Zeilvakantie 2006
Vrijdag 21 juli 2006: naar Staveren
Als Annet om 12.30 vrij is, maken we ons gereed om naar de boot te gaan. We pakken de auto in en rijden naar Purmerend. Daar halen we Joyce en Patrick op, die met ons naar Monnickendam mee rijden. Zij zullen vervolgens de auto weer naar Zaandam terugbrengen. Op Hemmeland aangekomen, pakken we de spullen van de auto over in de boot. Daarna vertrekken Joyce en Patrick en wij maken de boot gereed voor vertrek naar zee. De computer wordt geinstalleerd, de motor wordt gestart, de fok wordt ontdaan van de hoes en het grootzeil van de huik en uiteindelijk is alles klaar. Alles lijkt het te bovendien te doen ook! De motor, de computer, de zeilen. Helaas staat er niet echt veel wind. Als we in de Gouwzee zijn, blijken we net de fok vol te kunnen houden. Zodoende zijn we om even na 17.30 bij het Naviduct. We worden in een kwartier geschut en vangen de reis naar Staveren aan. Daar komen we na een reis op de motor over een vlakke zee om 20.00 uur door de sluis. Onderweg hebben we dan inmiddels gegeten. In de haven weten de de laatste ligplaats in te nemen bij een watertankplaats. Op een bord staat geschreven dat we dan voor 09.00 uur de volgende morgen weg moeten zijn. Maar dat is geen punt, want we willen na het strijken van de mast toch zo snel mogelijk verder. Nadat we iets gedronken hebben, maken we een korte wandeling door Staveren. Het dorpje blijkt tot de nok toe vol te zitten met toeristen. Dat was vorig jaar met het slechte weer wel even heel anders! Maar dit is natuurlijk wel zo gezellig. We lopen terug over de dijk en besluiten vervolgens het schip alvast gereed te maken voor de operatie mast strijken voor de volgende dag. De bok wordt op dek gelegd en de lijnen alvast opgeschoten. Spaart morgen weer werk en lawaai. Zodoende kunnen de buren misschien iets langer slapen.
Tijdens het werk komt de havenmeester langs, en betalen we het liggeld ten bedrage van zo'n 8 euro. Alleszins redelijk, lijkt ons.
Het is warm, om niet te zeggen benauwd. Ik overweeg zelfs in de kuip te gaan slapen, want in de boot is het helemaal niet uit te houden. Zittend in de kuip type ik dit verhaal in, nu en dan slokjes port tot mij nemend. Het zeeleven is ruw, hard en vol van ontbering!
Zaterdag 22 juli 2006: naar Groningen
Na een veel comfortabeler nacht dan gedacht staan we om 08.00 uur op. Het is veel koeler geweest dan zich 's avonds had laten aanzien. En 's morgens is de temperatuur zo'n 20 graden. Laag genoeg om het zo koud te krijgen dat het dekbed weer in gebruik wordt genomen. We strijken de mast in omstreeks een uur. Terwijl ik de zaak vastbindt gaat Annet naar de bakker en haalt brood. Dat is voor het weekend waarschijnlijk de laatste gelegenheid. De zon blijft achter een wolkensluier verborgen. Daar zijn we niet rouwig om, want het is heet genoeg. Gelukkig staat er een zacht oostenwindje, waardoor er tijdens het varen voldoende koelte is. In Bergum tanken we. Er moeten een dikke 20 liters bijgegooid worden, wat op een verbruik komt van twee liter per uur. Gezien de snelheid die we maken is dat niet al te beroerd, hoewel een dikke knoop minder wel aanzienlijke besparing zou opleveren. Maar ik schiet graag een beetje op! Aangekomen op het Bergumermeer blijkt de diepte te gering te zijn om te kunnen aanleggen. Vandaar dat we ter plaatse besluiten om door te varen naar Groningen. Achter ons bouwen zich donkere luchten op. Ter hoogte van Aduard ontladen ze zich in een aarzelende, maar allengs groeiende regenbui, die op het hoogtepunt vergezeld gaat van een aantal knetterende donderslagen. Als we Groningen binnenvaren hoost het van de regen. De Paddepoelbrug wordt snel gedraaid, maar bij de Oostersluis moeten we helaas een half uur wachten. Tegen 20.00 uur echter liggen we in de jachthaven van een Groninger motorbootclub. De havenmeester zal volgens zeggen vanaf morgenvroeg 09.00 uur weer aanwezig zijn, zodat we onze verplichtingen dan wel aan hem kunnen voldoen. We bereiden ons voor op een lange en rustige avond. Het regent nog steeds en we hebben na de hoosbuien van vanavond geen aanvechting om nog de wal op te gaan.
We eten aan boord: aardappelsalade met tomaten en kleine borrelworstjes. Kwark met vla als dessert. Geen rompslomp en toch een complete maaltijd, overgoten met bier. Heerlijk. De rest van de avond brengen we door met lezen en luieren. We gaan vroeg naar bed.
Zondag, 23 juli 2006: naar Delfzijl
We staan ook tamelijk vroeg weer op. Na het ontbijt brengen we ook een groot deel van de zondagmorgen in alle rust door. Ik heb gisteravond al wat gelezen in een reader over dyslexie en ADHD. Als aankomend docent dien ik daarvan af te weten. Vanmorgen zet ik het gelezene om in aantekeningen op de computer. Kan ik het hele boekwerk terugbrengen tot enkele bladzijden echt belangrijke informatie. De verschijnselen zijn overigens interessant genoeg. Zowel bij dyslexie als bij ADHD is eigenlijk het grootste probleem dat het kinderen ontbreekt aan structuur. Wat de dyslexie aangaat betreft de structuurloosheid het woordbeeld. Leerlingen zijn niet in staat om teksten door te nemen en voor te lezen, omdat het woordbeeld bij hen ontbreekt. Ze zien alleen losse letters en geen woorden. Daardoor wordt elke enigszins ingewikkelde tekst (vooral als hij ook nog in een slechte opmaak wordt aangeboden!) voor hen tot een onontwarbaar labyrint. De oplossing ligt in RALFI, een methode om leerlingen te leren het lezen te 'automatiseren'. Het acroniem staat voor 'repeated, assisted, level, feedback, interaction', wat wil zeggen dat de leerlingen herhaald begeleid teksten krijgen aangeboden die op hun niveau liggen, waarbij ze de teksten (na twee keer voorlezen door de docent) zelf moeten voorlezen, terwijl ze (voornamelijk positieve!) feedback krijgen op hun prestaties. Op deze manier begeleid krijgen kinderen overzicht over teksten en durven en kunnen ze die later ook in eigen beheer meester worden. Het aanbrengen van structuur als oplossing van het probleem! Een dergelijke manier van doen wordt gevolgd bij het begeleiden van kinderen met ADHD. De term staat voor aandacht tekort vergezeld van hyperactiviteit. De leerlingen zijn niet in staat hun aandacht aan één onderwerp te besteden, en kunnen bovendien andere prikkels niet negeren. Ook deze leerlingen worden geholpen door het aanbieden van structuur: duidelijkheid over het lesprogramma, duidelijkheid over de werkopdrachten, helderheid in het formuleren van vragen, onmiddellijke feedback op gewenst en ongewenst gedrag, bevorderen van gewenst gedrag door voordoen, blijven afchecken of de aandacht werkelijk aanwezig is. Het belangrijkste schijnt echter de medicatie te zijn. ADHD schijnt vooral een neurobiologische afwijking te zijn, die slechts met medicijnen (Ritalin vooral) kan worden aangepakt. Daarnaast is echter ook structuurbegeleiding blijvend noodzakelijk. Nu ja ... wat ik al zei: bijster interessant allemaal en ook uiterst nuttig om kennis van te vergaren.
Als ik tegen 11.00 uur ongeveer gereed ben met mijn aantekeningen gaan we op de fiets naar mijn zwager en zijn vrouw. Mijn zwager is jarig vandaag en we willen hem verrassen met een bezoek. We zijn echter niet zo bekend in Groningen dat we vanaf de haven in eigen beheer naar zijn adres kunnen rijden. Gelukkig heb ik echter sinds kort de beschikking over een Ipaq PDA, voorzien van navigatiesoftware en via Bluetooth verbonden met een kleine draagbare GPS. Het ding is ongeveer zo groot als twee luficerdoosjes en kan gemakkelijk in de fietstas. Als ik de navigatiesoftware op de PDA heb gestart, krijg ik per vriendelijke vrouwenstem precies aangegeven bij welke splitsing ik links- of rechtsaf moet en zodoende zijn we na een half uurtje ter plaatse. Lastig is wel dat het ding ons steeds de autoweg op wil sturen. Met fietspaden is in de software niet echt rekening gehouden. Jammer. Maar ook zo lukt het ons van het apparaat gebruik te maken.
De verjaardag verloopt heel gezellig. We zitten en praten en eten wat in de tuin achter het huis en gaan tegen 15.00 per fiets onder navigatiebegeleiding weer terug naar de haven. Daar maken we de boot gereed voor vertrek en varen dan het Eemskanaal op. Halverwege breekt er weer een stortbui los, die gelukkig niet lang duurt. Tegen 18.00 zijn we door de zeesluis en een kwartier later liggen we in de box in de haven bij Neptunus. In Delfzijl eten we een beetje en gaan daarna terug naar de haven. We brengen de rest van de avond lezend en luierend door. Morgen zullen we vroeg op moeten. Het is om 06.47 LW bij Emden en dan wil ik tussen de havenhoofden van Delfzijl zijn. Een vorig jaar hebben we uitgevonden dat dat het juiste tijdstip is om met optimaal gebruik van de vloed naar Herbrum te varen. We hopen aldaar snel door de sluis te kunnen en vervolgens voor 21.00 uur Oldenburg te kunnen bereiken. We zullen zien of dat lukt!
Maandag, 24 juli 2006: naar het Kuestenkanal
Als we om 06.00 uur opstaan schijnt de zon al. De mist die er nu nog hangt, zal dus wel snel verdwijnen. Niettemin is er beperkt zicht. Maximaal 1 kilometer. Voor ons echter voldoende om te varen. We maken de boot gereed en gooien los. Volgens mijn herinnering zouden we met LW Emden tussen de havenhoofden van Delfzijl moeten zijn. Omdat dit tijdstip op 06.45 valt, meen ik een half uur eerder bij Neptunus te moeten losmaken. Als we ter plaatse zijn, blijkt dat toch niet helemaal te kloppen. We zijn een dikke vijf kwartier later weliswaar voor de haven van Emden, maar we krijgen dan amper stroom mee. Dat wordt beter als we bij de Meijerdam komen. Daar begint de GPS snelheden van 7 knopen en meer te melden. Toch zou dat nog beter moeten kunnen. Ik denk dat we een volgende keer moeten zorgen met LW Emden bij Neptunus los te maken, in plaats van tussen de havenhoofden te zijn. Over het geheel maakt het trouwens niet veel uit. Vanaf de Jan Berghausbrücke (halverwege de tocht naar Herbrum) beginnen we snelheden van 9 knopen en meer te halen. Zelfs staat de GPS gedurende één seconde zelfs even op 10 knopen! We houden die hoge snelheden tot we op drie kilometer voor Herbrum zijn. Dan worden we gedwongen file te varen met een vrachtschip (de OCTOPUS), dat ons bij Emden al voorbijgevaren was. Vanwege de geringe waterdiepte in de bovenloop van de Eems kan hij geen snelheid meer maken, zodat we hem met onze 9 knopen plus snel inhalen. Met een sloom gangetje komen we dan ook omstreeks 11.00 uur de sluiskom van Herbrum binnenvaren.
En dan begint het lange wachten! Het duurt tot 13.00 uur voor de sluiswachter in de gaten krijgt, dat er nu toch wel heel erg veel sportbootjes voor de sluis liggen te wachten. Hij besluit ons per gratie middels de kleine sluis omhoog te brengen. Om 14.00 is dat gebeurd (totaal benodige tijd om 1 sluis te nemen: 3 uur!!) en varen we naar Böllingerfähr. Ook daar moeten we wachten en als we daarna bij Dörpen komen moeten we wederom twee vrachtschepen voor laten gaan. Om een lang verhaal kort te maken: we kunnen pas om 18.00 aan het Küstenkanal beginnen en de hele operatie om drie sluizen te passeren en enkele kilometers vaarweg af te leggen heeft dan volle 7 (!!) uren gekost! Een regelrechte schande, omdat de oorzaak niet ligt in de beperkingen van de installaties, maar in de mentaliteit van de sluiswachters die watersporters gewoon niet serieus nemen! Ik begrijp niet dat Duitse watersporters dat allemaal zomaar accepteren. In Nederland zou zoiets ondenkbaar zijn. Maar goed ... misschien moet ik nog maar eens een mailtje naar een stel Duitse watersportorganisaties sturen om te zeggen dat dit toch wel een beetje de spuigaten begint uit te lopen.
Op het Küstenkanal varen we vrolijk voort en bij Sürwold aangekomen proberen we daar een ligplaatsje te bemachtigen. Dat mislukt echter. De haven ligt al behoorlijk vol en op de enige plek waar wij willen en kunnen liggen, blijkt te geringe waterdiepte te zijn. We gooien derhalve los en varen verder. Omstreeks 21.00 uur komen we aan bij de voormalige ligplaats van de enige rondvaartboot die het Küstenkanal rijk is geweest: de 'Olle Griese'. Het schip ligt waarschijnlijk allang op een schepenkerkhof, maar de ligplaats is er nog. Tot onze verrassing zien we er zelfs een bord bij staan van het WSA Meppen, dat dit een officiële “Anliegestelle” is voor “Kleinfahrzeuge”, met een maximum van 10 personen. Het “Betreten” van de “Steg” is weliswaar “auf eigene Gefahr”, maar voor de rest is het allemaal prima geregeld. We maken er graag gebruik van. Een mazzel na een dag met nogal wat watersportfrustraties!
Dinsdag 25 juli 2006: naar Lintig
Na een heel rustige nacht (geen schip voorbijgekomen!) besluiten we tegen 07.00 uur weer op pad te gaan. We zouden dan om 10.00 uur bij Oldenburg kunnen zijn en met het laatste restje van de eb naar Elsfleth kunnen varen. Daar willen we dan aanleggen en wachten op HW ter plaatse. Dat zou vanmiddag om 15.30 het geval moeten zijn. Even voor dat tijdstip willen we dan afvaren naar Bremerhaven, zodat we als het meezit de Geeste sluis nog kunnen halen. Het is een beetje passen en meten, maar dan zou het allemaal net moeten lukken. We zullen zien.
De reis naar Oldenburg verloopt zonder problemen. Omstreeks 09.50 zijn we bij de sluis. Maar als ik de sluiswachter oproep en vraag om naar beneden geschut te mogen worden, krijg ik een zuinig verhaal te horen over te weinig water in het kanaal en zo min mogelijk schutten. Bovendien weet men geen antwoord te geven op de vraag wanneer de schutting zou kunnen plaatsvinden. Echter zoals bij veel (Duitse, maar ook Nederlandse!) ambtenaren: de ambtelijke soep wordt niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Als onze twee buurlui, die hier al vanaf vorige nacht gelegen hebben, zich als kandidaten voor de eerstvolgende schutting melden, en als bovendien nog een motorjachtje komt aanvaren, dat naar beneden wil, is de sluiswachter bereid zijn werk te verrichten. Daardoor zijn we om 10.20 op de Hunte en kunnen we de reis naar Elsfleth aanvangen. Het water loopt al een poos naar beneden en we zijn dan ook al blij als we hier en daar 1 knoop stroom mee krijgen. Volgens de berekeningen zou vanaf 12.00 uur de stroom tegen moeten gaan staan. En dat blijkt inderdaad het geval. We bevinden ons dan bijna bij de baileybrug over de Hunte en we moeten 2 knopen snelheid inleveren. Weldra echter zien we de spoorbrug liggen en kunnen we om 12.45 bij Elsfleth aanleggen. Een kwartier later dan in normale gevallen. Die stroom valt dus nog wel mee. Omdat het pas om 15.30 HW Elsfleth is, besluiten we hier tot 15.00 te blijven liggen. Daarna hebben we drie uur de tijd om naar Bremerhaven te varen. Met een snelheid van 6 knopen (onze kruissnelheid) zou dat net moeten kunnen. De sluis van de Geeste gaat om 18.30 dicht, en we hebben vast wel een half uur nodig om de Geeste op te varen tot aan de keersluis. Het is krap, maar het zou moeten kunnen. Na een zeer hete siësta gooien we om 15.00 los en beginnen richting Weser te varen. Dan krijgen we een eerste tegenvaller: de vloed blijkt nog behoorlijk krachtig door te staan. Op het laatste stukje van de Hunte halen we 5 knopen, en op de Weser zelfs nog iets minder! Dat wordt een treurige zaak. De GPS meldt dat we op die manier 3 uren en 50 minuten nodig hebben om in Bremerhaven te komen. Dat is dus veels te laat. We stellen onze hoop echter op de onweerstaanbare werking van de natuurkrachten. Vroeger of later zal de eb toch moeten doorzetten. Dat duurt echter nog een hele poos. We zijn al een flink stuk voorbij Brake als we eindelijk de kracht van de eb beginnen te ondervinden. We halen snelheden van 7 knopen. Nog steeds niet genoeg, maar het is in elk geval iets. Vervelend is, dat op dat moment ook een matige tot vrij krachtige noordenwind begint door te staan op de Weser. Dat levert het bekende beeld op van wind tegen stroom. De golfhoogte kan dan tot hoger oplopen dan bij de geldende windkracht normaal is. Het levert behoorlijk wat extra buiswater op. En natuurlijk leveren we ook weer wat aan snelheid in. Maar de eb blijkt het uiteindelijk te winnen. Op het laatst stuk halen we zelfs de 9 knopen en komen zodoende wonder boven wonder precies om 18.00 tussen de havenhoofden. Onmiddellijk bel ik de sluiswachter van de Geeste op. Het is een vriendelijk en welwillend man, maar hij heeft om 18.30 Feierabend en we moeten er dus (zegt hij) om 18.20 uiterlijk zijn, als we nog geschut willen worden. Ik stoom zo snel als ik kan en durf door de kronkelende Geeste. Mijn medewatersporters op de aangemeerde bootjes kijken nu en dan enigszins verstoord in mijn richting. Waarschijnlijk vanwege de golven die ik trek in mijn poging om de sluis van de Geest te halen. Nog nooit hebben de bochten van de Geeste mij zo lang geleken als nu. Ik krijg zelfs de indruk, dat er een paar extra bochten in waren gekomen. Maar om 18.30 precies liggen we voor de sluis. En de lichten die eerst nog afwijzend rood waren, worden uitnodigend groen! We mogen er nog door. Ik uit mijn dank aan de sluiswachter door te zeggen dat het 'sehr nett' van hem is ons nog te schutten, en geef hem als bewijs van onze dankbaarheid een fles port. Dat is dan weer 'sehr nett' van ons en zo is iedereen weer tevreden. Met een rustig gangetje varen we de wondere wereld van het natuurreservaat van de Geeste binnen. Een werkelijk schitterend landschap onder een nog steeds stralende zon. Aangekomen bij het Hadelner Kanal verminder ik de snelheid. De diepte is hier zo gering, dat de boot zich anders vast zou zuigen aan de bodem. Om 21.00 zijn we bij de sluis van Lintig en een kwartier later liggen we voor de kant net voorbij de sluis, aan een klein privé steigertje, dat eigenlijk te klein is voor ons, maar dat we met wat kunst en vliegwerk toch tot een goede aanlegplaats weten maken. Even verderop zit een jonge Duitser te vissen. Ik maak een praatje met hem en hij blijkt bij de kanaalbouw te werken. Oeverbeschoeiingen, uitdiepen, grondverzetwerk en dat soort dingen. Ondertussen slaat hij de ene brasem na de andere uit het water. De kleintjes gooit hij terug, maar de vissen die aan de maat zijn, slaat hij op de kop, en steekt hij dood met een mes. Als ik hem vraag of die beesten wel te eten zijn, zegt hij dat hij ze in de 'Frikadelle' doet. Dat is een soort van Duitse gehaktbal, waarin je ook visfilet kunt verwerken. Inderdaad zal de wat gronderige smaak van de brasem in een gekruid gerecht als een 'Fischfrikadelle' niet meer te merken zijn. De rest van de avond brengen we door met lezen en luieren. Om 23.00 gaan we naar bed. Morgen om 07.00 uur varen, zodat we om 10.45 uiterlijk in Otterndorf zijn, alwaar de sluismeester dan aanvang zal maken met het schutten naar buiten. Anderhalf uur later hopen we dan de mast weer gezet te hebben en nog even later hopen we op de Elbe te zitten onderweg naar Brunsbüttel.
Woensdag, 26 juli 2006: naar Gieselau
We steken om 07.00 uur van wal en varen met een rustig gangetje naar Otterndorf. Ik heb uitgerekend dat we met een snelheid van 5 knopen dat makkelijk kunnen halen. Dat is iets sneller dan eigenlijk is toegestaan, maar een kniesoor die daar op let. Met deze snelheid richten we geen vernielingen aan, noch aan de beplanting, noch aan de walbeschoeiing.
Om 10.40 zijn we in Otterndorf. Onderweg zijn we nog een stel bootjes tegengekomen, die dus toch via een schutting uit Otterndorf moeten zijn gekomen. Misschien dat de schutting van twee uren na HW Brunsbüttel net nog binnen de werkuren van de sluismeester viel. Of wellicht ook is hij vandaag een half uurtje eerder begonnen. In elk geval zal de schutting waarin wij mee willen om 10.45 moeten beginnen. Of iets later, als het feitelijk LW van Brunsbüttel zich niet helemaal aan de prognoses houdt.
Tijdens de wachttijd type ik mijn verslag van het slot van de reader in.
Omstreeks 11.10 maakt de sluiswachter aanstalten ons naar binnen te schutten. Het heeft als vanouds wat voeten in de aarde, maar iedereen krijgt een plaatsje in de grote sluiskolk. Na betaling van de verplichtingen kan het schutproces een aanvang nemen. De deur naar de haven wordt enigszins opgeheven en het water van buiten kan binnen komen. We stijgen amper 10 centimeter. Daarna gaat de deur helemaal omhoog en kunnen we de haven in varen. We vinden snel een box en beginnen met het zetten van de mast. Ook dit gebeuren kent dit jaar een paar vreemde verwikkelingen, die door onszelf veroorzaakt zijn. Zo vergeet ik dat ik één van de isolatieklossen van het achterstag tijdens het varen met gestreken mast met een apart touwtje heb vastgebonden aan de rolfok. Dit om te voorkomen, dat het ding het stag steeds in een bocht zou trekken. Heel slim bedacht van mij. Minder slim is, dat ik vergeet het touwtje los te maken als de mast omhoog gezet wordt. Een gedienstige buurman assisteert bij het vrij laten lopen van alle verstagingsdraden. Maar als de mast staat is er een andere gedienstige buurman, die mij erop attent maakt dat het achterstag met een touwtje nog aan het voorstag vastzit en dat er iemand de mast in moet om de zaak te klaren. Had hij dat eerder gezegd! Maar helaas ... we kunnen niet anders dan de mast wederom strijken, het touwtje losmaken en de zaak met veel krachtsinspanningen weer omhoog sleuren. Uiteindelijk ziet Andrea er weer als een zeilboot uit, maar het heeft dit keer wel extra moeite gekost!
Om 13.30 verlaten we de haven van Otterndorf. Er staat inmiddels zoveel water dat we ons eigenlijk niet meer aan de prikken hoeven te houden. Maar terwille van de procedure doen we dat toch maar wel. Ook staat er al zoveel vloed dat de reis naar Brunsbüttel in een dik uur kan worden volbracht. Het schutten duurt bovendien ook niet lang en zo kunnen we (nadat we snel nog even olie geladen hebben bij de bunkersteiger) onderweg naar Gieselau! Lijken we toch nog iets van de oorspronkelijke planning te kunnen blijven aanhouden!
Dit blijkt inderdaad uit te komen. Voor 19.00 zijn we in het Gieselau Kanal. Aan stuurboord is er bij de brug nog een heel stuk aanlegplaats vrij. Ik draai de boot en leg hem over bakboord aan de kant. Zo kunnen we morgen eenvoudig losmaken en wegvaren. Als de boot vast ligt pakken we de fietsen en rijden naar de pont. Aan de overkant van het NOK bezoeken we het ons vanouds bekende Gasthof om daar iets te eten. Op het terras blijken echter onvoldoende parasols tegen de nog steeds fel schijnende zon te zijn. Bovendien staat de zon inmiddels zo laag, dat de werking van de beschikbare exemplaren niet optimaal is. Voorlopig nemen we een zitplaats in de schaduw van een kleine boom op het terras. Maar zodra andere gasten een beschaduwde tafel vrijmaken, zijn wij er als de kippen bij om daar te gaan zitten. We bestellen (na een grote en een kleine pils) allebei een 'Fuhrmannssteak', wat blijkt te bestaan uit een biefstuk afgedekt met dikke plakken kaas, komkommer en tomaat. Er worden 'Bratkartoffeln' bij geserveerd en het geheel smaakt ons uitstekend. Als dessert nemen we de 'Rote Grütze mit Sahne', omdat we in Kappeln al ervaren hadden, dat dit een voortreffelijk dessert is. En inderdaad voldoet het aan de verwachtingen, hoewel de Landartztkneipe het gerecht naar mijn mening nog beter op tafel zette.
Hierna fietsen we weer terug naar de pont en laten ons overzetten. De rest van de avond brengen we lezend in de kuip door. Tegen 22.30 gaan we naar bed.
Donderdag 27 juli 2006: naar Holtenau
De nachtrust wordt door niets verstoord, aan de in het NOK passerende schepen zijn we inmiddels wel gewend geraakt. Omdat we zelf tegen de kant liggen, en niet dubbel geparkeerd tegen een ander schip, is de beweging die door passerende schepen wordt veroorzaakt veel geringer en kunnen we daar makkelijker doorheen slapen. Na het weksignaal van de Ipaq om 07.00 uur maken we het schip gereed voor vertrek. Eten en toilet maken doen we onderweg wel. Zodoende zitten we 20 minuten later alweer op het kanaal onderweg naar Kiel.
Er doen zich verder nauwelijks bijzonderheden voor. Het enige is, dat ik mij ter hoogte van Weichenstelle Breiholz realiseer dat ik de snelheid van het schip verhoog als ik zie dat er medewatersporters achter mij aankomen. Tegelijk bedenk ik dat dit nu een typisch voorbeeld is van wat René Girard 'mimetische begeerte' en 'mimetische rivaliteit' noemt. Ik wil niet sneller varen puur uit eigen redenen en behoeften, maar omdat ik niet wil worden ingehaald door een ander! Controlevraag in dezen is dus kennelijk: ga na of je jouw keuze ook gemaakt zou hebben als de anderen er niet bij waren geweest. Wel een gewetensvraag natuurlijk, want Girard benadrukt terecht dat wij zelfs tegenover onszelf een dergelijke manier van kiezen niet eens willen toegeven! We hebben de onbedwingbare neiging om de normale mimetische gang van zaken tot onze laatste snik te blijven ontkennen en om het nooit openlijk toe te geven, dat dit gemeenlijk de manier is waarop wij onze keuzes maken. Dat houdt weer ten nauwste verband met het moderne ideaal van authenticiteit. Wij willen ons graag vermeien in de droom dat wij volstrekt uniek zijn en onze eigen keuzes om uitsluitend interne redenen maken. Dat de werkelijkheid precies andersom is en dat een mens bijna niets uit puur eigen redenen doet is een waarheid die te gruwelijk is voor een modern mens om zelfs maar te overwegen! Hoe dat zij: duidelijk is wel, dat een watersportvakantie tot heel wat filosofische gedachten aanleiding kan geven. En voor mijn lessenserie over 'mimesis' heb ik weer een heel aantal concrete praktijkvoorbeelden aangeleverd gekregen!
De zwevende pont bij Rendsburg (één van de twee die er in Duitsland te vinden zijn) maakt een kwalijke beurt door de snelheid van Andrea zo slecht in te schatten dat wij gedwongen zijn met een grote zwaai achter het vervoermiddel langs te varen. Ik steek mijn duim op naar de stuurman, maar die laat zich wijselijk niet zien.
Overigens verloopt de reis naar Holtenau zonder problemen. We hoeven nauwelijks te wachten voor de sluis en ook de schutting verloopt (voor Duitse begrippen) redelijk snel. Wel constateren we bij het nazien van een oud bewijs van betaling voor het NOK dat men ook hier in amper 5 jaren de prijzen in marken heeft omgezet naar prijzen in euro's. Natuurlijk zeggen Zalm en consorten dat dat onzin is, maar ik ben bang dat hier de wens de vader van de gedachte is.
We leggen de boot op de oude vertrouwde plek in de haven en gaan op zoek naar het bedrijf van de heer Tiessen. We wisten al dat de oude heer vorig jaar het tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld. Maar als we op de deur van de zaak een briefje zien met de mededeling dat de zaak voorgoed gesloten is, schrikken we toch wel even. Toch blijkt het echt waar, want de zaak is compleet leeg gehaald. Zelfs het winkelmeubilair staat er niet of nauwelijks meer. Jammer. Per fiets rijden we 's middags naar Kiel om een internetcafe op te zoeken. Dat vinden we dit keer zelfs nog dichter bij dan vorige jaren. Ik probeer een oplossing te vinden voor de problemen die zijn ontstaan met het radio-ontvangstprogramma. Ik had daar een uitstekend programma voor (Radiocom 3.1), dat om een mij volslagen duistere reden niet meer wenst mee te werken. Ik krijg de onzinnige melding dat de ontvanger niet wordt gevonden. Dat is een tegenvaller, want via dat programma krijg ik de weerberichten voor de Oost- en Noordzee binnen. Geen programma betekent dus geen weerberichten. Nu is dat dit jaar (met de uiterst stabiele zomer) niet zo heel erg, maar vervelend is het wel.
Maar het lukt me niet op internet een oplossing te vinden.
Op de terugweg naar de boot doen we nog wat inkopen bij een lokale Aldi. En bij de slagerij in Holtenau halen we de onovertroffen Duitse frikadellen. Deze eten we 's avonds met wat brood en mosterd, alsmede met wat zuurkool uit blik. Heerlijk! De warmte blijft immers aanhouden en je moet wat verzinnen om de maaltijden niet tot een marteling te maken!
We lezen en luieren in de kuip en gaan tegen 22.30 naar bed.
Vrijdag, 28 juli 2006: Holtenau
Na het opstaan komt de havenmeester langs om zijn havengeld te innen. Hem vraag ik wat er met de winkel van Tiessen is gebeurd. Hij start een klaagzang. Er werkten 18 mensen, die nu allemaal werkloos zijn. Na de dood van de oude heer hebben de nabestaanden de hele zaak met grond en al verkocht aan een kennelijke grondspeculant. Deze man meldde al snel dat de zaak niet meer rendabel zou zijn en heeft de hele boel opgeheven. Momenteel staat alles leeg en wacht de eigenaar tot hij slapend rijk kan worden. De voormalige werknemers zitten allemaal thuis. Schandelijk! Maar kennelijk kunnen dit soort dingen gewoon in onze verlichte tijd. De economische wetten zijn immers spijkerhard.
Na het ontbijt nemen we de fietsen en rijden voor een tweede bezoek aan het internetcafe naar Kiel. Het exemplaar dat we gisteren hadden gevonden, blijkt nu pas om 15.00 open te gaan, zodat we naar ons oude adres moeten, dat een paar kilometer verderop ligt. Ik download een aantal gratis RTTY programma's die in staat zouden moeten zijn om via de geluidskaart uitzendingen te vertalen in leesbare ASCII. Vervolgens rijden we naar een fietsenmaker en kopen daar een metalen mandje voor achter op de fiets. Hoeft Annet de boodschappen niet allemaal in een rugzak mee te nemen. Terug bij de boot probeer ik de programma's uit. Maar helaas ... het mag niet baten. Geen ervan doet wat hij verondersteld wordt te doen.
Na de siesta maken we dus nogmaals een tocht naar Kiel, dit keer naar het eerste internetcafe. Ik heb Jacco gebeld en gevraagd of hij de backup bestanden van Radiocom 3.1 wil zippen en mij toesturen. Dat gebeurt. Maar ook dit blijkt niet te baten. We zullen op de ouderwetse manier weerberichten moeten vergaren. Via de radio en/of de kranten! En dat in de 21e eeuw!
Bij de internetsessies heb ik inmiddels ook mijn e-mail afgehandeld. Gisteren trof ik een bericht van Siebren Miedema aan, dat hij mijn scriptie pas de tweede keer heeft ontvangen. Als het goed is, is hij hem nu aan het lezen, zodat ik eerstdaags zijn ongezouten kritiek wel tegemoet kan zien. Ik denk erover om de mail maar een poosje niet te lezen. ;-)
's Avonds gaan Annet en ik na het eten nog een wandeling maken door Holtenau. Ook bezoeken we het kerkhof en vinden daar de grafsteen van de familie Tiesen. Treurige afsluiting van een jarenlang goed renderend bedrijf.
Ook deze avond zitten en lezen we in de kuip. We denken erover om morgen richting Marstal te gaan. De wind (voorzover hij er nog is) zou W-NW moeten zijn en dan is die richting de meest voor de hand liggende. Maar het zou ook anders kunnen zijn. Als hij O is gaan we naar Soeby.
Zaterdag, 29 juli 2006: naar Marstal
Het is 07.00 uur als we opstaan. Kennelijk heb ik er onbewust de afgelopen uren nogal van gebaald, dat we de radioberichten niet kunnen ontvangen, hoewel toch minimaal één van de geïnstalleerde programma's dat zou moeten kunnen doen. In elk geval begin ik de dag met de antenne te monteren, de radioontvanger op te starten en vervolgens op de computer nog eens te kijken of nu werkelijk geen enkel programma ons terwille wenst te zijn. En inderdaad ... het blijkt verbazend simpel! Ik start het programma TrueTTY, bekijk de bijgevoegde helpfile en ziedaar ... een screendump van het programma, terwijl het bezig is een bericht te ontcijferen van de Deutsche Wetterdienst! Ik bedenk me niet lang, zet alle zichtbare instellingen blindelings in het programma, rommel wat met het frequentiebereik en hoe is het mogelijk ... er komt een glasheldere tekst van Pinneberg binnen! Als ik het programma voor de tweede keer start om te controleren of het geen toevalstreffer geweest is, blijkt één en ander toch nog net iets ingewikkelder te zijn dan ik eerst gedacht had. Zo staat de baudrate niet standaard op 50, zoals bij de RTTY uitzendingen van Pinneberg vereist is, maar op 40. En verder moet de standaard AFC deviatie lager worden ingesteld. Maar juist deze AFC (AutoFrequentieControle) maakt het programma eigenlijk nog nauwkeuriger dan Radiocom ooit geweest is! Daar moest ik telkens handmatig de frequentieknop bijstellen, omdat de zender telkens iets van de frequentie af bleef gaan. Kortom: een aanwinst! En nog gratis ook!
Na het ontbijt maken we de boot gereed voor vertrek naar zee. We besluiten naar Marstal te gaan. Het weer in Kiel is grauw en drukkend, nu en dan vallen miezerige regenbuien uit de lucht en we hebben het stellige gevoel dat dit nog dagen kan duren. De beste remedie is eronder vandaan te varen. Dat doen we dan ook. Op de motor. Want er staat geen zuchtje wind en het water is als olie zo glad. Ik zet de motor iets langzamer dan ik normaliter doe. Er is immers geen golfslag waar we tegenin moeten tornen. Bovendien wil ik eens kijken of we niet veel zuiniger met de diesel kunnen omgaan dan we tot op heden hebben gedaan. Als ik met een snelheid van 6,2 knopen vaar, kost dat gemiddeld zo'n twee liter diesel per uur. Als ik de motor een iets lager toerental laat draaien zit de snelheid rond de 5,5 tot 5,7 knopen. Ongeveer een halve knoop trager dus dan gewoonlijk. Benieuwd of dat een besparing oplevert.
Ik heb de koers uitgezet vanaf de laatste groene ton in de Kieler Foerde langs de vuurtoren van Kiel naar de verkenningston van het Klørdyb naar Marstal. Dat is één rechte lijn van zo'n 28 mijl. Ik schakel de stuurautomaat in en deze doet keurig zijn werk. De reis verloopt dan ook rustig en zonder problemen. Onderweg vang ik nog de Mittelfrist weerberichten op voor de Oostzee. Ze luiden als volgt:
MITTELFRIST - SEEWETTERBERICHT FUER DIE OSTSEE
HERAUSGEGEBEN VOM SEEWETTERDIENST HAMBURG
29.07.2006, 06 UTC:
BELTE/SUND (55.5N 10.9E) WT: 23 C
SO 30. 00Z: NW 3-4 / 0.5 M //
SO 30. 12Z: E-SE 0-2 / 0.5 M //
MO 31. 00Z: S-SW 0-2 / 0.5 M //
MO 31. 12Z: SW-W 3-4 / 0.5 M //
DI 01. 00Z: SW 4 / 0.5 M //
DI 01. 12Z: S-SW 4-5 / 0.5 M //
MI 02. 00Z: SW 3-4 / 0.5 M //
MI 02. 12Z: S-SW 4-5 / 7 0.5 M //
DO 03. 00Z: W 3-4 / 0.5 M //
DO 13. 12Z: S 3-4 / 0.5 M //
Intussen vaart de boot gestaag
verder. Met de snelheid van 5.7 knoop duurt de hele reis een dikke 5
uur. Halverwege echter begint de stuurautomaat opeens wild te piepen
en raakt helemaal van slag. Op het IJsselmeer hebben we al eens
eerder iets dergelijks meegemaakt. Ook toen konden we ons geen reden
voor het fenomeen bedenken. Helaas betekent dit dat we de boot de
rest van de tocht met de hand moeten sturen. Gelukkig begint er een
beetje wind te waaien uit westelijke richtingen, zodat we de fok
kunnen laten meetrekken. Omstreeks 15.30 zijn we bij de ingang van
het betonde vaarwater naar Marstal en tegen 16.00 leggen we aan in
één van de weinige nog vrije boxen. Daar waren we al
bang voor: voor Deense begrippen komen we pas laat de haven binnen.
Als je zeker wilt zijn van een ligplaats moet je eigenlijk al voor
14.00 binnen zijn!
Annet ontdekt een wasmachine op het haventerrein, die tegen betaling gebruikt mag worden en ze verzameld wat wasgoed om onder handen te nemen. Terwijl de machine draait gaan wij in het stadje eten bij een visrestaurant vlak aan de haven. Het geheel wordt overgoten met de onvermijdelijke Fadøl. Als dessert neemt Annet Dagens Kagen, welk laatste woord je waarschijnlijk moet uitspreken als 'keegen', wat weer lijkt op het Engelse 'cake', en ik vergenoeg mij met door de chef gemaakt vanille-ijs. Heerlijk!
Hierna rijden we naar het locale internetcafe, dat Marstal inmiddels blijkt rijk te zijn. Tot mijn schrik zie ik een mailtje van Siebren Miedema over mijn scriptie. Het is een goed geschreven en leesbaar verhaal zegt hij, en dan volgen een aantal punten van stevige kritiek met het vriendelijke verzoek de zaak navenant aan te passen. Snel mail ik terug dat ik wegens vakantie minstens twee maanden nodig heb om dat te regelen. Tevens probeer ik Siebrens mail op mijn USB stick te zetten, zodat ik de zaak aan boord nog eens rustig kan doorlezen (volgende week of zo!). Dat blijkt nog heel wat voeten in de aarde te hebben, want de machines zijn op een belachelijke manier dichtgetimmerd. Als ik echter uitleg wat de bedoeling is, blijkt de beheerder bereid de machine tijdelijk open te zetten, zodat ik de bewaaractie kan uitvoeren. Dan rijden we weer terug naar de boot. Daar blijkt zich inmiddels een lieveheersbeestjesplaag te hebben voltrokken. Het krioelt overal van die beesten. Annet en ik zijn gedwongen het grootzeil (dat we nog niet netjes onder de huik hadden gestopt) tijdelijk bij te zetten en leeg te kloppen van de tientallen zwartgespikkelde oranje kevertjes. Naar ik vrees laten hele volksstammen het leven in het water in de haven.
Dan haal ik de weerberichten voor de Oostzee binnen. Ze wijken niet af van de Mittelfrist. Zodoende maken we onze plannen zo, dat we morgen proberen op het eilandje Strynø een plaatsje in de haven te vinden. Mocht dat niet lukken, dan zouden we een poging kunnen wagen in Ristinge ligplaats te krijgen. Als eventueel derde alternatief kiezen we Rudkoebing. Maar eerst gaan we morgen om 11.00 uur naar de kerk in Marstal. Voor de rest van deze week denken we aan een tocht naar Nyborg, vlak ten zuiden van de brug over de Grote Belt. En verder dan andere havens waar we nog nooit geweest zijn.
We zullen zien. O ja ... bij meting van de resterende brandstof blijken we inderdaad liters diesel bespaard te hebben! Het loont kennelijk om niet al te hard te varen!
Zondag, 29 juli 2006: Marstal
We staan tegen 08.00 uur op en ontbijten met warme croissants! In Nederland hebben we bij een kampeerwinkel voor een paar euro een electrisch oventje gekocht, dat ons met 600 W van warme broodjes kan voorzien. Voor de walstroom is dat geen probleem, vandaar dat deze luxe mogelijk is! Vervolgens houd ik me weer bezig met het binnenhalen van de weerberichten. Ik heb TrueTTY nog steeds niet helemaal door, wat met name blijkt in het feit dat ik de uitzendingen niet echt foutloos binnenkrijg. Ik moet steeds handmatig ingrijpen om het programma op de juiste frequentie te houden. Eigenlijk zou dat niet nodig moeten zijn, want het programma is voor zien van een AFC (AutoFrequentieControle). Kennelijk doe ik nog iets fout. Ik besluit op internet nog eens te kijken of er niet toevallig een nieuwe versie voorhanden is. Dat blijkt niet het geval. Ik heb de nieuwste versie (3.55) en zoals Jacco al heeft doorgegeven in een SMS: het is inderdaad een sharewareprogramma. Je kunt en mag het 30 dagen gebruiken, maar er zitten een paar kleine beperkingen aan. Zo kun je b.v. je instellingen niet bewaren en moet je bij elke start alles weer opnieuw instellen. Dat heeft mij een aantal keren parten gespeeld, want je vergeet gemakkelijk een enkele instelling, waarbij je in plaats van leesbare tekst alleen maar flauwe onzin te zien krijgt. Voor we naar de kerk gaan, bezoeken we het locale internetcafe om nog even rond te kijken naar inlichtingen over het programma. Voor alle zekerheid download ik de laatste versie in gezipte vorm en zet deze op de USB stick. Later blijkt dat overbodig, ik heb die versie al draaien.
Verder tref ik nog een e-mail aan van Siebren, waarin hij mij een goede vakantie wenst en duidelijk maakt dat hij eerstdaags aan een sabbatical gaat beginnen. De colleges godsdienstpedagogiek en de begeleiding van scripties blijft hij echter gewoon waarnemen. Gelukkig! Na de internetsessie gaan we naar de kerk. Er zijn behoorlijk wat mensen aanwezig. We denken eerst dat het zeker dopen is, maar dat blijkt niet het geval. De lezingen uit O.T. en N.T. kunnen we redelijk volgen. Er wordt de bekende passage uit de Prediker gelezen over het thema 'voor alles is een tijd', en uit het N.T. komt de geschiedenis van Zacheus aan de orde. Als vanouds is de preek echter op een enkele uitdrukking na een gesloten boek. Die Denen spreken de woorden zo ingeslikt en weinig gearticuleerd uit (althans voor onze beleving) dat er meestal geen touw aan vast te knopen is. Als je echter de tekst mee kunt lezen, wordt het allemaal een stuk eenvoudiger. Misschien moeten we een volgende keer de dominee vragen om een geschreven exemplaar van de preek! De liederen zijn dit keer behoorlijk oubollig. We hebben ook wel meer moderne liederenkeuzes meegemaakt in Deense kerken, maar deze vrouwelijke dominee zweert nogal erg bij de oude Grundtvig, die nogal wat liederen in het Psalmebog heeft geplaatst weten te krijgen. Ik meen zelfs dat ze de oude Grundtvig in de preek nog even aanhaalt. Dat had van mij al helemaal niet gehoeven! Als op het eind van de dienst wordt overgegaan tot de viering van het Avondmaal verlaten wij met een enkele andere kerkganger het gebouw.
Aangekomen aan boord besluiten we op het laatste moment (nog) niet naar Strynø te gaan, maar liever te blijven liggen. De zon schijnt in de kuip en het windje waait lekker verkoelend, en bovendien hebben we vanuit de kuip een schitterend uitzicht op het uiteinde van Ærø, dus waarom zouden we een paar mijl verderop in een afgesloten haven gaan liggen? Bovendien heb ik me voorgenomen in de vakantie al wat te gaan doen aan het verwerken van Siebrens opmerkingen over mijn scriptie. Dan kan ik dat na thuiskomst misschien des te sneller afhandelen. Tegelijk moet eigenlijk ook de lessenserie over de mimetische theorie van Girard minimaal in de steigers staan, dus tijd voor een rondje Fuenen met alle gehaast van de ene haven na de andere, daar heb ik geen zin in en geen tijd voor! We zullen dus langer in de ligplaatsen blijven liggen en willen voornamelijk ons nog onbekende haventjes bezoeken.
Na de lunch houden we een verlate siësta en daarna fietsen we een stukje in de richting van de haven. Aldaar aangekomen zien we dat zojuist de veerboot wordt volgeladen met vakantiegangers die allemaal weer terug willen naar het vasteland. Er staat een rij auto's te wachten om bang van te worden en we zijn benieuwd of ze allemaal wel een plekje aan boord kunnen vinden. We zijn gewend aan de veerboten van Faaborg naar Dryø en van Mommark naar Soeby en daar kunnen maximaal 10 auto's mee. Maar op dit veerbootexemplaar blijken er zelfs wel 40 aan boord te kunnen, een hele motorclub op oldtimers nog niet eens meegerekend. Die kunnen er ook nog makkelijk bij. Best mogelijk dat de veerbootmaatschappij voor de zomermaanden een groter exemplaar laat varen, want we kunnen ons niet voorstellen dat in de wintermaanden deze aantallen auto's tussen het eiland en de rest van Denemarken heen en weer zullen gaan.
Terug aan boord houd ik me weer bezig met TrueTTY en kom er na veel gezeur achter, dat de frequentieproblemen die ik telkens heb, veroorzaakt worden door een verkeerd ingestelde 'shift'. TTY berichten bestaan uit een opeenvolging van piepjes op een vaste afstand van een centrale frequentie. Standaard staat die shift in TrueTTY ingesteld op 175 Hz. Bij betere bestudering van de gegevens van Pinneberg blijkt dat 85 Hz te moeten zijn. En inderdaad: nu komen de berichten foutloos binnen! Geweldig!
De avondmaaltijd bestaat uit Kartoffelsalat, gekookte mais en een hamburger. Daarbij drinken we een glas onvervalste landwijn. Na het eten en de afwas gaan we naar het lokale strandje, waar de Denen kunnen zwemmen en zonnebaden. Ook staat er een serie typische strandhuisjes, die je eigenlijk meer als verkleedhokjes zou moeten betitelen. Niettemin hebben ze gordijntjes en wijdse, voor de hand liggende namen als 'Strandlyst' of 'Strandpromenaden'. De meeste hebben als interieur een ronde tafel, die staat ingeklemd tussen twee ligbanken, waarop je in geval van nood misschien zou kunnen slapen. Voor de rest kun je er niet zo heel veel, want gas, licht en water zijn er niet aanwezig. We zien enkele olielampen hangen. Geen idee dus waar die Denen dit soort huisjes voor gebruiken, maar ze zijn er kennelijk dol op, want je ziet ze op elk strandje bij tientallen staan.
Omdat de lucht wat begint te betrekken begeven we ons weer terug naar de boot. Daar spannen we de zonnetent over de kuip, die gemakkelijk ook als bescherming tegen de regen kan dienen. Dat blijkt ook nodig, want weldra start er een heel zacht motregentje, dat nogal even aanhoudt. Intussen zitten Annet en ik in de kuip. Zij handwerkt en ik lees in het boek van René Girard over Shakespeare “Het schouwspel van de afgunst”, een vertaling van de volgens mij veel sprekender Franse titel “Les feux de l'envie”. Hij onderzoekt daar de toneelstukken van Shakespeare op beschrijvingen van mimetische situaties, waarbij mensen elkaar nabootsen in allerlei levensgevaarlijke begeerten. Dat kan aanleiding zijn tot een komedie, maar evengoed tot een tragedie. Niet alleen is het Girards theorie dat Shakespeare deze verwikkelingen gebruikt om zijn stukken reliëf en inhoud te geven, maar bovendien gebruikt hij de teksten om duidelijk te maken hoe de mimetische verwikkelingen hun invloed hebben op de mensen en hun levens. Zo geeft hij impliciet een hele beschrijving van zijn eigen mimetische theorie, zoals hij die niet alleen bij Shakespeare, maar ook in allerlei antieke mythes bevestigd ziet. Niet eenvoudig te lezen allemaal, want Girard is een nogal gedreven en impulsieve schrijver. Maar tegelijk wel erg interessant. Al was het alleen vanwege de soms flitsende beschrijvingen die Girard van het fenomeen van de mimesis geeft. Inmiddels ben ik bij de beschrijving die Girard geeft van Shakespeares stuk 'Julius Caesar'. Ik hoop hier nog wat extra materiaal te vinden dat ik in mijn beoogde lessenserie zal kunnen gebruiken.
Maandag, 31 juli 2006: naar Strynoe
's Nachts regent het behoorlijk. Er zit zelfs een enkele 'Gewitterboe' bij. Ik doe het bovenluik van de kajuitingang dicht om de regen buiten te houden. 's Morgens om 07.30 is alles weer prima. De zon schijnt en de wind waait matig uit het westen. Als ik echter de apparatuur opstart om de weerberichten van 08.05 op te vangen, weigert de opnamesoftware in alle staten en standen om het signaal van de radio te zien. Ik verander niets wezenlijks aan het systeem, behalve dat ik de geluidssoftware (SoundMAX) een aantal keren uitschakel en weer inschakel. Dat uitschakelen wordt door het RTTY programma heus wel waargenomen. Ik krijg na uitschakeling telkens een keurige melding dat er geen geluidsbron is aangetroffen. En als ik daarna de software weer inschakel krijg ik die melding niet, zodat gevoeglijk kan worden aangenomen dat de aanwezigheid van de geluidsbron nu wel wordt waargenomen. Maar op het frequentiescherm krijg ik alleen een vlakke lijn te zien. Het programma 'hoort' helemaal niets! Uiteindelijk krijg ik wel een signaal op de lijn, maar is de uitzending natuurlijk allang weer afgelopen. Uiterst frustrerend allemaal, vooral als je bedenkt dat het dus niet aan de hardware ligt, of aan mijn onvermogen om de zaak te configureren, maar aan het ellendige Windows systeem, dat geheel op eigen initiatief kennelijk zaken aan en/of uit zet. Kon ik de zaak maar onder Linux draaien! ;-(
Nu ja ... dan de weerberichten van 11.05 maar proberen.
Van Jacco krijg ik een aantal SMSjes over mijn scriptieperikelen. Hij wil wel kijken of hij het door Siebren genoemde artikel en boek mijn kant uit kan krijgen. Het artikel zou hij per e-mail kunnen opsturen en het boek zou hij kunnen meenemen als hij de laatste week mee terug vaart. We zullen de zaak via internet regelen.
Ik heb de computer aan laten staan, zodat ik zeker weet dat de geluidskaart deze keer geen verstek laat gaan. Zodoende kan ik de weerberichten van 11.05 zonder problemen binnenhalen. Inmiddels heb ik dan al in het internetcafe een laatste e-mail naar Jacco gestuurd om de regelingen te treffen m.b.t. de scriptie.
Zodoende maken we om 11.30 los en varen richting de uitgang van de haven. Als we bijna bij de uitgang zijn zie ik een oude Deen in een houten zeilbootje, die in kennelijke motorproblemen verkeert. Het schroefwater is namelijk afwezig en het bootje begint langzaam in de richting van de wind naar het ondiepe water te waaien. Ik draai het schip en bied mijn assistentie aan. Het blijkt dat de man behalve oud ook nogal gebrekkig ter been is. Hij scharrelt tenminste zo levensgevaarlijk over zijn schip in het rond, dat ik het ergste vrees en hem eerstdaags nog in de haven zie drijven. Dat wordt ons bespaard, maar nadat een lijn is overgegooid gaan er toch nog een aantal zaken mis. Ik trek het schip eerst achteruit in de richting van de wind, maar probeer dan te snel vooruit vaart te maken en naar bakboord weg te trekken. Dat lukt niet, omdat mijn sleep nu achter een grote stalen paal in de haven dreigt te blijven steken. Ik moet het schip dus stilleggen, wat mij echter ook in de problemen brengt. De wind duwt mij namelijk onmiddellijk naar lager wal. Dat moet ik niet hebben en ik vraag Annet dan ook om de sleep los te gooien. Dat gebeurt net op tijd, zodat ik nog weer uit de penibele toestand weet weg te komen. Onze sleep echter zit nu echt aan lager wal. Gelukkig is er een Deen met een klein gemotoriseerd sloepje in de buurt. Hij blijkt bereid mijn reddingswerkzaamheden over te nemen en is daar met zijn kleinere schip ook beter voor geëquipeerd. Na veel gezeur lukt het hem om het zeilbootje van lagerwal los te krijgen. Ze varen naar een buitenhaventje en ik volg de beide bootjes op eerbiedige afstand. Terwijl wij in de haven stil liggen en ronddraaien, maakt de oude man onze lange lijn los van zijn schip en krijgen wij ons eigendom weer toegeworpen. We wisselen wat vriendelijke kreten en armzwaaien uit en we gaan voor de tweede keer proberen naar Strynø te komen. Dit keer zonder problemen. Op de fok en de motor duurt dat amper een uur, zodat we tegen 13.15 voor de havenmond liggen. Het haventje ligt al aardig vol, maar tussen twee grote zeilboten is er aan de stuurboordswal nog net een stukje vrij, waarin Andrea zou moeten passen. En inderdaad ... we hebben enigszins een schoenlepel nodig, maar met dertig centimeter over aan de voorzijde en twintig aan de achterzijde lukt het ons Andrea voor de kant te leggen. Daarna eten we wat en houdt Annet een kleine siësta. Ik houd me weer met Girard bezig en probeer zijn Shakespeare verhandelingen te doorgronden. Daarna pakken we de fietsen en gaan het eiland verkennen. We hebben van Jacco een bericht gekregen dat op de Korsvej nummer 2 de beste jam van Denemarken te koop zou zijn. Daar zijn we dus naar op zoek. Het lukt ons pas na een uitgebreide uitleg van een inboorling om het gezochte adres te vinden. De vrouw die wij ter plaatse aantreffen blijkt de schoonmoeder te zijn van het echtpaar dat de onderneming heeft gestart. Juist vandaag zijn er twee journalisten van de Deense krant 'Politiken' geweest, die een interview hebben afgenomen over de hele jambusiness. A.s. zondag komt het in de krant te staan. We beloven een exemplaar te zullen aanschaffen. Na de gegeven uitleg kopen we van de verschillende soorten telkens één potje. Chutney en kruisbessen- en frambozenjam. De potjes zijn wel aan de prijs: 40 DK voor een exemplaar, dat is zo'n dikke 7,5 euro. Maar vooruit ... de beste jam van Denemarken mag wat kosten en we hebben het spul bovendien uit de eerste hand. De tussenhandel is uitgeschakeld en dat zal toch ook wel wat in de prijs schelen! We kunnen de potjes ongeopend tot 9 maanden bewaren. Na opening moeten ze eigenlijk in de koelkast en vervolgens binnen 14 dagen leeggegeten. Dit alles vanwege het feit dat het product ecologisch verantwoord gemaakt is en er geen conserveringsmiddelen zijn gebruikt. We zullen in Nederland de zaak gaan proeven!
We rijden weer terug naar het centrale pleintje van het eiland alwaar zich de lokale supermarkt bevindt. Daar kopen we elk een ijsje en nuttigen dat zittend op de bank die rond een vlaggemast gemonteerd is, naast een aantal Denen dat zich bezighoudt met de consumptie van alcohol. Het is een gezellige boel, maar ik word al slaperig bij de gedachte dat ik nu al zo diep in de bierfles zou moeten staren.
Terug naar de boot. We zetten de fietsen aan boord en ik haal de Mittelfrist berichten van 17.45 binnen. Het ziet er allemaal heel rustig en vertrouwenwekkend uit. Ik denk dat we best een rondje Fuenen zouden kunnen maken. Daar hoeven we echt geen twee weken voor uit te trekken. Op het eind van de week lijkt de wind naar het oosten te gaan, waarna er weer noordelijke en noordwestelijke richtingen worden aangeboden, wat ons weer richting zuiden zou kunnen stuwen. Kortom: we doen het rustig aan en gaan morgen b.v. naar Dageløkke. Misschien met een tussenstop in Rudkoebing. Daar is namelijk een internetcafé en zou ik kunnen kijken of het artikel dat Jacco me zou sturen inmiddels beschikbaar is.
Deze avond rijden we nog een stukje met de fietsen over het eiland. De helft die we nog niet gezien hebben. Het weer blijft onveranderd fantastisch!
's Avonds lezen en luieren we in de kuip. Verder met Girard!
Dinsdag, 1 augustus 2006: Strynoe
Als we wakker worden waait het tot onze verrassing behoorlijk. Minstens 4, misschien wel 5. Nog merkwaardiger is de windrichting, die pal Z blijkt te zijn. Dat komt op zich al weinig voor, maar het vervelende is, dat de havenmond op het zuiden gericht is. De voorvaderlijke bouwers dachten immers daarmee een zo zelden voorkomende windrichting te kiezen, dat de schepen altijd veilig in de haven zouden kunnen liggen. Dat blijkt dus niet het geval. De golven lopen half de havenmond in en doen de binnenliggende schepen nogal deinen. Nog vervelender is het feit, dat wij vrij vooraan in de haven liggen en daarmee ons deel van de deining ruim meekrijgen. Gelukkig zijn we inmiddels zo ingeslingerd, dat we er niet zeeziek van worden. We ontbijten met warme broodjes, dank zij onze nieuwe electrische oven. Daarna zijn we van plan om naar het dorp te fietsen, maar gezien het weer laten we dat even wachten tot we de weerberichten van 11.00 uur hebben binnengehaald. Daar worden we overigens nauwelijks wijzer van. Hoewel het hier behoorlijk stevig waait, wordt er voor Belte en Sund niet meer dan ZW-Z 3-4 gegeven, toenemend 5. En dat terwijl het volgens ons de hele morgen al een dikke 5 waait uit het zuiden. Een Duitse medewatersporter verlaat de haven. Daardoor schuiven we allemaal een plaats naar voren verder de haven in. Vanwege de weersomstandigheden helpen allen elkaar en levert het minder goede weer toch minstens één goed resultaat op: saamhorigheid tussen mensen! De mogelijkheid tot internationale samenwerking is toch al groter dan normaal gezien het feit dat er naast de Nederlandse nationaliteit ook de Deense en de Franse zijn vertegenwoordigd. De Franse watersporters maken met hun (behoorlijk grote!) boot een wereldreis en proberen met allerlei klusjes in hun onderhoud te voorzien. Eén van de activiteiten van mevrouw Lisa is het maken van een soort caramelpasta die je op pannekoeken, boterhammen en dergelijke kunt smeren. Volgens haar zeggen is het een Bretons recept en wordt het spul gemaakt van gecaramelliseerde suiker, creme fraiche, en zoute Bretonse boter. Het wordt aan boord gemaakt en kost per potje 5 euro. Terwille van de bevordering van de wereldvrede kopen we twee potjes. Het spul blijkt verrassend lekker te smaken. Daarna stappen we op de fiets en rijden naar het dorpje. Bij de Spar kun je volgens zeggen ook internetten en dat blijkt het geval te zijn. Ik gooi een aantal 5 kronen stukken in een geldautomaat en daarop wordt een computer met XP opgestart, waarop je kunt surfen en mailen. Er is zelfs een stekkertje voor de montage van een USB stick! Heel attent van de mannen! Zodoende kan ik het door Jacco aangeleverde artikel van Roos en Miedema op mijn USB stick zetten en aan boord op de computer lezen. Na onze inkopen rijden we weer terug naar de boot. Daar eten we wat boterhammen met de Franse caramelpasta en Annet doet daarna een siësta, terwijl ik me weer met Girard bezig houdt. Op de mail had ik trouwens nog gelezen, dat ik ook verondersteld word mijn presentatie voor vakdidactiek een week eerder te houden op 22 augustus! Samen met de nog te maken lessenserie en de aan te passen scriptie mag ik dus wel een week eerder terug naar huis! Nu ja ... we zullen zien hoever we al vakantievierend kunnen komen.
Zo tegen een uur of 16.00 besluiten we even in zee te gaan zwemmen. Niets is eenvoudiger. Je trekt zwemkleren aan, loopt naar de trap bij het havenhoofd en daalt af in het water. Het is hier rond de haven vrijwel overal kniediep, zodat zelfs een zwemanalfabeet hier nog niet kan verdrinken. Hierna spoelen we onszelf af met een slang die aan een zoetwaterkraan is gemonteerd. Koud!
Tegen 17.00 breekt er een klein buitje noodweer los. De wind wordt nog harder en de regen plenst neer. Gelukkig konden we de bui over het water al tien minuten van tevoren zien aankomen, zodat de kuiptent ons voor natworden behoedt.
De havenmeester komt langs en we mogen ons havengeld afdragen. Hij meldt opgewekt, dat nu we twee nachten in Strynø hebben we gelegen, we de derde nacht gratis mogen liggen. Ik denk dat we er geen gebruik van zullen maken. Het haventje en het eiland zijn leuk genoeg, maar als het weer dragelijker wordt, willen we weg.
De weerberichten worden binnengehaald, waarbij voor Belte en Sund slechts S3-4 wordt afgegeven, later toenemend tot 5. Dat lijkt ons onzin. Op dit moment staat er al bijna geen wind meer! Toch blijken we ons enigszins te vergissen. In de loop van de avond komen er nog verschillende keiharde buien over, met veel wind, die bovendien naar het ZO draait. In de loop van de nacht echter wordt het rustiger, zodat we prima kunnen slapen.
Woensdag, 2 augustus 2006: naar Svendborg
Als we wakker worden staat er een ZW wind, kracht 4. Uitstekend om de haven te verlaten. We ontbijten en maken dan los. Omdat we nu aan lage wal liggen, moet dat met enig beleid gebeuren. Ik trek Andrea met het achterschip op de motor tegen de wind in en laat de boeg wegvallen. Annet moet even afhouden bij de Duitse buurman, maar alles gaat goed. Dan zet ik de motor in de vooruit en stomen we naar buiten vriendelijk zwaaiend naar onze kortdurende kennissen. Buiten gekomen zetten we de fok bij en varen op motor en fok met een vaartje van een dikke 5 knopen richting Rudkoebing. Daar aangekomen stellen we de koers naar het noorden en varen onder de brug door die Fuenen verbindt met Langeland. Vervolgens varen we verder pal naar het noorden tot de we de tonnen van het vaarwater langs Svendborg in zicht krijgen. Dan draaien we de fok weg en stomen op de motor door de Svenborg Sund naar de marina van Svendborg. Er is recht vooruit een box leeg en met de kijker zien we dat er een groen bordje hangt. We varen dus gewoon rechtdoor, leggen landvasten om de voorbijkomende palen en maken vast op de wal. Het is 12.30 en voor de lunch bestellen we in een naburige hotdogtent elk een 'Risted Hotdog', een broodje hotdog, waarbij het broodje geroosterd is en het worstje overgoten met mosterd, ketchup, gedroogde en verse uitjes alsmede een paar plakjes augurk. Het is bijna onmogelijk om het ding zonder morsen te eten, maar lekker is het wel!
Dan halen we de fietsen te voorschijn en maken een rondje langs een aantal belangrijke adressen. Zo bezoeken we een internetcafe in een shop boven een winkelcentrum, kopen een sudoku boekje, zodat ik wat puzzeltjes kan oplossen als ik niks beters te doen heb, en gaan op zoek naar het postkantoor om postzegels te kopen voor de te versturen kaarten. In het internetcafe stellen we familie en bekenden thuis op de hoogte van ons inmiddels voorgenomen plan de vakantie met een week te bekorten en a.s. weekend al vanaf Kiel de thuisreis weer aan te vangen. Jacco krijgt het verzoek zondag al in Kiel te komen, zodat hij dan mee kan varen. Vervolgens fietsen we verder en zoeken nog naar een eetgelegenheid naar onze zin, die we echter niet vinden. Vandaar eten we vanavond hacheevlees uit een (Belgisch) potje samen met rode kool en aardappelsalade. Heerlijk! Luierend en lezend brengen we de avond door in de kuip. Omstreeks 19.30 zien we de dikke buizen van een gigantische kraan boven de heuvels rond de Sund uitsteken. Is Smit Tak aan het bergen geslagen? Als het gevaarte dichterbij komt, zien we dat er een motorbootje in de takels hangt. Kennelijk heeft iemand schipbreuk geleden en was het schip waardevol genoeg om weer boven water te halen. We pakken de fietsen en gaan ter plekke waar het gevaarte aan land wordt gezet een kijkje nemen. In Nederland zou de plaats waarschijnlijk onmiddellijk zijn afgezet door politie met zwaailicht, maar zo niet in Denemarken. Alle belangstellenden kunnen net zo dicht bij een kijkje nemen als ze zelf willen. Het schip in kwestie (dat overigens veel groter blijkt dan wij vanaf een afstand dachten!) staat enigszins scheef op een bok en wordt met dommekrachten in een wat rechtere positie gebracht. Aan het uiterlijk valt eerst weinig te onderkennen, maar aan de schade op het dek is wel te zien dat het ding helemaal onder water heeft gezeten. Van omstanders krijg ik het verhaal te horen. Afgelopen weekend heeft iemand nogal onvoorzichtig hard met het ding gevaren in te ondiep water. Daarbij zijn een paar stenen op de bodem geraakt, zijn de schroeven zwaar beschadigd en is de bodem gekraakt, waardoor het hele schip ten onder ging. Vanavond hebben ze het schip gelicht en zal het waarschijnlijk wel weer in de vaart worden gebracht.
We zijn blij dat het onze boot niet is, en gaan snel weer terug naar Andrea. Vanuit de kuip hebben we een schitterend uitzicht over de Sund en het water wordt steeds kalmer en gladder. We hebben een storeloze nacht!
Donderdag, 3 juli 2006: naar Faaborg
Omstreeks 07.00 uur staan we op. We kopen broodjes in de havenkiosk en ontbijten in de kuip. Daarna maak ik de computer en de radio gereed voor het ontvangen van de weerberichten. Die zijn gunstig voor een bezoek aan Faaborg, zodat we daartoe besluiten. Het is 15 mijl varen, ongeveer drie uur. We vertrekken om 09.00 uur, zodat we tegen 12.00 aanwezig zouden moeten zijn. Veruit vroeg genoeg om een plaatsje in de haven te krijgen. Faaborg hoort namelijk tot die gewilde havenplaatsen die eigenlijk vanaf 15.00 's middags geen (goede) plek meer hebben voor watersporters. Je moet er dus vroeg bij zijn. Ook nu varen we op de motor met de fok bij. Andrea haalt (met de motor rustig draaiend) dan zo'n 6 knopen, wat meer dan snel genoeg is.
Om 12.25 haal ik de Mittelfristberichten binnen. Voor de westelijke Oostzee (waar we overheen moeten als we naar Kiel willen) zien die er als volgt uit:
WESTL.OSTS. (54.7N 12.4E) WT: 22 C
FR 04. 00Z: S-SW 0-2 / 0.5 M //
FR 04. 12Z: NE-E 3-4 / 0.5 M //
SA 05. 00Z: N-NE 5 / 1 M //
SA 05. 12Z: N 5-6 / 6-7 1.5 M //
SO 06. 00Z: N 6 / 7-8 2 M //
SO 06. 12Z: NE 7-8 / 9-10 2 M //
MO 07. 00Z: NE 6-7 / 8 2.5 M //
MO 07. 12Z: NE 6 / 7-8 2 M //
DI 08. 00Z: NE 6 / 7 2 M //
DI 08. 12Z: NE 5 / 1.5 M //
We schrikken daar wel een beetje van.
Die 9 tot 10 Beaufort van zondagmiddag zal wel gebakken lucht zijn,
maar de rest ziet er ook afschrikwekkend genoeg uit. We besluiten ter
plekke dat we morgen in één keer naar Kiel gaan! Dit
weerbericht doet de deur dicht!
We lunchen met het restant van de
etenswaren die we vanmorgen in Svendborg gekocht hebben en pakken dan
de fietsen om wat spullen te kopen, te internetten en een tweede
bezoek te brengen aan de middeleeuwse molen van Kaleko. In de
bibliotheek van Faaborg (weten we nog van vorige bezoeken) kun je
gratis internetten. Je moet even een briefje bij de balie ophalen met
een username en password en dan kun je een uur gratis je gang gaan.
Zo lang hebben we niet nodig. We mailen wat en ik bekijk nog even de
weerkaarten van het KNMI om wat inzicht te krijgen in de verbanden
tussen al die windkrachten van de Wetterdienst Hamburg. Er ligt
inderdaad een lage drukgebied precies boven Denemarken. Het
verschuift maar heel langzaam naar het NO, zodat de windkrachten voor
zaterdag en zondag wel te verklaren zijn. Extra reden om niet te
treuzelen en morgen te gaan. Vervolgens bezoeken we de oude molen.
Jaren geleden zijn we er al eens geweest en hadden toen de
teleurstelling, dat de watermolen niet draaide. Het ding moest nog
gerestaureerd worden. Inmiddels is dat gebeurd en het ding draaide
dan ook dat het een lust was. Prachtig om te zien. We verbaasden ons
gezien het warme weer wel een beetje over het gemak, waarmee men het water zomaar via het
scheprad in de beek liet weglopen. Maar toen we de molentocht een
eindje volgden, bleek het even verderop weer te worden opgevangen en
met een motor weer naar het spaarbekken te worden gepompt! Vandaar
dat men dit ondanks de warmte en het verbod op verspilling van water
kon doen!
Terugrijdend naar Faaborg koopt Annet nog een jurk en vinden we een pizzeria die wij vanavond met een bezoek willen vereren. De havenmeester komt langs en vergt slechts 110 DK van ons als liggeld. Dat is 10 DK goedkoper dan Svendborg en Marstal!
Om 17.05 haal ik de Seewetterberichte voor de Noord- en Oostzee binnen. Voor morgen wordt er in de westelijke Oostzee ronddraaiende winden tussen kracht 2-4 verwacht, en later NO5. Dat laatste is geen punt, want die wind blaast ons precies naar waar wij heenwillen en bovendien kun je voor de wind veel meer hebben dan aan de wind.
Voor de gein probeer ik met de Ipaq nog even uit of er toevallig open netwerken aanwezig zijn. Maar ziedaar, dat blijkt inderdaad het geval. Het zijn er zelfs twee, die de naam 'Nopaynet2' en Nopaynet3' dragen. En zoals de naam zegt: ze zijn nog gratis ook! Dat is nog eens service. Gewoon draadloos internetten vanaf je eigen boot, zonder (zoals in Nederland) dat je gedwongen wordt eerst je creditcard te trekken om voor een paar minuten verbinding belachelijke bedragen neer te tellen! Als ik verrast mijn Deense buurman van dit heuglijke feit op de hoogte stel, weet hij dit kennelijk allang en vertelt dat deze service op veel meer plaatsen in Denemarken geboden wordt. Inderdaad zie ik op het openingsscherm een kaartje van Denemarken met daarop vermeld de hotspots waar de dienst te verkrijgen is. Het zijn er heel wat! De buurman toont me bovendien een aantal Deense sites om zeilweer informatie te krijgen. Zo is er www.dmi.dk, alwaar de windverwachting in kaartjes wordt aangegeven met pijlen voor de windrichting en kleuren voor de windkracht, aan te klikken voor elk willekeurig Deens zeegebied en uitgesplitst voor alle 24 uren van de dag! Dat ziet er indrukwekkend uit. Had de Chef Hydrografie bij ons zo'n site! Of zelfs de toerzeilersclub of zo. Vergeleken hiermee ziet de Nederlandse situatie er maar scharrig uit! Je mag al blij zijn als je een lijstje met marifoonkanalen kunt vinden op het net. En voor alle verdergaande informatie moet eerst dik betaald worden. Laten we een voorbeeld nemen aan de Denen zou ik zeggen! Op dit punt tenminste ...
's Avonds pakken we de fietsen en gaan naar een locale pizzeria, die we eerder deze dag hadden ontdekt. Het blijkt een door Denen veel bezocht adres te zijn, dat inderdaad heel goede pizza's bakt. We nemen er elk één, besproeid met cola. Bier mag er niet geschonken worden en daar houden ze zich ook aan, wat in Denemarken wel opmerkelijk mag heten. Het feit, dat de locale Hermandad aan de overkant van de straat een bureau heeft en dat agenten met avonddienst nog wel eens een pizza bij de zaak komen halen, zou hieraan een motiverende bijdrage kunnen leveren, maar het blijft een feit: er wordt alleen maar fris geschonken!
Na de maaltijd maken we per fiets nog een rondje bij de haven. We bezien de nieuwe grote marina even verder naar het westen en zijn blij dat we in de oude haven liggen. Ook bezien we de mogelijkheid om morgen voor vertrek nog diesel te tanken, maar het lijkt erop dat men alleen met eigen Deense pasjes werkt. Die hebben wij natuurlijk niet.
Terug op de boot maak ik nog weer even gebruik van het gratis draadloos internet. Ik stuur wat e-mail berichten rond en bekijk op de site van Erik Stam de foto's van de thuiskomst van Eva in Macharen. Dat is blijkens de opnames een indrukwekkend gebeuren geweest! Leuk dat je dat zomaar in de kuip van je eigen boot in een Deense haven kunt bekijken!
Vrijdag, 6 augustus 2006: naar Holtenau
We staan om 07.30 op en maken de boot klaar voor vertrek naar zee. Ik heb de koers in de computer gezet en het blijkt een afstand van 44 mijl te zijn. Volgens de Deense weerkaarten die ik per computer nog even raadpleeg (het gratis netwerk doet het nog steeds en perfect!) zou er nooit meer kunnen staan dan NO 4 en daarmee zouden we onze handjes dicht knijpen. Op dit moment staat er overigens een ZW wind, kracht 2 tot 3. Het eerste stuk gaat door de geulen vanaf Faaborg naar Soeby en daarbij kunnen we de fok nauwelijks vol houden. Dan gaan we om de punt van Soeby heen pal naar het zuiden en blijkt de fok helemaal niet meer te handhaven. Waar blijft die NO wind nou? Het zal in Kiel blijken, dat zelfs dan de wind nog niet verder is gekomen dan oostelijke richtingen. Lastiger is, dat de stuurautomaat niet goed werkt. Hij overcorrigeert op een zodanige manier dat hij onbruikbaar is. Maar het hele eind op de hand sturen is ook een klus! Het zeetje is zo vlak dat ik ter plaatse besluit het ingebouwde kompas opnieuw te calibreren. In het handboekje van de automaat staat beschreven hoe je dat moet doen. Bepaalde volgorde van knoppen indrukken en dan het schip met een snelheid van tussen den 2 en 3 knopen een rondje laten varen, net zolang tot het apparaat met een dubbele piep duidelijk maakt dat de truc gelukt is. Na enig rommelen lukt het inderdaad om de zaak te regelen. En als ik daarna de proef op de som neem, blijkt de machine inderaad weer te werken. Ik blij. Maar te vroeg gejuicht! Amper vijf minuten later begint het apparaat weer van die woeste koerscorrecties te maken, zodat ik het ding teleurgesteld moet uitschakelen. Kennelijk een fout, die wij zelf niet meer kunnen oplossen. Het ding zal in Nederland gedemonteerd en nagekeken moeten worden. Jammer, want op dit soort reizen kun je eigenlijk niet zonder automaat!
Gestaag ploegt Andrea zich een weg door de westelijke Oostzee. De zon schijnt, het water is vrijwel vlak en er staat een zwak windje, dat naarmate de reis vordert steeds meer uit het O begint te waaien. We kunnen daardoor de fok bijzetten, wat een halve knoop snelheid scheelt. Ter hoogte van de vuurtoren van Kiel zie ik boven de Foerde een helicopter vrijwel stil in de lucht hangen. Ik denk aan een SAR oefening en geef er verder geen aandacht meer aan. Maar als ik na werkzaamheden in de kajuit weer buiten kom, hoor ik Annet vragen wat ze moet doen. En als ik kijk, zie ik dat we recht voor een stel grote dure racezeilboten dreigen langs te varen, die blijkbaar met een zeer belangrijke wedstrijd bezig zijn. Er hangen tenminste niet één maar twee helicopters boven en elke boot wordt gevolgd door een zwerm van speedbootjes, vol met persmensen, met camera's en schrijfblocjes, alsof hier het lot van de wereldgeschiedenis bepaald gaat worden! Ik gooi Andrea maar gauw door de wind op tegenkoers om de meute te ontwijken en nadat we de fok hebben weggedraaid, stoom ik met verhoogde snelheid achter het opgewonden gedoe langs. Wat een onzin allemaal, midden in het reguliere vaarwater, terwijl je de hele westelijke Oostzee hebt om een baan uit te zetten! Even later horen we de lang aangehouden toeter van een Finse veerboot, die kennelijk ook niet zo gelukkig is met een wedstrijd op dat stukje van de Foerde! Wij varen intussen verder en zien bij Holtenau de bunkerboot op zijn vertrouwde plek liggen. We meren onmiddellijk aan en tanken zowel de tank als de lege cans vol diesel. Tegenwoordig prikken we dan eerst een houten kegje in de ontluchtingsleiding van de tank, omdat we gemerkt hebben dat die leiding zo laag zit, dat je eigenlijk altijd diesel morst bij het volgooien van de tank. Bovendien is ons gebleken, dat die ontluchtingsleiding eigenlijk ook helemaal niet nodig is, en dus meer last dan gemak veroorzaakt. Maar op deze manier verloopt het tanken zonder problemen.
We leggen de boot aan de steiger en krijgen vrij snel daarna achterburen in de gedaante van twee sloepen met Duitse jongeren. Verderop in de haven liggen nog vier zelfde sloepen. Zoals te verwachten valt levert dat nogal wat drukte op de steiger op. De jongelui gaan 's avonds (of liever 'snachts!) stappen en drinken zich aan boord eerst in. Flessen wodka worden gemixt met cola en met grote teugen achterover geslagen. Het geluidsniveau stijgt. Het wordt heel gezellig op de steiger, maar wij kiezen ervoor om maar liever in Kiel te gaan eten. We pakken de fietsen, laten ons met de pont overzetten en passeren onderweg een Indiaas restaurant met de wijdse naam 'Tadsch Mahal' naar het beroemde Indiase gebouw. Op de bonnefooi gaan we naar binnen en kunnen een tafeltje aan het raam krijgen. We bestellen een 'Grillpfanne' voor 2 personen en genieten van een heerlijke maaltijd met rijst, saus, 'Fladenbrot' en allerlei stukjes heerlijk mals vlees. Het geheel overspoeld met Duits bier. Fantastisch! Naar ik vrees eet ik wel wat te veel, maar het is ook wel heel erg lekker. We betalen en aanvaarden de terugreis naar de boot. Daar bergen we de fietsen op het dek en gaan nog wat in de kuip zitten. Omstreeks 22.30 zijn we zo slaperig, dat we onze bedden maar opzoeken. Buiten gaan de jongelui nog uitgebreid door met kletsen en lawaai maken en de voorbereidingen voor het stappen duren nog steeds voort. Tot ze omstreeks 23.00 allemaal zijn vertrokken naar een ons onbekende disco.
Zaterdag, 5 augustus 2006: naar Dueckerswisch
Als ik om 06.00 uur wakker wordt, hoor ik de zeiljeugd al weer vrolijk kletsen en lawaai maken. Al om 06.30 neemt het lawaai af, omdat de boten dan allemaal al voor de sluis gaan liggen. Zodoende kunnen we nog even weer in slaap vallen tot 07.30. Dan staan ook wij op en doen na het ontbijt nog wat boodschappen in Kiel. Als we terugkomen ligt er een fors aantal schepen voor de sluis. We zetten de fietsen en de spullen aan boord en als we zover zijn, gaan de deuren open en kunnen wij aansluiten bij de rij schepen die naar binnen wil. We leggen aan, betalen het verschuldigde bedrag en varen richting Brunsbüttel. Ik besluit niet al te hard te gaan varen, omdat we toch niet voor morgenvroeg 09.00 uur de Elbe op kunnen. Waarschijnlijk is het het beste om vannacht maar in Dückerswisch te gaan liggen tussen de palen. Het zal in Brunsbüttel wel ontiegelijk druk zijn, en dan is een plaatsje (naar onze ervaring) heel moeilijk te vinden. Zodoende varen we met een matige snelheid (10 kilometer per uur) over het NOK. De zon schijnt, er waait een matig windje en onderweg haal ik nog wat weerberichten binnen. Die baren weer wat zorgen. Morgen kunnen we zonder problemen over de Elbe, maar voor de rest van de week worden er voor de Duitse Bocht (en dus ook voor de Weser en de Eems waar wij overheen moeten, onfatsoenlijk hoge windkrachten voorspeld. Maar de soep zal wel weer niet zo heet gegeten worden ... We zien wel.
Omstreeks 18.00 zijn we in Dückerswisch, alwaar we de boot tussen 4 palen vastleggen. We varen tussen de twee bovenwindse palen door en leggen de lussen van de achterlandvasten om de palen. Daarna laten we de boot langzaam met de wind naar voren drijven alwaar Annet de voorlandvasten om de benedenwindse palen laat glijden. Morgen bij vertrek kunnen we volgens de omgekeerde procedure onze ligplaats weer verlaten. Bij aankomst zijn wij het vijfde plezierjacht dat aanlegt. Als wij er liggen, komen er nog vijf jachten bij, waarvan er één de ruimte tussen de palen te klein vindt worden en daarom voor anker gaat.
Onze tijdelijke Duitse buurman bezorgt ons later op de avond nog even de stuipen. Terwijl hij bezig is zwemmend zijn onderwaterschip te inspecteren, raakt zijn (kennelijk niet goed vastgemaakte) voorste landvast los. Zijn schip dreigt onmiddellijk met het onze in aandrijving te komen. Gelukkig zie ik het losschieten van de lijn gebeuren, zodat ik onmiddellijk kan waarschuwen. Omdat de buurman toch al in het water is, kan hij mooi zijn eigen lijn weer rond de paal brengen en dit keer beter bevestigen.
Annet kookt aan boord en we eten in de kuip, gezeten aan de kuiptafel, die we vorig jaar hebben aangeschaft, maar nog zelden gebruikt. Het bevalt uitstekend. Na het eten kijken we de getijdentabel na om uit te vinden wanneer we morgen in Brunsbüttel moeten zijn. Het blijkt om 11.40 HW bij Brunsbüttel te zijn. Dat is het moment waarop wij uiterlijk in Otterndorf willen zijn, eigenlijk nog even eerder. Omdat we dan tegen de staart van de vloed in moeten varen, gaat de 9 mijl naar Otterndorf wel een dikke twee uur duren. Dat betekent dat we om 09.00 uur op de Elbe willen zijn en dus om 08.30 voor de sluis moeten liggen. Omdat de tocht van Dückerswisch naar Brunsbüttel zo'n anderhalf uur in beslag zal nemen, zullen we dus om 07.00 uur moeten vertrekken.
We brengen een rustige avond door in de kuip. Wel moeten we in de kajuit nogal wat vliegen doodslaan. Nogal een landelijke omgeving kennelijk. Dat valt ook af te leiden uit de heavy metal muziek, die tot diep in de nacht blijft door dreunen. Ongelofelijk eigenlijk: hebben die plattelanders de meest heerlijke rust die je je kunt voorstellen, gaan ze de hele nacht klereherrie produceren! Gelukkig horen wij er in de kajuit eigenlijk niets van.
Zondag, 6 augustus 2006: naar Schiffdorf
Al voor 07.00 uur zijn we wakker. Heerlijk geslapen. Ondanks het grote aantal boten, dat tussen de palen heeft gelegen. In totaal waren het er wel 12!
Nadat ik de motor heb verzorgd, vertrekken we richting Brunsbüttel. Er staat een zwakke NW wind, wat overeenkomt met de voorspellingen. In de loop van de dag zou die tot kracht 5 moeten aanwakkeren. Voor ons is dat geen probleem. Als we straks op de Elbe zijn staat de vloed nog steeds door en de wind waait ongeveer in dezelfde richting als het water stroomt. Dat betekent: vlak water, geen golven, rustig varen. Zij het natuurlijk niet snel, omdat we een aantal knopen snelheid moeten inleveren aan het overwinnen van de stroom.
Het komt inderdaad zo uit. Als we om 08.30 op het NOK de sluis in de verte zien liggen, gaat er juist een klein coastertje naar binnen. Even later echter wordt het licht wit, ten teken dat er ook jachten mee mogen! Ik zet de motor op volle kracht en met 6,7 knoop stomen we naar de sluis toe, hopend dat de sluiswachter ons heeft gezien. Dat blijkt het geval. Er wordt keurig op ons gewacht en niet zodra zijn we de sluis binnengevaren of de bel begint te rinkelen als signaal dat de deuren achter ons worden gesloten. Wij leggen snel aan en even later begint het schutten. Om 09.00 uur varen we naar buiten. De vloed staat dan nog stevig door, want het is pas om 11.40 HW Brunsbüttel. In de snelheid merken we dat. Onze standaard 6 knopen zakken al gauw naar 4 en nu en dan zelfs 3.5 knoop. De NW wind echter is op de Elbe wel een kleine 4 Beaufort. Vandaar dat ik besluit de fok bij te zetten. Dat helpt. De snelheid loopt weer op naar 4,5 knoop. Zodoende zijn we precies met HW Otterndorf om 11.00 uur ter plaatse en liggen we om 11.15 voor de kant. Rustig starten we het werk voor het neerleggen van de mast. De procedure wordt keurig afgewerkt en om 13.00 is alles gereed. Een half uur later zien we wat bootjes uit de sluis komen. Dat betekent dat wij weldra naar binnen mogen. Terwijl we bezig zijn los te maken, zien we een Duitse motorbootschipper een wel heel krappe bocht nemen van het vaarwater vanaf de sluis in de richting van de haven. Dat had hij beter niet kunnen doen, want het is daar door aangeslibd zand heel erg ondiep. We hebben daar al meer schepen vast zien zitten. Om de zaak af te ronden probeert de man ook nog eens van de plaat af te komen door vol gas vooruit te geven. Dat is het domste wat je kunt doen. Van een oude Friese schipper heb ik indertijd al geleerd: zoals je erop gekomen bent, zo moet je er ook weer af. Moraal: achteruit slaan! Voor het motorbootje is het in dit tij (drie uur na HW!) in elk geval te laat. Het zal een dikke zes, zeven uren uren voor hij weer los is. Wij varen intussen de sluis in en even later op het Hadelner Kanal. Het is 17.30 uur als we bij Bederkesa zijn en om 19.45 liggen we in Schiffdorf langszij een verlaten clubschip. Helaas is ook nu het aanpalende Gasthof alweer gesloten. Zodoende moeten we zelf voor ons natje en droogje zorgen. Dat lukt met bier en een koud bonen/artisjokken/cervelaatworst gerecht. We concluderen dat het erg lekker is, maar dat het met salami nog beter smaakt.
Morgen denken we tegen 07.00 uur op te staan en vervolgens naar de keersluis van de Geeste te varen. Het is om 06.10 LW in Bremerhaven, zodat als wij om 08.00 uur op de Weser verschijnen de vloed al een kleine twee uur zou moeten lopen. Dat zou ons voldoende snelheid moeten geven (samen met de NW wind) om tegen 13.00 in Oldenburg te zijn. Daarna het Küstenkanal en dan overmorgen de Eems. IJs en weder (en vooral windkracht en windrichting!) dienende natuurlijk. Ik gooi twee cans van 10 liter in de tank. Zo zouden we ruim voldoende diesel moeten hebben om tot Doerpen te komen. We gaan naar bed.
Maandag, 7 augustus 2006: naar Doerpen
We zijn voor 07.00 uur al wakker. Heerlijk geslapen. Eindeloos stil is het bij Schiffdorf. Ik controleer de motor en om 07.15 maken we los. Langzaam varen we de grote slingeringen van Geeste af. Om 07.40 zijn we bij de keersluis. We maken vast en ik klim op de wal. Op het bord bij de sluis zie ik dat de schuttingen alleen 'zur vollen Stunde' geschieden. De sluismeester bevestigt op mijn vraag dat de eerstvolgende schutting om 08.00 uur is. En inderdaad gaat 1 minuut eerder de buitendeur naar beneden en de binnendeur open. We varen in en kunnen 5 minuten later de rest van de Geeste af varen. Het water staat al veel hoger dan bij LW het geval is. De vloed staat immers al twee uur door. Nu begint het gedeelte met de krachtigste stroom, juist het part dat we willen hebben. Om 08.30 zijn we tussen de havenhoofden van Bremerhaven en varen we de Weser op. We pikken gelijk de stroom op en de snelheid loopt op tot 7 knopen. Even verder op de Weser wordt dat zelfs 8 knopen en eigenlijk komen we voor de rest nauwelijks onder die snelheid. Zelfs op de Hunte blijven we regelmatig 8 knopen draaien. Kennelijk hebben we een heel goed venster gevonden om van Bremerhaven naar Oldenburg te varen. Even vóór 13.00 zijn we namelijk al ter plaatse. Dan hebben we het hele traject van een dikke 30 mijl in vier en een half uur afgelegd! Record voor ons! Helaas gooien (zoals gebruikelijk) de Duitse brugwachter en sluiswachter weer roet in het eten. Voor de Caeciliënbrücke moeten we voor ons besef nodeloos 15 minuten wachten tot een vrachtvaarder gearriveerd is die ook door de brug moet. Daarna duurt het een behoorlijke tijd tot hetzelfde schip de sluis invaart. De schipper blijft uitgebreid kletsen met een kennis, die in de voorhaven tegen de kant ligt. En wij maar denken, dat de beroepsvaart altijd haast heeft! Terwijl we in de voorhaven wachten op toestemming om de sluis binnen te varen, komt een oude kennis ons achterop gevaren: de “Trijn van Leemput”! Hoe is het mogelijk! De schipper en zijn vrouw komen net terug van 9 weken Denemarken. Ze zijn naar Möhn geweest en zijn daar vol lof over. We wisselen verder nog wat wetenswaardigheden uit en constateren dat het watersportwereldje kennelijk maar klein is. Dit is in de loop van de jaren al de derde keer, dat we elkaar zo tegenkomen! Het schutten gaat hierna redelijk snel, maar het uitvaren neemt weer behoorlijk wat tijd in beslag. De beroepsvaarder vaart weliswaar uiterst voorzichtig uit de sluis, maar laat ook daarna zijn schip gewoon drijven. Intussen lopen de schipper en zijn vrouw schijnbaar doelloos door de stuurhut met de handen aan het hoofd. Alsof ze een ernstige migraine-aanval hebben, of zojuist een doodsbericht hebben vernomen. Allemaal heel erg vreemd. Uiteindelijk besluit ik vol gas het traag voort drijvende schip maar te passeren. Kennelijk zijn de opvarenden niet toe aan het nemen van een beslissing: doorvaren of aanleggen of geen van beide ...
Van 14.00 tot 20.00 zijn we bezig met de passage van het Küstenkanal. Om beurten sturen en lezen Annet en ik, en onderweg eten we ook. Als we in Doerpen aangelegd hebben, lopen we naar het clubgebouw om ons havengeld te betalen. We raken in gesprek met een Duits echtpaar dat morgen ook naar Delfzijl zou willen, maar dat eigenlijk niet goed durft vanwege de weersvoorspellingen. Er wordt voor morgen namelijk NW-N 5-6 voorspeld! En dat is vooral op de Dollard aan de hoge kant. Als de ebstroom daar tegen de wind in gaat lopen ontstaat er een zeetje dat te vergelijken is met windkracht 7 of 8! Dat is niet iets dat je mee wilt maken. Als wij zeggen, dat wij toch willen proberen in Delfzijl te komen, besluiten ze zich bij ons aan te sluiten. Ik zeg, dat we onderweg wel kunnen vaststellen of de overtocht haalbaar is of niet. Er zijn verschillende uitwijkhaventjes, waar we terecht kunnen als het al te bar zou worden: Papenburg, Weener, Leer ... Op die plekken kun je aan een drijvende steiger aanleggen. Vanaf Leer echter zul je door moeten naar Emden. Er zijn wel tussenliggende haventjes, maar dat zijn allemaal getijdehavens, waar je wel in, maar voorlopig niet meer uit kunt. Daar heb ik geen behoefte aan! De laatste uitwijkhaven is Emden zelf. Als we zien, dat het op de Dollard te gek wordt, kunnen we daar binnenlopen. Vervolgens zouden we kunnen wachten op de kentering van het tij, en dan vertrekken. We hebben dan het voordeel, dat wind en tij niet meer tegen elkaar in, maar met elkaar mee lopen. Weliswaar hebben we beide dan tegen, maar het is in elk geval vlak water. Op de Elbe hebben we gisteren gemerkt hoe goed dat gaat. Je haalt geen hoge snelheden, maar je vaart wel redelijk rustig. We zullen zien hoe het gaat. Om 08.00 uur willen we vertrekken, om eventuele vertragingsacties van de sluismeester Herbrum van tevoren in te calculeren!
Dinsdag, 8 augustus 2006: naar Groningen
Tegen 07.00 uur staan we op. Ik haal de weerberichten voor de Duitse Noord- en Oostzeekust binnen en het blijkt dat vrijwel over NW-N 5-6 wordt voorspeld. De Duitse overdrijvingsneiging kennende zal het dus wel maximaal op NW 5 uitdraaien. Dat klopt ook met de beweringen van onze Duitse reisgenoten. De man heeft kennissen gebeld in Weener en Emden en die vertelden dat het respectievelijk windje 3 en 4 was. Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat het vanmiddag om 15.00 niet harder kan waaien, maar wel dat de windkrachten zich dus niet zo ongenuanceerd manifesteren als je uit het Hamburgse weerbericht zou kunnen afleiden. Als we de haven uitdraaien zie ik het binnenvaartschip 'Paraat' uit Zwartsluis, geladen met turf, de sluis van Dörpen invaren. Onmiddellijk vraag ik per marifoon of wij ons bij hem mogen aansluiten. Dat mag. In de sluis vraag ik aan de schippersknecht of zij ook naar Delfzijl onderweg zijn. Dat zijn ze inderdaad. Daarop zeg ik dat wij zachtjes met hen mee zullen varen. Een diepgeladen schip kan op het Küstenkanal meestal niet sneller varen dan 4,5 knopen. Dat halen wij met onze dieselmotoren ook makkelijk. Op de Eems, als het dieper wordt, gaan de vrachtschepen meestal sneller dan wij kunnen. Bij de sluis van Böllingerfahr kunnen wij ook weer zonder problemen bij de Paraat aansluiten. Maar (het zal eens een keer níet zo zijn!) bij de sluis van Herbrum gaat het weer mis. Er liggen al twee binnenvaarders voor de sluis. De ene is zo groot, dat hij apart geschut zal moeten worden en bij het andere schip kan de Paraat aansluiten. En wij hebben het nakijken. De sluiswachter wil zelfs niet overwegen of er niet nog twee kleine plezierjachten bij kunnen. Wij komen de tweede schutting aan de beurt, samen met het grote vrachtschip. Als er tenminste niet op het laatste moment nog andere vrachtschepen komen, die weer voor zouden gaan op ons. Het is om wanhopig van te worden. De watersport komt in de Duitse wateren echt helemaal op de allerlaatste plaats! Ze laten je voor een sluis als Herbrum ijskoud urenlang wachten! Het schutten duurt op zich niet lang. Maar het in- en uitvaren! Dat gaat eindeloos traag. De oorzaak daarvan (vermoeden wij) is, dat de sluis van Herbrum (en de meeste andere sluizen in dit stuk kanaal) eigenlijk veels te klein zijn voor de moderne grote diepgeladen vrachtschepen. Er blijft tussen scheeps- en sluiswand zo weinig ruimte over, dat de schepen alleen stapvoets kunnen uitvaren, omdat ze zichzelf anders hopeloos 'vastzuigen' in de sluis. Dat betekent dan ook, dat wij pas een vol uur later op de Eems zijn, namelijk om 11.45. Het is dan nog een anderhalf uur voor HW Herbrum en tot en met Papenburg hebben we dan ook een knoop stroom tegen. De wind lijkt ons maximaal matig, kracht 4 en meer uit het N dan het NW. Dat is gunstig, omdat we dan bij de vaart langs Emden feitelijk een hoge wal hebben. Het Duitse motorschip volgt ons op afstand. Hij heeft geen marifoon, zodat we geen contact kunnen onderhouden per radio. Als er iets mis is (heeft de Duitser gezegd) dan zal hij wel toeteren. Gelukkig doet zich de noodzaak niet voor. We varen langzaam richting Weener en Leer. En bij de Jann Berghausbrücke is de snelheid inmiddels opgelopen tot boven de 7 knopen. Toch halen we niet de snelheden die we bij een eerdere afvaart wel eens hebben gehad. We wijten dat aan de tegenwind en de bijbehorende golfslag. Het is wel duidelijk, dat er deze tocht geen snelheidsrecords zullen worden gebroken. Zoals we het nu berekenen zullen we omstreeks 17.00 tussen de havenhoofden in Delfzijl zijn. Als tenminste de Dollard bevaarbaar blijkt te zijn met deze windkracht en -richting. De stukken in de Eems, die eenzelfde richting uitlopen als het laatste rak voor Emden langs leveren geen extra problemen op. In andere jaren hebben we ervaren dat je op die westlopende stukken uitstekend kunt inschatten hoe het zeetje er voor Emden uit zal zien. Meer problemen ontstaan op de stukken die N lopen, dus met wind en golven iets over bakboord inkomend. Dat levert behoorlijk wat buiswater op terwijl het schip de neiging heeft in de golven nogal wat snelheid te verliezen. Toch komen we zelden onder de 7 knopen. De eb sleurt ons gewoon mee naar de riviermonding. Bij de beruchte Meijerdamm zien we een oudhollandse platbodem helemaal links in het vaarwater voortploeteren. Kennelijk is hun motor niet zo sterk en hebben ze moeite om tegen wind en golven op te boksen. Toch is het merkwaardig, dat ze juist dan niet zoveel mogelijk de stuurboordswal aanhouden. Een Duitse vrachtvaarder toont zijn ontstemming, door overluid zijn hoorn te laten klinken en het schip niettemin aan bakboord te passeren, hoewel hij daarvoor zelfs even buiten de vaargeul moet gaan. Nu is dat laatste op dit moment van het tij nog geen probleem, want er staat water genoeg. De platbodemschippers trekken zich daar overigens niets van aan en ploeteren stug verder. Ik passeer hen dan ook maar aan stuurboord, omdat ik er niet voor voel een hele zwaai naar links te maken. Als ik het schip voorbijloop zie ik de verklaring van de gemoedsrust van de schippers. Het naambord luidt “Vertrouwen”. Nou ... dat hebben ze wel, die mannen! In een oogwenk hebben we ze ver achter gelaten en spoelen we voort in de richting van de haven van Emden. Daar ligt het eerste waypoint op de route naar Delfzijl. Ik heb de koers uitgezet aan stuurboord van de rode geulbakens, zodat we zoveel mogelijk opper van de wal hebben. Vanaf de laatste rode ton voordat het vaarwater naar stuurboord wegdraait heb ik de koerslijn recht naar de haven van Delfzijl gelegd. De GPS geeft het allemaal keurig aan. Twee vrachtschepen die ons voor Emden gepasseerd zijn laten vanuit de verte zien hoe het op de Dollard gesteld is. Ik zie nu en dan wat buiswater hoog opspatten, maar er is geen sprake van dat ze tegen zware zeeën in moeten stompen. Het zal dus allemaal wel meevallen. En dat blijkt ook het geval. Het laatste stuk van 2 mijl recht op de havenmond af, is het even afzien vanwege de rare draaiende golfbewegingen die daar ondervonden worden. Annet denkt dat dat komt door de combinatie van de twee ebstromen vanuit Emden en vanuit de haven van Delfzijl, die zich net voor de havenmond met elkaar vermengen. En inderdaad zou dat best eens de oorzaak kunnen zijn van de vreemde kurkentrekkerbewegingen die Andrea daar maakt. Maar dan zijn we even over vijven tussen de havenhoofden. Als we in één keer doorstomen richting zeesluizen zie ik ineens dat onze Duitse reisgenoot de boot stillegt en achterblijft. Ik vaar met een grote boog terug en vraag wat er loos is. Er blijken wat problemen met de waterpomp te zijn. Maar ze zeggen het zelf te kunnen oplossen. Wij moeten maar gewoon doorvaren. Als we dat doen, blijken de Duitsers even later weer te volgen, zij het dat ze nu en dan even stilliggen om kennelijk een probleem op te lossen. Als we de zeesluizen naderen vraag ik per marifoon om een schutting en wordt de sluis voor ons opengemaakt. We weten nog net tussen een stel in- en uitvarende binnenvaarders door te glippen en de sluis binnen te varen. Achter ons varen de Duitsers en nog een jacht de sluis binnen. Na de schutting leg ik de Duitsers uit waar ze de binnenhaven kunnen vinden en nemen we afscheid van elkaar. Wij varen door naar Groningen. Onderweg bellen we met Jacco en spreken af dat hij morgenavond om 18.05 met de laatste boot van Enkhuizen naar Staveren komt. Als het goed is zijn wij daar dan ook en kan hij helpen met de mast te zetten. Even voor 20.00 liggen we voor de Oostersluis. Helaas duurt het even voor we geschut kunnen worden, maar dan krijgen we groen licht en kunnen we naar binnen. Hierna leggen we aan op de schippersligplaats vlak bij het Oosterpark. We drinken nog een borrel, ik hang een ankerlicht in de radarmast en we gaan slapen.
Woensdag 9 augustus 2006: naar Staveren
Ook nu weer staan we om 07.00 uur op. De weerberichten voor het IJsselmeer zijn W-ZW 4 en voor morgen praat men over W 4-5. Dat zou genoeg moeten zijn om thuis te komen. Ik controleer de motor en de brandstof en we zijn onderweg. De bruggen en sluizen worden zonder problemen genomen. Wel verwonderen we ons over de benamingen van de buurtschappen die we varend passeren. Zo zien we even voor Aduard een bordje met de aanduiding 'Aduard Voorwerk'. Annet veronderstelt dat er dan mogelijk ook een 'Aduard Achterwerk' zou moeten zijn. Maar hoewel we grondig uitkijken, zien we een dergelijke benaming niet. Bij Bergum gooien we de tank vol diesel, zodat we de thuisreis zonder brandstoftekorten kunnen maken. Even voorbij de Fonejacht brug worden we ingehaald door een Marieholm, genaamd Hydra. De schipper wijst met een vragend gebaar naar onze mast en maakt een beweging van opzetten. Ik wijs met mijn vinger maar een aantal keren naar voren om aan te geven dat ik dat veel verderop pas zal gaan doen. Bij de brug van Oude Schouw komen we elkaar weer tegen. Hij moet namelijk wachten voor die brug en ik kan met mijn gestreken mast doorvaren. Ik maak een verklarend gebaar met mijn hand en hij lacht meesmuilend. Dat is weer het voordeel van een gestreken mast. Helaas begint het al op het Pikmeer te regenen. Gelukkig is het maar een enkele bui, maar hij duurt wel tot 13.30. Grouw doet zijn naam alle eer aan: alles op en aan het water is er grijs en troosteloos. Op het Sneeker meer echter is het wat droger. Ook de wind neemt wat af, wat het weer iets aangenamer maakt. De temperatuur is niet hoog: 17 graden. Intussen stomen we onverdroten voort. Uitwellingerga wordt gepasseerd en we gaan de Jeltesloot in richting Heeg. Daarna over de Fluessen tot we uiteindelijk bij Stavoren komen. De haven invarend zien we van verre al dat het helemaal vol ligt. Alsof de schepen in drie weken niet verplaatst zijn! Doorvarend zien we net als drie weken geleden de watertank ligplaats leeg liggen. Officieel mag je daar pas om 18.00 gaan liggen. Voor die tijd moet er ruimte blijven voor waterladende schepen. Het is inmiddels echter al 17.15 en wij vinden dat wie nu nog water wil laden, gewoon te laat is. We gaan op dezelfde plek liggen als voor drie weken. Dan hebben we ook ruimte om straks de mast te zetten. Als we gereed zijn zien we dat een vlet de ruimte aan de laadwal voor ons vult. Nu kan er dus helemaal niemand meer bij. We sluiten het schip af en gaan het dorp in, voordat we door een havenmeester gesommeerd zouden kunnen worden om het schip ergens anders neer te leggen. Geld pinnen, brood kopen, krant ophalen en op het havenhoofd kijken. Om precies 18.05 komt de veerboot aan en stapt Jacco aan wal. We lopen met zijn drieën direct naar een restaurant aan de haven en gaan daar gezamenlijk eten. Hierna lopen we naar de boot en zien tot onze verrassing dat in onze afwezigheid een ander zeiljacht naast ons heeft aangelegd. Bij nader toezien blijkt het de Hydra te zijn, die ons bij Fonejacht inhaalde en die wij bij Oude Schouw weer passeerden. De schipper blijkt net terug te zijn van een maandelange reis naar Deense en Zweedse wateren. Ook hij kan ons die laatste regionen hartelijk aanbevelen. We zouden dat dus nog maar eens moeten doen! Dan maken we voorbereidingen voor het zetten van de mast. We werken alles rustig en zorgvuldig af en weldra kunnen Jacco en ik beginnen met het omhoog hijsen van de mast. Het is inderdaad een hele klus, maar na een paar minuten staat de mast weer als vanouds. We bevestigen de giek en bergen de onderdelen van de bok onder in het motorruim. Andrea is andermaal een zeilboot geworden. In de kuip drinken we nog wat en gaan daarna naar bed. De weersvoorspellingen voor morgen zijn niet al te goed, maar ook weer niet al te slecht. De wind dreigt echter meer W dan NW te worden. Toch moeten we die kans maar pakken, omdat er voor de daarop volgende dagen zelfs ZW wordt voorspeld. Dat moeten we al helemaal niet hebben. We gaan naar bed.
Donderdag, 10 augustus 2006: naar Monnickendam
De volgende morgen staan we omstreeks 08.00 uur op. De zon schijnt en er is nauwelijks wind. Maar als ik in de kuip stap om de antenne voor het binnenhalen van de weerberichten te monteren zie ik in het NW een donkere wolkenlucht naderen. Daar zit heel wat water en wind in! De weerberichten bevestigen dit. Men voorspelt W 5-6 met nogal wat regenbuien. Ook de Centrale Meldpost IJsselmeer geeft een dergelijk weerbericht. Ondanks de donkere wolken besluiten we dus maar te gaan. Binnen de kortste keren worden we geschut en als we het IJsselmeer op varen is er eigenlijk nauwelijks wind. Dat verandert rap als de donkere wolken dichterbij komen. Het begint te regenen en er zit ook een bak wind in de donkere lucht. Weldra waait het kracht 5. We zetten de fok bij en de snelheid neemt toe tot dik zes knopen. In de buien wordt het zicht zo slecht dat ik vraag om de radar bij te zetten. Dat blijkt niet zo'n succes. De regen verhindert kennelijk ook het heldere zicht van de radar. Het is gelukkig niet erg, want er zijn geen contacten in de buurt. Weldra zijn de buien voorbij en valt de wind ook weg. Over een vlakke zee motoren we richting Enkhuizen. Omstreeks 11.00 zijn we ter plaatse. We varen direct door naar het naviduct en na een tiental minuten wachten worden we geschut. Om 11.45 varen we het Markermeer op. Ook hier eerst op de motor, daarna op motor plus fok en als de windkracht verder toeneemt en de windrichting ook steeds gunstiger (= noordwestelijker) wordt, tenslotte ook het grootzeil. De motor gaat uit en er volgen nog een tweetal uren van nu en dan mannelijk zeilen, waarbij Andrea snelheden haalt tot ruim boven de 6,5 knoop! Het schip bruist door het water en snijdt door de golven als een zeehond door de haring! Elke donkere wolk die overkomt, geeft ons een forse duw in de goede richting mee, zodat we om 14.30 de Gouwzee op zeilen en om 15.00 uur voor de kant liggen. Een kortere vakantie dan gebruikelijk en gepland, maar (om met de Denen te spreken) niettemin een leuke 'oplevelse' (ervaring)!