Aandachtspunten
bij het beoordelen van een Discusvis door Leo
Lammerse
Daar ik een
aantal malen jurylid ben geweest bij de Belgische Discusclub en over de
aandachtspunten regelmatig heb gediscussieerd met de andere juryleden en in
overweging nemende wat er allemaal al over het onderwerp is gepubliceerd kom ik
tot de onderstaande aandachtspunten:
Allereerst: Over smaak valt niet
te twisten

-
De
bek:
Lippen
moeten vol en dik zijn en de bek moet goed sluiten.
-
Ogen:
De ogen dienen helder te zijn
zonder b.v. wormstaar of andere ingroeisels. Rode ogen scoren hoger dan gele. Ze
mogen niet te bol zijn (Waterzucht) Ze moeten levendig bewegen.
-
Het
voorhoofd:
Moet goed dik zijn als je er
van boven op kijkt. Bij de mannen is het meestal wat dikker dan bij de vrouwen.
Mag niet dun toelopen (mesrug) Er mogen geen gaatjes in zitten (Gatenziekte).
-
De
bovenvin (Dorsaal):
De eerste vinstralen mogen
los staan, afhankelijk van de soort. Bij wildvang is dit prominenter dan bij
sommige nakweek soorten. De vin moet gelijkmatig oplopen en een ronde vorm
hebben. Er mogen geen happen uit zijn of insluitingen in zitten (Witte belletjes
e.d.) Vinnen moeten helder transparant zijn. Lichte vorm van vinrot is
toegestaan. Komt door overzetten en transport. De vinnen
moeten op de juiste plek beginnen. Niet teveel naar achteren. Vlaggetjes zijn
toegestaan.
-
Staartvin
(Caudaal):
Vorm en
model moeten goed zijn. Zie ook 4.
-
Staartwortel:
Over het algemeen hoe dikker
de staartwortel hoe sneller een vis zwemt. Een krachtige staartwortel krijgt
pluspunten.
-
Anaalvin:
Hiervoor geldt hetzelfde als
bij de bovenvin. Vaak begint deze te laat. In combinatie met een verkeerde
bovenvin krijgt de vis dan een langwerpig uiterlijk.
-
Borstvinnen:
Zie ook de
staartvin.
-
Buiksprieten:
De dienen voldoende lang te
zijn en even lang. Krullen of knikken geeft minpunten.
-
De
maag:
Deze moet niet ingevallen
zijn maar ook niet extreem opgezet (buikwaterzucht, lintwormen, verstopping)
Niet te verwarren met een vis die net lekker heeft gegeten.
-
Kieuwdeksel:
Moet goede vorm hebben en
helemaal aansluiten. Vis moet ca. 60 keer per minuut ademen of minder. (niet na
het eten) De kieuwen moeten van binnen mooi rood zijn.
-
De
keel:
Moet een harmonieuze vorm
hebben en mag niet teveel uitsteken (krop)
-
De
vorm:
De vis
moet rond zijn (geen highfin), goed in zijn vlees zitten en een goede verhouding
vlees/vin hebben.
-
De
afmeting:
Tussen de 15 en 18 cm zijn
normale maten, afhankelijk van de soort.
-
De
streeptekening:
Het mooiste is als de strepen
gelijkmatig verdeeld zijn en geen fouten bevatten zoals X en Y hoewel dit ook in
de natuur voorkomt. Het dienen er 9 te zijn met uitzondering van de Snakeskin.
Sommige kweekvormen hebben geen strepen.
-
De
huid:
Deze dient er gaaf en
gelijkmatig uit te zien zonder overmatig slijm en met voldoende slijm.
Parasieten en ingroeisels geven min punten. Lichte beschadigingen door het
transport worden niet negatief beoordeeld.
-
De
kleur:
Aan de keurmeester wordt geen
persoonlijke voorkeur verwacht en er moet dan ook puur op helderheid en tekening
worden beoordeeld. Of men meer van rood houdt dan van blauw is geen maatstaf. De strepen
mogen niet te geprononceerd zijn. (Stress, ziekte etc.)
-
De
houding en het postuur:
Het dier dient in het water
de juiste houding te hebben en dient zich levendig te bewegen. Hij moet een
voorname indruk uitstralen. Het is uitstekend als het dier nieuwsgierig de
omgeving gadeslaat.
-
Ontlasting:
Indien zichtbaar dient deze
uiteraard in orde te zijn.
-
Vergroeiing:
Bij wildvangvissen wordt dit
minder ernstig beoordeeld dan bij nakweek. Immers als de vis gebeten is door een
andere vis dan is dit noch de schuld van de kweker noch die van de vis.
Tip: Wen
de dieren vóór de keuring aan een bakje van 50 x 50 cm in een drukke ruimte.
Voeg niets toe aan het water buiten een beetje zout. Meestal heeft dit op de dag
van de keuring een averechts effect. Voer zeker geen turf toe. De kleuren komen
dan niet goed uit. Als dat is toegestaan probeer dan voor 50% “eigen water”
mee te nemen en neem ook een goed ingelopen filtertje mee. Stop met voeren één
dag voor het transport. Voordeel: geen ontlasting tijdens het transport en
keuring, minder watervervuiling dus en een vis die beter op kleur is én
nieuwsgierig naar het raam toekomt in de hoop eindelijk eens wat te eten te
krijgen.
Vervoer de vis niet in een
emmer maar in een zak. Of emmer met daarin een (vuilnis- of pedaalemmer) zak. Zo
zijn er minder beschadigingen. Als het kan: voeg zuurstof toe aan de zak. Dit is
beter dan perslucht. Met de mond opblazen is uit den boze: in dat geval blaast
men koolzuurgas is de zak.
Leo
Lammerse, tel.: 075-6874710
|