Zeilvakantie 2010

Vrijdag 9 juli 2010 – Monnickendam
Nadat op school de laatste dingen geregeld zijn, gaan Annet, Jacco en ik 's avonds naar Monnickendam. We doen dat pas om 21.00 uur, omdat het overdag te warm is om al aan boord te bivakkeren. Na aankomst leggen we de laatste hand aan de voorbereidingen voor vertrek op zaterdag en gaan dan naar bed.

Zaterdag 10 juli 2010 – Monnickendam naar Wartena
We zijn van plan om 06.00 uur te vertrekken en worden dan ook even voor dat tijdstip wakker. Als ik bij de navigatievoorbereidingen de computer probeer te starten blijkt de verbinding tussen laptop en GPS niet te werken. Dat kunnen we niet hebben! Daarzonder kan er niet electronisch worden genavigeerd. Bovendien blijkt de laptop niet te willen werken op de omvormer die van de 12 volt van de accu de 15 volt van de laptop moet maken. Dat laatste probleem wordt het eerst opgelost. Na enig nadenken herinner ik me dat we een aantal maanden geleden een andere laptop aan boord hebben gebruikt. Dat ding draaide op 18 volt en op die waarde stond de omvormer nog steeds ingesteld. Dat is snel opgelost. Het tweede probleem neemt echter langer in beslag. Ik zoek me eerst suf naar de bedradingsschemas van GPS en RS232 stekker. Als ik die eindelijk gevonden heb,  ontdek ik dat een aardedraadje uit de verbinding is gevallen. Snel herstel ik dat en ziedaar: na enig proberen blijkt de computer de GPS weer te zien en kan de navigatiesoftware van Fugawi de gegevens van de GPS gebruiken. Eindelijk kunnen we losmaken en vertrekken, helaas wel twee uren later dan gepland.
De reis naar Enkhuizen verloopt voorspoedig. Bij aankomst kunnen we onmiddellijk geschut worden en even later varen we richting Stavoren. Er staat nauwelijks wind, zodat we de zeilen niet bijzetten. We willen immers opschieten. De nieuwe stuurautomaat (een helmpilot van Raymarine) werkt voortreffelijk! Hij houdt tot op de graad nauwkeurig koers. Zodoende varen we in één rechte lijn van Enkhuizen naar Staveren en kunnen daar na enig wachten geschut worden. Daarna varen we eerst naar de dieselpomp in het dorpje. We willen daar diesel tanken en een nieuwe lichtaccu kopen. Het is namelijk bij vertrek gebleken dat de lichtaccu in de paar dagen dat we niet aan boord waren zodanig leeg getrokken was, dat hij niet meer gebruikt kon worden. Voor 175 euro mogen we een zelfde exemplaar als we hadden weer meenemen. De problemen met de gelijkstroomvoorziening zijn daarmee voorbij. Nadat we ook nog diesel getankt hebben, varen we het schip naar een box aan de overkant. Daar strijken we de mast. Dat gaat voorspoedig. Strijken is altijd makkelijker dan zetten. Niettemin kost het ons heel wat zweetdruppels want het is bar heet! Nadat de zaak gestouwd, vastgezet en voor de reis gereed gemaakt is, vertrekken we. We stomen via Warns en de Fluessen naar het Prinses Margrietkanaal en eindigen de dag op een ligplaats aan een remmingswerk in de buurt van Wartena. Daar kijken we met digitenne de voetbalwedstrijd Duitsland – Urugay, die door Duitsland gewonnen wordt. In de daarop volgende nacht wordt onze slaap een aantal keren onderbroken door hevige regen- en onweersbuien. Het gaat bar te keer en ik moet in de stromende regen de luiken voor de kajuit doen. Die hadden we weggelaten, omdat het nog zo warm was aan boord.

Zondag 11 juli 2010 – Wartena naar Delfzijl
Zondagmorgen vertrekken we omstreeks 8 uur richting Delfzijl. We kunnen niet eerder dan 09.00 uur door de brug van Schuilenborg omdat deze op zondag pas vanaf dat tijdstip gedraaid wordt. Als we daar aankomen is er juist een andere watersporter bezig zich met de drukknop bij de brugwachter te melden. Zodoende kunnen we snel door de geopende brug verder varen. Daarna komt de sluis van Gaarkeuken, waar we even moeten wachten. Ik houd ANDREA op en neer en daarna kunnen we invaren. Vervolgens stomen we door naar Groningen. Bij de brug van Paddepoel reageert post Groningen dit keer zonder problemen. Dat hebben we wel eens anders meegemaakt! Er wordt vlot gedraaid en we kunnen doorvaren naar de Oostersluis. Helaas moeten we daar geruime tijd wachten. Maar als de sluis leeg is, kunnen we met nog twee andere pleziervaartuigen invaren. Weldra zitten we op het Eemskanaal en als we bij Delfzijl zijn staat de zeesluis open en kunnen we na marifooncontact met de sluismeester naar binnen. Als we naar buiten zijn geschut varen we naar de jachthaven en liggen we om 17.00 in de box. We tanken nog twee cans diesel vol, zodat we weer helemaal opgetopt zijn. 's Avonds ( de avond van de wedstrijd Nederland-Spanje) gaan we naar de Chinees. We kiezen voor het lopend buffet en drinken daar bier en cola bij. Het buffet blijkt een goede keus. Er is voor ieder wat wils en de kwaliteit is voortreffelijk. Na de maaltijd neemt Jacco ijs en kiezen wij (in verband met de historische gebeurtenissen van vanavond) voor de 'Spanish coffee': koffie met Tia Maria. We zullen nooit weten of het daaraan gelegen heeft, maar zoals bekend wint Spanje de wedstrijd. Wij houden ons intussen met heel andere dingen bezig!
Na terugkomst blijkt namelijk dat de Toshiba laptop (met alle navigatie- en digitennesoftware!) het heeft begeven. Dat wil zeggen: de harddisk is mogelijk te warm geworden en weigert dienst. De 0-track is kennelijk onleesbaar, want zelfs Grub (met het menu) wil niet opstarten. Goede raad is duur. Ik besluit de Samsung netbook zover te installeren dat navigeren via dat apparaat mogelijk is. Tegelijk probeer ik Jacco via de netbook te laten kijken naar de voetbalwedstrijd. Het blijkt dat het ding daarvoor te traag is. De beelden komen schokkerig binnen en ik kan dat niet verhelpen. Jacco zegt aan de radio wel genoeg te hebben, omdat de beelden toch steeds een paar seconden later binnenkomen dan het mondeling verslag van Jack van Gelder. Een gelukkige bijkomstigheid is dat er op de haven een gratis wifi-netwerk is van de zeilvereniging Neptunus. Nadat we van de havenmeester het wachtwoord hebben gekregen kunnen we via die lijn software en kaartbestanden van mijn computer in Zaandam ophalen. Zodoende kunnen we in elk geval de netbook wat optoppen met nodige software. We blijven morgen in Delfzijl liggen en gaan dan met de trein naar Groningen om daar een nieuwe laptop te kopen. Er zal helaas niets anders op zitten, want de harddisk is met onze beperkte middelen niet meer af te lezen. Misschien dat dat later nog zal lukken.
Na de teleurstellende wedstrijd gaan we naar bed. 's Nachts komen er wederom een aantal onweers- en regenbuien over. Het gaat flink te keer!

Maandag 12 juli 2010 – Delfzijl
We hebben alle tijd om op te staan. De winkels in Delfzijl gaan op maandag helemaal niet open (althans niet de computershops!) en de vergelijkbare zaken in Groningen doen pas vanaf 12 uur de poorten open. Vandaar dat Jacco en ik pas om 11.00 uur naar het station lopen en een retour Groningen nemen. Zodoende komen we tegen 12.00 uur in Groningen aan. We laten ons door Google maps de richting wijzen en vinden zo een zaak van Mediamarkt en van Computerland. De eerste blijkt ruim gesorteerd te wezen, maar tamelijk duur en bovendien voorzien van niet echt deskundig personeel. Zodoende stappen we over naar Computerland. Daar hebben we meer succes. Weliswaar is de keuze veel beperkter dan bij Mediamarkt maar de prijzen zijn aantrekkelijker en de info van het personeel is meer ter zake.
Zodoende koop ik daar na enig rondkijken een Asus laptop met ledscherm en nog wat energiebesparende onderdelen en mogen we (met nog een gelijkspanningsomvormer alsmede een Sweex stekker voor de omzetting van RS232 naar USB) voor een dikke 700 euro het pand verlaten.
Na een tweede treinreis (dit keer in de stromende regen) zijn we om 15.00 uur weer aan boord en kunnen we beginnen met het installeren van de nieuwe laptop.
Dat heeft nog heel wat voeten in de aarde. Maar op het eind van de dag hebben we de belangrijkste software teruggezet en kunnen we in elk geval in de Deense archipel electronisch navigeren! Leve het draadloos netwerk van de zeilvereniging Neptunus, dat aan passanten op aanvraag gratis ter beschikking wordt gesteld!
Om 23.00 uur liggen we in bed en gaan slapen. Morgen tegen 08.00 uur opstaan!

Dinsdag 13 juli 2010 – Delfzijl naar Oldenburg
De volgende morgen varen we met de vloed mee de Eems op en bereiken na een vijf uren varen Herbrum. Uiteraard moeten we daar enige tijd wachten, maar gelukkig niet al te lang. Na omstreeks een uur worden we geschut. Ook de sluizen van Bollingerfähr en Dörpen schutten redelijk snel, zodat we de reis naar Oldenburg kunnen aanvaarden. Het is al donker als we uiteindelijk aankomen bij de Sportboot-Anliegestelle vlak voor Oldenburg. We maken vast aan het remmingswerk en gaan slapen. Morgenvroeg opstaan!

Woensdag 14 juli 2010 – Oldenburg naar Otterndorf
De volgende morgen staan we om 05.00 uur op en varen richting Oldenburg. Daar aangekomen roep ik de sluis op en krijg van de vrouwelijke sluiswachter te horen, dat de sluis wordt klaargemaakt. Na amper een half uur varen we richting de Caecilienbrücke. Deze moet een 20 centimeter omhoog, omdat we er anders toch echt niet onderdoor kunnen. Gelukkig wordt dat snel geregeld. Ook de spoorbrug wordt na enige tijd geheven en we kunnen vol gas onderweg naar de Weser.
Helaas zijn we iets later in het tij dan we normaliter gewend zijn. Gewoonlijk starten we de reis uit Oldenburg 1 of 2 uur vóór HW ter plaatse, terwijl we nu op of zelfs al 1 uur ná HW vertrekken. Dat heeft tot gevolg dat we in Bremerhaven binnenlopen op het moment dat het daar vrijwel compleet LW is. We zijn er wel aan gewend, dat er in de Geeste niet veel water staat en ik probeer dan altijd zorgvuldig de diepste lijn van het kronkelende vaarwater te volgen. Maar nu staat er zo weinig water, dat zelfs wij met onze 1.10 diepgang nu en dan de bodem raken. Op een gegeven moment lopen we zelfs helemaal vast en lijken we te moeten wachten tot het opkomend water wordt. Gelukkig komt op dat moment een rondvaartboot vanaf de keersluis voorbijvaren. Het bootje gaat aan bakboord van ons voorbij, terwijl ik dacht dat het diepste punt van de rivier juist aan stuurboord lag. We hebben ons dus gewoon in de loop van het water vergist. Ik corrigeer de fout door bakboord uit te sturen en inderdaad: we komen los. Hoewel we onderweg nog een paar keer de bodem raken, arriveren we toch na een klein half uur bij de keersluis en mogen we naar binnen schutten. Via Bederkesa arriveren we na een zes uren varen in Otterndorf. Daar blijkt vrijwel niemand voor de kant te liggen, zodat we de aanlegplaats bijna helemaal voor onszelf hebben.

Donderdag 15 juli 2010 – Otterndorf naar Gieselau
De volgende morgen schutten we naar binnen en varen de haven in. Het is afgaand water, dus in dit tij komen we niet meer in Brunsbüttel. We leggen ANDREA tegen de lange steiger zoveel mogelijk met de neus in de wind. Als we bezig zijn vast te maken komt er nog een Nederlandse platbodem de haven invaren, die ook aan de lange steiger wil liggen. Met het laatste water zien we kans een stukje vooruit te varen, zodat hij er nog achter kant. Hij kan de punt nog tegen de steiger leggen, maar het achterschip blijft een paar meter van de kant steken. Het water is weggelopen en we zakken langzaam in de bagger.
Ook dan lukt het ons om de mast te zetten, hoewel het een beetje een rare ervaring is dat te doen op een schip dat star in de modder blijft liggen en niet meedeint met de golven.
Als de mast gezet is, gaan Jacco en ik op de fiets naar Otterndorf om daar wat brood en gebak te kopen. Terug aan boord nuttigen we daar een gedeelte van. Tegen omstreeks 13.00 uur staat er genoeg water om de haven te kunnen verlaten en varen we de Medem uit en de Elbe op. Anderhalf uur later liggen we op de Wartestelle voor de sluis van Brunsbüttel. Het schutten duurt niet lang en nadat we de tank hebben opgetopt bij de dieselsteiger vangen we de toch naar Kiel aan. Tegen een uur of vijf komen we aan in Gieselau, alwaar we voor de kant gaan liggen. Ter plaatse kom ik nog een leerlinge van school tegen, die zich aan boord van een zeiljacht bevindt, dat ook bij Gieselau aanlegt. Hoe is het mogelijk?

Vrijdag 16 juli 2010 – Gieselau naar Holtenau
De volgende dag varen we van Gieselau naar Kiel-Holtenau. We komen daar na de middag aan. Snel pakken Annet en ik de fietsen om boodschappen te gaan doen. We ontdekken een supermarkt niet al te ver van de haven en kunnen daar voor al onze benodigdheden terecht. Weer bij de boot aangekomen ga ik te water om de scheg even vast te zetten. De temperatuur blijkt behoorlijk tegen te vallen en het duurt nogal even voor ik daar aan gewend ben. Daarna krijg ik van de havenmeester op mijn kop omdat het verboden zou zijn in de haven te zwemmen. Het zou bovendien een slecht voorbeeld zijn voor de jeugd. Eerlijk gezegd had ik juist hun voorbeeld gevolgd, want even daarvoor waren hele volksstammen jongeren te water gegaan. Maar goed: met een havenmeester (en vooral met een Duitse havenmeester!) moet je niet in discussie gaan. Bovendien is hij er elke dag maar heel eventjes om de havengelden te innen en kunnen we de rest van de dag doen wat ons goed lijkt. Na het avondeten lopen we nog even over het havenfront in de richting van de voormalige winkel van Thiessen, waar de charterzeilschepen voor de kant liggen. We gaan niet te laat naar bed.   

Zaterdag, 17 juli 2010 – Holtenau - Wendtorf
De smartphone gaat om 7.15 af omdat ik dat tijdstip heb ingesteld teneinde de weerberichten van de Wetterdienst Hamburg te kunnen binnenhalen. Ik ben net op tijd om de computer en de radio te installeren, zodat ze voor de opslag van de berichten kunnen zorgen. Daarna gaan we ontbijten. Annet koopt wat broodjes bij de bakkersvrouw die op de haven langskomt met haar negotie. We eten het brood dus zo vers als maar mogelijk.
Voor Jacco wordt wat extra brood klaargemaakt om als lunchpakket te kunnen dienen. Hij gaat namelijk vandaag weer terug naar Nederland. Hij zal de bus nemen naar het hoofdstation en vandaar met de trein via Osnabrück weer terugkeren naar Zaandam.
Als hij om 09.30 met de bus vertrokken is, pakken Annette en ik de fietsen en rijden naar het centrum. Dat gaat via de veerpont Adler II die het NOK overbrugt. We proberen net als jaren geleden een bepaald stekkertje te pakken te krijgen, dat een rol moet spelen in de stroomvoorziening van de nieuwe laptop. Ik wil een kabeltje solderen dat de verbinding met de oude omvormer kan bewerkstelligen. Het eerste (computer)bedrijf dat wij bevragen kan ons het benodigde niet leveren. Wel geeft de winkelbediende ons naam en adres van een bedrijf dat ons zeker wel kan helpen: Elektronik Schmidt aan de Prüne. We laten ons uitleggen hoe we daarheen moeten rijden en op mijn herinnering rijden we een heel eind in de goede richting. Dan besef ik inmiddels over een smartphone te beschikken met een navigatieprogramma. Ik type locatie en adres in en ziedaar: het ding geeft ons een directe wegwijzing naar ons doel! Even later stap ik bij Schmidt naar binnen en levert hij ons voor 80 eurocent het benodigde onderdeel. Dit deel van onze onderneming is in elk geval geslaagd. Daarna laten wij ons door de smartphone naar het dichtstbijzijnde internetcafe brengen. Ik weet dat het in de buurt van een Chinees restaurant is op een plein dat er nogal driehoekig uitziet. Als Navigon ons dan ook een Chinees voorstelt die zich op  de 'Dreieckplatz' bevindt, nemen wij onmiddellijk aan dat dit het bedoelde adres moet zijn. En inderdaad: dat is ook zo! Niet alleen het electronisch apparaat is slim, maar wij zijn het kennelijk ook! Iedereen tevreden.
Helaas wil Skype op geen manier goed werken. Daardoor valt een videogesprek met de kleinkinderen in het water. Jammer. Volgende keer beter. We pakken onze fietsen en rijden naar de veerpont. Op de laatste meters over de Kastanienallee gaan we nog even langs bij de locale slager en halen daar de beroemde handgemaakte 'Frikadeller' en de (waarschijnlijk evenzeer handmatig gemaakte) 'Eiersalat'. We rijden terug naar de boot, bergen de fietsen aan boord en maken de boot gereed voor vertrek naar Wendtorf. Ik zie dat de computer nog lang niet klaar is met het maken van een veiligheidsbackup, die ik voor vertrek naar het centrum van Kiel al was gestart. Om de machine uit te testen zet ik dat proces in de achtergrond en start Fugawi, alsmede het RTTY programma. Navigatie en radioontvangst en backups maken … een moderne laptop zou het allemaal tegelijk moeten kunnen. En dat blijkt ook inderdaad het geval. Ik zet de route naar Wendtorf in de computer en upload de waypoints naar de GPS. Daarna starten we de motor en varen Andrea III voorzichtig uit de haven. Weldra stomen we samen op met een stel jachten dat net uit de sluis is gekomen en haastig onderweg is naar Laboe en Schilksee. Wij voegen ons bij hen en stomen door naar Wendtorf. Het duurt even voor we de verkenningston hebben bereikt, maar vanaf daar wordt duidelijk hoe de koers naar de haven is: pal tussen de rode en groene betonning door naar het ZO, tot we in de haven een draai naar noordelijke richtingen kunnen maken. We leggen aan in box 6 van steiger 5 en melden ons daarna op het havenkantoor. Dat hadden we net zo goed kunnen laten, want op de deur is een briefje geplakt met de mededeling dat men vanaf 16.00 uur weer voor ons gereed staat.
We gaan derhalve een kijkje nemen in het kleine winkelcentrum vlakbij de haven van Wendtorf. Daar wachten ons zowel een verrassing als een teleurstelling. De teleurstelling is, dat het gebouw van het restaurant Osfäss weliswaar nog bestaat, maar dat het restaurant zelf vertrokken is naar een ander deel van Kiel. Helaas. We hebben er indertijd heerlijk gegeten en hadden gehoopt dat nog eens te kunnen herhalen. Dat zal dus niet meer zijn. De verrassing bestaat in een welvoorziene watersportartikelenzaak. We kopen daar onmiddellijk een drievoudige takel die bij de maststrijkinstallatie dienst kan gaan doen. Het scheeftrekken van de huidige takel blijkt te worden veroorzaakt door een verkeerd inrijgen van de trektalie. Die moet niet bij de rechterkatrol, maar bij de middelste uitkomen! Dan zal de takel automatisch recht getrokken worden!
We zien op de plank bovendien een stel sledes liggen voor de geleiding van de fokkeschoot. Die moeten we ook hebben, omdat de huidige exemplaren de ondergang nabij zijn. We zullen de maat van de onderdelen opnemen en komen dan morgen nog eens terug.
Vervolgens lopen we terug naar de boot. We besluiten van de nood een deugd te maken en de ledige tijd te vullen met een korte siësta. Dat kan makkelijk. Het is te warm om verder iets te doen, en de banken in de kajuit nodigen uit tot een korte rust. We nemen een borrel en zakken weg in slaperigheid. Heerlijk.
Na ons dutje lopen we alsnog naar de havenmeester. We treffen een Nederlands-Deens stel van onze leeftijd aan voor de balie. Bij het melden van de nodige scheepsgegevens ontstaat een kleine discussie over de naam van het zeiljacht: 'Akka'. De eigenaar van het schip zegt dat die naam afkomstig is uit het boek over Niels Holgerson van de schrijfster Selma Lagerlöf. De havenmeester zegt dat te weten en meent dat de schrijfster een Duitse was. De bootseigenaar bestrijdt dat ten zeerste: de schrijfster was een Zweedse. Helaas voor de havenmeester moet ik dat bevestigen. Een Duitse watersporter fluistert tegen mij, dat de havenmeester natuurlijk refereert aan de situatie in 1944! Toen werden allerlei aan de machthebbers welgevallige schrijvers en schrijfsters tegen wil en dank bij het Duitse volk ingelijfd. Ik glimlach alleen maar een beetje, waarop betrokkene de wijsvinger voor zijn mond houdt: we moeten er maar niet te luidruchtig over zijn.
Daarna mag ik de gegevens van ons schip opgeven. Daar valt verder gelukkig niets historisch bij te melden. Zij het dat de naam Andrea natuurlijk reminiscenties oproept aan de Andrea Doria die in 1956 zo droef aan haar einde kwam. Een opvallende coïncidentie is, dat de Andrea Doria vermeld staat op de postzegels die Annet zojuist in de watersportzaak gekocht heeft voor de verzending van een stel kaarten naar de kleinkinderen.
Behalve het havengeld kunnen we nog twee euro extra afrekenen voor het gebruik van het draadloos internet van de haven. Dat blijkt geen slechte koop te zijn. Voor het genoemde luttele bedrag mogen we 24 uur lang internetten, waar ik dan ook gretig en uitgebreid gebruik van maak. Gezien de hoge snelheid van het netwerk (downloadsnelheden tot 400 Mb/sec worden gehaald!) zitten er niet veel mensen op internet. Des te beter voor mij, want ik moet nog een serie kaarten downloaden alsmede een programma om via digitenne de Duitse zenders te kunnen bekijken.
Dat blijkt allemaal voortreffelijk te lukken. We maken een afspraak met Joyce om morgenmiddag om 15.00 uur te skypen, zodat wij de kleinkinderen en zij ons kunnen zien en horen. Terwijl wij gaan fietsen staat de computer te draaien om de benodigde kaarten en hulpbestanden voor het bekijken van digitenne binnen te halen. Als we terug zijn is alle benodigde software aanwezig. Geweldig!
Het installeren vergt niet al te veel tijd. Natuurlijk moet een aantal kaarten nog gecalibreerd worden, maar dat zal geen problemen opleveren.
We eten in de kajuit: gehakt met Reibekuchen en salade. Heerlijk allemaal. Ik kijk op internet waar de dichtstbijzijnde Evangelische Kirche te vinden is. Dat blijkt in Laboe te zijn. Helaas is het adres in eerste instantie nergens te vinden. Gelukkig staat het op een andere site wel vermeld: Brodersdorfer Weg 1. Ik voer het in de Navigon software en het programma zegt precies te weten waar wij langs moeten om ter plaatste te komen. Daarna versturen we wat e-mails aan de kinderen en gaan op tijd naar bed.

Zondag 18 juli 2010 - Wendtorf
We staan bijtijds op en halen broodjes bij de watersportzaak. Daarna ontbijten we en pakken de fietsen om naar de kerk te gaan. De smartphone wijst ons de weg. Het blijkt een fors stukje fietsen te zijn, met hier en daar een stevig vals plat. Maar we zijn ruim op tijd ter plaatse. De dienst is nogal traditioneel, zowel wat de liturgie en de liederen als wat de preek betreft. Niettemin is het allemaal heel goed mee te maken. Na de dienst is er koffie drinken op het pleintje voor de kerk. Onder het luide gebeier van de klokken nuttigen we een kopje koffie en rijden daarna weer terug naar de haven. Daar genieten we van een korte siësta en als we tegen 14.00 uur wakker zijn, staat de politie bij onze boot op de steiger. Het blijkt om een havencontrole van de paspoorten te gaan. Buitengaats ligt een schip van de grensbewakingspolitie en omdat er nogal weinig bootjes op het water waren, hebben ze maar besloten de jachthavens langs te gaan. Zodoende. We tonen de paspoorten en voeren een uitgebreid gesprek met beide agenten. Het duurt nogal even voor de gegevens via de radio doorgegeven en gecontroleerd kunnen worden, maar uiteindelijk komt het allemaal goed en mogen wij blijven.
Hierna is het ongeveer 15.00 uur geworden en bellen we Joyce en Patrick om de skypesessie te starten. Dat lukt na enig gedoe en we voeren een uitgebreid gesprek met de kleinkinderen. Myron heeft er al gauw genoeg van en gaat interessanter dingen doen, maar Dinand vindt het erg leuk.
Hierna gaan we naar de watersportzaak om de gekochte takel te ruilen. Het ding is namelijk voor 12 mm schoot bedoeld, terwijl wij er één van 15 mm nodig hebben. Helaas (voor de watersportzaak) heeft hij een dergelijk exemplaar niet voorradig. Erop wachten is voor ons geen optie. We leveren het gekochte exemplaar dan ook weer in. Om de pil te vergulden kopen we twee sleetjes voor de geleiding van de fokkeschoot. De oude zijn hard aan vervanging toe en de winkel heeft het gewenste model op voorraad. We gaan weer aan boord.
Daar aangekomen blijken de sleetjes helaas niet te passen. Er zal aan de onderkant een halve millimeter weggeslepen moeten worden, wil het passen. We nemen ons voor dat in Nederland te regelen en de vakantie nog maar met de oude sleetjes te blijven werken. Het is niet anders.
's Avonds willen we in een Chinees restaurant gaan eten in Wendtorf. We zoeken het adres op en dat blijkt Strandweg 9 te moeten zijn. We zullen nooit weten hoe de vork precies in de steel heeft gezeten, maar als we na een wandeling van een half uur ter plaatse zijn, blijkt er van een restaurant, laat staan van een Chinese uitvoering, helemaal niets te merken te zijn. Onverrichterzake lopen we terug en besluiten bij de Imbiss in de haven te gaan eten. Een Turks menu: salade met schapenkaas en een Turkse pizza met tadzikisaus. Heerlijk. Ook het glas koel bier valt prima.
Terug aan boord bekijk ik via internet de kaart van de haven van Spodsbjerg. Het blijkt dat ze een eigen website hebben en dat je via een invulformulier een plaatsje in de haven kunt reserveren. Ik doe dat onmiddellijk en ben benieuwd of het werkt.
's Avonds scan ik met het digitenne programma op de lokale tv-zenders. We vinden er een heleboel en we kijken naar een aantal programma's. Maar er is niet iets echt interessants bij. Vandaar dat we besluiten de film 'Happy Feet' te bekijken. We houden het een uur vol en gaan dan slapen. Morgen naar Langeland!

Maandag 19 juli 2010 – Wendtorf naar Spodsbjerg
We staan tegen 07.00 uur op, maken ons toilet en nemen ons ontbijt. Daarna maken we de boot gereed voor vertrek naar zee. De huik gaat van het grootzeil, de computer en de GPS worden aangezet. Ik kijk via draadloos internet nog een laatste keer naar de Deense zeilverwachtingsberichten en alles blijkt in orde. Er zal de hele morgen een ZW wind van 3 Beaufort staan, die in de loop van de middag zal afnemen. Bovendien kijk ik de e-mail na en we hebben een antwoord van de havenmeester. Hij heet ons hartelijk welkom en we kunnen liggen op steiger C in box 6. Kijk eens aan! Voor de eerste keer electronisch een ligplaats geregeld!
We controleren de olie en de boot kan los. Annet maakt een lange lijn aan de steiger vast, terwijl ik het schip achteruit trek naar de palen. Ik maak de achterste landvasten los en trek de boot op de motor langzaam naar stuurboord achteruit. Daarna kunnen we de haven uitvaren. De route is geupload naar de GPS en zodra we bij de uiterton zijn schakel ik de stuurautomaat in. Er moet nog even een stukje op de hand worden gevaren, omdat een aantal containercoasters de haven van Kiel wil binnenlopen en we die schepen uit de weg moeten blijven, maar daarna kan de automaat het werk overnemen.
Ik heb de koers ook ingetekend op de kaart en elk half uur nemen we de positie van de computer over op de kaart en schrijven daarbij het tijdstip en de op dat moment gestuurde koers. Mocht er iets fout gaan met de electronica dan kunnen we het altijd nog handmatig weer overnemen. Maar liever niet natuurlijk, want uuuuren lang aan de helmstok staan is echt geen pretje. Terwijl een menselijke stuurman het bovendien op geen stukken na zo nauwkeurig kan als zijn electronische tegenhanger.
Om 14.30 lopen we de haven van Spodsbjerg binnen. Helaas blijkt C6 al door een Duitse motorsailer in beslag genomen te zijn. Maar box C7 is van een rood bordje voorzien. We gaan ervan uit dat dat voor ons bedoeld is en nemen de box dan ook brutaal in beslag. De Deense buurvrouw vraagt boos of we niet kunnen zien dat de box op 'bezet' staat. Maar ik zeg pompeus dat de havenmeester deze plaats persoonlijk aan ons heeft toegewezen. Haastig biedt ze haar verontschuldigingen aan. Of alles echt in orde is, weet ik niet zeker. Maar daar heeft onze tijdelijke buurvrouw niets mee te maken. Ik type dit verslag in.
Daarna loop ik naar het havenkantoor. Het blijkt dat de havenmeester mij inderdaad C7 had toebedacht in plaats van C6. Ik ben allang blij, want ik was bang dat er nog een andere gegadigde voor de ligplaats zou kunnen opduiken. Dat blijkt dus niet het geval. Ik betaal 150 DK voor liggeld, inclusief stroom en 1 uur internetverbinding. Vergeleken met Wendtorf is dat natuurlijk schreeuwend duur. Maar je kunt niet alles hebben. Het is een 'accumulatief account', wat zou moeten betekenen dat je niet vanaf de eerste inlog 1 uur de tijd hebt, maar dat al je inlogperiodes worden opgeteld, ook al zou je de laatste vijf minuten bijvoorbeeld in 2050 willen opnemen (of je erfgenamen, als ze de gegevens hebben overgeleverd gekregen). Wel  is het verplicht om onmiddellijk na aankoop voor de eerste keer in te loggen. Kennelijk wil men niet met sluimerende accounts te maken hebben, die over 10 jaar opeens het hele netwerk zouden kunnen platleggen als ze opeens allemaal tegelijk geactiveerd worden. Nu ja … ik wil morgenvroeg voor vertrek nog een keer op de Deense weersite kijken naar de laatste berichten over windsnelheid en -richting. Zij weten het best hoe de toestand in hun eigen wateren is.
Daarna lopen Annet en ik het dorpje (misschien moet je 'vlekje' zeggen) in. We brengen een kort bezoek van de Daglig Brugsen (de locale supermarkt) en kopen daar wat verse groenten. Ook informeren we naar de mogelijkheid bij een locale bank geld te pinnen. Opgewekt vertelt de kassa bediende ons dat we dan in Roedköbing moeten zijn. Dat ligt aan de andere kant van het eiland. Omdat de afstand hemelsbreed maar 8 kilometer is, besluiten we dat stuk vanavond te fietsen en aldaar te proberen om geld te pinnen. We hebben jaren geleden dezelfde afstand ook al eens gefietst, maar toen vanuit Roedköbing. Ik herinner me dat het een prachtig landschap was onderweg. Dat willen we bij avondlicht nog wel eens zien. We drinken een pilsje.
Ik zet de koers voor morgen uit. We gaan dan van Spodsbjerg naar Vordingborg op Sjaelland, hier zo'n 38 mijl vandaan. Weer een lang stuk varen dus, maar de wind zou volgens de Deutsche Wetterdienst Z 4 moeten zijn, wat een uitstekende sterkte en richting is om vanuit Spodsbjerg naar Vordingborg te varen. De koers is gemiddeld namelijk pal oost.
Het bericht hebben we vanmiddag tijdens het varen van Pinneberg opgevangen. De passage luidt als volgt:
BELTE/SUND (55.5N 10.7E) WT: 20 C
DI 20. 00Z: S-SW     3              //
DI 20. 12Z: S        4              //
Om 17.30 eten we en daarna stappen op de fiets voor de tocht naar de andere kant van Langeland.
We hebben de oude fietskaart nog, die we jaren geleden hebben gebruikt voor een aantal fietstochten over Langeland. Hij doet nu voortreffelijk dienst als wegwijzer bij onze toch naar Rubköbing. Tegelijk heb ik ook de smartphone ter beschikking met het Navigon programma. Dit programma is ingesteld op het profiel 'fietsen' en zou dus alle autowegen automatisch moeten vermijden. Dat blijkt helaas niet het geval. Het programma wil ons zonder slag of stoot op een autoweg laten rijden. Dat doen we dus maar niet. Als we de fietsroute nemen, weet Navigon opeens weer hoe het hoort en wijst ons verder keurig de weg. Tegen 19.00 uur zijn we ter plaatse. Het duurt nogal even voor we een bank gevonden hebben, waar we geld uit de muur kunnen halen. Uiteindelijk lukt dat. We besluiten een deel van het gepinde geld onmiddellijk uit te geven aan koffie. Dat blijkt achteraf voor ons tweeën 8 euro te kosten! In Nederland ongehoorde prijzen. Maar ik krijg in mijn kopje 'gewone koffie' dan ook gratis drie 'refills' … Het lijkt Amerika wel. Maar koffie op een terras in Denemarken: het is dus niemand aan te bevelen.
Daarna pakken we onze fietsen en rijden op aanwijzingen van Navigon langs een parallelweg van de autoweg weer terug naar Spodsbjerg. Het blijkt zelfs nog sneller te gaan dan op de heenweg. In de haven aangekomen stallen we de fietsen weer aan boord. Morgen gaan we immers als vroeg weg en zullen we niet meer fietsen. Ik scan nog even een aantal Deense tvzenders in en we kijken een paar minuten naar wat de Deense tv te bieden heeft. Het kan ons niet wakker houden. We liggen om 22.30 in bed.
's Nachts waait het nogal en het schip ligt te deinen in de box. Ik word er een paar keer wakker van en controleer of de landvasten wel goed bevestigd zijn. Dat blijkt allemaal in orde te zijn, maar ik slaap niet echt lekker meer.

Dinsdag 20 juli 2010 Spodsbjerg naar Vordingborg
Om 7 uur ben ik dan ook al klaar wakker. Ik besluit van de nood een deugd te maken en ga na mijn toilet te hebben gemaakt naar de Dagligs Brugsen om broodjes te halen. Als ik terug kom is Annet al klaar met aankleden en eten we in de kuip. Daarna laden we water, gooi ik de stroomkabel los en maken we het schip gereed voor vertrek naar zee. De route voor vandaag (naar Vordingbord op Sjaelland) heb ik al in de computer en de GPS gezet. We moeten we eerst nog diesel tanken. In Denemarken maakt men veel gebruik van pompautomaten. Je gooit er baar geld in en kunt vervolgens tanken. Het blijkt dat de vorige gebruiker de zaak niet netjes heeft afgesloten. Als ik het tankpistool pak om mee te nemen naar het schip begint de diesel spontaan uit de tuit te lopen, over mijn handen en armen heen. Ik lijk wel een olieboer! Uiteindelijk lukt het het diesel spuitende monster te stoppen. Zonde van de diesel en zonde van het milieu en wat een waardeloos tanksysteem is dit eigenlijk! Met hulp van Annet belandt het tankpistool toch in de tankmond en kan er diesel bijgevuld worden. Tegen de dertig liter wordt geladen. We ruimen de slang zo goed en zo kwaad als het gaat op en stinken als beren naar de diesel. Daarna wassen we uitgebreid onze handen en armen en proberen dan het schip af te duwen. Dat valt nog niet mee, want we liggen aan lagerwal en worden door de wind telkens tegen de kant gedrukt. Maar uiteindelijk lukt het om het voorschip ver genoeg uit de wal te duwen, zodat we met de motor vooruit van de kant kunnen wegvaren.
De gaan we de havenmond uit en starten de automatische piloot. Die stuurt ons naar een laterale groene ton die de buitenkant van de diepwater vaaroute aangeeft. Op dat punt is het verkeersscheidingsstelsel het smalst en daar willen we oversteken. Een zeeschip dat met ons opvaart, gaat voorlangs voorbij en daarna kunnen wij volle kracht de Grote Belt oversteken. We komen veilig aan de overkant en starten vervolgens met de koers voor Vordingbord. Onderweg moeten er nog wat ondieptes worden vermeden, maar als dat allemaal gelukt is kunnen we rustig de laatste drie uur rechttoe, rechtaan op Vordingborg aan varen.
Op het laatste moment besluiten we (naar aanleiding van het waargenomen vaargedrag van de meeste inboorlingen) om niet via de ophaalbrug vlak bij de wal naar de haven te varen, maar via de hoge verkeersbrug waar we zonder problemen onder door kunnen varen. Wel moeten we daarbij over een electrische kabel varen die op de bodem van de stroom ligt. Volgens de kaart kan het ding afwijkingen in het magnetisch kompas veroorzaken tot 60 graden! Dat lijkt ons stug, maar inderdaad … als we over de kabel heen varen (op de helmstokpiloot, die van een magnetisch stuurkompas gebruik maakt) maakt het schip een zwaaier van wel 20 graden uit de koers! Het verhaal is dus kennelijk echt waar!
Als we onder de brug door zijn neemt de automaat de koers op naar de haven. Dat valt nog niet mee, want er moet een heel aantal ondieptes worden ontweken en daarna een lange geul ingevaren die uiteindelijk in de haven eindigt. Tenslotte lukt het allemaal en vinden we nog een vrije box ook. Als we vast hebben gemaakt (tegen 16.00 uur) blijkt bovendien dat we ontiegelijk mazzel hebben gehad, want na ons komen er nog tientallen boten binnen, van wie er verschillende de haven onverrichterzake weer moeten verlaten, omdat er gewoon geen plaats meer is.
We betalen onze 'Havnepenge' via een geldautomaat (de Denen zijn daar kennelijk wild op!) en plakken de daarmee verkregen stickers op het voorstag. Er is hier gratis internet, wat mooier lijkt dan het is. De kwaliteit en de snelheid zijn niet om over naar huis te schrijven, maar een gegeven paard … enzovoorts. Na het doornemen van de weerberichten voor morgen drinken we een biertje en ik type dit verslag in. Morgen zien we verder!
We eten roerbakgroente met roerei, gelardeerd met Thaise chilisaus. Heerlijk. Als dessert gebruiken we de bekende Deense Ymer, een soort yoghurt. Het smaakt allemaal voortreffelijk. Daarna maken we een wandeling naar Vordingborg. We bezichtigen de ruïne van het slot van de grote koning Valdemar, een verzameling muren en fundamenten. Alleen de Ganzentoren staat nog overeind. Maar men is bezig het geheel te restaureren. Bij het complex hoort een historisch museum met voorwerpen en uitleg over alles wat ter plaatse gevonden is. Ook een kruidentuin hoort onder de specialiteiten. Het ziet er allemaal erg mooi uit. Vooral is het geheel voor ons aantrekkelijk vanwege de grote zware bomen die op het terrein staan en die een weldadige schaduw verstrekken tegen de ook 's avonds nog behoorlijk brandende zon.
Na de wandeling keren we terug in de boot, alwaar Annet een half uurtje gaat skypen met Joyce. Dat is veel leuker dan gewoon mobiel bellen en het is nog helemaal gratis ook! Het netwerk kan het weliswaar nauwelijks bijhouden, maar het lukt toch allemaal heel aardig.
Annet en ik sluiten de avond af met een borrel en rust in de kuip. Morgen komt er weer een dag, die we in Kalvehave denken door te brengen.

Woensdag 21 juli 2010 Vordingborg
Nieuwe dag, nieuwe plannen. Als we om 07.00 uur zijn opgestaan en hebben gedouched en ontbeten, besluiten we met vereende krachten dat het eigenlijk onzin is om nu al uit Vordingborg weg te gaan. We hebben feitelijk nog niets van de omgeving gezien en het weer laat het toe om dat verzuim in te halen. Derhalve pakken we de fietsen en rijden we naar het centrum van Vordingborg. In een boekhandel vragen we om een fietskaart van de omgeving en worden doorgestuurd naar het museum in het Valdemar Slot. Daar blijkt men inderdaad een mapje met fietskaarten te hebben. Daarbij zit een 'Wandrerute' oftewel een wandelroute die echter volgens de verkoopster ook voor fietsers te gebruiken moeten zijn. We gaan vol vertrouwen op weg en inderdaad de eerste paar kilometer van het wandelpad kunnen we ook (zij het met moeite) fietsen. Dan echter komen we bij een knik in de route. Volgens een Deense dame in badpak, die ons vriendelijk vraagt wat het probleem is, loopt het vervolg van het pad over het strand. Ik zie onszelf al in de brandende zon met de fietsen voor het mulle zand zeulen en besluit de verharde weg op te zoeken. Dat lukt en we rijden over een fatsoenlijk fietspad verder.
Onderweg ziet Annet een kofferbakmarkt en we gaan er even een kijkje nemen. Weldra krijgt Annet een verkoopster in het oog die legospeelgoed verkoopt. Voor een zacht prijsje veranderen enkele legovoertuigen (een raceauto, een vrachtauto en een truck met oplegger) van eigenaar. Iedereen tevreden, want de prijs is aanzienlijk lager dan in de winkel het geval zou zijn geweest.
We vervolgen onze weg, die ons via een grindpad naar een andere verharde weg voert. We bevinden ons nu in de binnenlanden van Sjaelland in de brandende zon en de twee halve litertjes frisdrank blijken weldra niet voldoende te zijn. We hopen dus vurig op de aanwezigheid van een cafe of een restaurant of andere uitspanning waar we wat kunnen drinken en eventueel eten. Maar er is helemaal niets. Uiteindelijk brengt de kaart ons in een soort van vakantiepark, waar het krioelt van de houten vakantiehuisjes en waar de wegen in eindeloze cirkels ronddraaien en we dus niet verder kunnen. Een inboorling die ons ziet modderen met een afgesloten kraan bij een leegstaand huisje biedt ons spontaan aan de lege flesjes te vullen. Dat lucht op. Ik haal nu de smartphone tevoorschijn en laat hem de route plannen naar de haven van Vordingborg. Het blijkt dat we de laatste kilometers tevergeefs gefietst hebben, want de planner stuurt ons onverbiddelijk langs dezelfde route weer terug. Uiteindelijk komen we toch waar we wezen willen, in Vordingborg. In het centrum zien we een klein zaakje met het opschrift 'Smoerrebroed'. Dat spreekt ons aan. We wijzen aan welke besmeerde boterhammen (want dat is de letterlijke betekenis van de genoemde term) we willen hebben, we nemen er twee flesjes frisdrank bij en gaan op het terrasje voor het etablissement de zaak zitten verorberen. Heerlijk allemaal. Ondanks dat het wel een beetje prijzig is. Maar dat is met meer dingen in Denemarken het geval hebben we gemerkt, vooral de brandstof en de horeca!
We fietsen verder naar de boot en ondernemen een kleine siësta.
Daarna luieren en lezen we wat en pakken wederom de fietsen om nog wat verlate boodschappen uit Vordingborg te halen: brood, ijs en 'Broendum Snaps Klar', een soort aquavit. Terug aan boord eten we het ijs onmiddellijk op om smelten te voorkomen. Dan luieren we nog wat tot 18.00 uur, waarna Annet een heerlijke salade gereedmaakt, met sla, komkommer, augurk, tomaat, paprika, enzovoorts, overstrooid met gedroogde uitjes voor de knapperigheid. Ik neem er de Thaise chilisaus bij en het smaakt allemaal heerlijk.
De avond brengen we door in de kuip. Ik haal nog wat weerberichten binnen, verzend een mailtje aan Reynold en probeer het rooster van school binnen te halen. Dat laatste tevergeefs, omdat het volgens de melding van de roostermaker pas morgen op de website zal verschijnen, ondanks dat oorspronkelijk de 19e als datum genoemd was. Maar nu ja … het zal in Nederland ook wel warm geweest zijn!
We bekijken de schepen die (te) laat de haven binnenlopen en zien het gestuntel aan waarmee ze proberen toch een plekje te vinden om vast te maken.
Daarna nemen we een borrel en wachten op het ondergaan van de zon.
Morgen weer een dag!

Donderdag 22 juli 2010 Vordingborg naar Kalvehave
Ik sta om 07.00 uur op en loop even over de haven. Het is allemaal erg rustig. Het zwanenpaar is met hun jongen druk bezig hun verenpak te poetsen en te fatsoeneren. Als ik terugloop naar de boot kom ik Annette tegen die zegt helaas niet zo goed te hebben geslapen. Het was te warm om te kunnen ontspannen. Nadat we de wasruimte van de haven hebben bezocht pakken we de fietsen om in Vordingborg brood te gaan halen. We rekenen erop dat de winkels om 08.00 uur wel open zullen zijn, maar dat blijkt een misrekening. Als we even voor achten bij de supermarkt komen wordt juist het magazijn opengemaakt. De winkel zal nog even moeten wachten. Gelukkig is er vlak bij een bakkerswinkel, die al vanaf 06.30 open is! Dat is andere koek! We bestellen snel een aantal broodjes en twee 'kaernemelk horner', een soort koffiebroodje met chocoladeglazuur. Terug aan boord ontbijten we. Daarna bergen we de fietsen op en skypen nog even met Joyce en de kinderen. Helaas wordt de sessie wegens de slechte kwaliteit van het netwerk voortijdig onderbroken. Maar dan hebben we de belangrijkste dingen al uitgewisseld. We maken het schip gereed voor vertrek naar zee en gooien los. Ik heb de route naar Kalvehave gisteren al in de computer gezet en naar de GPS geupload, zodat we nu op de GPS kunnen sturen. Dat is wel nodig ook, want het vaarwater staat bol van de bochten en ondiepten, die allemaal maar spaarzamelijk zijn betond. Maar het is goed zicht en er zijn inboorlingen in het vaarwater, die we achterna kunnen varen. Zodoende komen  we er dus wel uit.
Als we onder de brug bij Vordingborg door zijn horen we een ratelend geluid, dat bij de motor vandaan lijkt te komen. Het is nogal verontrustend, omdat het erop lijkt alsof er een stel lagers zijn losgeraakt. Dat zou niet best zijn! Maar als we het motorluik opendoen, horen we alleen nog maar het gewone normale geronk van de motor. Daarmee lijkt niets mis te zijn. Wat kan het dan wezen? De buizen van de bok, die in het motorruim op het vlak liggen? Beginnen die te rammelen? Of zijn het de fietsen in de hondekooi, die ergens tegenaan ratelen? Of is het de zwemtrap achter op het schip die met de motortrillingen begint mee te vibreren? We komen er niet echt uit. Als we een iets andere koers gaan varen blijft het geluid een hele poos weg, maar nu en dan lijkt het terug te komen. We nemen ons voor in de volgende haven het motorruim aan een inspectie te onderwerpen, alsmede het onderwaterschip: schroef, schroefas, scheg en roer.
Intussen varen we verder en zijn tegen 12.00 uur in de haven aangekomen. We varen de oude haven binnen en vinden snel een vrije box. Na het aanleggen pakken we de fietsen en gaan de omgeving verkennen. We eten een 'ristige hotdog', wat een broodje is met een worstje en een hoop ketchup, gedroogde uitjes en augurk. Moeilijk zonder morsen te eten, maar wel erg lekker. We drinken er een kop koffie bij. Dan brengen we een bezoek aan de plaatselijke Dagli Brugsen en halen daar enkele huishoudelijke benodigdheden. Vervolgens fietsen we een stukje langs de zee, over een wandelpad dat tot verder onderzoek uitnodigt. Maar eerst gaan we terug naar de boot voor een siësta. Het is erg warm en proberen dan ook zo stil mogelijk te blijven liggen. Dat lukt tot omstreeks 14.00. Dan trek ik mijn zwembroek aan en stap in het (eerst nog) koude water van de haven. Ik zet de scheg met twee steeksleutels extra vast, hoewel het ding eigenlijk niet echt los zit. Ik controleer de schroefbladen en bevindt die alle drie in orde. En tenslotte stel ik vast dat er met het roer niks mis is, maar dat er wel enige speling zit op de schroefas. Maar volgens mij is dat niet erger dan andere jaren en het lijkt me stug dat het ratelende geluid daar vandaan zou kunnen komen. Terug aan boord spoel ik me af met zoet water en nadat ik me heb aangekleed bedenk ik opeens, dat ik al in geen tijden naar de olie van de keerkoppeling heb gekeken. Snel controleer ik dat en bevindt dat het ding bijna droog staat! Haastig vul ik olie bij tot het aangegeven peil. Zou het ratelende geluid daardoor veroorzaakt zijn? Ik hoop dat we het nooit zullen weten en dat we het geluid ook niet meer zullen vernemen!
Dan starten we een fietstocht aan de hand van de in Vordingborg gekochte kaart. Weer kiezen we een wandelpad uit, namelijk het exemplaar dat we vanmorgen al een eindje gevolgd hebben. Dit keer rijden we de route helemaal af: over heuveltjes en door beuken- en dennenbossen. Het is schitterend. Het is helemaal af als we onderweg een haas en twee reeën tegenkomen! Voor de rest zien we eigenlijk niemand. Dat is het grote pré van Denemarken: je kunt er nog echte rust en ruimte vinden!
Uiteindelijk blijkt een grappenmaker de wegwijsbordjes te hebben verplaatst en rijden we tenslotte in een rondje. Gelukkig biedt de navigatiesoftware van de smartphone uitkomst: hij kan aangeven waar we zijn en waar we heen moeten. Na korte tijd zijn we weer terug op de plaats van vertrek. We zetten de fietsen op de steiger en maken ons gereed voor de borrel. Daarna lopen we naar het plaatselijke cafetaria en bestellen daar een grote hamburger met 'fadoel', wat Deens is voor bier. Eigenlijk veels te veel koolhydraten, maar het is vakantie. Na het eten wandelen we over de haven en zien dat het havenkantoor van de havenmeester open is. Snel regelen we de betaling van onze ligplaats. Tegelijk regelen we een sleutel van het waslokaal en een munt voor de wasmachine. Daarna haalt Annet het wasgoed en stoppen we dat in de machine. Vervolgens lopen we  naar de veerboot, die daar sinds vanmiddag 17.00 uur ligt afgemeerd. Kennelijk is de dagtaak volbracht. Vanaf 07.00 uur morgen gaat de boot weer heen en weer varen tussen Kalvehave en Stege op Moen. We lopen terug naar de boot en wachten tot de wasmachine klaar is. Daarna wordt de was uitgezocht en in de droger gestopt. We maken een klein rondje over de steiger om ze de gelegenheid te geven hun spullen schoon te maken. Daarna loop ik het washok in en vraag of ze een sleutel hebben. 'Nee', zeggen ze, 'maar dit hok staat altijd open'. Ik weerspreek dat, vraag of ze klaar zijn en zeg dat ik het hok wil afsluiten. Snel maken ze hun werk af en de laatste jongen maakt het aanrecht zo goed schoon, dat ik vraag of hij getrouwd is. Hij ontkent en ik zeg dat zijn toekomstige vrouw blij met hem zal zijn. Daar moeten zijn vrienden wel erg om lachen. We sluiten de boel af en laten de droger zijn werk doen.
Terug aan boord skypen we nog even met Joyce en krijgen zodoende nog even Celine te zien, die net de fles gehad heeft. Ze ziet er goed en tevreden uit en kijkt aandachtig naar het scherm. Na de afsluiting van het gesprek type ik dit verhaal in. We drinken nog een borrel en gaan naar bed. Morgen naar Stege.
 
Vrijdag, 22 juli 2010 Kalvehave naar Stege
We staan om 08.00 uur op. De smartphone gaat namelijk af vanwege de Seewetterberichte van de Duitse Wetterdienst Hamburg. Snel zet ik de computer aan, verbindt de antennekabel met het achterstag en zet TrueTTY aan. Ik ben nog op tijd om de berichten binnen te halen. Daarna maken we ons toilet en lopen naar de Dagli Brugsen. We kopen broodjes en postzegels. De eerste voor het ontbijt, de laatste voor de kaarten die we vanaf Moen denken te versturen. Als we bij de boot terugkomen nemen we ons ontbijt. De buurman maakt daarna aanstalten om te vertrekken. Hij wil naar een eilandje in de buurt van Vordingborg. Ik vraag hem nog naar bruikbare havens aan de zuidkust van Sjaelland, maar krijg van hem alleen Agersoe en Omoe te horen. Dat zijn twee eilandjes op de hoek van Sjaelland aan de Grote Belt. De andere haventjes in het zuiden laat hij onvermeld. Nu ja … dan zullen we het zelf wel uitzoeken. Karrebaeksminde lijkt een bruikbare mogelijkheid te zijn. Als de buurman heeft losgegooid, ruimen ook wij onze fietsen op. Om 10.00 uur maken we los en varen we op de GPS (ik heb de koers naar Stege er al in gezet) parallel aan het eerste deel van de vaargeul naar het punt waar binnen de tonnen willen gaan varen. Onderweg komen we langs het merkwaardige eilandje Lindholm, waar op de kaart met rode letters bijgeschreven staat 'Betreten verboten'. We ontdekken namelijk dat de veerboot van Kalvehave (over het bestaan waarvan we ons al verwonderd hadden, gezien de enorme Dronning Alexandra brug) uitsluitend naar dat eilandje en weer terug vaart. In een toeristisch boekje zien we dat het Deense instituut voor Diergeneeskunde er gevestigd is. Wat ze met de beesten daar uitspoken weten we niet, maar het krioelt rond het eilandje van de zwanen. We zien er honderden! Mogelijk horen we nog eens dat er in dit instituut griezelige en/of wereldschokkende ontdekkingen zijn gedaan.
Intussen volgen we de aanwijzingen van de GPS en komen zodoende precies voor de havenmonding van Stege terecht. In de vaargeul zijn we al een drietal schepen tegengekomen. Er zouden dus voldoende lege boxen te vinden moeten zijn. Dat valt echter tegen. We varen heel langzaam om goed te kunnen kijken welke boxen van groene bordjes voorzien zijn, maar we ontdekken er maar één. We gaan er dan ook maar gauw liggen. Dan pakken we de fietsen en plegen een eerste verkenningstocht in het dorpje. We localiseren de plaatselijke supermarkten en inspecteren de belangrijkste winkelstraat. Het ziet er allemaal gezellig en veelbelovend uit. Dan gaan we weer terug naar de boot, drinken een glas pils en ondernemen een siësta.
Om 14.00 uur zijn we wakker en nadat ik dit verhaal heb ingetypt, gaan we de wal op. Eerst om boodschappen te doen en daarna voor een grotere fietstocht over het eiland.
We halen bij de Aldi wat we aan levensmiddelen nodig hebben. Daarna brengen we de spullen aan boord en gaan zwemmen. Bij de haven bevindt zich namelijk een openlucht zwemgelegenheid, bestaande uit een drijvende ponton met daarop kleedhokjes en zwemtrappen. Dat is beter dan de bordjes 'bade ikke tilladt' die we elders in de havens in Denemarken tegenkwamen. Dingen verbieden kan iedereen wel, maar menselijk handelen in goede banen leiden is nog weer heel iets anders. We maken van de gelegenheid graag gebruik om even af te koelen. En dat is wel nodig ook, want de temperatuur is vandaag weer aan de hoge kant.
Na het zwemmen spoelen we ons met de slang af op de steiger en gaan daarna aan boord. Annet knoopt er meteen een bezoek aan de douche aan vast, terwijl ik me achter de computer zet en o.a. dit verhaal intype.
's Avonds eten we roerbakgroenten met een hamburger en sluiten af met een chemisch toetje, dat bestaat uit gepasteuriseerde vruchtenvla. De avond brengen we borrelend en lezend door in de kuip. Het is windstil en halverwege de avond zien we de wind draaien van ZO naar NW. We denken morgen een begin te maken met de terugreis. Maar of dat echt zal kunnen is nog maar de vraag.

Zaterdag, 24 juli 2010 Stege
In de nacht wakkert de wind aan en omstreeks 03.00 uur ga ik mijn bed uit om de vallen van de mast te binden. De wind is een dikke 4 en voor ons uit de verkeerde richting. Gemiddeld moeten we immers naar het NW als we uit het Smaalands vaarwater terug naar de Belten willen. Het ziet er naar uit dat we hier een paar dagen verwaaid zullen liggen. In elk geval blijven we vandaag hier. Ik loop naar het havenkantoor en regel het liggeld voor vandaag. Daarna koop ik bij de Superbrugsen een bladerdeegtaartje om bij de koffie te nuttigen. Dan besluiten we vanmorgen aan boord te luieren en te lezen en na de siësta met de fietsen een tochtje te maken in de buurt van Stege. We nemen de zeiljacks mee, want de voorspelling is dat er buien kunnen vallen. Toch voelt de lucht niet koud aan, hoewel de temperatuur (gelukkig) lager is dan in de afgelopen dagen.
We gebruiken een heel lichte lunch en nemen daarna een uitgebreide 'Mittagsruhe'. Dan pakken we de fietsen en rijden een rondje om Stege Nor, een binnenzeetje vlak achter het plaatsje. Een weg leidt er helemaal omheen en we krijgen een aantal prachtige panorama's te zien met Stege steeds op de achtergrond. De wegen zijn bovendien vrij landelijk en rustig, zodat je er goed en veilig fietsen kunt. Dat geldt helaas niet van de weg die weer naar Stege terugleidt. Dat is een belangrijke locale route, die door veel auto's wordt gebruikt. Er wordt hard gereden en een officieel fietspad is er niet. En dat in een fietsland als Denemarken. We zijn blij als de paar kilometer fietspadloze route voorbij is. Aangekomen in Stege besluiten we bij het cafetaria aan de haven te gaan eten. Er staan tafeltjes waaraan je kunt zitten met parasols om wat schaduw te verschaffen. We bestellen twee salades: een tonijn- en een pastasalade. We besproeien het geheel met 'Fadoel' en het smaakt allemaal voortreffelijk. Bovendien past het in ons koolhydraatarme dieet. Wat kun je nog meer wensen.
Na de maaltijd gaan we in de kuip luieren en lezen. De wind neemt intussen weer gestadig toe. De golven worden hoger en de eilanden zeegras spoelen naar lagerwal en nemen gigantische afmetingen aan. Morgen zou het ongeveer dezelfde windkracht en -richting moeten zijn, maar voor maandag is er rustiger weer voorspeld. Dan willen we de tocht terug naar Fuenen gaan ondernemen.
We zullen zien.

Zondag, 25 juli 2010 Stege
Het is ongeveer 07.30 als we opstaan. Ik zet onmiddellijk TrueTTY aan om de berichten van Pinneberg op te vangen. Nadat we ons toilet gemaakt hebben, ontbijten we en maken we ons gereed om naar de kerk te gaan. Die is hier niet ver vandaan. We kunnen in de haven de toren zien en de klokken horen. Er zitten maar weinig mensen in de kerk. Een vrouwelijke dominee gaat voor, begeleid door een vrouwelijke ouderling. De laatste is tegelijk voorzanger. En een prachtige stem heeft ze! De liederen die worden gekozen zijn niet bepaald bekend. Uiteraard is er weer een lied van de beroemde Grundtvig bij. Die kan nu eenmaal niet ontbreken. We hebben uit een toeristische folder begrepen dat hij in een dorpje in de buurt van Vordingborg geboren zou moeten zijn. Zijn geboortehuis schijnt nog een soort van museum te zijn met allerlei informatie over deze voor de Denen zo belangrijke kerkelijke liederendichter. Voor de meest onbekende melodieën heeft de dominee een muziekblaadje toegevoegd. Dat scheelt wel iets. Helaas weet ze zorgvuldig verborgen te houden waarover de preek precies gaat. Het enige dat ik kan thuisbrengen zijn de woorden van Jezus: 'Niet een ieder die zegt Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil van mijn Vader die in de hemelen is'. Maar helaas wordt er in de preek geen enkel aanknopingspunt genoemd, waaraan ik mij wat zou kunnen vasthouden. Helaas. De dominee zelf is verder een vriendelijk mens. Maar preken is kennelijk niet precies haar sterkste kant. Ze maakt er dan ook na amper 20 minuten al een eind aan. De hele dienst duurt 50 minuten. Dus dat je bij haar (zoals de uitdrukking luidt) 'brood mee moet nemen' is zwaar overdreven. Een merkwaardig fenomeen doet zich op het eind van de dienst voor. Terwijl de dominee een lied aankondigt gaat opeens in de rij vóór ons een mobieltje af. Een bejaarde man begint traag zijn zakken na te voelen. Kennelijk is het zijn telefoon. Het duurt nogal even voor hij hem gevonden heeft. Maar wie gedacht had dat hij het ding met schaamrood op de kaken uit zou zetten, heeft het mis. In volle gemoedsrust neemt hij het telefoontje aan en keuvelt gemoedelijk met zijn gesprekspartner. Intussen is de organist met het voorspel voor het slotlied bezig en heeft betrokkene dus alle tijd voor zijn telefoongesprekje. En het vreemdst van alles: iedereen vindt het kennelijk heel gewoon!
Na de dienst lopen Annet en ik naar de bakker en halen daar verse broodjes om een kleine brunch mee te houden. Terug aan boord eten en drinken we wat en nemen dan een vervroegde siësta. Als ik wakker ben loop ik naar het busstation om te informeren welke bus we moeten hebben als we naar Moens Klint willen. Dat is een beroemde krijtrotsformatie aan de uiterste oostkust van het eiland, vergelijkbaar met de krijtrotsen in Frankrijk of bij Dover. Het blijkt dat we bus 632 moeten hebben, maar wanneer die vertrekt weet betrokkene niet. Terug bij de boot meld ik mijn bevindingen en besluiten we maar op goed geluk die kant uit te gaan. Weer staat er een buschauffeur te kletsen op het station en als we haar vragen naar de bus naar Moens Klint, wijst ze op haar eigen bus en zegt dat ze over een paar minuten zal vertrekken. Dat klopt. En na het kopen van een kaartje van 30 kronen mogen we mee naar het uiteinde van het eiland. Tot onze verrassing stappen er nog een tiental mensen in. Bij nader toehoren blijken het allemaal Nederlanders te zijn, die hier vakantie houden en het idee kregen om eens naar de krijtrotsen van Moen te gaan kijken. We zeggen maar zo weinig mogelijk.
Ter plekke aangekomen lopen we eerst de lange, lange houten trappen af naar beneden. Annet heeft de treden ongeveer geteld en zegt dat het er meer dan 500 zijn. Dat kan kloppen, want de mensen die weer omhoog klauteren zijn vrijwel allemaal achter adem. Later horen we zelfs de sirenes van een ziekenauto en blijkt er iemand halverwege een hartinfarct te hebben gekregen! Beneden op het strand aan gekomen vergapen zij ons aan het indrukwekkende schouwspel van de tientallen meters hoge witte rotsen die ver boven ons uit torenen. Dan aanvaarden we de terugweg. Annet gaat voorop en loopt rustig en langzaam. In dit tempo raken we niet achter adem en kunnen we de rit naar boven maken met slechts één tussenstop. We zijn niet ontevreden over onze conditie!
Om de verloren energie weer aan te vullen haal ik voor elk van ons een Magnum ijsje, dat we daarna op een bankje verorberen. Dan nemen we nog een kijkje boven op de rots. Weer staan er houten trappen gereed, die we rustig beklimmen. Dit keer hoeven we niet zo vreselijk ver omhoog en hebben we een prachtig uitzicht over zee. Je kunt de ondieptes voor de Klint gemakkelijk herkennen aan het lichtgroene water. We zien een zeilboot die op motor en fok aan het worstelen is om boven de ondieptes te blijven. Het lukt, maar het scheepje gaat er wel vlak langs! Of hij is de kluts kwijt en heeft veel mazzel, of hij is helemaal bekend met het gebied en weet ook zonder betonning precies waar hij is.
Dan maken we ons op om de bushalte weer op te zoeken. De bus vertrekt om kwart voor vier vanaf de halte en we moeten hem niet missen. Het is namelijk de laatste bus die vandaag vanuit dit oord terug naar Stege zal gaan.
Alles komt in orde. Wij zijn ruim op tijd en de bus arriveert precies op het aangegeven tijdstip. In een half uurtje zijn we weer terug in de haven.
Aan boord maken we ons avondeten klaar. Ik roerbak champignons, bloemkool en broccoli, waarbij we geprepareerde varkenslapjes eten. Heerlijk! Na het eten vul ik de diesel aan, zodat we morgen geen problemen zullen hebben met brandstoftekort.
Ik zet de route voor morgen (dwars door het Smaalands vaarwater vanaf Stege via Vordingborg boven Langeland langs naar Lundeborg, een dikke 50 mijl varen!) in de kaart, zodat we zowel op papier als op de computer weten waar we zijn.
Daarna type ik dit verslag in en brengen we de avond door met luieren en lezen.
Heerlijke vakantie!

Maandag 26 juli 2010 Stege naar Lundeborg
Het is 03.00 uur als ik de eerste keer wakker wordt. Ik besef dat het nog veels te vroeg is en draai me om en probeer weer in te slapen. Helaas lukt dat niet onmiddellijk. Pas om 04.00 uur zak ik kennelijk weg. Als ik weer wakker wordt is het al na zessen! Ik doe de kajuit open en zie dat onze Zweedse buren inmiddels al vertrokken zijn. Zelfs had ik ook eigenlijk al om 06.00 weg willen gaan. Hoe meer uren er gevaren kunnen worden, hoe beter. Vooral gezien de vele mijlen die we vandaag willen overbruggen. Annet smeert alvast broodjes en zet koffie. Ik maak het schip gereed voor vertrek naar zee: ik zet de computer aan en start Fugawi, daarna wordt de GPS ingeschakeld. Dan start ik de motor en trekken we de boot langzaam uit de box. Even later zitten we in het betonde vaarwater van Stege. Geduldig varen we de tonnen af. Na drie kwartier zijn we bij de brug van Kalvehave. We volgen het vaarwater naar Vordingborg en als we onder de brug door zijn schakel ik de stuurautomaat in. Het waypoint ligt helemaal bij het eiland Aagersoe, 24 mijl verderop en het zal een kleine 5 uur duren voor we er zijn. De snelheid valt me in eerste instantie mee, maar weldra blijken we niet meer dan 5 knopen te kunnen maken. Ik probeer een paar keer de fok bij te zetten, maar de wind komt te krap binnen om dat te laten slagen. Elk half uur tekenen we de positie in de kaart en zetten er tijdstip en gestuurde koers bij. Langzaam vorderen de streepjes richting Aagersoe. Bij Venegrunden heb ik de koers pal over de betonde ondiepte gezet. Dat zou moeten kunnen, omdat er slechts twee gevaren zijn in dat zeegebied: een wrak in het zuiden en een ondiepte in het noorden. De koers loopt er precies midden doorheen, zonder één van beide gevaren te raken. Toch is het even spannend, omdat alle boten die met ons op varen met een grote boog om de ondieptetonnen heen gaan. Het blijkt dat ons vertrouwen in Fugawi niet tevergeefs is geweest: we worden keurig van alle ondieptes vrijgehouden. Dan is het nog een uur varen naar Aagersoe. Ik ontdek dat ik een waypoint bij een verkeerde ton heb gelegd. Ik zet de automaat op AUTO, waarbij de voorliggende koers wordt gestuurd en er geen commando's van de GPS worden ingewacht. Daarna zend ik de nieuwe route naar de GPS en schakel die vervolgens weer in. Dan laat ik de automaat weer naar de GPS luisteren en de nieuwe koers wordt keurig gestuurd. Ik ben over de Raymarine automaat zeer tevreden. Hij stuurt het schip als langs een lineaal naar het gestelde doel. Keurig!
Bij de rode ton die de zuidelijke ondiepte bij Aagersoe afdekt veranderen we de koers naar het noorden. Met dat we dat doen komt ons een veerboot tegemoet die gedecideerd de bakboordszijde van het vaarwater kiest. Ons schip is te klein om de confrontatie aan te gaan, dus doe ik maar hetzelfde. Dat blijkt ook de bedoeling: de veerboot stuift opgewekt aan de verkeerde kant voorbij. We naderen nu het grote vaarwater van de Grote Belt, tussen Langeland en Sjaelland. Alle beroepsschepen hebben hier voorrang en het is de bedoeling dat je bij het oversteken rekening houdt met de grote snelheid van deze zeekastelen. Op verre afstand lijkt het alsof de zeeschepen stilstaan, maar dichtbijgekomen zie je met hoeveel snelheid ze het water doorklieven. Daar is geen jachtje tegen bestand. Helaas komt er natuurlijk juist een zeeschip aan op het moment dat wij het vaarwater willen oversteken. Ik neem koers op het schip in de veronderstelling dat het wel heel rap zal naderen. Maar dat is niet het geval. Het lijkt alsof het schip snelheid terugneemt in plaats van gewoon door te stomen. Dat duurt zo lang, dat ik maar besluit om voor het schip langs te gaan. Ik leg het roer aan boord en maak een zwaai van 90 graden en zet tegelijk de motor op volle kracht vooruit. Dat betekent dat wij de respectabele snelheid van 6 knopen kunnen ontwikkelen. Als ik probeer voorlangs te gaan blijkt pas hoe groot het schip is: het duurt eindeloos voor ik langzaam de hoek van inzien van het schip zie veranderen. Gelukkig! We gaan voorlangs. Het lukt allemaal, maar als we daarna het schip met een enorme boeggolf achter ons voorbij zien lopen ben ik blij, dat ik nog net op tijd met de oversteek ben begonnen.
Dan moeten we nog een uur varen om boven Langeland langs te gaan. Parallel aan het eiland loopt een serie ondieptes, die we ook nog moeten passeren. Dat kan via Kloebers Dyp, een met tonnen gemarkeerde doorgaan in de ondieptes. Fugawi stuurt ons er perfect naar toe en doorheen. Dan zetten we koers naar Lundeborg. Als we komen aan stomen, gaan ons nog net twee schepen voor de haven in, terwijl een vierde schip ons weer op de hielen zit. En dat terwijl de haven al mudjevol zit! Uiteindelijk lukt het ons toch een ligplaats te vinden ver weg in een havenkom naast een Nederlands schip dat aan de steiger ligt.
Het blijkt dat er een soort havenfeest gaande is met bier en maaltijden met vis. We bestellen ons deel en krijgen dat geserveerd: zalm met frites, besproeid met 'fadoel'. Heerlijk, hoewel we van de frieten de helft maar laten staan, vanwege het koolhydraat-arme dieet.
Volgens de aanplakbiljetten zal de havenmeester zelf langs komen om het havengeld te innen. Dat zal een klus worden voor de arme man (vrouw), want het aantal boten in de haven is gigantisch. Het zal mij benieuwen of hij.zij dat vanavond allemaal nog voor elkaar krijgt. Daarna hoeft het niet meer te geprobeerd te worden, want het ziet er naar uit dat morgen hele massa's boten zo snel mogelijk zullen vertrekken. Wij horen daar in elk geval ook bij. We willen naar Svendborg en daarna nog verder naar het westen. Eind van de week worden weer hogere windkrachten voorspeld dan wij leuk en aangenaam vinden en tegen die tijd willen we proberen tenminste in Maasholm in Duitsland te zijn aangekomen.
Maar eerst nog een week echte vakantie in de haventjes ten zuiden van Fuenen!

Dinsdag 27 juli 2010 Lundeborg naar Svendborg
Het is omstreeks 07.00 uur als we opstaan. Het is compleet windstil geweest vannacht in overeenstemming met de weerberichten. Ook overdag zal er vandaag niet veel wind zijn. De Wetterdienst Hamburg spreekt voor de westelijke Oostzee en voor Belte en Sund over 'schwach umlaufend'. Annet gaat snel even onder de douche en ik haal broodjes bij de kiosk. Daarna ontbijten we in de kuip. We voeren nog een kort ochtendgesprek met de tijdelijke buurman. Hij gebruikt ongeveer dezelfde electronische hulpmiddelen bij het varen als wij. Hij denkt eraan vandaag naar Marstal te gaan en te kijken wanneer hij het beste richting Kiel kan varen. Volgens de Mittelfrist weerberichten zou er vanaf donderdag en vrijdag weer (veel) meer wind gaan komen en mogelijk wil hij vóór die tijd al aan de overkant zijn. Hij moet daarna trouwens buitenom terug naar Nederland en dat zal zijn beslissingen ook wel beïnvloeden. Tegen 09.00 uur gooien we los. De haven bestaat uit drie of vier havenkommetjes en elk daarvan ligt letterlijk stikvol bootjes. Dat brengt weinig manoevreerruimte met zich mee. Ik wil proberen het schip achteruit een box in te trekken en zo het schip te draaien. Die manoevre lukt niet echt. Dan probeer ik vooruitvarend de draai te maken. Maar dat leidt ertoe dat ik met het roer vast kom te zitten in de rails van de helling, die zich op het eind van de haven bevindt. De buurman trekt mijn voorschip rond met een lijn terwijl ik het achterschip op zijn plek houdt. Daarna de motor zachtjes vooruit en met enig gebonk komt het roer los van de helling en kan er gevaren worden. Heel voorzichtig schipper ik tussen de dichte rijen bootjes door tot we eindelijk in een stroom van vijf, zes bootjes naar buiten kunnen. Vrij van de haven gaat de motor op standaardsnelheid (een dikke 5,5 knopen) en zetten we de automaat op de helmstok. Tot het keerpunt bij Thuroe Rev valt er weinig meer te doen dan uit te kijken naar andere schepen. De zon is al behoorlijk warm en er is vrijwel geen wind.
Bij Thuroe Rev maken we een draai naar stuurboord en varen we de Svendborg Sund in. Om 12.00 uur liggen we voor de kant.
We eten een loempia met salade bij de havenkiosk. Het is voor Deense begrippen verrassend goedkoop en voor ons besef verrassend lekker. Daarna drinken we nog een glas pils aan boord van ANDREA en nemen een siësta. Ik word wakker van het hevig stampen van het schip. En dat terwijl we in de box liggen! Het blijkt veroorzaakt door de veerboot Aerosköbing, onderweg naar de gelijknamige havenplaats op het eiland Aerö. Dat is de negatieve kant van de ligplaats hier aan de Sund. Maar het uitzicht is meer dan indrukwekkend. We maken wat videoopnames van de huisjes aan de overkant in het stralende zonlicht. Daarna nemen we de fietsen en rijden naar het centrum om wat inkopen te doen. We proberen ook het internetcafe te vinden, waar we andere jaren altijd de contacten met thuis onderhielden. Helaas … de tijd schrijdt voort en het cafe bestaat niet meer. In heel Svendborg is een dergelijke inrichting niet meer te vinden. Vandaar dat het zo belangrijk is dat havens zelf voor een (al dan niet gratis) internetverbinding gaan zorgen. Helaas hebben nog maar weinig havenkantoren dat begrepen. Jammer, want dat gaat ze in toenemende mate klanten kosten. Via internet kun je zelf op zoek naar de informatie die je hebben wilt zowel op toeristisch als op meteorologisch en/of nautisch gebied. En als je die dingen mondeling of via toeristenbureaus moet zien te vinden, wordt het of niks, of het duurt eindeloos!
We gaan terug naar de boot en na een poosje maak ik een roerbakmaaltijd klaar. Als we die opgegeten hebben, fietsen we nog even langs de stadshaven. Al was het alleen maar om het vreugdevolle gevoel te beleven, dat wij daar niet bij hoeven te liggen. De boten liggen in stapels voor de kant en tegen de steigers. We kunnen niet begrijpen dat mensen dat niet alleen accepteren, maar kennelijk zelfs leuk lijken te vinden. We gaan gauw terug naar onze eigen klein haven. De fietsen bergen we op. We hebben uit de weersberichten afgeleid, dat het in het weekend mogelijk weer (te) hard tot zeer (veel te) hard zal gaan waaien, zodat we het besluit hebben genomen morgen in één keer via de noordelijke punt van Aerö naar Kiel te varen. Een lange tocht, maar de wind zou met kracht 2 tot 3 uit het W moeten waaien, zodat we vlot voortgang zullen maken.
Ik type dit verhaal in en bij het licht van de volle maan drinken we nog een borrel in de kuip. Daarna gaan we naar bed. Morgen vroeg op!

Woensdag 28 juli 2010 – Svendborg naar Kiel
Het is 20 voor 5 als ik wakker word. Ik blijf nog een half uur in bed liggen en sta dan op. We kunnen net zo goed nu al voorbereidingen gaan treffen om het schip gereed te maken voor de oversteek naar Kiel. Hoe eerder we ermee beginnen hoe beter, want het is een heel eind! Ik zet de computer aan en start de GPS. Als ik mijn toilet heb gemaakt, heeft Annet ongeveer de koffie klaar en kunnen we met echt wakker worden beginnen. Dan haal ik de stootwillen binnen en start ik de motor. Annet haalt de voorlandvasten weg en ik trek het schip achteruit naar de palen. Met enige moeite krijg ik de landvasten los en draait het schip uit de box. De koppeling in de vooruit en weg zijn weg. Het water is spiegelglad. Inmiddels is de zon net opgekomen en de Sund is een plaatje. We varen op de GPS de boeien af en ondertussen probeer ik met mijn smartphone een draadloos netwerk te vinden dat mij nog een laatste blik kan laten werpen op de Deense weersite. Maar het zit er niet in. De vrije netwerken die er zijn, zijn te ver weg om verbinding mee te maken. En de meeste zijn beveiligd, zodat je er zonder wachtwoord niet in komt. Jammer. Bij de ondiepteton gaan we bakboord uit naar de vaargeul tussen de eilandjes onder Svendborg door naar het water boven Aerö. Als we daar zijn worden de wolken opeens heel erg donker en lijkt het op afstand al te regenen. Voor het eerst in deze vakantie trekken we onze zeilpakken aan om de regen te trotseren. Maar het blijkt een heel klein motregentje te zijn, dat ook zo weer voorbij is. Toch is het zicht tijdelijk even zo beperkt, dat ik de radar maar even opstart. Het is geruststellend te zien, dat de belangrijkste contacten (zoals een veerboot en een medezeiler) goed te zien zijn. Weldra kan de radar alweer uit. Boven de punt van Aerö veranderen we koers naar het zuiden. De weerberichten van de Duitsers blijken niet te kloppen. Voor de westelijke Oostzee hadden ze westelijke winden voorspeld, maar de wind is pal ZO! Zodoende moeten we recht tegen wind en golven in en zullen we het op de motor moeten doen. Samen met ons varen een tweetal andere Nederlandse schepen op. Kennelijk zijn er meer Nederlanders die de bui zien hangen en voor het weekend in Kiel willen zijn. Volgens de GPS zal het een lange tocht worden. De afstand is vanaf Aerö 30 mijl en met gemiddeld 5 knopen doen we daar zes uur over! We zullen pas laat in de middag in Holtenau zijn. Of het moest wezen dat de wind gaat draaien en doen wat de Duitsers hebben voorspeld. Maar ik heb geen idee of de weergoden zich veel aan Hamburg gelegen laten liggen.
Tijdens onze tocht over de Kleine Belt pleegt Annet een telefoontje met Patrick om hem te feliciteren met zijn verjaardag en zijn nieuwe baan. Ook komen de kleinkinderen nog even aan het apparaat. Ik maak er maar een korte video opname van en ondertussen ploegt Andrea geduldig voort door wind en golven. Nog vier en een half uur varen!
Omdat het nogal frustrerend is precies recht tegen wind en golven in te varen, besluit ik de koers op Maasholm te leggen. We kunnen dan iets afvallen en de fok over stuurboord bijzetten. Dat scheelt snelheid en misschien is tegen de tijd dat we bij Maasholm zijn, de wind gedraaid naar de westelijke richting die de Duitsers hebben aangegeven. Dan zouden we daarna met de fok over bakboord naar Kiel kunnen varen. In eerste instantie blijkt dat een goed idee. In plaats van met een dikke vier knopen tegen wind en golven in te ploegen, kunnen we nu met een dikke vijf knopen de golven onder een hoek doorklieven. Dat gaat beter. Maar de vreugde is niet van lange duur. Na een dik uur varen blijkt de wind toch naar de westelijke richting te willen die de Duitsers voorspeld hadden, en kunnen we de koers naar Maasholm niet volhouden. Ik besluit een nieuwe koers naar Kiel uit te zetten en met de fok over bakboord gaan we weer recht op ons doel af. Tegelijk wordt duidelijk dat het vanaf dat punt nog een hele poos gaat duren: dik vier uur!
Waar het aan ligt, weet ik niet, maar op de één of andere manier komt de windkracht 3 niet goed uit de verf. Golven en lucht zijn eigenlijk hoger en donkerder dan je bij die windkracht verwachten zou. De aap komt uit de mouw als er een lichte regenbui overkomt. Het zicht wordt aanzienlijk beperkt en de wind neemt toe. Eigenlijk is dit gewoon windkracht 4 uit het ZW, en we kunnen de koers naar Kiel nog maar nauwelijks volhouden. Daarbij moeten we telkens nieuwe golvenrijen nemen, wat de snelheid van ANDREA aanzienlijk doet dalen. Als de zon had geschenen zou de tocht een stuk vrolijker zijn geweest. Maar met de dichtbetrokken lucht en de miezerige motregen die telkens valt wordt de stemming behoorlijk wat mistroostiger om niet te zeggen grimmiger. Het is immers niet duidelijk tot welke kracht de wind zal toenemen. Het is echter zeker, dat de stuurautomaat zijn gewicht in goud waard is. Als hij eenmaal staat in gesteld op het track dat hij volgens de GPS moet varen, hoeven wij feitelijk niets anders te doen dan de boot zijn gang te laten gaan. De automaat zorgt dat we secuur over het ingestelde track varen en de boot pareert de golven en de windstoten. Wij hoeven de tocht alleen maar uit te zitten.
Uiteindelijk blijken de weersomstandigheden in het begin van de Kieler Foerde net voorbij de vuurtoren een windkracht 5 op te leveren: witte koppen op de golven en de boot die in elke windvlaag behoorlijk op zijn kant wordt geduwd. Voordeel is dat de wind dan een stuk ruimer inkomt en daarmee ook de golven. Daardoor hoeft ANDREA er niet meer doorheen te ploegen, maar wordt ze telkens even opgetild om de volgende golf onder zich te laten doorgaan. De snelheid neemt het laatste stuk dan ook toe tot een 6,7 knopen. Dat zijn snelheden! We zijn in een klein uur bij het waypoint vlak bij de ton van Kleverberg. Een uur later liggen we in Holtenau voor de kant.
We halen frikadeller en andere vleeswaren bij de slager en nadat ik gedouched heb maak ik een roerbakschotel van stukken frikadeller, paprika, ui, tomaat, komkommer en wortel. Al zeg ik het zelf: het smaakt heerlijk.
Van de havenmeester krijgen we de code voor het draadloos netwerk, zodat we daarop kunnen inloggen en wat gegevens van internet kunnen bekijken. Met behulp van die gegevens plannen we dat het zaterdagmiddag wellicht de beste tijd zal zijn om de Elbe over te steken. Dat geeft ons de hele vrijdag en het begin van de zaterdag om in Brunsbuettel te komen. We hoeven ons niet te haasten.
Die avond kijken we nog wat van de videofragmenten van de afgelopen vakantie, zoals Annet die heeft opgenomen. Daarna gaan we slapen. Het was toch wel een beetje een enerverende dag! Toch was het niet verkeerd om vandaag de westelijke Oostzee over te steken. De weerberichten praten voor morgen over NW 5 tot 6 met 7 in de buien! Dat zou helemaal niet leuk zijn geweest!

Donderdag 29 juli 2010 – Kiel naar Gieselau
We slapen uit tot tegen 08.00 uur. Dan maken we ons toilet, zetten koffie en fietsen naar de bakker om broodjes te halen. Annet heeft gisteravond een kortere weg ontdekt naar de winkels en het blijkt dat we daar ook kunnen fietsen. Binnen de kortste keren zijn we dus heen en terug en kunnen aan ons ontbijt beginnen. Daarna proberen we via het havennetwerk te skypen met de kleinkinderen. Dat wordt geen succes. De kwaliteit van het signaal is zo slecht, dat beelden en geluid nauwelijks doorkomen en na twee keer door een storing onderbroken te zijn geweest, geven we het op. We maken het gesprek per telefoon af.
Inmiddels is het 09.30 geworden. We gooien los en varen naar Gieselau. Het weer is niet tot vreugde stemmend. Grauwe, grijze wolken waaruit nu en dan wat motregen komt, en een stevige windkracht 5 uit het ZW zijn ons deel. We zijn blij als we tegen 12.30 bij Gieselau kunnen aanleggen. We nemen een uitgebreide lunch, afgesloten met en bittertje en gaan daarna slapen. Tegen 14.30 zijn we weer bij en type ik dit verslag in. Ook calibreer ik nog even de kaarten van de Elbe die we nodig hebben om naar Otterndorf te varen. De koers wordt in de kaart gezet en de waypoints geupload naar de GPS. Is dat in elk geval gebeurd. Daarna pakken we de fietsen en rijden een stuk in noordelijke richting om te kijken welke Duitse dorpjes er in deze regio liggen. Het is allemaal heel klein grut. Dit is het platteland. In geen velden of wegen is er iets interessants te ontdekken. En eigenlijk is dat precies het interessante van dit gebied!
Als we weer terug zijn bij de boot luieren we nog wat tot het tijd is om met de fiets naar de veerpont van Gieselau te gaan en naar Oldenbuettel te fietsen aan de overkant van het kanaal. Daar weten we een Gasthof waar je uitstekend kunt eten.
Dat blijkt ook nu weer een goede keus. Ik kies voor een vlees- en Annette voor een kaasgerecht, dat we aanvullen met een grote saladeschotel met ijsbergsla, komkommer, tomaat, alsmede ham en kaas, overgoten met een heerlijke slasaus. Het smaakt allemaal prima, ook het bier. Bovendien is het zoveel, dat we aan een dessert geen behoefte meer hebben.
We gaan met fiets en pont weer terug naar de boot en bergen daarna de fietsen op. Ik haal de berichten van de Seewetterdienst binnen, dit keer de berichten over de Duitse Noordzeekust. We zijn nu immers het meest geinteresseerd in de Elbe en de Weser en daarna in de Eems. De berichten zien er niet slecht uit. We verwachten morgenmiddag tussen 16.00 en 18.00 op de Elbe naar Otterndorf te varen. De wind zou dan ZW moeten zijn met een sterkte van ongeveer 4 Beaufort. Als het goed is zouden we uiterlijk 18.30 door de Medem de haven van Otterndorf binnen kunnen varen. Daarna alleen nog een plekje zoeken en de mast laten zakken. Dan zijn we klaar voor de reis via de kanalen terug naar Nederland. Voor morgen betekent dat, dat we pas om 11.30 uit Gieselau weg moeten. Rustig uitslapen dus.
Joyce belt nog vanuit Nederland en de rest van de avond luieren en lezen we wat.

Zaterdag, 31 juli 2010 – Gieselau naar Otterndorf
Tegen 08.00 uur staan we op. Ik monteer gelijk de antennekabel op het achterstag om de weerberichten van Hamburg op te vangen over de kustgebieden van de Noordzee. Het blijkt dat de Elbemonding windkracht 5 uit het W ondervindt, die later op de dag zal draaien naar ZW en dan zal afnemen tot kracht 3. Ook zullen er 'Schauerböen' zijn, die het zicht zullen beperken. Overigens is er goed zicht. We hebben uitgerekend dat we omstreeks 15.30 voor de sluis in Brunsbüttel moeten zijn om twee uur voor HW naar Otterndorf te kunnen varen. Vandaar dat we tegen 11.30 vertrekken uit Gieselau. We hebben dan al ontbeten en geluierd en gelezen. Ook heb ik de twee kaarten die we op de Elbe nodig hebben, gecalibreerd, zodat we ze ook feitelijk kunnen gebruiken. Twee koersen zijn er aangemaakt: één langs de zuidelijke tonnen aan bakboord van het vaarwater en één langs de noordelijke tonnen. De eerste wil ik gebruiken als de wind dwars over het vaarwater inkomt en zo hard is dat er te hoge golven ontstaan. Dan kan ik onder de hoge wal wat beschutting vinden. De tweede wil ik gebruiken als er wat minder wind staat en we juist van de geringere wind willen profiteren. Ter plaatse zullen we zien wat van toepassing is.
Terwijl we over het NOK naar het ZW varen ondervinden we een stevige wind uit het Z, ongeveer van kracht 5. Als we Brunsbüttel naderen (tegen 15.00 uur) blijkt de wind toch wat te zijn afgenomen. Uit de vlaggen die we waarnemen, constateren we dat er niet meer dan windkracht 4 uit het Z is overgebleven.
Voor de sluis aangekomen, gaat het licht op wit om aan te geven dat er ook jachten naar binnen mogen. We staan op het punt om achter aan te sluiten, als het licht weer op rood gaat. Helaas … deze schutting kunnen we niet meer mee. Eigenlijk komt dat wel goed uit, omdat we feitelijk wat te vroeg waren. We willen niet te lang tegen de stroom in varen. In elk geval niet langer dan nodig is.
De tweede sluis wordt klaargemaakt voor een klein coastertje, de DIAMANT uit Delfzijl. Als het schip in de sluis ligt, gaan de lichten op wit. We mogen naar binnen. Ik stoom als derde of vierde in de rij zo hard mogelijk de sluis in. Deze kans willen we ons niet laten ontgaan. Het vastmaken levert geen problemen op. Voor ons ligt een vlet, bemand door één enkele stuurman, die dus alles alleen moet doen. Zowel aanleggen, als de beide landvasten bevestigen. Dat lukt hem aardig, maar natuurlijk is hij trager dan schepen die een tweede bemanningslid hebben. Het duurt niet lang voor de deuren weer open gaan en wij naar buiten kunnen. Dit is het eerste moment van de waarheid. Als de zee de sluis komt binnenrollen en we aan de kant al liggen te deinen, dan kunnen we onze borst nat maken. Dat hebben we bij vorige keren al ervaren. Dat is echter niet het geval. Het ziet er naar verhouding op de Elbe heel rustig uit. Geen koppen op de golven, dus gewoon windkracht 4. Prima!
Als onze voorbuurman eindelijk heeft losgemaakt, kunnen ook wij weg. We halen de vlet gemakkelijk in en ik zet ANDREA op de automaat. De koers naar de eerste rode ton wordt ingezet. We zien een heel aantal volgende schepen naar bakboordszijde van het vaarwater gaan. Dat heeft als voordeel dat je een oppertje van de wal hebt en je kunt oversteken zonder slecht zicht en zonder de kans om beroepsvaarders in de weg te zitten. Wij blijven echter aan stuurboordskant van de Elbe. Ik ben van plan door de rede te varen, waar de grote schepen moeten wachten op toelating tot de sluis. Normaliter is daar geen activiteit te onderkennen en kun je gewoon door varen. Dit keer liggen er twee containerschepen te wachten op een loods en moeten wij helaas onze koers aanpassen. Dat doen we uiteraard, zij het balend. Intussen stuurt de automaat ANDREA van de ene ton naar de andere. Het duurt ongeveer 15 tot 20 minuten voor de afstand tussen twee tonnen is overbrugd. In het begin lopen we niet meer dan 3 knopen. Dat wil zeggen, dat we minstens 2 knopen inleveren op de standaard snelheid, vanwege dat de vloedstroom ons tegenhoudt. Al snel echter kan de fok worden bijgezet en weten we de snelheid tot een kleine 4 knopen op te krikken. Zodoende zijn we tegen 18.00 uur bij ton 46 waar we de oversteek naar Otterndorf kunnen inzetten. Helaas is het tegen die tijd behoorlijk regenachtig geworden. De beloofde 'Schauerböen' zijn gekomen! Daardoor is ook het zicht behoorlijk beperkt. Het is nogal link om het vaarwater over te steken zonder te kunnen zien of er niet per ongeluk een paar grote zeeschepen met twintig mijl per uur op je afstormen! Gelukkig hebben we de radar nog. We gebruiken het ding zelden, maar als je hem nodig hebt, heb je hem ook heel erg nodig! Het apparaat laat geen contacten zien die tot ongerustheid aanleiding geven. Dus kan de oversteek gewaagd worden. Na een kwartiertje zijn we aan de overkant en zien we het baken van de Medem al liggen. Het duurt nog even tot we alle prikken hebben af gevaren, maar dan zijn we in de haven. Het ziet er griezelig vol uit! Gelukkig vinden we nog een lege box, waar we ANDREA in kunnen leggen. We eten eerst wat soep om bij te komen en beginnen daarna met de werkzaamheden om de mast te leggen. Dat lukt allemaal voorspoedig. Om 21.00 uur is de zaak geklaard. Inmiddels heb ik dan ook het havengeld aan de havenmeester betaald. Die meldt ons (tot onze vreugde!) dat de sluismeester morgenvroeg om 08.00 uur naar binnen zal schutten! Dat is goed nieuws. Officieel zou de schutting pas bij LW om 13.30 gaan beginnen. Maar de haven ligt zo vol, dat de sluismeester kennelijk wel wat exstra schepen kwijt wil. Wij zullen hem daarbij niet tegenspreken!
We drinken nog een borrel en ik type dit verslag in. We gaan niet al te laat naar bed. Morgen om 08.00 uur kunnen we verder!

Zondag, 1 augustus 2010 Otterndorf naar Oldenburg
Als we om half acht ontbijt hebben, zijn we eigenlijk helemaal klaar om te vertrekken. Helaas is de sluiswachter nog niet zover. Van de Duitse buren horen we dat hij tegen hen gezegd heeft om 08.30 te zullen beginnen met schutten. De havenmeester heeft aan ons verteld dat we om 08.00 uur al in de geul naar de sluis gereed moesten liggen. Ik houd het erop dat er naar nationaliteit onderscheid gemaakt is en met vereende krachten besluiten we te blijven liggen tot het sluislicht op groen gaat. Het duurt tot 08.45 voor dat gebeurd. Inmiddels hebben de wachtende schepen in het kanaaltje naar de sluis dus 3 kwartier hun scheepje op en neer zitten houden! Dat was dus allemaal niet nodig geweest. Wij sluiten als laatste aan in de sluis en krijgen een plekje aan stuurboord achter. Na betaling van het sluisgeld en schutting mogen wij derhalve ook als allerlaatste de reis naar Bremerhaven en verder beginnen. Dat is balen. De motorboot die als eerste op pad gaat, is na een paar bochten al niet meer aan de horizon te ontdekken. Daarachter zit een bootje uit Bremerhaven, dat heel precies 4 knopen blijft varen en zodoende de rest achter zich houdt. Gelukkig is er voldoende water in het kanaal om heel langzaam de een na de ander voorzichtig in te halen. Een mevrouw hoog op het stuurdek van een motorboot is daar kennelijk niet blij mee. Ze blijft stuurs voor zich uitkijken en beantwoordt onze groet niet. Kennelijk heb ik sociale regels geschonden. Het zij zo. Ook de zeiler uit Bremerhaven blijft bij ons passeren strak voor zich uitkijken. Maar een ander motorbootje komt hoopvol achter ons aan. Niet dat we nu zo vreselijk hard varen. Maar gemiddeld probeer ik toch de 5 knopen aan te houden in plaats van 4. Dat beschadigt de wallekant niet en geeft ons gelegenheid in Bremerhaven het tij naar Oldenburg nog te halen. Bij de sluis van Lintig kunnen we in één keer doorvaren. Er is niemand. Daarna het laatste stuk van het Hadelner Kanal en de Geeste. Dat laatste stuk is als altijd prachtig. Schitterend natuurgebied. Om 15.10 zijn we bij de sluis van de Geeste. Die wordt onmiddellijk gedraaid zodat we even na 16.00 tussen de havenhoofden in Bremerhaven zijn. De vloed moet dan nog twee uur doorzetten en wij pikken nog een mooi beetje stroom op. De snelheid van ANDREA komt niet boven de 8 knopen, maar toch ook niet onder de 7! Zodoende zijn we om 18.30 bij Elsfleth, waar het dan volgens het boekje precies hoogwater is. Maar als we vervolgens de Hunte opvaren, blijken we daar nog een kleine 2 knopen stroom mee te kunnen krijgen. In Oldenburg is het namelijk pas om 20.30 hoogwater. We hebben dat fenomeen al eerder meegemaakt. Zodoende zijn we even na 20.00 voor de Eisenbahnbrücke in Oldenburg. Daar kunnen we bij hoogwater niet onderdoor. Het ding heeft een doorvaarthoogte van 2 meter en wij zijn 2.20. Heel frusterend. Maar gelukkig wordt de brug bediend. We roepen de brugwachter op via kanaal 73 en ziedaar om 20.42 kan er een opening worden gegeven. Dat gebeurt en we stomen de haven van Oldenburg binnen. Aanleggen is een fluitje van een cent en we gaan nog snel op zoek naar een internetcafe. In tegenstelling tot de tendens elders in de havens die we aandeden, bestaat dit cafe nog wel. Hoewel de pizzabakker daarnaast het loodje heeft moeten leggen. Jammer, hij maakte altijd heerlijke spullen voor en heel redelijke prijs! We mailen even naar de kinderen en kijken de wind op de Eems nog even na via de Deense weersite. Alles ziet er prima uit. NW 2-3, wel regenbuien, maar we zullen hopen dat die meevallen.
We gaan terug naar de boot, drinken een borrel en gaan slapen.

Maandag, 2 augustus 2010 Oldenburg - Delfzijl
Om 06.30 staan we op. Goddeloos vroeg, maar we moeten een eind varen. Ik gooi twee extra cans in de tank en kijk de olie na. Alles in orde. We maken los en kunnen gelukkig varen. Het is net twee en een half uur na LW. Om 07.00 uur draait de Caeciliënbrücke voor ons en even later liggen we voor de sluis. Die staat open. Als ik de vrouwelijke sluiswachter oproep mogen we zo naar binnen. Aan de achterste trap vastmaken en dan komt het in orde. Dat is ook zo. We maken een sprong van misschien wel zeven meter en komen op het niveau van het Küstenkanal. Daar is helemaal niemand. Althans niet varende. We hebben het gevoel het hele kanaal voor onszelf alleen te hebben. Spiegelglad water en vogels die tierelieren in de bomen. Wat wil een mens nog meer! Gestadig varen we door en volgens planning zijn we om 13.30 bij de sluis van Doerpen. Daar moeten we geruime tijd wachten op een schip dat omhoog geschut moet worden. Vervolgens kunnen we met twee motorbootjes naar binnen en worden we geschut. Daarna varen we verder naar Bollingerfähr. Ook daar worden we vlot geschut en stomen we naar Herbrum. Zoals gebruikelijk moeten we daar een hele poos wachten op de Stolt Emden, een grote binnenvaarder. Daarna mogen wij achter hem aan de sluis in. En daar gebeurt het, o schande, voor het eerst in mijn loopbaan. Ik vaar kennelijk te dicht achter het binnenvaartschip de sluis in en ondanks al mijn manoevreren liggen we na afloop achterstevoren in de sluis! Nog een mazzel dat schip en mast net kort genoeg waren om die draai te kunnen maken. Maar even goed een schandaal. Nu ja … voor alles is een eerste keer en dit was kennelijk de eerste keer voor 'achterstevoren in de sluis'! Moraal van het verhaal: ga nooit te dicht achter een binnenvaarder de sluis in, want de meest ervaren schipper wordt door het schroefwater te kijk gezet als een beginneling.
Na vertrek van de Stolt Emden (dit keer wachten we wel lang genoeg!) keer ik het schip weer in de goede richting. Dat kost nogal wat moeite en helaas moet de rolfok dat een tweetal keren bezuren, doordat hij onzacht met de stalen damwand van de sluis in aanraking komt. Maar dan zijn we vrij en stomen we volle kracht de sluis uit. In Herbrum is het dan twee uur voor HW en er staat dus nog een beetje stroom tegen. Ik probeer dat zoveel mogelijk te beperken door zo dicht mogelijk langs de wal te varen. Daar staat de minste stroom en inderdaad weten we daar onze normale kruissnelheid van een dikke 5 knopen te handhaven. Maar zelfs als we bij Weener zijn (dus Papenburg al gepasseerd!) is het op de rivier nog steeds dood tij. Inmiddels hebben we dan al een zeer malse zomerbui over ons heen gekregen. Gelukkig niet zo zichtbedervend als de buien op de Elbe, maar toch lastig genoeg om het varen moeilijk te maken. Ik sta onder een paraplu de automaat te bedienen, teneinde op die manier het regenwater van mijn brilleglazen te houden. Want dat vind ik sinds ik tot het dragen van een bril veroordeeld ben, nog het allervervelendste van het glazen hulpmiddel voor het kijken. Eén voor één varen we de tonnen af en houden dat bij op de kaart. Bij Leerort aangekomen blijkt er opeens een knoop stroom mee te staan. Dat wordt rap meer, gestaag loopt de snelheid op tot omstreeks 8 knopen. Als we eindelijk de Meyerdamm gepasseerd zijn en de rit onder de kust van Emden kunnen beginnen, ondervinden we tot meer dan 3 knopen stroom mee. Helaas duurt dat niet echt lang. Even voorbij de haven van Emden zakt het alweer in tot 2 knopen. Zodoende duurt het nog een hele tijd voor we de haven van Delfzijl binnen kunnen varen. In het zwakker wordende licht van de dag moeten we bovendien op de lichten gaan navigeren. De havenhoofden zijn van een afstand en onder de hoek waaronder we ze aanvaren niet goed te onderscheiden. Vandaar dat we maar even officieel gebruik maken van het lichtenlijntje dat daar op 203 graden is neergezet. Zo weten we tenminste zeker dat we tussen de havenhoofden naar binnenvaren en niet een stukje naar het noorden of het zuiden op de dijk terecht komen! Eenmaal in de haven is het nog een heel eind varen naar de steigers van Neptunus, die zoals bekend helemaal achter in het havenbekken liggen. Als we er bijna zijn worden we in de snel duister wordende haven ingehaald door een grote sleepboot, die zware hekgolven trekkend ons voorbijspuit eveneens richting jachthaven! Wat moeten die jongens daar nou? Gelukkig laat het zich ernstiger aanzien dan het is, want al snel minder het schip vaart en als de hekgolven ons bereiken, zijn ze makkelijk te pareren. Maar ik hoorde ze achter me breken! Dan maken we de zwaai de havenkom in en vinden we snel een lege box. Aanleggen, vastmaken, een borrel en naar bed!

Dinsdag 3 augustus 2010 Delfzijl - Groningen
Het eerste dat we doen als we tegen 07.00 uur opstaan is onder de douche! Daar is het de laatste dagen met die marathonafstanden niet van gekomen. Daarna tik ik dit verslag in en zet twee lege cans gereed voor het moment dat de havenmeester langs komt. Kunnen we die nog even met diesel laten vullen. Dan zouden we genoeg moeten hebben voor de reis terug naar Monnickendam. Gezien de weerberichten (regenbuien, miezerig weer) zullen we dat wel niet in twee dagen halen. Maken we er drie van. Vandaag gaan we eerst naar Albert Heyn, daarna skypen met de kleinkinderen, en nog op zoek naar een watersportzaak voor een drie schijven blok voor de maststrijk installatie. Dit keer een exemplaar met 15 mm schijvn. We zien wel hoe laat we weg kunnen en we zien wel waar we gaan overnachten: Stroobos of Wartena of een dergelijke haven.
De tocht naar de Delfzijlse watersportzaak blijkt een teleurstelling. Ze hebben geen drieschijfssblokken en in heel Delfzijl kun je die waarschijnlijk ook niet krijgen. Daarna doen we boodschappen bij Albert en lopen we terug naar de boot. Dan is het inmiddels al tegen 10 uur geworden en als we Joyce bellen om te skypen met de kleinkinderen blijkt dat ze ons tevergeefs gebeld hebben en in de veronderstelling leefden dat de skypsessie niet door kon gaan. De kinderen zijn er nu dus niet. Vandaar dat we maar losgooien en naar de sluis varen. We zullen om 11.30 wel bellen op het Eemskanaal. De sluis staat open en we worden onmiddellijk geschut. Als we het Eemskanaal opvaren breekt er een plensbui los. Gelukkig hebben we de zeilpakken aan, maar er valt een bak water. Voortekenen van wat komen gaat?
Het gesprek met Joyce en de kleinkinderen is leuk. Tegen 12.00 uur is het afgelopen en wil Annet zoals gebruikelijk vet bij de schroefas draaien. Plotseling slaakt ze een kreet: “Water in de boot!” En inderdaad: er staat een plons water onder de motor en ook onder de luiken! Waar komt dat vandaan? Ik gooi het motorluik open en zie onmiddellijk de boosdoener. Het is de knalpot van de wateruitlaat. De uitlaatgassen worden in het uitlaatsysteem vermengd met het buitenboords koelwater, waarna beide tegelijk door de afvoergassenbuis worden geperst om het schip te verlaten via te uitlaat. Maar nu gooit de knalpot roet in het eten. Er zit een lek in en een deel van het koelwater komt regelrecht in het schip terecht. Als je de motor stopzet is het probleem over, maar dan heb je ook geen voortstuwing meer. Stond de mast nog overeind, dan konden we verder op de zeilen, maar dat zit er nu dus niet in. Goede raad is duur. Annet hoost eerst het water uit de boot. Daarna probeer ik het gat in de knalpot, dat ik aan de onderkant van het onderdeel duidelijk kan voelen, dicht te plakken met ducktape. Dat is geen succes. Vervolgens probeer ik het lek te stoppen met een prop oude handdoeken. Ook dat helpt maar zeer ten dele. Ten einde raad verdelen we de werkzaamheden: ik start de motor en stuur de boot, en Annet hoost het water dat door de kapotte knalpot in het schip wordt gespoten weer overboord. We zitten bij kilometerraai 12, dus het is nog een dik uur varen naar Groningen. Annet krijgt lamme armen van het hozen en ik zit te balen, dat de boot zo langzaam vaart. Nooit leek Groningen verder weg dan nu. Maar uiteindelijk komen we in de jachthaven van de GMC (Groninger Motorboot Club) aan. We moeten eerst nog om de steiger heenvaren naar de andere kant van de haven, maar dan ligt het schip rustig in de box. We kunnen met de reparatie beginnen. Dat blijkt nog niet zo eenvoudig. De clubleden en de havenmeester geven goede raad. Ik krijg het telefoonnummer van een lasser, die zegt dat ik volgende week de eerste ben. Dat helpt dus niet. Vervolgens een andere watersportzaak, die zal terugbellen. Daar worden we ook niet vrolijk van. En tenslotte besluit ik mijn broer Kees te bellen. Hij werkt al jaren bij Lasaulec, een bedrijf in automaterialen, dat zich ook met metaalbewerking en lassen bezighoudt. Hij belt naar de vestiging in Groningen en vraagt of er één van de medewerkers mij even kan helpen om de knalpot dicht te lassen. Dat blijkt te kunnen! Als ik voor vijf uur vanmiddag het ding aanlever, kan het geregeld worden. Onmiddellijk sleutelen dus. Het kost wat moeite om de slangklemmen en de slangen van de pijpen los te krijgen, maar uiteindelijk lukt het om de knalpot vrij te prepareren. De boosdoener is nu duidelijk te zien. Aan de onderkant van het dik metalen ding zitten twee gaten, een grote en een kleine, waardoor een forse straal van het koelwater in het schip spoot. Die gaten zullen dichtgelast moeten worden. Ik pak de fiets, stop de knalpot in een plastic tas en rijd (gegidst door de smartphone) naar Lasaulec om daar assistentie te ontvangen. Dat lukt allemaal wonderbaarlijk: en goed en snel! Een klein plaatje wordt geknipt ter afdekking van de gaten. De lasapparatuur wordt opgesteld en vakkundig wordt het plaatje op de knalpot gelast. Het ding wordt even onder de kraan gehouden om de waterdichtheid te controleren en daarna kan ik het gerepareerde onderdeel weer meenemen. Binnen een half uur geregeld! Wat een service! Bij de boot aangekomen monteer ik het onderdeel weer op de oude plaats. Een lamme slangklem wordt vervangen. Gelukkig hebben we nogal wat waarloos spul aan boord. Nu blijkt waar dat goed voor is. En na twee pogingen lukt het om het systeem weer waterdicht te krijgen. De motor draait weer als vanouds!
Ik bel Kees om hem het succes te melden en te bedanken voor de verleende assistentie. Hij stelt voor om ons vanavond op de halen met de auto en samen met zijn vrouw met ons te gaan eten. Dat is een goed idee. Kunnen we gelijk zijn nieuwe huis bezichtigen. Om zes uur staat hij op de kade en rijden we naar Eelde. Als Tineke gearriveerd is, lopen we naar de locale pizzabakker en eten daar elk wat wils. Ondertussen praten we bij over het werk en de kinderen. Heel gezellig en leuk. Op het eind van de maaltijd worden we per auto weer teruggebracht en bij de GMC afgeleverd. Leuke avond geweest en schitterend huis!
We drinken nog een borrel en gaan dan naar bed. Morgen hopen we tegen 08.00 uur te vertrekken.

Woensdag 4 augustus 2010 Groningen - Uitwellingerga
We staan tegen 08.00 uur op en maken ons toilet. Daarna ontbijten we met zelf afgebakken broodjes en maken we het schip gereed om te vertrekken. Ik trek de boot op de hand tegen de wind in de box uit, start daarna de motor en vaar langzaam de haven uit. De bedieningshandel van de motor gaat opmerkelijk soepel en ik denk al dat de reparatie aan de knalpot ook een zegenrijke uitwerking op de andere onderdelen van het schip en de motor moet hebben gehad. Als we echter na het uitvaren van de haven willen aanleggen bij de wachtplaats voor de sluis, krijg ik het nare gevoel dat de achteruit van de motor niet goed werkt. Ik draai het schip weg van de wal en probeer op open water even uit hoe het in elkaar zit. Vooruit gaat prima. Ik zie schroefwater achter het schip en als ik meer gas geef, gaan we harder. Dat klopt. Merkwaardig is, dat ik ook schroefwater blijf zien als ik de handel in de vrijstand zet. De schroef blijft ook dan draaien. Dat klopt duidelijk niet! En als ik de handel in de achteruit zet en gas geef, gaat het schip alleen maar harder vooruit varen! Dat klopt due helemaal niet!! Conclusie: de motor staat in de vooruit en ik kan hem niet meer vrij of in de achteruit schakelen! Als ik wil dat het schip langzamer gaat varen, moet ik de hele motor uitzetten! We draaien terug naar de haven. Vlak voor de havenmond zet ik de motor uit en we drijven langzaam terug naar de box. De havenmeester staat al gereed om de landvasten aan te pakken. Als we vastliggen, doe ik een test met het motorluik open. Als ik de handel naar voren duw, zie ik de gaskabel de gasschuif open zetten. Maar als ik de motor in de vrijstand of in de achteruit wil zetten, is eveneens de gasschuif de enige die reageert. De schakelhandel op de keerkoppeling blijft gewoon in de vooruit staan. Dat is al heel treurig. De conclusie moet zijn, dat de duw-trekkabel van de keerkoppeling is gebroken. Duwen kan hij nog wel: de losse einden worden dan op elkaar gedrukt en de kabel kan die actie normaal uitvoeren. Maar trekken gaat niet meer: vanwege de breuk in de kabel vindt er dan geen beweging meer plaats. Kortom: de kabel moet vervangen worden. Maar daarvoor moet het ding eerst gedemonteerd worden. Het duurt even voor ik weet hoe de verschillende onderdelen zijn bevestigd en hoe ik ze zo kan losmaken, dat ik ze later ook weer kan terugmonteren. Uiteindelijk lukt het. Ik stop de kabel in een plastictas en samen fietsen Annet en ik naar een watersportzaak aan de Oosterhaven, waar we een vervangend exemplaar zouden moeten kunnen krijgen. Dat blijkt het geval. Voor een kleine 40 euro mag ik een iets langer exemplaar meenemen. Terug op de boot monteer ik het ding zo zorgvuldig mogelijk en ziedaar: het werkt allemaal! Tegen 11.30 uur kunnen we een tweede poging wagen om de Oostersluis door te komen. We moeten even wachten en mogen dan verder. Tegen 12.00 uur zijn we onderweg naar Friesland. Gelukkig ondervinden we onderweg maar één enkele regenbui. Helaas duurt die bijna wel de hele reis. Het is niet anders. We zijn allang blij dat de boot weer werkt zoals hij moet. We hopen dat er verder geen belangrijke onderdelen meer in elkaar storten. En dat het wat droger wordt …
Er zijn weinig andere boten op het water. Het weer is er dan ook helemaal niet naar om te gaan varen .Wij varen vanaf Fonejacht kilometers achter een sleepboot uit Oosterbeek aan. Het ding heet Georgeus en vaart maar net een paar meter per uur sneller dan wij, zodat we het schip voortdurend in zicht houden. Ik begin al visioenen te krijgen dat het apparaat vlak voor ons de laatste lege plaats aan de kade van Uitwellingerga zal gaan innemen, maar bij de afslag naar de haven vaart het schip rechtdoor richting Lemmer. Wij varen het zijwater in en vinden vrijwel de hele kade leeg. We leggen het schip zo neer, dat er langs de kade nog ruimte is om de mast te zetten. Daarna drinken we nog een borrel en gaan we naar bed. De mast zetten komt morgen wel.

Donderdag, 5 augustus 2010 Uitwellingerga - Staveren
De volgende morgen staan we pas om 08.30 op. Zo lang hebben we in deze vakantie nog niet geslapen! We ontbijten in de kuip en pakken daarna de fietsen om in Sneek een poging te wagen een drieschijfsblok te vinden voor het aanpassen van de masttakel. De eerste zaak die we binnenstappen heeft het ding niet en geeft ons ook weinig kans om het elders in Friesland te vinden. Ongeveer 2 procent, zegt de bediende. Dat geeft weinig perspectief. Niettemin vervolgen we onze zoektocht. Bij het volgende bedrijf worden we doorverwezen naar een watersportzaak bij de Wetterpoarte, genaamd Skipperland. En ziedaar: er hangt een blok zoals wij bedoelen aan het rek. Voor een dikke 50 euro mag ik het ding meenemen: een drieschijfsblok met een hondsvot, een extra bevestiging waaraan het eind van de takel kan worden vastgeknoopt. We gaan weer terug naar de boot en passen de takel zodanig aan, dat er nu zes schijven gebruikt worden en de kracht zodoende 8 keer versterkt wordt. Niettemin is het vermoeiend werk om de mast via de zelftailing lier en de takel omhoog te hijsen. Dat wil zeggen: er is niet echt veel kracht nodig om de lier rond te draaien, maar het moet wel heel vaak gebeuren en daar krijg je op den duur lamme armen van. Uiteindelijk lukt het allemaal prima. En staat de mast weer als vanouds. De rest van het tuig wordt ook aangebracht en bijgesteld en anderhalf uur na aanvang van de werkzaamheden is ANDREA weer een zeiljacht. We gebruiken de middagmaaltijd in de kuip en gaan daarna op pad. De brug bij Uitwellingerga wordt voor ons en nog een serie andere zeilschepen gedraaid en we stomen op richting Staveren. Het is vreselijk druk op het water. Gisteren was er geen kip te bekennen, maar nu het droog en nu en dan zonnig is zit Jan en alleman op het water. Gelukkig zijn de bruggen van Woudsend en Galamadammen vervangen door tunnels zodat ze geen oponthoud meer opleveren. Bovendien is de wind zo westelijk, dat ik hele stukken van de Fluessen de fok bij kan zetten. Dat levert snelheden op van meer dan 6 knopen! Zodoende zijn we om 17.00 uur in Staveren. Daar is het mudjevol. Na een vergeefse zoekslag door de haven leggen we aan bij een schip dat als thuishaven Zaandam op de achtersteven heeft staan. Er zit een gezin op van man, vrouw en vier kinderen. We maken een praatje en gaan daarna de wal op. We eten bij 'De Hobbelschuit', een voormalig visrestaurant bij de oude haven. Inmiddels zijn de gerechten geupgrade en de prijzen ook. Daarbij is echter ook de kwaliteit en de aankleding aanzienlijk verbeterd, zodat we na de maaltijd de 80 euro met liefde betalen. Uitstekend gegeten en gedronken!
Terug aan boord kijken we nog naar het journaal via Digitenne. Geen succes. De ontvangst is allerbelabberdst. Toch horen we dat het morgen op het IJsselmeer ZW 2 – 4 zal zijn. We gaan morgen zo vroeg mogelijk (lees 08.00 uur) weg en hopen dan vroeg in de middag in Monnickendam te zijn.

Vrijdag, 6 augustus 2010 Staveren - Monnickendam
Het is 20 voor 8 als Annet mij wakker maakt. Ik maak onmiddellijk mijn toilet en ruim de slaapspullen op. Ik had me voorgenomen 08.00 uur voor de sluis te liggen en dat dreigt nu bijna mis te lopen. Naar ik vrees gaat het allemaal een beetje te vlug. Annet is nog maar amper klaar als ik de landvasten al heb laten losgooien. We varen al terwijl de vlaggenstok nog niet eens gemonteerd is! Rustig motoren we de haven uit en gaan aan het remmingswerk voor de sluis liggen. Er komen een bruine platbodem en nog twee jachtjes uit. Daarna gaat de brug weer dicht hoewel er aan deze kant toch ook al weer vier jachtjes op schutting liggen te wachten. Maar de sluiswachter wil kennelijk de locale vroege vogels eerst vrije doorgang geven over de weg. Na een tien minuten wachten gaan de lichten op groen en kunnen we naar binnen. Het schutten duurt amper 5 minuten en zodoende zijn we 08.15 tussen de havenhoofden. De wind is zwak (2 tot 3) en pal tegen, uit het ZW. We varen derhalve op de motor en spoeden ons op die manier dwars over het Vrouwenzand naar Enkhuizen. De overige scheepjes zien we de voorgeschreven route buiten de tonnen aanhouden. Wij doen dat niet omdat we zo weinig diepgang hebben, dat we van de ondieptes van het Vrouwenzand op deze route geen last hebben. Tegen 10.00 uur zijn we in het Krabbersgat en stomen we naar het Naviduct. Dat staat open en de lichten staan op groen. Als laatste scheepje mogen we naar binnen. Ook hier duurt het schutten maar even en om 10.30 varen we richting Monnickendam. Wederom is de koers pal tegen wind en golven in en helaas zijn hier de golven wat hoger. Toch weet ANDREA een dikke 5 knopen staande te houden. Dat zou ons aan het begin van de middag in de haven moeten doen zijn. We zullen zien. De zon schijnt en het is prachtig weer. Het enige is, dat de wind uit de verkeerde richting komt. Maar dat hebben we op het eind van de vakantie al vaker meegemaakt. Annet heeft onderweg al wat spullen ingepakt zodat we de auto straks kunnen volladen en naar huis rijden.