koud en ziet het er buiten uit of het herfst is: donkere luchten, waaiende bomen, vallende bladeren, kraaien die tegen de wind in moeite moeten doen om in de lucht te blijven. Het weer lijkt compleet van slag. Tegen dat we de brug van Schuilenburg bereiken begint de zon echter tussen de wolken door te schijnen en wordt het op het eind van de dag toch nog een beetje warm. We eten onderweg een of andere Chinese noedelmaaltijd, die uitstekend smaakt. Om 19.00 in Bergum aangekomen leggen we het schip in een lege box en betalen het havengeld. Daarna pakken we de fietsen en maken een 'sentimental journey' naar Veenwouden, waar we van 1976 – 1980 gewoond hebben. We kennen het hier en daar amper meer terug. De verbindingswegen tussen de dorpen zijn verbreed en de aantallen auto's (net als overal elders in Nederland) gigantisch toegenomen. Ook echter zijn er aparte fietspaden langs de provinciale wegen aangelegd. Ondanks al die veranderingen staan de huizen waar we ooit woonden er nog steeds. We bekijken de omgeving. Dan fietsen we over de Stinsweg terug en zien bij Johan en Rie Trommel licht branden. We wagen de gok en leggen een kort bezoek af. Het wordt van weerskanten als erg leuk ervaren. Dan stappen we weer op en rijden richting Bergum. Terug aan boord lezen we nog wat in de kuip bij het licht van olielamp en waxinelichtjes en gaan daarna naar bed.
Woensdag,
24 augustus 2005 - Naar Staveren
Als we om 08.00 uur opstaan schijnt de zon. We rijden op de fiets Bergum in en halen broodjes en gebak bij de bakker. Dan gaan we terug aan boord en nemen ons ontbijt. Vervolgens gooien we los en varen over het Prinses Margrietkanaal dieper Friesland in. We willen naar Uitwellingerga om daar de mast te zetten. Daarna willen we verder richting Staveren teneinde de overtocht over het IJsselmeer te kunnen aanvaarden. Dat zal vandaag niets meer worden. Er staat een stevige tot harde zuidelijke wind en die windrichting is precies degene, die we niet moeten hebben. Het is op het eind van de vakantie ook altijd hetzelfde liedjes. Het enige verschil is, dat we nu een aantal dagen respijt hebben en ons de luxe kunnen veroorloven te wachten tot de windrichting beter wordt. Misschien is dat donderdag het geval.Omstreeks 09.30 varen we weg en komen tegen 12.30 bij Uitwellingerga aan. We treffen de hele loswal leeg aan, zodat we plek genoeg hebben om aan te leggen. We besluiten onmiddellijk de mast te zetten en omstreeks 15.00 is ANDREA weer een zeilboot. Ik pleeg een telefoontje met de Bukh-dealer uit Heeg over het motoralarm. Het piepertje dat nu gemonteerd is, is eigenlijk te zwak. Je hoort het ding maar nauwelijks boven het geraas van de motor. De man meldt, dat de originele Bukh-onderdelen peperduur zijn en dat men meestal van VDO gebruik maakt. Helaas hebben ze op dat moment geen alarmpieper op voorraad. Als ik Kees daarover bel, blijkt hij wel aan een dergelijk exemplaar te kunnen komen. We maken los en varen richting Staveren. De wind is ZZW en op het Heegermeer blijken we wind en golven pal tegen te hebben. Dat is vervelend, omdat er nogal wat buiswater overkomt en ik achter het roer staande kletsnat dreig te worden. Ik weet het probleem op te lossen door onder de buiskap te schuilen en met mijn linkerhand het roer te bedienen. Zo kan ik redelijk zicht houden, het schip sturen en toch droog blijven. Omstreeks 18.00 zijn we in Staveren. We leggen de boot in een box en gaan daarna op de sluis kijken. Het IJsselmeer ziet er bar en boos uit. Het waait hard en er staan grote rollers door. De haven is compleet lagerwal. Ik vrees dat we morgen niet weg kunnen.
Donderdag,
25 augustus 2005 - Staveren
Dat blijkt te kloppen. Hoewel we in de loop van de dag verschillende keren op de dijk gaan kijken, waait het alleen maar harder. Omdat we op onze huidige ligplaats precies aan lagerwal liggen, besluiten we naar een box aan de overkant van het vaarwater te varen. Daardoor wordt de afstand naar de sluis en het dorp ook aanzienlijk korter, omdat we niet meer eerst naar de brug hoeven te lopen. Tegen 15.00 staat er W-ZW 6 met in de windvlagen nog hogere snelheden. Die windkracht is nog tot daar aan toe, maar de windrichting is puur verkeerd. We zouden tegen wind en golven moeten opkruisen en daardoor zou de reis naar Enkhuizen 4 uur of langer gaan duren. Daar hebben we geen zin in. We gaan 's avonds uit eten in een restaurant aan de haven.
Vrijdag,
26 augustus 2005 - Staveren
De volgende dag pakken we de fietsen en rijden naar het station. Daar nemen we de trein naar Sneek en rijden vervolgens per fiets naar het centrum van dat stadje. Het regent nu en dan stevig en we moeten telkens schuilen onder de luifels en overdekte winkelstraten. We gebruiken de lunch bij een lokale Chinees. Daarna is het droog en fietsen we door naar een buitenwijk van Sneek waar Herman en Regina (een neef en nicht) wonen. Ze hebben net een nieuw huis, dus uitstekende gelegenheid om dat even in ogenschouw te nemen. Het ziet er allemaal prachtig uit. Tegen 15.00 fietsen we weer naar het station en nemen we de trein terug naar Staveren. Daar aangekomen bezoeken we de botenmakelaar en bezien de te koop aangeboden zeilboten. Een aantal schepen trekt onze aandacht, maar een echte aanvechting tot kopen hebben we niet. 's Avonds eten we in het locale visrestaurant vlak achter de zeedijk met uitzicht op het IJsselmeer. We bestellen allebei een visschotel met vier verschillende soorten vis: slibtong, kabeljauw, rode poon en schol. Erg lekker. We lopen terug langs de zeedijk en bezien het IJsselmeer bij nacht. Het waait nog steeds behoorlijk hard, hoewel de wind vergeleken met de afgelopen dag wel is afgenomen.
Zaterdag,
27 augustus 2005 - Naar Monnickendam
De volgende morgen lijkt de wind te zijn afgenomen. De weerberichten bevestigen dat vermoeden en we besluiten dan ook weg te gaan. We hebben hier al lang genoeg verwaaid gelegen! Gedurende een uur proberen we op de zeilen Enkhuizen te bereiken. Dat lukt wel, maar de wind neemt verder af en de reis dreigt onmogelijk lang te gaan duren. Derhalve zet ik de motor aan en met het grootzeil als steun stevenen we recht op Enkhuizen af. Tegen 12.30 zijn we daar aangekomen. De schutting via het naviduct verloopt vlot en een kwartier later zitten we op het Markermeer. Als ik op de hand stuur kan ik de fok net vol en bij houden, zodat we met een snelheid van een dikke 6 knopen richting Gouwzee stomen. Verschillende keren moeten we uitwijken voor schepen die zeilend van de andere kant komen. Er zijn maar erg weinig schepen die met dit weer op de motor varen, zoals wij. Dat klopt natuurlijk ook wel, want wij willen gezien de windrichting precies de verkeerde kant uit. Maar na vijf weken hebben we wel genoeg gezeild. We willen nu alleen nog maar naar huis. En dat lukt. Omstreeks 16.00 liggen we in de box en worden we door Reynold opgehaald met de auto. Ook deze zeilvakantie is ten einde. Niet zo briljant als we gehoopt en gedacht hadden, maar niettemin met een heel aantal mooie zeiltochten om in de annalen bij te schrijven.